Copyright Featured Image and Page Header Image: Filmaufbau.

Commentaar uit de orkestbak

Wir Wunderkinder (Kurt Hoffmann, 1958) is de verfilming van de gelijknamige roman van Hugo Hartung (1902-1972). Hij publiceerde in 1957 een superieure satire over gewone mensen in Duitsland in de 20eeeuw, vanaf hun jeugd in het Keizerrijk in 1913, via de Weimar republiek en de nazi-tijd tot en met de Bondsrepubliek in de jaren vijftig, de periode van het Wirtschafts wunder.

De opzet van zijn verhaal is verbluffend eenvoudig: een journalist wordt gevraagd de dagboeken van een recent overleden gerespecteerd politicus te bewerken tot een tijdschrift-artikel. Ze kennen elkaar vanaf hun schooljeugd. De roman is het verhaal over hoe hun levenspaden gelijk oplopen. De journalist houdt zich afzijdig van politiek en handel, de klasgenoot ontpopt zich als een opportunist. Maar het is ook een terugblik van de journalist op zijn eigen leven, met name het verhaal over de twee vrouwen in zijn leven. Het zijn prachtige liefdesgeschiedenissen, ontroerend en humoristisch.

De roman Wir Wunderkinder verscheen in 1962 in Nederlandse vertaling. Opnieuw vertaald in 2012 in opdracht van Uitgeverij Cossee. Ook in vertaling behoudt de schrijver een eigen stem, een aangename mengeling van gemoedelijke zelfspot en bijtende ironie. De Nederlandse heruitgave bevat ook een informatief nawoord van uitgever Christoph Buchwald, waarin hij de verfilming bespreekt.

De film Wir Wunderkinder blikt met ironische humor toch kritisch terug op het verleden. Dat is uitzonderlijk, want in de jaren vijftig overheerste koddige komedies de filmproductie. Slechts weinig Duitse speelfilms durfde het aan een kritische terugblik te geven op de nazi-tijd.

Andere uitzonderingen zijn (de twee eerstgenoemde films werden in NL uitgebracht, zie cinemacontext.nl):

  • Die Mörder sind unter uns (Wolfgang Staudte, DDR 1946)
  • Berliner Ballade (Robert A. Stemmle/ Günter Neumann, BRD 1948)
  • In jenen Tagen (Helmut Käutner, BRD 1947)
  • Die letzte Brücke (Helmut Käutner, BRD 1953)
  • Rosen für den Staatsanwalt (Wolfgang Staudte, 1959)
  • Die Brücke (Bernhard Wicki, 1959)

In december 1959 werd de film in de Nederlandse bioscopen uitgebracht (door distributeur HAFBO = Holland America Film Booking Office = voorheen Universal). In onder andere de Telegraaf verscheen een positieve recensie: ”satirische ernst van hoog gehalte”.

In mei 1980 werd de film opnieuw vertoond in een select aantal bioscopen. De recensie in De Waarheid heeft als kop: “Wir Wunderkinder nog altijd ijzersterk” en heeft als aanhef: “Er is in het verleden op filmgebied veel moois gemaakt en af en toe zijn er weer films te zien die door hun kwaliteit wel altijd de moeite waard zullen blijven. Dat is onder andere het geval met de film Wir Wunderkinder.” Ondertekend met: PP.

Cabaretier Günter Neumann schreef mee aan het scenario. De film heeft een raamvertelling erbij gekregen, met een verteller en een pianist die de verschillende episoden van muzikaal commentaar voorzien, gegeven uit de orkestbak.

  • Deze aanpak werd ook gebruikt in de Nederlandse film Komedie om Geld (1936, geregisseerd door Max Ophüls, een Duitse regisseur die nazi-Duitsland ontvlucht was).
  • De levendige praktijk van het cabaret in Berlijn in de jaren 30 is uitgebeeld in de film Cabaret (Bob Fosse, 1972, gebaseerd op verhalen van Christopher Isherwood)

De recensie in de Haagsche Courant (ondertekend met G.W. = Gerry Waller?) biedt relevante informatie over de context: “Omstreeks 1930 bloeiden in Berlijn de politieke cabarets, alle anti-nazi. Er waren grote zalen met populaire conferenciers (“heeft de mijnheer van de politie die alles opschrijft het gesnapt of moet ik het voor hem langzaam herhalen?”). Sommigen kwamen van tijd tot tijd achter de tralies terecht, kwamen terug en gingen door totdat ze voorgoed verdwenen. Er waren ook veel kleine zaaltjes, kelders, cafés, waar de programma’s in hoofdzaak uit liedjes bestonden, gezongen (op de manier van Ernst Busch) door militante jongeren uit de linkse hoek, met muziek à la Kurt Weil en Dessau en met teksten die aan Brecht, Tucholsky en Kästner herinnerden: woedende liedjes, sarrende liedjes, soms ook slechts wat treiter-tralala van een spotzuchtige grotestadsjeugd.

Wir Wunderkinder van Kurt Hoffmann uit 1958 is, 25 jaar later, een vervolg op deze cabarettraditie. Het was de eerste naoorlogse (West-)Duitse film die nazi’s, oorlog, jodenvervolging en Wirtschaftswunder satirisch behandelde en die de “Duitse tragedie” over de hekel haalde door de levens van twee gewone jongen uit een gewone kleine stad te persifleren.

[-] Het verhaal, gedeeltelijk als film-in-de-film verteld, krijgt commentaar van de explicateur en de pianist in een kleine bioscoop. Zij hebben voor niets en niemand respect, ze debiteren geestige woordgrappen en flauwe grollen, ze zingen spotduetten met goede teksten en pakkende muziek: dat is cabaret.

In het Duitsland van 1958 vond men dit eigenlijk ongepast. In Nederland kwam het in die tijd (zo werd mij door twee toeschouwers van toen en nu verzekerd) over als scherpe kritiek. Nu doet het eerder vriendelijk aan, maar wel onderhoudend en belangwekkend door de zeer moderne manier van filmen; en door de snelle montage; en door de consequente wijze waarop de vele gruwelen van deze periode niet door de camera worden behandeld maar door de vrijpostige betogen van de twee bier hijsende commentatoren achter en naast de piano.”

Documentatie

Capsule review van Wir Wunderkinder

Dit Duitse epos volgt in de eerste helft van de twintigste eeuw de levens van twee voormalige klasgenoten: de idealistische journalist Hans (Felmy) verliest met het opkomend fascisme zijn werk, terwijl de opportunistischer Bruno (Graf) tijdens het nazi-regime succes heeft met handel op de zwarte markt. Na de Tweede Wereldoorlog kruisen hun wegen elkaar nogmaals. In eigen land gewaardeerde satire, een bewerking van de gelijknamige roman van Hugo Hartung, heeft prima acteurs en werd destijds genomineerd voor een Golden Globe voor beste buitenlandse film. Bron: https://www.vpro.nl/cinema/films/film~465922~wir-wunderkinder~.html

Andere (meer bekende) Duitse auteurs die terugblikten op de nazi-tijd:

  • Günter Grass (De blikken trommel, 1959 /film: 1979): + Kat en muis(1961 /film: 1967)
  • Heinrich Böll (Biljarten om half tien 1957; Groepsfoto met dame 1971 /film: 1977)
  • Bruno Franck – Der Reisepass/Het paspoort (1937)
  • Anna Seghers – Transit (1944), in 2018 verfilmd door Christian Petzold.
  • M. Remarque – Der schwarze Obelisk/De zwarte obelisk (1956)
  • M. Remarque – Die Nacht von Lissabon/De nacht in Lissabon (1962)