Copyright Featured Image and Page Header Image: F.C. Produzioni/ P.E.C.F.

De herinneringen van Fellini

 

Fellini geeft in Amarcord (1973) een terugblik op de jaren dertig en veertig, in een Italiaans provinciestadje aan de zee. Het is de ‘larger-than-life‘ versie van zijn eigen herinneringen aan zijn jeugdervaringen en schooljaren in Rimini.

De film begint met een pluisjes in de wind, een fleurig teken dat het voorjaar aanbreekt.

  • Terzijde: Jos Stelling maakte een hommage aan Amarcord, door deze pluisjes te citeren in De Illusionist (1983).

Amarcord eindigt met een bruiloft, een feest met een grimmige ondertoon. Tussenin staan vele wonderlijke, hilarische en fantasievolle scènes met de kracht van visioenen. Denk aan de scène in de mist, waarin de opa van het gezin ‘verdwaalt’. Denk aan de sneeuw, die zich manshoog opstapelt. Denk aan de scènes in de bioscoop.

De film is ook een afrekening met het fascisme, een waarschuwing voor de alledaagsheid ervan. Fellini serveert een gevarieerde herinnering aan vervlogen tijden, hij lijkt vervuld van gemengde gevoelens bij zijn terugblik op zijn jeugdjaren.

Anton Haakman, in De Tijd 26 april 1974:

“[…] Het begint met een lentefeest, het eindigt met eenzaamheid, afscheid, dood. Het begint met karikaturen, het eindigt met een milde, maar droevige kijk op machteloze, zielige mensen. Het komische wordt schrijnend. […] Fellini probeert het fascisme van binnenuit te verklaren, vanuit een mengsel van afschuw en gefascineerdheid. Alles en iedereen is belachelijk en ontroerend tegelijk. Tegelijk maakt hij duidelijk waar de basis van het fascisme ook nu nog ligt. Fellini idealiseert het verleden bepaald niet. Hij staat niet alleen kritisch tegenover de gebeurtenissen van toen, maar ook tegenover de verhalen, de dromen en de films van toen. […] Fellini trekt geen conclusies. Hij voert zijn jeugdherinneringen op als een raadsel. Het verleden biedt weinig houvast aan iemand die geen raad weet met het heden. In ieder geval is hij niet van zijn reis thuisgekomen met gezellige verhalen over de gouden oude tijd.”

Wim Verstappen, in Vrij Nederland 15 juni 1974

“Met Amarcord levert Fellini de verschrikkelijke prestatie om een heel provinciestadje aan ons voor te stellen. Aan het eind van de film heb je het gevoel dat je ze allemaal kent, zonder dat je nou de indruk krijgt dat er bijzonder moeite genomen is al die mensen te introduceren. […] in Amarcord levert Fellini een scenario-technisch hoogstandje, want hij slaagt erin alle klippen te omzeilen. Met verwondering stelt men vast, dat in een film waarin ‘niets gebeurt’ alles gebeurt om de continuïteit in de personages te garanderen. Sommigen komen af en toe maar heel vluchtig door het beeld, maar dat is op zichzelf al een hele klus, je figuren steeds net op tijd weer even te laten zien zodat het publiek hun bestaan niet zal vergeten; maar om dan die personages ook nog terloops iets te laten doen of zeggen wat twintig minuten film later weer wordt opgepikt, en waarop dan wordt verder gegaan, nou dat is niet een hele klus, dat is verschrikkelijk moeilijk.”

Willem Jan Otten in NRC/Handelsblad 7 december 1990:

“De wereld waar Fellini zijn camera op richt is au fond een langgerekt, dicht met wandelaars bevolkte, enigszins labyrintische openbare weg. En daar, op deze promenade, is in principe alles mogelijk wat Fellini nodig heeft om zijn verhaal te kunnen vertellen. Dat verhaal is, net als een stadswandeling, pointeloos, lintvormig, picaresk. Het belangrijkste ingrediënt is de optocht. Amarcord bestaat uit zes hoofdoptochten en een eindeloos aantal sub-optochtjes. […] Het brein van Fellini is een lijst, en zo moet je zijn films ook begrijpen: als een stoet, noodgedwongen achter elkaar gemonteerde, incidenten en beelden.”

Literatuur:

  • Bondanella, Peter, ‘Amarcord: Nostalgia and Politics’, in: ibidem, The Films of Federico Fellini, Cambridge; Cambridge UP 2002, pp.117-139.
  • Kezich, Tullio, ‘Amarcord: Distant Memories, in: ibidem, Federico Fellini: His Life and Work, New York: Faber and Faber, 2002.