Featured Image and Page Header Image: Collection Cinematek, Brussel. Copyright: Synchro-Ciné.

Gastauteur: Ivo Blom

Deze tekst is eerder gepubliceerd in de losbladige publicatie Kroniek van de stille film, no 22. Brussel: Koninklijk Filmarchief, december 1995. Deze digitale publicatie gebeurt met toestemming van de auteur en de uitgever, en heeft een geactualiseerde literatuuropgave.

 

Door contacten met Parijse avant-gardisten als Blaise Cendrars kwam kunstschilder Fernand Léger na de Eerste Wereldoorlog in aanraking met het medium film. Hij was toen al een bekend kubistisch schilder. In 1921 startte hij zijn eerste filmexperiment, de nooit voltooide animatiefilm Charlot cubiste. Een jaar later ontwierp hij affiches voor La roue (1923) van Abel Gance en was hij adviseur bij de productie. In 1923 ontwierp Léger decors voor de film L’inhumaine van Marcel L’Herbier. Met Dudley Murphy realiseerde hij in 1924 de avant-garde film Ballet mécanique. In 1940 emigreerde Léger naar de Verenigde Staten, waar hij meewerkte aan Hans Richters Dreams That Money Can Buy (1946). Na de oorlog keerde hij naar Frankrijk terug.

Dudley Murphy had in de Verenigde Staten al diverse films gerealiseerd, voordat hij naar Parijs kwam. Hij zocht kunstenaars op die aan zijn experimentele films wilden meewerken of deze wilden financieren. Man Ray wees hem af, maar Fernand Léger ging met hem in zee en financierde de film. Uit deze samenwerking ontstond Ballet mécanique. Man Ray zou wel aan de film meewerken en draaide enkele buitenopnamen. Murphy keerde later in de jaren twintig terug naar Hollywood. Daar regisseerde hij, in een tijd dat segregatie in de Hollywood-industrie nog sterk aanwezig was, een aantal films met zwarte acteurs: The Emperor Jones (1933) met Paul Robeson bijvoorbeeld.

De geschiedenis van Ballet mécanique heeft jarenlang voor misverstanden gezorgd. Met de veranderende houding van filmarchieven en het teruggaan naar primaire bronnen door filmhistorici kon men bijvoorbeeld concluderen dat er niet één Ballet mécanique bestaat, maar verschillende. De film werd oorspronkelijk uitgevoerd met muziek die door Georges Antheil gecomponeerd was, maar Antheils muziek is verdwenen. Om redenen van prestige en nationalisme werd Ballet mécanique in latere jaren geclaimd als een uitsluitend door Léger vervaardigde, Franse productie, ondanks het aandeel van Antheil en Dudley Murphy in de film. In 1926 vertoonde Murphy de film in New York en Londen en maakte kopieën voor de filmhuizen in de Verenigde Staten. Het blad Moving Picture World vermeldde in een artikel van 15 mei 1926 Murphy zelfs als enige maker van de film.

Vanaf de jaren dertig begonnen wereldwijd echter kopieën te rouleren, waarbij Murphy’s naam zou ontbreken. Deze versie stamde van de Cinémathèque Française, die nieuwe begintitels aan de film bevestigd had om hem meer prestige te geven naar subsidiegevers toe. Murphy’s versie was langer, meer in overeenstemming met de score van Antheil, en bevatte meer naaktscènes met Katherine Murphy en Kiki de Montparnasse.

  • Naast deze versie bezit het Museum of Modern Art een 16-millimeter versie, die door Léger in 1939 aan het museum was geschonken. Deze versie komt qua montage grotendeels overeen met de versie van de Cinémathèque Française, maar bezit handgekleurde shots, met name in de sequenties waarin geometrische vormen elkaar in snel tempo opeenvolgen.
  • Het Nederlands Filmmuseum – nu Eye Filmmuseum – bezit een 35-millimeter origineel, dat eveneens deze handgekleurde sequenties bezit, maar waarbij de originele begintitel ontbreekt. Deze versie is degene die eind jaren twintig door de Nederlandse avant-gardistische beweging Filmliga werd verworven.
  • In de Amerikaanse Anthology Film Archives tenslotte is de oudste versie aanwezig, die in 1924 bij de wereldpremière van Ballet mécanique in Wenen werd vertoond op Friedrich Kieslers Internationale Ausstellung Neuer Theatertechnik.

Volgens William Moritz, Amerikaanse deskundige op het gebed van experimentele film, zijn de genoemde kleurenversies met stellige zekerheid door Léger zelf ingekleurd en pas na de Weense première toegevoegd. De Weense versie is dan mogelijk een werkkopie geweest. Dit vermoeden wordt bevestigd door Christopher Green. De film werd in september 1924 in Wenen vertoond, maar de episode met de tekst “On a volé un collier de perles de cinq millions” slaat op een affaire die pas op 10 september in L’intransigeant verscheen. Waarschijnlijk hebben de makers een en ander aan de film toegevoegd, voordat deze in Parijs in première ging, in november 1924.

Ballet mécanique is een film over beweging en snelheid. De menselijke activiteiten lijken er gereduceerd tot louter musculaire bewegingen. Shots van op en neer gaande zuigers, stangen van machines en snel ronddraaiend keukengerei worden afgewisseld met beelden van mensen op een glijbaan en van andere kermisattracties, van openende en sluitende ogen. Een vrouw wiegt op een schommel (Katherine Murphy), de beweging van de schommel wordt voortgezet door bewegende voorwerpen in close-up. Een vrouwenmond glimlacht gekunsteld. Maar het sterkst komt deze mechanisatie van de mens tot uitdrukking in de sequentie met een vrouw die een trap opklimt, terwijl ze een zware wasmand torst. Dit beeld herhaalt zich een aantal keren en wordt afgewisseld door beelden van machines die ook steeds een beweging herhalen. De vrouw wordt een soort machine. Het shot werkt aanvankelijk op de lachspieren, maar de voortdurende beweging maakt het torsen en klimmen van de vrouw tot een sisyfusarbeid.

Ballet mécanique bestaat uit een introductie, een zevental onderdelen en een epiloog. De film begint en eindigt met een kubistische uitvoering van Chaplin, een geanimeerde marionet die bestaat uit hoekige elementen. Tussen de delen zitten verbindende elementen in de vorm van handgekleurde flitsen van driehoeken, cirkels en vierkanten, meestal gevolgd door korte momenten van rust in de vorm van afbeeldingen van Légers schilderijen. Voorwerpen als een strooien hoedje en keukengerei komen regelmatig terug en worden door hun (herhalende) bewegingen of hun abstracte vormen ontdaan van hun alledaagse betekenis. Ook tekst verliest zijn betekenis in het spel met de zin “On a volé un collier de perles de cinq millions”. De nullen van 5.000.000 worden abstracte vormen die los van hun context een eigen “ballet” opvoeren. Léger zocht naar het pure filmbeeld en de filmische beweging, ontdaan van de anekdote en het theatrale. Narrativiteit is onbelangrijk, de film werd zonder een uitgewerkt scenario gerealiseerd.

Fernand Léger was onder de indruk van Abel Gance’s gebruik van beelden van machines in La roue, één jaar voor Ballet mécanique uitgebracht. De locomotief in La roue lijkt de hoofdrol te spelen. Ook Gance’s technieken van fragmentatie en uitvergroting interesseerden Léger. La roue was van grote invloed op de vormen van Ballet mécanique, op het gebruik van close-ups. Ook van andere “moderne” filmische middelen als rijders, tijdopnamen, prismatische vertekeningen en snelle montages wordt uitvoerig gebruik gemaakt. Op zijn beurt werd Ballet mécanique een belangrijke inspiratiebron voor avant-gardistische filmmakers. Tot op de dag van vandaag geldt Ballet mécanique als een mijlpaal in de geschiedenis van de avant-garde film.

 

Ivo Blom (1995) ‘Ballet Mécanique’, in: Kroniek van de stille film, no 22. Brussel: Koninklijk Filmarchief.

 

Naschrift auteur (9-3-2012):
“Paul Lehrmann heeft in The Revival of George Antheil’s Ballet Mécanique (2000) overtuigend aangegeven, dat de geschiedenis wat anders in elkaar stak dan hierboven is beweerd, met name gebaseerd op Moritz’ onderzoek. Antheils muziekstuk Ballet mécanique werd los van de film gecomponeerd en was twee keer zo lang als de film. In 1924 werd Antheils muziek in Parijs opgevoerd zonder de film, terwijl in hetzelfde jaar de film zonder muziek in Wenen voor het eerst werd vertoond. Pas in 1935 werd in New York de film voor het eerst met een aangepaste versie van de muziek vertoond. Het is ook niet zo dat Antheils muziek is verdwenen, maar een uitvoering van het stuk zoals Antheil bedoelde (met zestien pianola’s) werd pas na 2000 onder leiding van Paul Lehrmann gerealiseerd. Deze uitvoering werd zelfs in 1924 niet zo uitgevoerd, maar aangepast (slechts één pianola en een aantal menselijke pianisten).”
Credits
Ballet mécanique. Alternatieve titel: Charlot présente le Ballet mécanique. Première: [september/oktober] 1924, Wenen. Oorspronkelijke speelduur: 12 tot 14 minuten, naargelang de bron. Productie en regie: Fernand Léger, Dudley Murphy. Camera: Dudley Murphy, Man Ray. Muziek: Georges Antheil. Met: Kiki de Montparnasse, Katherine Murphy.
Documentatie
  • Léger, Fernand, ‘Le Ballet mécanique’, in: L’Esprit Nouveau, 28, 1925.
  • Léger, Fernand, ‘A New Realism – The Object: Its Plastic and Cinematic Value’, in: Essays and Images. Illustrated Reading in the History of Photography, ed. Beaumont Newhall (New York: Museum of Modern Art, 1980), 231-233.
  • Christopher Green, Léger and the Avant-garde, New Haven/London: Yale UP, 1976.
  • William Moritz, ‘Strubbelingen rond een kopie: Ballet Mécanique’, in: Versus2 (1988) pp. 132-140. URL: http://tijdschriften.filmarchief.ub.rug.nl/FILES/root/versus/1988/2-1988/struroeek/strubbelingenrondeenkopie.pdf.
Zie ook:
De recente reconstructie door Paul D. Lehrman van de oorspronkelijke muziek van George Antheil bij Ballet Mécaniqueis goed gedocumenteerd: