Copyright Featured Image and Page Header Image: Het videobureau, Koen Samson (Pleinbioscoop 2017).
Inhoudsopgave
  • Inleiding
  • Terugblik: het Rotterdams filmklimaat vanaf de jaren negentig
  • De tussenstand: het Rotterdams filmklimaat in 2018
  • Vooruitblik: het Rotterdams filmklimaat na 2018
  • Documentatie

Een genuanceerde verkenning

Inleiding

Een veelzijdig filmaanbod beschouw ik als een belangrijke voorwaarde voor een gunstig leefklimaat in de stad. Als we een goed en gezond filmklimaat willen realiseren, dan moeten we streven naar het vertonen van een brede keuze aan films voor een divers publiek. Een gevarieerd aanbod aan films bestaat uit het hele beschikbare spectrum aan nieuwe speelfilms, kinderfilms, documentaires, klassiekers, zwijgende films, experimentele films en cultfilms.

Hoe is het Rotterdamse filmklimaat te kwalificeren volgens deze meetlat? Hier volgt een driedelig antwoord: ten eerste een (subjectieve) terugblik op het recente verleden, ten tweede een momentopname met als meetpunt het najaar van 2018, en ten derde een vooruitblik op de nabije toekomst.

  1. Terugblik: het Rotterdams filmklimaat vanaf de jaren ‘90

Deze terugblik zwenkt naar de jaren negentig, een periode die voor de huidige jeugd te kenschetsen zal zijn als vroege prehistorie. Er waren toen immers nog geen smart phones of tablets en internet begon slechts geleidelijk het dagelijks leven binnen te dringen. Zakelijk communiceren ging nog per fax en de Speelfilmencyclopedie was een boek dat herhaaldelijk herdrukt kon worden. Nostalgisch mijmeren is wat mij betreft echter niet nodig en u hoeft hier ook geen melancholisch getint verhaal te verwachten. Vroeger was alles inderdaad anders, maar niet noodzakelijk meteen ook beter dan nu.

Lantaren/Venster vervulde in de jaren negentig een spilfunctie in het Rotterdamse filmklimaat. Het meest tastbare bewijs hiervoor lag in de programmering van de ‘Cinematheek’. Dit prachtige verschijnsel begon in 1991 op initiatief van filmprogrammeur Leo Hannewijk en kon mede tot stand komen door de goede samenwerking met Christiaan van Schermbeek, destijds werkzaam als beleidsmedewerker bij de Rotterdamse Kunst Stichting (RKS).

De Cinematheek van Lantaren/Venster werd expliciet opgezet als opvolger van de Rotterdamse Filmliga. Deze filmclub organiseerde al sinds 1927 besloten voorstellingen voor hun leden. Het was een vorm van onafhankelijke en eigenzinnige kwaliteitsfilmvertoning die eind jaren twintig van de vorige eeuw landelijk werd opgezet, vol overtuigingskracht en vliegende vaandels. Maar Rotterdam is de enige stad waar een Filmliga vrijwel onafgebroken werd gehandhaafd. In de jaren vijftig gebeurde dit in de vorm van een serie voorstellingen op de zondagochtend in ‘t Venster; eind jaren tachtig waren de voorstellingen verplaatst naar bioscoopzaal Kriterion in het Groothandelsgebouw. Lantaren/Venster nam dus in de jaren negentig het stokje over, met aanzienlijk meer voorstellingen, die bovendien openbaar toegankelijk waren.

De benaming Cinematheek bleek in de praktijk overigens behoorlijk verwarrend te werken, want kon je hier dan films lenen of zo? Nee, dat niet. De achterliggende gedachte van de Cinematheek programmering was kort gezegd het filmverleden levend te houden. Ofwel oude films vertonen, en ongewone films een kans geven om een publiek te bereiken. Allemaal films die anders niet aan bod zouden komen en in vergetelheid zouden geraken. Duidelijk toch?

De gemeente had in 1991 een enorme investering gedaan in Lantaren/Venster door financiering van de grootschalige verbouwing van het pand in de Gouvernestraat. Dit was ook noodzakelijk, want filmzaal Venster 2 bijvoorbeeld was destijds nog steeds een provisorisch met golfplaten overkoepeld binnenpleintje zonder enig comfort en met een witgeschilderde muur als filmdoek. Als het hard regende overstemde de roffel op het ijzeren dak het geluid van de film. Na de verbouwing bleef het aantal filmzalen identiek, maar de foyer was wel twee keer zo groot geworden en de zalen hadden een update gekregen. Venster 2 was geheel nieuwgebouwd en werd bestemd als Cinematheekzaal, met een verhoogde capaciteit van 101 stoelen. Ik trad toen in dienst als assistent filmmedewerker.

Met de vertoning van kwaliteitsfilm bevond Lantaren/Venster zich ook na de verbouwing nog steeds op een niche-markt. In de jaren negentig bestond het alternatieve filmaanbod in Rotterdam verder nog uit de vertoningen van cultfilms door Popifilm in het tweede zaaltje van Nighttown en de vertoning van experimentele films in Zaal de Unie (geprogrammeerd door Albert Wulffers, Ingrid van Tol en Nelly Voorhuis). En vanaf 1987 werd elke zomer de Pleinbioscoop georganiseerd. Op die avonden was het traditiegetrouw leeg in LantarenVenster, maar dat was niet erg want de Pleinbioscoop was toen ook al een positieve factor voor filmliefhebbers. En uiteraard was al sinds 1972 het jaarlijkse feest van het International Film Festival Rotterdam te beleven, waarbij Lantaren/Venster een grote toevloed van bezoekers kon noteren.

In het jaar 2000 kon het tienjarig bestaan van de Cinematheek gevierd worden. Een terugblik op deze periode is gepubliceerd in de jubileumuitgave “Het Cinematheek Bewaarboek”, in een mooi ontwerp van de Panamese Vlag, Jelle van der Hijden. Het boek bevat een volledig overzicht van het veelzijdig programma aangevuld met interviews met een rij filmprominenten. Hoogtepunten in de programmering waren onder andere de viering van 100 jaar cinema in 1995 en de reeks thematische filmfestivals. Leo Hannewijk heeft het Rotterdams filmklimaat in de jaren negentig op voorbeeldige wijze verlevendigd met een zeer gevarieerd aanbod, ook in de reguliere filmprogrammering. Filmdistributeurs zoeken een goede presentatie voor de films die ze uitbrengen, dankzij Leo werd LantarenVenster een prestigieus premièretheater in het landelijk circuit van de kwaliteitsfilms.

In de reguliere filmprogrammering zijn marktpartijen noodzakelijk voor het handhaven van een gezond filmklimaat. De Rotterdamse context bestond in de jaren negentig uit een vijftal commerciële bioscopen, met in totaal circa 15 doeken: Lumière, Thalia, Calypso, Cinerama en Alhambra. Een korte periode was er ook het IMAX-theater aan de Leuvehaven. Het aanbod van deze bioscopen had vrijwel geen overlap met de programmering van LantarenVenster, met uitzondering van bioscoop Calypso dat enige tijd als ‘art house cinema’ werd geëxploiteerd, dat is de Engelse term voor een bioscoop die geen mainstream-films vertoont.  De vijf commerciële bioscopen in Rotterdam waren in handen van één partij, namelijk Tuschinski Theaters dat later werd overgenomen door achtereenvolgens MGM, Canon en Pathé. De laatstgenoemde firma bleek een blijvertje. Ze bouwden in 1996 een megabioscoop op het Schouwburgplein (7 zalen) ter vervanging van de verouderde bioscopen, in 2002 gevolgd door Pathé de Kuip (14 zalen).

Tot 2000 bleef Cinerama (5 zalen) functioneren als Pathé-bioscoop, toen werd het pand overgenomen door Krijn Meerburg die al bioscopen in Amsterdam en Den Haag beheerde. In 2002 volgde een verbouwing van Cinerama, met een uitbreiding met twee nieuwe zalen. Dit veroorzaakte een verschuiving in het Rotterdamse filmklimaat: Lantaren/Venster had niet langer een dominant marktaandeel bij de vertoning van art house films.

De viering van tien jaar Cinematheek bleek achteraf ook een afronding van een voor het filmklimaat in Rotterdam belangrijke periode te zijn. Leo Hannewijk nam kort daarvoor afscheid en bouwde in Vlissingen succesvol het nazomerfestival ‘Film by the Sea’ op (in 2018 werd hij opgevolgd door Jan Doense). Bij Lantaren/Venster werden de financiële randvoorwaarden rond de eeuwwwiseling steeds kariger. Alle medewerkers hebben hun best gedaan, maar konden niet voorkomen dat de toeloop minder werd. Het Cinematheek-budget kwam onder druk te staan en werd tenslotte geheel afgebouwd.

Lantaren/Venster was op de oude locatie van de Gouvernestraat door interne strubbelingen en een jarenlang krimpende omzet bijna tot de ondergang gedoemd, maar de verhuizing in 2010 naar de Wilhelminapier betekende een miraculeuze wederopstanding. Hier past een compliment aan de mensen die dit mogelijk hebben gemaakt. Dit succes was des te meer miraculeus omdat in die periode de cultuursector als geheel te lijden had onder extreem zware bezuinigingen door de overheid, zowel landelijk als lokaal. De programmering werd wel teruggebracht tot de combinatie van film en jazz. De naam bleef gehandhaafd, alleen het streepje verdween.

In januari 2012 werden alle filmcabines van Lantarenvenster zonder problemen voorzien van kostbare digitale projectoren. Deze geweldige investering werd mede mogelijk gemaakt dankzij het unieke landelijke poldermodel van ‘Cinema Digitaal’, een samenwerking tussen rijksoverheid, distributeurs en bijna alle niet-commerciële filmvertoners (het investeringsproject werd in 2018 volgens schema afgerond).

De digitalisering van de projectie brengt vele praktische voordelen met zich mee, maar lijkt zakelijk gezien vooral voordelig uit te pakken bij de reguliere filmuitbreng, vanwege de toegenomen logistieke efficiency. Bij incidentele voorstellingen geldt een wereldwijd probleem: zodra je afwijkt van de gebaande wegen van de reguliere uitbreng, word je geconfronteerd met de geringe mate van beschikbaarheid van de digitale kopie (de DCP in vaktermen). In de huidige praktijk kom je dan vaak uit op een Blu Ray als beelddrager met de hoogste resolutie, als dit al beschikbaar is (het repertoire is helaas nog beperkt).

  1. De tussenstand: het Rotterdams filmklimaat in 2018

Lantarenvenster

De vestiging op een A-locatie heeft Lantarenvenster een nieuwe status gegeven, maar bracht ook nieuwe verplichtingen met zich mee op financieel vlak (lees: de confrontatie met een hoge huur). Het is een nuchter ervaringsfeit dat de hoge lasten van de huisvesting bij Lantarenvenster een hoge rendementsdruk zetten op de vereiste baten (zaalverhuur, horeca en programmering). De verhuizing resulteerde in een stijging van het aantal filmbezoekers, dankzij programmeur Roderik Lentz. Ook de jazz-programmering maakt furore, dankzij programmeur Frank Bolder.

De focus bij de filmprogrammering ligt noodgedwongen op het vermijden van financiële risico’s, met als gevolg dat de filmprogrammering gericht is op het selecteren van de meest rendabele art house films.

  • Ter nuancering: dit is een landelijke trend, die bij alle Nederlandse niet-commerciële filmtheaters te signaleren is. Er is overal merkbaar minder plaats voor een avontuurlijke filmselectie.
  • En een tweede nuancering: initiatieven voor incidentele filmvoorstellingen zijn zeker wel mogelijk bij Lantarenvenster, op voorwaarde dat een garantiesom afgerekend kan worden. Deze constructie kan gekenschets worden als een ‘zachte verhuur aan derde partijen’.

Deze voorzichtige aanpak levert toch een levendige en gevarieerde vertoningspraktijk op, dankzij bestendige initiatieven als Camera Japanen het Architectuur Film Festival Rotterdam. Ook de overburen van het Nederlands Fotomuseum huren geregeld een filmzaal en zetten daar een interessant programma neer. Daarnaast zijn speciale projecten met gelabelde subsidies mogelijk zoals de talentenavond ‘Rotterdams Open Doek’, dat vanaf 2016 een jaarlijks hoogtepunt krijgt in het Rotterdams Open Doek Festival.

Bij de bezuinigingen van het gemeentelijk Cultuurplan 2013-2016 werd de subsidie voor Lantarenvenster grotendeels gehandhaafd. De vermindering van de gemeentelijke bijdrage bleef na een intensiefve lobby beperkt tot een korting van cica 10% op de aanvraag. Deze derving van inkomsten werd deels opgevangen door een meteen in 2013 doorgevoerde kleinschalige reorganisatie (lees: het ontslag van vijf deeltijd-medewerkers). Helaas was ik ervaringsdeskundige bij dit collectieve exit-traject. Maar dat is een ander verhaal dat op een ander moment verteld kan worden. Ik beperk me tot de constatering dat mijn kritische visie op deze beleidsbeslissing mede gevoed is door mijn ervaring als voorzitter van de OR in de eerste jaren na de verhuizing en ook onderbouwd kan worden door mijn eerdere ervaring als gastdocent personeelsbeleid bij de opleiding Cultuurmanagement aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Het advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur bevat in 2012 een duidelijke kritische noot:

  • “De programmering in de afgelopen jaren toont adequate invulling op het gebied van film. De Raad kan echter de beschrijving door LantarenVenster zélf dat het filmaanbod buiten de gebaande paden treedt, niet onderschrijven. De Raad ziet in het filmaanbod veel overeenkomsten en overlappingen met dat van andere bioscopen in de stad en regio. Hoewel LantarenVenster meer specifieke filmhuisprogrammering en een vrij breed en soms ook verdiepend programma biedt, is het aanbod niet uniek of opvallend vernieuwend. De Raad waardeert dat LantarenVenster -als vertoningsplaats- ruimte en onderdak biedt aan andere organisaties voor thematische programmering. De Raad acht het raadzaam dat LantarenVenster zich meer actief opstelt, enerzijds door zijn zalen ruim beschikbaar te stellen aan initiatieven, anderzijds door zelf actief als inhoudelijk initiator op te treden voor de samenstelling van themaprogramma’s. Door eigen programmering kan LantarenVenster zijn eigen signatuur en profiel versterken.”
Bron:https://www.rrkc.nl/wp-content/uploads/2013/10/cultuurplanadvies-2013-2016-incl-erata.pdf

Bij het gemeentelijk Cultuurplan 2017-2020 werd het gevraagde bedrag integraal overgenomen. Maar ook dit advies van 2016 bevat een kritische noot:

  • “Qua filmprogrammering vertoont LantarenVenster een breed palet aan films en volgt in zijn programmering de internationale ontwikkelingen. De film- en festivalprogram- mering ogen rijk en weloverwogen. Het theater biedt een breed spectrum binnen de Arthousefilm, zowel qua genres als herkomst. De Raad heeft wel kritiek op de werk- wijze; LantarenVenster zou zich meer proactief op de markt moeten begeven en minder het aanbod moeten volgen. [-] LantarenVenster lijkt het huidige beleid te consolideren en voort te zetten, in plaats van dat het inspeelt op de huidige veranderingen in de beeldcultuur. LantarenVenster signaleert deze wel, maar reageert er vervolgens niet inhoudelijk op. De ontwikkelingen in de beeldcultuur omschrijft de organisatie niet scherp genoeg in het plan. Wel geeft zij aan dat er het nodige moet gebeuren om de beeldcultuur van de toekomst aan te kunnen. De Raad mist echter een duidelijke eigen invulling daarvan.”
Bron:https://www.rrkc.nl/wp-content/uploads/2016/07/RRKC_Cultuurplanadvies_2017_2020_met-errata-juli2016.pdf

Een belangrijk beslissingscriterium bij een avontuurlijke filmprogrammering is het gemiddeld aantal bezoekers per voorstelling. Waar leg je de grens van wat rendabel en zinvol is: bij een minimaal gemiddelde van 50 bezoekers, of 10 bezoekers, of 5 bezoekers? De oplossing is de evaluatie niet te beperken tot het getalsmatig meten van de toeloop, maar uit te breiden met een goed overwogen en beargumenteerde weging van gedane keuzes binnen de kaders van mogelijkheden, waarbij kwaliteit zwaarder dient te wegen dan kwantiteit.

De onderbouwing van de keuzes kan versterkt worden door een vergelijking met het jaaraanbod van andere filmtheaters met dezelfde omvang (in dit geval onder andere Filmhuis Den Haag, Verkadefabriek in Den Bosch, Lux in Nijmegen, Lumière in Maastricht), maar ook door een eigenzinnige koers te durven te varen. Vanaf april 2017 werd Pepijn Kuyper de nieuwe directeur van Lantarenvenster.

Overige Rotterdamse filmvertoners

Aan nieuwe initiatieven is stadsbreed gezien geen gebrek in Rotterdam. Dat is verheugend, want het levert een rijke oogst aan bijzondere filmvertoningen op, georganiseerd door enthousiaste, energieke mensen. In de bijlage staat een zo volledig mogelijke inventarisatie van kleinschalige filmvertoningen en filmfestivals in Rotterdam, het is een zo volledig mogelijke stand van zaken in 2019. Het blijkt een verrassend lange lijst te zijn. Hier lijkt warempel sprake van een uiterst zonnig Rotterdams filmklimaat. Geen wolkje aan de lucht dus? Ja, toch wel.

Al deze sprankelende filmvertoningen hebben een wankele financiële basis, ondanks de onvermijdelijke onderbetaling van de meestal jonge uitvoerders en de belangeloze inzet van heel veel vrijwilligers. De fondsenwerving is tijdrovend en blijft altijd ad hoc en incidenteel. Dit levert een gebrek aan continuïteit op, want zodra je een betaalde baan kunt krijgen heb je geen tijd meer voor deze hobby-projecten. Of je verliest de moed en gaat gewoon wat anders doen.

Ook het verwerven van de vertoningsrechten blijft als vanouds een obstakel. Het kost vaak moeite om de juiste rechthebbenden te traceren en de tarieven van de vertoningsrechten verschillen nogal sterk: van toeschietelijke vriendenprijzen tot absurd hoge wurgbedragen. Je komt als filmprogrammeur al snel terecht in de verlokkingen van een grijs circuit van half-legale of illegale vertoningen.

  1. Vooruitblik: het Rotterdams filmklimaat na 2018

Film is nu al overal beschikbaar en onder ieders handbereik. Een vertoning in een kring van vrienden zal dus zeker makkelijk te regelen zijn. Wat is in deze situatie nog de toegevoegde waarde van de bioscoop of het filmhuis?

De ene strategie is te kiezen voor meer luxe en comfort, de andere strategie is te kiezen voor de optimale evenementswaarde van het filmbezoek. Kies je voor evenementswaarde, dan kun je het grootschalig aanpakken (zoals het International Film Festival Rotterdam zeer succesvol doet), of juist kleinschalig. Dat laatste heeft mijn meeste interesse, want geef mij maar gewoon een zaaltje met een doek en een stel enthousiaste mensen die hun ziel en zaligheid leggen in het vertonen van een film die ze belangrijk vinden. Een daad van liefde en overtuiging. Hier is de energie van de stad merkbaar, hier is de creatieve veerkracht zichtbaar en het vermogen tot ongeremde verbeelding voelbaar.

Voor een levendig filmklimaat is het is nodig ruimte te bieden aan eigenzinnig en gedreven jong talent en nieuwkomers, ook op het vlak van presentatie of ‘curating’. Het resultaat is veelzijdigheid en variatie in het aanbod van smaakgroepen en minderheden.

Het Lantarenvenster publiek vergrijst, dit is een landelijke trend. Deze filmbezoekers gingen in hun studententijd in de jaren vijftig, zestig of zeventig naar Lantarenvenster, maar hun kinderen en kleinkinderen doen dit niet.

Rotterdam is vanouds een moeilijke stad op het vlak van publieksbereik voor cultuuraanbod. Voor niet-commercieel filmaanbod is mijns inziens toch een groot potentieel publiek aan te boren, maar dan wel op een inventieve, afwijkende manier. De kleinschalige filminitiatieven trekken aantoonbaar een jong publiek en bedienen minderheden met specifieke voorkeuren.

Deze initiatieven komen spontaan tot stand, hun levensvatbaarheid hangt af van de inzet van de initiatiefnemers en de respons van de beoogde doelgroepen. Dit is zowel hun kracht als hun zwakte. Aan de ene kant is het gezond je te moeten bewijzen, aan de andere kant verdampt veel enthousiasme door gebrek aan een voedingsbodem. Deels is hier dus sprake van een gezonde survival of the fittest, met de nuchtere verplichting je bestaansrecht te bewijzen door aantoonbare draagkracht. Maar aan de andere kant is een actieve ondersteuning vanuit de gemeente Rotterdam hierbij toch gewenst.

Het is natuurlijk mooi dat het mogelijk is om incidentele projectsubsidies aan te vragen bij de gemeente Rotterdam. Dit lokale cultuurbeleid functioneert momenteel ook goed. Ik wil hier echter wel pleiten om het gemeentelijk filmbeleid uit te breiden met de installatie van een Rotterdamse filmvertoningconsulent.

Filmvertoningconsulent

Cultuurspreiding is goed. In het gemeentelijk beleid zou plaats moeten zijn voor de ondersteuning van een coördinatiepunt voor de alternatieve filmvertoning in de Rotterdamse wijken. In het ideale geval zou sprake zijn van een Rotterdamse filmvertoningconsulent die de belangen van een gevarieerd en gedecentraliseerd filmaanbod behartigt. Op dit moment werken de verschillende initiatieven vrolijk langs elkaar heen. Ze berokkenen elkaar weliswaar geen schade, maar ze versterken elkaar ook niet. Met een klein beetje regie zou dit wel mogelijk zijn.

Naast cultuurspreiding is wat mij betreft dus ook een zekere mate van cultuurconcentratie aan te bevelen, in de vorm van constructieve centrale regie en ondersteuning. Een eerste taak voor deze functionaris zou bijvoorbeeld de verzorging van een collectieve filmladder voor de alternatieve vertoners kunnen zijn, want dit is momenteel één van die enthousiaste initiatieven die door gebrek aan tijd en geld stagneren.

Samenwerking met het goed functionerende netwerk van Rotterdamse cultuurscouts ligt uiteraard voor de hand. De cultuurscouts van Feijenoord en Charlois (spreek uit: Sjaarloos) zijn in 2017 al begonnen de verschillende filminitiatieven op Rotterdam-Zuid te coördineren.

Een ander praktisch punt lijkt me dat de nieuwe consulent aansluiting zou moeten zoeken bij bestaande lokale culturele agenda’s zoals We Own Rotterdam.Tevens is het team van Cineville een waardevolle gesprekspartner. Momenteel zijn Lantarenvenster, Cinerama, Worm en Kino aangesloten bij dit landelijke netwerk van filmvertoners.

Mijn pleidooi voor een filmvertoningconsulent is mogelijk zeer naïef te noemen omdat in Rotterdam zelfs geen plaats bleek te zijn voor het Rotterdams Media Fonds dat toch tastbaar geld in het laatje bracht met onder andere het binnenhalen van filmopnames naar Rotterdam. De evaluatie van het nut van een filmvertoningconsulent zit echter niet op het niveau van baten en lasten, maar van onmisbare inspiratie en bezieling. Dit moet geformuleerd worden in termen van een aantoonbare meerwaarde voor de kwaliteit van het stadsleven.

Ook in de nabije en verre toekomst blijft het voor ons in de niet-commerciële filmsector de enige mogelijkheid om steeds opnieuw goed gemotiveerd en positief ingesteld een hoogwaardig cultureel evenement neer te zetten, tegen alle verdrukking in. Maar dan wel graag met een kader van ondersteunende maatregelen die de diversiteit van het filmaanbod waarborgen. Het zou mooi zijn als de gemeente Rotterdam deze noodzaak zou kunnen vertalen in een strategische aanpak.

Documentatie

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het kwartaalblad Puntkomma# 5 (oktober-december 2014) pp. 18-19. Op basis van voortschrijdend inzicht en observatie van nieuwe ontwikkelingen heb ik de tekst aangevuld, daarbij tevens dankbaar gebruikmakend van ontvangen commentaren.
 De Rotterdamse bioscopen
Rotterdam heeft circa 600.000 inwoners, die in 2016 een keuze hebben uit de volgende bioscopen:
  • Pathé Schouwburgplein(7 zalen, totaal 2592 stoelen) en Pathé De Kuip(14 zalen, totaal 2746 stoelen) URL: http://www.pathe.nl/bioscoop/dekuip/informatie
  • Cinerama Filmtheater(7 zalen). In de zomer van 2014 nam het Belgische Kinepolis de bedrijfsvoering van Cinerama over van de Utrechtse bioscooponderneming Wolff. URL: http://www.cineramabios.nl
  • In oktober 2016 opende het onafhankelijk filmtheater Kinode deuren voor filmvertoning in de Gouvernestraat. URL: https://kinorotterdam.nl/
  • De art house bioscoop Lantarenvensterop de Wilhelminapier heeft vijf filmzalen (totaal 535 stoelen) en een multifunctionele zaal (290 stoelen). In de Cultuurplanperiode 2017-2020 ontvangt LantarenVenster elk jaar 1.480.00 euro subsidie van de gemeente Rotterdam. URL: lantarenvenster.nl
De firma Euroscope bouwde in 2017 een multiplex bouwen in Schiedam (Rotterdam West). Omvang: 11 zalen (2.500 stoelen). De firma Vue heeft plannen voor een multiplex aan het Ahoyplein in Rotterdam Zuid.
Locaties met kleinschalige filmprogrammering in Rotterdam, anno 2019
  • Worm, het Instituut voor Avantgardistische Recreatieheeft de verschillende initiatieven op het vlak van presentatie van audiovisuele cultuur gebundeld onder de noemer ‘Filmhaus Worm’, een platform voor filmseries van gastprogrammeurs.
  • CineNoord- Een filmreeks samengesteld door Bas de Leijer, vanaf oktober 2011. Tevens kindermatinees onder de naam Zien In Noord, samengesteld door Eva Weijers. Vooraf workshops. De eerste vier seizoenen was CineNoord gevestigd in de kapelzaal op zolder bij Wijkgebouw ‘t Klooster. Vanaf september 2015 vinden de vertoningen van CineNoord plaats in Studio de Bakkerij op de Bergweg. URL: http://www.cinenoordrotterdam.nl
  • Cinema Islemunda(IJsselmonde). URL: http://www.islemunda.nl/home/
  • Filmavonden in De Machinist- URL: http://www.demachinist.com
  • Khachapuri Kino Club– een initiatief van filmmaker Pieter Jan Smit en fotograaf Nino Purtskhvanidze, in podium gallery ‘Tante Nino’ (Noordereiland).
  • Kopfkino– een serie gesprekken en films, georganiseerd door Léon van Geest in Kino.
  • Mediawand Rotterdamse Schouwburg.Programmering: Ferry Ronteltap. URL: http://www.mediawand.nl
  • KinoKlub Goethe- Een maandelijkse filmreeks op de eerste dinsdagavond van de maand, samengesteld door Peter Bosma.
  • Filmclub– een maandelijkse filmreeks, samengesteld door het Tsjechisch Centrum.
  • ‘De scherpe blik’, filmreeks in de Rotterdamse Salonin samenwerking met filmjournalist Jos van der Burg.
  • Cinema West– pop-up cinema. Incidentele screenings samengesteld door Mark Duursma. URL: http://www.cinemawest.nl
  • Blini Bioscoop- http://blinibioscoop.rusart.nl/index.php/nl/
  • Off-Crimmp_Cinema,een filmprogramma in ocw, podium voor kleinschaligheden (Drievriendenstraat 26). Samengesteld door Noud Heerkens. URL: http://www.podiumocw.nl
  • Hip Hop Huis – Movienight
  • Kinderbios– in het Bibliotheektheater
  • Stichting Vreewijk Cultuur- filmavonden in restaurant Het Witte Paard(Groenezoom).
  • CineSchie, art-film vertoningen in wijkteater Musica(Overschie)
  • filmavonden in het Nivonhuis.URL: http://www.nivonrotterdam.nl
Rotterdamse filmfestivals en pop-up filmevenementen
Fade into black; verdwenen initiatieven
  • In 2014 stopten de vertoningen vanKinoKino- een unieke filmreeks in Worm, samengesteld door IFFR-programmeur/freelancer Peter Taylor die werd benoemd tot directeur van het Berwick Film & Media Arts Festival. Hij bood in Worm jarenlang een gedurfde verkenning van een internationale niche market, zijn programmering bevatte zowel de presentatie van experimentele films en aanstormend nieuw talent (o.a. Computer Chess(Andrew Bujalski, 2013) als ook exclusieve revivals (o.a. films van Paradjanov). In 2015 maakte hij nog een herstart van zijn eigengereide Rotterdamse vertoningreeks KinoKinoen vond daarvoor onderdak bij de galerie Westin Den Haag. De nieuwe serie kreeg het label ‘Double Jeopardy’, met als toelichting: “a provocative new bi-monthly public film program. Over one evening, we’ll look at two films from two existentially challenging, breast baring and risk-taking moving image makers. From this century and the last, from slow-cinema to desktop documentary. Through the juxtaposition of varying critical positions, personal conjecture and suitably sticky screening notes, Peter Taylor will frame the films in distinct and uncompromising ways.”
  • Sea Me Hear Me- beeld en geluid festival, samengesteld door Stichting Pier10. URL: http://www.seemehearme.nl
  • de Fruitbios, fruitige films en filmig fruit. URL: http://fruitbios.nu
  • Filmzeit, openminded Cinema Nights. URL: http://www.filmzeit.nl
  • Post-Office -pop-up cinema & debatruimte. Een initiatief van twee architecten. https://www.facebook.com/postofficerotterdam/info
  • Pop-up Cinema Kriterion Rotterdam- Een filmreeks samengesteld door Rotterdamse studenten, enige tijd tijdelijk gehuisvest in het ”Gele Gebouw” in het ZoHo kwartier . URL: http://www.kriterionrotterdam.nl
  • Suburban Videoloungevertoonde vanaf 2004 mediakunst in de kelder van de Urban Espresso Bar, op initiatief van Toine Horvers. Vanaf 2011 geprogrammeerd samen met Kathrin Wolkowicz. In 2014 startte de serie Suburban PS, samengesteld door IFFR-programmeur Erwin van ‘t Hart. In 2016 werd de koffiezaak verkocht en werden de vertoningen gestopt door de nieuwe eigenaren.
  • In 2016 werd het station Bergweg aan het Eudokiaplein gerestaureerd en casco opgeleverd. De ruimte wordt verhuurd aan een restaurant. Het projectplan Noorderbioscoopvan Revelino Heskes kwam hiermee definitief in de ijskast. URL: http://www.noorderbioscoop.nl
  • Festival Latino Americano Rotterdamin LantarenVenster, met een programma van film & muziek, een tijdelijke herneming van de reeks Latijnsamerikaanse festivals die in de jaren 90 werden georganiseerd.
Documentatie: de culturele agenda’s voor Rotterdam
Inventarisatie: overige professionele zalen met tribunes en techniekcabines in Rotterdam
Vergelijking met Amsterdam
  • Kleine filmvertoners:Kriterion; de Uitkijk; het Ketelhuis; Melkweg Cinema; De Balie; Filmhuis Cavia; Filmhuis Griffioen; SMART Cinema; Studio K; Lab 111; FC Hyena.
  • Enkele filmfestivals:IDFA; Imagine Filmfestival; CinemAsia; Klik Amsterdam Animation Festival; Cinedans Festival; Da Bounce Urban Film Festival; World Cinema Amsterdam; Amsterdam Spanish Film Festival; Amsterdamned; openluchtbioscoop Pluk de Nacht.
… en Den Haag
… en de regio
  • Wenneker Cinema, Schiedam (en het Suikerzoet Filmfestival)
  • Filmhuis Lumen, Delft (en o.a. het Festibérico filmfestival)
  • Kijkhuis, Leiden (en het International Leiden Film Festival)
  • Filmhuis Gouda (en het Architectuur Filmfestival)
  • The Movies Dordrecht
De auteur
Peter Bosma is zelfstandig onderzoeker, filmprogrammeur en docent. Hij was van 1992 tot 2012 bij Lantarenvenster werkzaam als filmmedewerker en redacteur. In 1981 kwam hij voor het eerst over de vloer bij Lantarenvenster als vrijwilliger bij het filmfestival Rotterdam en de distributietak van het festival.