Copyright Featured Image and Page Header Image: Fox Film Corporation

F.W. Murnau in Amerika

 

Sunrise: A Song of Two Humans (F.W. Murnau, 1927) is de eerste film die de Duitse regisseur F.W. Murnau maakte in Hollywood. Hij had internationale roem verworven met films als Nosferatu (1922) en Faust (1926), met een gemengd Duits-Amerikaans team maakte hij een ontroerend meesterwerk van een eenvoudig verhaal. Sunrise is  romantisch en tijdloos. Met een spectaculaire visuele stijl weet Murnau ook nu nog het hart van de toeschouwer te raken. Hij houdt het tempo hoog en gebruikt ongelooflijke effecten om een droomsfeer te creëren.

De film begint in een boerendorp bij een meer, de kleine hoeves worden gedomineerd door een grote kerktoren. Degelijke eenvoud en aardse nijverheid overheersen het dagelijks leven hier. Een stadse dame brengt het hoofd van een van de dorpsbewoners op hol. Hij is gelukkig getrouwd, heeft een prachtig klein kind, maar toch offert hij al zijn hebben en houden aan een tot mislukken gedoemde bevlieging. De dame daagt hem listig uit, hij lijkt totaal onder haar invloed te zijn. De twee acteurs blinken uit in een prachtig expressief spel, waar geen woorden bij nodig zijn.

De man nodigt zijn echtgenote uit voor een boottochtje, zijn gedachten lopen over van kwade bedoelingen. De spanning wordt vakkundig tergend langzaam opgebouwd, de vrouw is totaal argeloos en zich niet bewust van de dreiging. Midden op het water komt de man toch nog op het laatste nippertje tot zichzelf. De vrouw vlucht voor hem, ze rent door het bos aan de overkant en komt bij het eindpunt van de tram terecht. Het openbaar vervoer heeft de allure van een reddende droomverschijning.

Het echtpaar arriveert op de vroege ochtend samen in de grote stad en allebei staren ze wezenloos om zich heen. Een huwelijksdienst in de kerk brengt de ommekeer: de man is bezield door een nieuwe onvoorwaardelijke hartstocht voor zijn vrouw. Ze bezoeken een fotograaf en vermaken zich op de kermis en keren dan in de nacht terug met hun bootje over het grote meer.

Hoe gaat dit aflopen? De film heeft een zinderende finale. Een vreselijke onweersstorm breekt los, het bootje stroomt vol. De man is de enige die uitgeput de kust weet te bereiken. De dorpsbevolking snelt toe, een wanhopige zoektocht naar de vrouw levert aanvankelijk niets op, maar …. de cirkel van het verhaal komt natuurlijk toch rond en de situatie keert terug naar het gezinsgeluk van het begin. Het evenwicht in alle verhoudingen is hersteld.

David Thomson over Sunrise:
“There were many night scenes (done back at the studio), where an early and lustrous version of noir was achieved. The husband goes to meet the City Woman in a marsh, with the moon hanging in the night sky like a scaffold. The marsh is a set with an atmospheric richness and botanical detail not attempted in America before. This sequence involved beautiful, searching tracking shots (done from overhead tracks), with the husband made more sinister by having twenty-pound weights in his shoes. O’Brien was urged to act with his back, for he is often seen as a hulk crouched in menace or guilt. Meanwhile, the vamp waits at the edge of glossy water, in het city clothes. […]
The marsh is a state of mind; the lighting is mannered, moody, and strictly controlled. You feel you are there, hesitant and anxious to see what will happen – whereas with so many American silent films, we are witnessing a tableau, a staged event, limited to a single emotional attitude. It is the difference between feeling you are at the theatre and inhabiting the lifelike allusion of the movies. […]
In one of the most striking moments, the City Woman and the man talk of visiting the city. It appears, like a glowing image on the horizon, and we see the backs of the two lovers as they watch and imagine they are there, just like members of the audience. It may be one of the first images within a film that says, this, this is what the movies are about, watching and dreaming.”
Source: David Thomson, The Big Screen: The Story of the Movies and What They Did to Us, London: Allen Lane, 2012.
Credits
Sunrise: A Song of Two Humans. VS 1927, 95 min (lengte: 2792 meter, 35mm). Regie: F.W. Murnau. Scenario: Carl Mayer, gebaseerd op de roman ‘Die Reise nach Tilsit’ van Hermann Sudermann. Camera: Charles Rosher en Karl Struss. Production designers: Rochus Gliese, met Edgar Ulmer en Alfred Metscher. Productie: Fox Film Corporation (William Fox). Met: George O’Brien (de man); Janet Gaynor (de vrouw); Bodil Rosing (de huismeid); Margaret Livingstone (the vamp).
Vertoningen:
  • 17 april 2009 in Filmtheater Lux, Nijmegen, Muzikale begeleiding: Kevin Toma
  • 29 oktober 2009 in Lantaren/Venster, Rotterdam. Muzikale begeleiding: Kevin Toma
‘Alle puzzelstukjes in elkaar laten vallen’, interview met Kevin Toma
Filmpianist en -musicus Kevin Toma componeerde nieuwe filmmuziek bij de alom geprezen filmklassieker Sunrisevan Friedrich Wilhelm Murnau.
Waarom heb je gekozen voor een nieuwe score bij Sunrise?
“De film heeft mij ontzettend geraakt”, vertelt Toma. “Het is zo’n intens liefdesverhaal en er wordt zó goed in gespeeld. Murnau is een enorme virtuoos en heel vindingrijk en uniek in zijn filmstijl. Tegelijkertijd heeft hij Sunrise ook een zekere rust meegegeven. Dat is heel aantrekkelijk om te bewerken.” Na een aantal meer dramatische films en propagandawerken, zoals Metropolis an Fritz Lang en Eisensteins Pantserkruiser Potemkin, had hij de behoefte om eens andere muziek te maken. “Bij bombastische films voel ik me vaak te klein in mijn eentje achter de piano. In deze filmconcerten breng ik naast de piano ook een extra laag aan van elektronische muziek. Dat is een hele uitdaging, want ik ben nu meer dan ooit componist. Die elektronische laag wordt immers niet ter plekke geïmproviseerd, maar vooraf opgenomen.”
Waar komt jouw fascinatie met filmmuziek vandaan?
“In feite is het een logische combinatie van mijn twee grote passies. Een carrière als concertpianist zat er niet in, want ik heb nooit les gehad. Tot ik de kans kreeg om films te begeleiden. Vervolgens bleek dat mensen niet gillend wegrenden, maar dat ze het zelfs leuk vonden wat ik deed. Daardoor ben ik ook gaan merken dat ik die film kan maken of breken. Dat is griezelig, maar ook uitdagend. Met jouw muzikale interpretatie van een film schep je weer een nieuw kunstwerk.” Zijn doel is om de toeschouwer het gevoel te geven dat alle puzzelstukjes in elkaar vallen. “Dat je als luisteraar denkt: ‘Ja, zo móest het gewoon zijn’.” Bron: Interview gedaan door Rinke van Hell (2008).
Kevin Toma, column in: De Gelderlander
“Deze week nam ik afscheid van een film. Dat klinkt sentimenteel, maar het voelde precies zo. Sinds oktober 2008 ben ik met F.W. Murnau’s Sunrise (1927) onderweg, en laat ik met mijn muziek horen hoeveel ik geef om dit romantische, expressionistische, droeve én zielsgelukkige meesterwerk.
Terwijl ik die muziek componeerde, heb ik Sunrise misschien wel vijftien keer gezien, en daar zijn 21 publieke en besloten voorstellingen op gevolgd. Dat betekent dat ik Sunrise inmiddels zo’n 35 keer heb gezien; geen wonder dat zo’n gevoel van afscheid opborrelde toen ik eergisteren, zo rond negen uur, in Filmhuis den Haag de slotscène bereikte. Je zou denken dat het me onderhand de strot uit moet komen, dat romantische boerenechtpaar dat uit elkaar breekt en op de meest onwaarschijnlijke wijze toch ook weer gelijmd raakt, maar zo is het dus niet. Misschien ben ik verliefd geworden op Sunrise, steeds weer naar hoofdrolspeelster Janet Gaynor lonkend.
Anderhalf jaar in Nederland op tournee met een zwijgende film, ik had niet gedacht dat zoiets mogelijk was. Maar Sunrise bleek bij veel programmeurs van filmtheaters een bijzondere positie in te nemen, en ze gaven de film graag de kans om zich ook aan een hedendaags publiek te bewijzen. Dat is gelukt: zo’n duizend mensen hebben mijn voorstelling bezocht, en de reacties waren enthousiast en veelzeggend. Elke keer wanneer ik ‘The End’ begeleidde met een simpel slotakkoord en enkele zachte tikjes op het klokkenspel, hoorde ik mensen zwijmelend zuchten. Mensen drukten me een tientje fooi in de hand, of zeiden dat ze het de mooiste film vonden die ze ooit hadden gezien. Ik zeg dit niet om op te scheppen, maar omdat ik sinds mijn Sunrise-toer nog sterker geloof dat films je tot op het bot kunnen betoveren, en dat die betovering soms ontzettend aanstekelijk werkt.
Wat ik bij zoveel voorstellingen van dezelfde film kon merken, was hoe sommige beelden of scènes telkens dezelfde reacties opriepen, terwijl het bij andere momenten heel sterk per vertoning verschilde. Een biggetje dat een fles wijn leegslurpt en dan over de keukenvloer glijdt, bleek elke keer weer even hilarisch. De scène waarin de man zijn vrouw wil wurgen, en zij hem met gevouwen handen smeekt haar te sparen, werkte daarentegen regelmatig op de lachspieren, terwijl het vaak ook ijzingwekkend stil bleef in de zaal. Met mijn muziek probeerde ik altijd het laatste effect te bereiken, maar één noot op de verkeerde plek, en het hele psychologische effect van een scène slaat zomaar om. Een onmetelijk fascinerend gegeven, en ik krijg er niet genoeg van om het al musicerend te onderzoeken.
Dit jaar heb ik mijn handen vol: er staan maar liefst vier projecten op stapel, waaronder het tweelingzusje van Sunrise, het bijna net zo mooie City Girl (1930).
 Sunrise dus niet meer, voorlopig. Ik ben benieuwd of ik ontwenningsverschijnselen krijg en thuis een keer alleen voor mezelf achter de piano kruip. Maar dan zal ik het publiek missen, en is Sunrise niet de film die ik in Den Haag heb uitgezwaaid.”
Bron: Kevin Toma, column in: De Gelderlander donderdag 25 februari 2010.

 

Documentatie Sunrise
In 2006 was Sunrise in Frankrijk een verplicht onderdeel van het eindexamen van de middelbare scholen. Tastbaar resultaat hiervan is onder andere:
  • Dossier l’Aurore, Cahiers du Cinéma, 608 (janvier 2006), o.a. Delorme, Stéphane, ‘Après l’éclipse: Vitesse de la narration’, p. 89.
  • Magny, Joël, L’Aurore de Murnau, Paris: Editions Cahiers du Cinéma, 2006.
  • L’Aurore, dvd editie van het label L’Eden Cinéma/SCEREN-SNDP (2006).
  • Reeds beschikbaar: het draaiboek in Avant-Scène 148 (June 1974).
Informatie rondom de verschillende opties van muzikale begeleiding
  • De muziek bij de eerste voorstelling in 1927 was gecomponeerd door Carli Elinor.
  • Sunrise werd in 1996 begeleid door de Belgische rockgroep Moondog Jr. (kort daarna werd de groep herdoopt tot Zita Swoon, die met de film langs het Nederlandse en Vlaamse clubcircuit toerde).
  • Carl Davis componeerde ook in 1996 een orkestscore bij de gerestaureerde Engelse kopie van Sunrise. Deze versie werd in januari 1997 vertoond in het Filmmuseum (Amsterdam).
Actrice Janet Gaynor is ook overweldigend in de gelijktijdig opgenomen speelfilm 7th Heaven (Frank Borzage, 1927). Meer informatie: http://www.silentfilm.org/pages/detail/3441 Gezien op 17 februari 2014 in Filmhuis Den Haag. Muzikale begeleiding door Kevin Toma.

 

City Girl (1930)

Een boerenzoon gaat naar de grote stad om de oogst van zijn vader te verkopen. In een lunch ontmoet hij een serveerster, die droomt van het platteland als een oase van rust. De twee raken dolverliefd en trouwen meteen. Vol trots neemt de jongeman zijn bruid mee terug naar het ouderlijk huis. Daar heeft zijn autoritaire vader echter zo zijn eigen mening over ‘stadse mensen’.  Een harde confrontatie volgt, op passende wijze vergezeld van groot natuurgeweld.

Een verbluffend inleefbaar liefdesdrama, prachtig visueel verteld door de meesterlijke Murnau en zijn team van Amerikaanse vakmensen. Met City Girl geeft hij opnieuw een demonstratie van zijn verfijnde visuele vertelkunst door onder andere een uitgekiende belichting en beeldcompositie, en door zijn vermogen ook de off screen ruimte voelbaar te maken.

De titel was aanvankelijk Our Daily Bread, maar dat veranderde in City Girl. Er werd ook een geluidsband gemaakt, maar die is verloren gegaan. Murnau verschilde van mening met producent en studiobaas William Fox over de eindversie van de film. De regisseur wilde meer symbolische lading in het verhaal brengen, de studiobaas wilde een film die geld zou opleveren. Murnau verscheurde kwaad zijn contract en maakte zijn volgende film in Tahiti. Dit resulteerde in Tabu.

Skrien (1990): “City Girl is een zwijgende film, maar zit toch vol geluid. De trein ratelt, het stadsverkeer gromt en in het restaurant hangt een wasem van herrie. Het rumoer komt van alle kanten op je af. En als de omgeving niet bol staat van allerlei geluidsbronnen, dan is er wel sprake van een heftig gesprek dat op titelkaarten onverbloemd uit de doeken gedaan wordt. Er wordt veel en luidruchtig gesproken in City Girl. […]
In deze lawaaierige entourage verkrijgen de momenten van stilte een bijzondere intensiteit. Zoals in de vrij heftige scène waarin de boerenzoon zijn vader te lijf wil gaan omdat deze zijn kersverse echtgenote een oorvijg heeft verkocht. Dan wordt de jongen echter, zonder enige fysieke of verbale inspanning, door zijn moeder tegen gehouden. Zij blijft eenvoudig voor hem staan en met een lang en droef zwijgen weet zij hem tot inkeer te brengen. Zo zijn er meerdere momenten in City Girl waarin het zwijgen, het ongezegde, meer zegt dan een titelkaart. […]
Eén scène is echter bijzonder belangrijk omdat hij de hele film kleurt. Het meisje is op haar huurkamer in de stad, niet lang nadat ze de boerenzoon heeft leren kennen in het restaurant waar zij werkt. Ze opent het raam en onmiddellijk dringt het stadslawaai de kamer binnen: een trein raast aan haar raam voorbij. En dan zien we hoe het meisje daarop reageert, hoezeer zij vervuld is van een diep verlangen. Op een billboard ziet ze twee mensen in een bootje, in de vrije, stille natuur. Het enige stukje natuur in haar kamer is een armetierige geranium met slechts enkele blaadjes, waar zij het stof van de stad vanaf moet blazen. Een mechanisch vogeltje in een kooitje complementeert het spectrum van haar Grote Verlangen. Dit onuitgesproken verlangen geeft een intense ondertoon aan haar relatie met de jongen van het land. In de rest van de film gaat het niet alleen om het zwaarbeproefde huwelijk tussen deze twee, maar ook om de vervulling van dit Grote Verlangen. Een ondertoon die in welgeteld één scène is neergezet. Dat dwingt respect af voor de meesterhand van Murnau.”
Bron: Mark-Paul Meyer, in de Skrien bijlage over F.W.Murnau (1990).
Credits
City girl. VS, 1930, 88 min, zw/w, zwijgend. Engelse tussentitels. Regie: F.W. Murnau. Gezien op zondag 21 november 2010. Muzikale begeleiding door Kevin Toma (piano).
Documentatie
Vergelijk: Der brennende Acker (1922)
In een vroegere Duitse film, Der brennende Acker (Murnau, 1922), wordt de tegenstelling tussen stad en platteland ook al scherp neergezet. De verheerlijking van het eenvoudige Duitse boerenleven staat hierbij voorop. De waarde van het land is gebaseerd op hoeveel voedsel de grond oplevert. Stadsmensen zijn allemaal geldwolven, die arrogant neerkijken op de eerlijke hardwerkende boeren. De landadel staat tussen deze twee groepen in. Ze zijn overduidelijk te zwak en te wereldvreemd om iets nuttigs bij te dragen aan een samenleving.
Het verhaal is eenvoudig: een boerenzoon dwaalt af, hij laat zich infecteren door geldzucht en superioriteitswaan. Aan het eind van de film heeft hij zijn les geleerd en keert hij terug in de familiekring. De hoofdpersoon is een irritant mannetje die je van harte een peilloze ondergang toewenst en het verhaal is erg schematisch: de nobele boer staat tegenover de ziekelijke dandy. De pluspunten zijn de prachtige winterbeelden, met weidse landschappen met veel sneeuw en strijklicht en de beelden van de verfijnde interieurs bij de adel en de stadsmensen. Er werkten twee top-cameralieden mee: Karl Freund en Fritz Arno Wagner.