Copyright Featured Image and Page Header Image: Homescreen/Cinemien.

Een veelzijdige bouwsteen voor een programmering

 

Deze tekst diende als basis voor een inleiding die ik tijdens het Film Zomer College 2013 mocht geven. De zeven late avondvoorstellingen van die studieweek in Antwerpen waren gevuld met een inspirerend programma-concept: de serie ‘Meesterwerk in context’. Dit is een serie films, opgebouwd op basis van associaties rondom de verrassingsfilm, waarvan de titel zorgvuldig geheimgehouden werd.

Dit programmaconcept vergt een sterk vermogen tot een creatieve vrije associatie, gebaseerd op specifieke en geheel verschillende deelaspecten.De organisatoren excelleerde in deze opdracht. Achtereenvolgens werden vertoond: WRITTEN ON THE WIND (Douglas Sirk, 1956), IL POSTO (Ermanno Olmi, 1961), TYSTNADEN (Ingmar Bergman, 1963), FAHRENHEIT 451 (Francois Truffaut, 1966), EDIPO RE (Pier Paolo Pasolini, 1967) en THE PARALLAX VIEW (Alan J. Pakula, 1974).

Dit pakket van zes films moest voldoende associaties aanreiken voor de toeschouwers om te raden welk meesterwerk op de slotavond vertoond zou worden. Per film werd een inleiding gegeven met talloze verborgen hints en speelse dwaalsporen. Speculaties over wat op de slotdag te zien zou zijn konden dus alle kanten op waaieren.Ondanks of dankzij deze informatie werd het voor de meeste deelnemers toch gaandeweg duidelijk dat aan het eind IL DESSERTO ROSSO (Antonioni, 1964) zou worden vertoond. Een bijkomende aanwijzing was dat deze film toen recent gerestaureerd was.

Mijn taak was om achtergrondinformatie te geven bij IL POSTO, de tweede halteplaats in het traject naar het in mysterieuze nevelen gehulde meesterwerk dat in zes etappes in context gezet werd.

Ik begon met de uitdagende vraag: stel dat IL POSTO de eindfilm van deze laatavond-reeks zou zijn geweest, welke films zouden dan geprogrammeerd hebben kunnen worden? Mijn antwoord bestond uit een schets van drie programmaconcepten waarmee IL POSTO op passend mysterieuze wijze in context gezet zou kunnen worden. Daarna gaf ik beknopt een overzicht van relevante achtergrondinformatie bij IL POSTO.

Programmaconcept 1: Slow Cinema

Een aanloop naar IL POSTO zou goed kunnen gebeuren met een reeks films geselecteerd op het gemeenschappelijke thema ‘Slow cinema’. IL POSTO geeft immers veel aandacht aan kleine details, de film biedt een geduldige, genuanceerde observatie van het hoofdpersonage. Een ‘plot spoiler’ weggeven is bijna onmogelijk want de plot is bijzonder miniem. Dat is bijzonder, want er is een duidelijk doel: een baan verwerven en er is ook een duidelijke start van een romance. Maar de vraag: krijgt hij het baantje en krijgt hij het meisje is niet essentieel. Olmi wijkt dus af van de traditionele filmverhalen van Classical Hollywood.

Het recept van slow cinema kan in twee trefwoorden worden aangeduid: de combinatie van weinig handeling en veel observaties. Dit levert fascinerende films op.

  • Denk aan BOVEN IS HET STIL (Nanouk Leopold, 2013): het is een prachtig eigenzinnige film, over een stille, gesloten man die zich eindelijk losmaakt van een beklemmend verleden. Hoofdrol is voor Jeroen Willems, een groot acteur die kort na de opnamen plotseling overleed. BOVEN HET DAL  was zijn eerste hoofdrol, voor het eerst werd hij in een film goed ingezet, hij draagt de film, toont zich als een krachtige persoonlijkheid die geen grote gebaren en geen grote woorden nodig heeft. De hoofdpersoon is vrijwel continu in beeld, veelal zwijgend. Gebaseerd op een roman van de Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker overigens, dus de bijbehorende woordenstroom is nog na te lezen.
  • Of neem een film als LE QUATRO VOLTE (Four Times, Michelangelo Frammartino, 2010), deze is zo mogelijk nog extremer in sfeertekening en rust. De hoofdpersoon is een oude geitenherder op het Italiaanse platteland, waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan, de dagelijkse routine lijkt eeuwenoud. Het tempo is afgestemd op de maat van de seizoenswisseling.
  • Olmi geeft zelf nog een voortreffelijk voorbeeld van Slow Cinema in zijn film uit 1978: DE KLOMPENBOOM (L’Albero degli zoccoli). Dit is een kostuumdrama over Onrecht met een hoofdletter O, gesitueerd op het Italiaanse platteland in de 19e eeuw. Lang geleden zag ik deze film van 170 minuten in het Gouds Filmhuis, op 16mm met om de 40 minuten een korte onderbreking om de spoelen te wisselen (zo ontstaat vanzelf een letterlijke slow cinema). Het is een indrukwekkend verhaal, wellicht pathetisch of melodramatisch te noemen, maar toch ontroerend. Bij mij domineert de herinnering aan een scène van een zijlijn in het verhaal: de opa van het armoedige gezin is trots dat hij elk jaar de eerste is die in het voorjaar zijn tomaten uit eigen tuin op de dorpsmarkt kan verkopen. Zijn kleindochtertje van zes jaar is gefascineerd en helpt haar opa. Samen lukt het hen opnieuw de eerste te zijn op de markt. Een prachtig realistisch feel-good moment, waar de tijd voor genomen wordt.
  • Er zijn nog vele voorbeelden van Slow Cinema te noemen. Conceptueel gezien past STILL LIFE (Sohrab Sahid Saless, 1974) goed bij IL POSTO, want de hoofdpersoon in deze Iraanse film is een oude man die zijn leven lang als bewaker van een afgelegen spoorwegovergang heeft gewerkt. Aan het begin van de film krijgt hij te horen dat zijn baan opgeheven wordt, een mooie spiegeling van de handeling in IL POSTO.

Programmaconcept 2: het Italiaans Neo-realisme

De aanloop naar IL POSTO zou ook kunnen gebeuren met een reeks films met als gemeenschappelijk kenmerk het trefwoord Italiaans Neo-realisme. Dit is een zeer conventioneel programmaconcept, dat wel enige nuance behoeft en toch met enig doordenken interessante resultaten kan opleveren.

De filmstijl van IL POSTO is sterk verwant met het Italiaans neo-realisme: Olmi toont het dagelijks leven in detail. De beginbeelden tonen bijvoorbeeld hoe de jongeman ontwaakt en ontbijt met zijn zorgzame ouders en op weg gaat naar zijn assessment. We denken dan natuurlijk meteen aan de ochtendscène in UMBERTO D (Vittorio De Sica, 1952), die al door André Bazin bejubeld werd.

Olmi gebruikt amateur-acteurs en hij filmt grotendeels op locatie en toont observaties van een alledaagse werkelijkheid. In 1961 groeit de Italiaanse economie weliswaar, maar een vaste baan is nog steeds felbegeerd. Olmi toont impliciet dat er in de Italiaanse maatschappij sprake is van een nieuwe start en nieuw elan, maar ook dat oude structuren van bureaucratie in stand blijven. Hij toont de Italiaanse maatschappij op het omslagpunt naar een meer modernistisch tijdperk, gekenmerkt door meer welvaart maar ook meer vervreemding en ontworteling.

Het onderwerp van een bescheiden baan waar veel sollicitanten op afkomen werd tien jaar eerder in beeld gebracht in ROMA ORE UNDICI (Giuseppe De Santis, 1952, Vlaamse titel: Klokslag elf). Het is een waargebeurd verhaal over de grote toeloop op een vacature voor een kantoorbaan op het stadhuis. Een grote menigte vrouwen bestormt kijvend en duwend de trap naar de aanmeldingsbalie. De trap stort in. Het is een klassiek geval van een krantenbericht dat tot film is uitgewerkt. Het filmverhaal volgt de aanloop naar het noodlottig moment en de gevolgen van de catastrofe bij vijf fictieve personages. Overigens: we zien hier een vroege rol van Lucia Bosé, die twee jaar eerder gelanceerd was door Antonioni in zijn film noir CRONACA DI UN AMORE.

Programmaconcept 3: Coming of Age

IL POSTO is te rangschikken onder het thema van ‘Coming of Age’, want Olmi toont een timide jongeman die zich gewillig aanpast aan het kantoorleven en die bedeesd toenadering zoekt tot een meisje.

IL POSTO is an honest film, a gem of understatement which looks ruefully at the uncertainties and hesitations of adolescence, contrasting its freshness and charm with the tired cynism of an acquisitive adult society. The terribly poignant impact of the film stems from Domenico’s anxiety to conform, his willing surrender of freedom in exchange for the circumscribed white-collar existence offered by the job.” Bron: Screen Education no 39, May/June 1967, p 12-13.

Timide jongemannen, die stilletjes voor zich uitkijken en zich lijken te verbazen over de wereld om zich heen … daar zijn er (veel) meer van.

  • Denk aan de jonge stationschef in de Tsjechische Nouvelle Vague film: CLOSELY WATCHED TRAINS (Jiri Menzel, 1966).
  • IL POSTO kan zich scharen onder de noemer van wat Abbas Kiarostami in 1995 ‘Unfinished Cinema’ noemde. De Iraanse regisseur had overigens vele jaren eerder een mooi jongensportret afgeleverd met zijn film THE TRAVELLER (Mossafer, 1974).
  • Of denk aan een meer recente en meer gelaagde film, LAMERICA (Gianni Amelio, 1994), waarin een zelfverzekerde Italiaanse jongeman afreist naar Albanië en daar al zijn zekerheden verliest.
  • Of neem OH BOY (Jan Ole Gerster, 2012), een festivalsucces op het IFFR 2013 en in distributie genomen in Nederland.
  • En we kunnen terugkeren naar de jaren zestig in Italië, bijvoorbeeld PRIMA DELLA RIVOLUZIONE (Before the Revolution, Bernardo Bertolucci, 1964).
  • In La Ragazza con la Valigia (The Girl with the Suitcase, Valerio Zurlini, 1961) is ook sprake van een timide jongeman, maar het meisje in kwestie is niemand minder dan … Claudia Cardinale! Ook deze film werd in de vroege jaren zestig (1963 om precies te zijn) in Nederland uitgebracht (onder de titel “Onrijpe liefde”). Daarna volgde de vergetelheid. We hebben het hier over een traject van de late herontdekking. Pas met het Zurlini-retrospectief van het Haags Filmhuis in april 2004 werd La Ragazza con la Valigia opnieuw in Nederland vertoond, in navolging van een toen recente internationale herwaardering (onder andere het filmfestival van Edinburgh). Zurlini was een vergeten meester geworden, de reputatie van zijn films was verbleekt. Hoe kon dit gebeuren? Dit blijft een raadselachtige vraag.

Uitgelicht: de koffiebar scène

Camera en montage zijn dienstbaar aan het verhaal, op een prachtige manier. De filmstijl ondersteunt het verhaal op een functionele en vakkundige wijze. Een verademing. Een voorbeeld: de scène waarin de jongen (Domenico) en het meisje (Antonietta) een kopje koffie gaan drinken in een bar. Het is een korte scène die circa 2:30 minuten duurt (en ook beschikbaar op You Tube).

Olmi geeft ruimte voor een duidelijke situering en neemt tijd voor het tonen van nuances. De overgang naar de locatie gebeurt klassiek door een close up van de koffiemaler. De twee personages staan buiten voor het raam van de koffiebar en kijken naar binnen. Het is druk, de koffiebar staat vol mensen. De jongen gaat bestellen aan de bar, het meisje staat naast hem. Ze lopen naar een tafeltje, hij laat zijn lepeltje op de grond vallen. Zij gaat aan een tafeltje zitten, hij blijft staan, zij roert met haar lepeltje zijn koffie. Uitwisseling van blikken met een reeks close-ups. De koffie is op, wat moeten ze doen met de kopjes? Ze kijken rond en zien een oude vrouw die haar kopje op tafel laat staan. Ze doen hetzelfde en lopen naar buiten. Einde van de scène.

Impliciet toont Olmi dat beide jonge mensen onwennig zijn in deze omgeving, er is ook sprake van een schuchterheid van de eerste kennismaking. De jongen is timide, het meisje heeft meer rust en zekerheid. Vertederend: Het zijn allebei kinderen in de grote mensen wereld.

Details als het gegiechel op de aanspreektitel ‘meneer’, de minieme onzekerheid over de fooi en het elkaar vinden in bewondering voor de koffiekopjes, maken duidelijk dat geen van beiden ooit eerder in een bar was. De scène biedt een intimiteit die zo broos is en lief en mooi dat hij bijna pijn doet.” Bron: Joyce Roodnat, ‘Het behoud van een jongen, NRC Handelsblad DVD Collectie (6): Il Posto’, in: NRC/Handelsblad, maart 2004.

Uitgelicht: de kantoorscènes

Een ander voorbeeld van de functionele mise-en-scène vormen de kantoorscènes in IL POSTO. Deze tonen een milde karikatuur van het ambtenarenleven: een humorvol schrikbeeld van zichtbare bekrompenheid in de vorm van rijen bureaus, waar fantasieloze mensen zinloos papier aan het schuiven zijn. De toonzetting doet denken aan de Nederlandse cursiefjesschrijver Simon Carmiggelt, of de cartoons van Peter van Straaten.

De kantoorscènes in IL POSTO zijn mild satirisch van aard, uitvergrotingen van de werkelijkheid, gebaseerd op zijn persoonlijke frustratie en afschuw. Er zit wat mij betreft wel een grimmig randje aan deze karikatuur: er is bij deze personages sprake van een grote ontkenning van een schrikbarende verborgen werkloosheid en we kijken naar mensen die opgesloten zitten in een klein wereldbeeld.

Vergelijk:

  • De zwijgende film THE CROWD (King Vidor, 1928 – met een sensationele camerabeweging).
  • Tijdgenoot: de bijtende satire THE APARTMENT (Billy Wilder, 1960), vertoond tijdens het Zomerfilm College in Brugge, enkele jaren geleden.
  • Een uitbundig expressionistisch doembeeld van bureaucratie is te vinden in de dystopie NINETEEN EIGHTY FOUR (Michael Redford, 1984).
  • In dit rijtje van afbeelding van kantoorcultuur in films past wellicht ook de ongewone feel good movie SECRETARY (Steven Shainberg, 2002).

Als geheel heeft IL POSTO een rijke onderliggende impliciete betekenis, in beelden uitgedrukt (in plaats van woorden): Hij komt uit een klein dorpje, een nog steeds landelijk voorstadje van Milaan, waar het leven nog ouderwets of traditioneel is. Voor zijn baan reist hij naar de grote stad. De stadsbeelden tonen de moderniteit, de onpersoonlijkheid, de drukte en de haast, de dynamiek van nieuwbouw. Milaan is een stad vol bouwwerven.

Only at superficial level is the film a transparent rendering of a young man’s search for a job and his lowerclass family dreaming of new beginnings. Indeed, IL POSTO is a deftly-constructed cinematic and symbolic voyage through the new aspirations of contemporary life.” Bron: Bron: Zagarrio, Vito (2004) ‘Il Posto / The Job’, in: Bertellini, Giorgio (ed) The Cinema of Italy, London: Wallflower, pp125.

Vergelijk:

  • Antonioni toont een meer extreem vervreemdend stadsbeeld in L’ECLISSE (1962, vooral in de beroemde slotbeelden).
  • Visconti toont het contrast tussen platteland en stadsleven meer contrastrijk in ROCCO E I SUOI FRATELLI (1960).

Documentatie

Il Posto – Italië, 1961, 93’, zw/w. Regie: Ermanno Olmi. Produktie: Angelo Soffientini / The 24 Horses. Scenario: Ermanno Olmi. Camera: Lamberto Caimi. Muziek: Pier Emilio Bassi. Montage: Carla Colombo. Met: Sandro Panseri (Domenico), Loredana Detto (Antonietta), Tullio Kezich (psycholoog).
  • Regisseur Ermanno Olmi (1931) begon zijn filmcarrière in de jaren vijftig met tientallen opdrachtfilms voor het elektriciteitsbedrijf Edison Volta. Zijn speelfilmdebuut is relatief onbekend gebleven: IL TEMPO SE È FERMATO (1959, de tijd stond stil). Twee jaar later volgde zijn internationale doorbraak met IL POSTO, deze film ging in 1961 op 13 september in première tijdens het filmfestival van Venetië. Het verhaal heeft een autobiografisch element: Ermanno Olmi was tien jaar lang een kantoorbediende in Milaan. Ook zijn derde speelfilm kreeg een internationaal bereik en weerklank: I FIDANZATI (1962, De verloofden). Zijn start in de vroege jaren zestig maakt hem een generatiegenoot van Valerio Zurlini (1926-1982), de gebroeders Taviani (1929 en 1931), Ettore Scola (1931), Marco Ferreri (1928-1997), Elio Petri (1929-1982) – en ook van de ruim tien jaar oudere Pier Paolo Pasolini (1922-1975) en de jongere Bernardo Bertolucci (1940), Marco Bellocchio (1939) en Liliane Cavani (1937). Olmi bleef documentaires maken, merendeels voor televisie. In 1967 maakte hij de tv-film LA COTTA (1967, The Crush, 45 min, een volledige versie is beschikbaar op YouTube). Van zijn speelfilms zijn twee latere titels het meest bekend geworden: de eerdergenoemde L’ALBERO DEGLI ZOCCOLI (1978, de klompenboom) en THE LEGEND OF THE HOLY DRINKER (1988, gebaseerd op de novelle van Joseph Roth en met Rutger Hauer in de hoofdrol). CAMMINA CAMMINA (1983, Keep Walking) is beschikbaar op dvd. In de 21e eeuw is Olmi nog steeds actief als filmregisseur. ONE HUNDRED NAILS (2007) werd onder andere vertoond op het International Film Festival Rotterdam 2008. De meest recente film van Olmi is IL VILLAGIO DI CARTONE (The Cardboard Village), in première gegaan tijdens het Filmfestival van Venetië 2011.
  • Cameraman Lamberto Caimi maakte ook zijn speelfilmdebuut met IL POSTO, hij werkte daarna nog samen met Olmi bij I FIDANZATI (1962).
  • Sandro Panseri acteerde in de jaren zestig in nog twee films en koost toen voor een carrièrewending.
  • Actrice Loredana Detto trouwde na de opname met regisseur Olmi.
Literatuur
  • Marcus, Millicent, ‘Olmi’s Il Posto: Descrediting the Economic Miracle’, in: ibidem, Italian Film in the Light of Neorealism, Princeton: Princeton UP, 1986, pp. 211-227.
  • Zagarrio, Vito, ‘Il Posto / The Job’, in: Bertellini, Giorgio (ed.) The Cinema of Italy, London: Wallflower, 2004, pp. 123-132.
  • Cardullo, Bert, ‘Married to the Job: Ermanno Olmi’s Il Posto and I Fidanzati Reconsidered’, in: The Cambridge Quarterly, vol. 38, no. 2 (2009) pp. 120-129.
Internet
Recensies
  • Manvell, Il posto, in: Films and filming, no. 7, April 1962, p. 31.
  • -L. Thirard, Il posto, in: Positif, no. 53, juin 1963.
  • Mifflin, Il posto, in: Films in review, no. 10, December 1963.
  • Interview with Gideon Bachmann, in Nation(New York), 25 May 1964.
  • Screen Education 39 (May/June 1967), p. 12-13.
Bijlage: Il Posto in de Nederlandse filmkritiek
IL POSTO ging in 1961 op 13 september in première tijdens het filmfestival van Venetië en werd daar gunstig ontvangen en vervolgens wereldwijd gedistribueerd. Il Posto (1961) heeft in Nederland een specifiek traject van reputatievorming gevolgd, onder te verdelen in drie stappen op het vlak van distributie.
  1. In 1962 werd deze film uitgebracht in de Nederlandse bioscopen, in de dagblad recensies werd regisseur Olmi omschreven als een verrassende debutant met een eigen stem.
  2. In de jaren tachtig had de film inmiddels de status van ‘minor classic’ bereikt en werd de film opnieuw uitgebracht in het 16mm-circuit van de filmhuizen.
  3. In de 21eeeuw volgde de dvd-uitbreng.
De volgende onderzoeksvragen zijn mogelijk:
  • Welke recensies zijn door de tijd heen rondomIl Postoin Nederland verschenen: in 1962, in de jaren tachtig en in de 21eeeuw?
  • Welke conclusies zijn uit deze recensies te trekken over de aard van filmkritiek in Nederland?
  • Welke inzichten geven de verschillende recensies over dit filmerfgoed? Welke situering wordt gegeven, welke interpretatie wordt aangereikt?
NB: de Belgische situatie heb ik niet onderzocht, hier is dus nog werk te doen!
De uitbreng in 1962
De Italiaanse speelfilm Il Posto (Ermanno Olmi, 1961) werd in 1962 in Nederland uitgebracht. De 35mm-kopie werd ingezet in de bioscopen (distributeur: D.L.S.), de 16mm-kopie werd ingezet bij filmclubs. De bioscooppremière in het Amsterdams Leidseplein Theater genereerde een groot aantal recensies met positieve oordelen. Anno 2008 lezen we deze recensies vanuit een diachroon perspectief: wat zeggen deze kritieken over de situering van deze toen nieuwe film?
  • B.J. Bertina doet in de Volkskrant (17-8-1962) een enthousiaste voorspelling: “Wat Nederland betreft zou de film Il Posto  wel eens de grote gebeurtenis van het komend seizoen kunnen zijn. Alles is even simpel, maar ook even raak in deze film.”
  • Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad (18-8-1962) sluit zijn voorbespreking af met een positief oordeel: “[…] een filmexpressie die van deze tijd is, een filmexpressie die bewust afstand heeft gedaan van alle ballast, alle overtolligheden, alle conventie. Il Posto is een interessante film, Olmi is een fascinerende filmmaker”.
  • Han G. Hoekstra schrijft een maand later in Het Parool (16-9-1962) ook met waardering over de film die breekt met alle conventies: “Dat is het allereerste wat opvalt, de vanzelfsprekende en met de filmconventie brekende verteltrant. “Het baantje” wordt daardoor iets dat niet iedereen dadelijk zal aanspreken omdat menige bioscoopbezoeker het gevoel zal hebben iets te missen. Hij krijgt voor dat gemis aan vertrouwd, romantiserend relaas iets in de plaats: een boeiende, levende werkelijkheid die de plaats wil innemen van een traditionele ‘bioscoopwerkelijkheid’, die hem zo herhaaldelijk op de mouw wordt gespeld”.
  • C.B.Doolaard houdt in Vrij Nederland (22-9-1962) een merkwaardig uitvoerig betoog over een toen recent artikel over het neo-realisme, verschenen in Sight & Sound, waar hij het volstrekt mee oneens is. Zijn oordeel over Il postois positief, hij besluit dan ook met een rechtstreekse aanbeveling: “Belangrijker dan het gegoochel met dit begrip [het Italiaanse neo-realisme] en de conclusies dienaangaande is de vaststelling dat Il Posto een waardevolle film is, die u moet gaan zien. Ook voor het volkomen bij Olmi’s bedoelingen aansluitende spel van Sandro Panzeri in de hoofdrol.”
  • De anonieme recensent van deNieuwe Rotterdamsche Courant (17-8-1962) sluit zijn bespreking af met een zinsnede die ook rechtstreeks in een advertentie geciteerd zou kunnen worden: ”Met Il posto heeft Ermanno Olmi blijk gegeven van een origineel en fijnzinnig kunstenaarsschap, van de moed om van gebaande wegen af te wijken. Al is het hachelijk een cineast op grond van één film te ‘plaatsen’, het lijkt ons alleszins verantwoord om te stellen, dat Olmi zich met Il Posto in de voorste gelederen van filmregisseurs heeft geplaatst.”
Ermanno Olmi was in 1962 in Nederland een nog onbekende regisseur, veel recensenten grijpen bij hun situering van deze nieuwkomer terug op de tactiek van de vergelijking en verwijzen naar onder meer de Franse Nouvelle Vague.
  • B.J. Bertina begint in zijn recensie in de Volkskrant (17-8-1962) met een vergelijking van jonge Italiaanse regisseurs en komt dan naadloos terecht bij Truffaut: “Van het driemanschap Olmi, Pasolini en Petri is de regisseur van Il Posto de meest verbazingwekkende. Hij heeft – evanals Truffaut met Les 400 coupsdestijds – een autobiografische film gemaakt, zonder echter het minste spoor van sociale rancunes, daarentegen vervuld van alle huiver voor het systeem, dat maatschappij heet.”
  • Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad (18-8-1962): “ [..] zoals dat Italiaanse realisme van het eerste uur als het ware postuum de vernieuwing in Frankrijk teweegbracht, zo schonk het werk van de Nouvelle Vague (Godard, Démy, Malle) op zijn beurt z’n impulsen aan de jonge Italianen die bij hun eigen verstorven neo-realisme geen wezenlijke aanknopingspunten meer konden vinden. Het ‘neo-realisme van de tweede generatie’ zoals dat zich bij Ermanno Olmi openbaart, heeft met de stijlopvattingen van de jongen Fransen in ieder geval de definitieve onttroning gemeen van het conventionele scenarioschema.”
  • Charles Boost in De Groene Amsterdammer (15-9-1962) schetst een lijn van de ‘beschrijvende camera’, met als beginpunt Umberto D (De Sica, 1952), gevolgd door de toen vijf jaar oude Franse film Pourvu qu’ on ait l’ivress e(Jean–Danniel Pollet, 1957) en de films van Truffaut en Jean-Luc Godard, plus de uitingen van de Britse Free Cinema (Boost noemt met name Together van Lorenza Mazzetti, 1956) en de Amerikaanse ‘spontaneous cinema’. “In deze ontwikkelingsgang mocht men uiteindelijk de complete film verwachten die geheel volgens de principes van deze afzonderlijke of sporadisch ingelaste onderzoekingen gemaakt was en het is niet toevallig dat Italië het land van herkomst werd. In dit land is namelijk een gelukkig evenwicht ontstaan tussen het commerciële en het vrije gebruik van de film en de mogelijkheden tot onafhankelijke prestaties liggen daar bijzonder gunstig.”
De herneming in de jaren tachtig
In de jaren tachtig is de Nederlandse samenleving grotendeels ontzuild, daarvoor in de plaats is het politieke onderscheid tussen links en rechts meer zichtbaar geworden in de pers. Er is ruwweg een verdeling te maken tussen ‘linkse’ kranten en weekbladen (de Volkskrant, De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland) ‘rechtse’ kranten en weekbladen (de Telegraaf, Elsevier) en liberale of neutrale kranten en weekbladen (NRC/Handelsblad, Trouw). In de filmkritiek is meer sprake van een tegenstelling tussen aandacht voor de artistieke film en voor de populaire film. Invloedrijke filmcritici in deze periode zijn o.a. Hans Beerekamp en Joyce Roodnat (NRC/Handelsblad), Peter van Bueren (de Volkskrant), W.Wielek-Berg (Trouw), Ab van Ieperen (Vrij Nederland), Pieter van Lierop (Utrechts Nieuwsblad).
In 1980 wordt in de filmhuizen van Het Vrije Circuit een Cinemathema festival gewijd aan het Italiaans Neorealisme in de jaren veertig en vijftig. Il Posto valt buiten deze periode en staat dus niet op het programma, daarnaast is het een discussiepunt of de film inhoudelijk en formeel tot het Neorealisme gerekend zou kunnen worden.
Ruim twintig jaar na de première wordt Il Posto in 1984 door distributeur Notorious opnieuw in Nederland uitgebracht, met een 16mm-kopie en vertoond in het filmhuizencircuit (o.a. Amsterdams Filmhuis Rialto/Rivoli, ’t Venster – Rotterdam en ’t Hoogt – Utrecht). De kopie van Il Posto ging met ingang van 1 januari 1989 over naar Contact Film in Amsterdam. Notorious stopte met distributie en ging door als organisatiebureau voor filmfestivals onder de naam van Notorious Film. Bron: brief in het archief Notorious, Informatiecentrum Filmmuseum, doos 031, map 7.
Deze herneming (reprise) genereert een aantal recensies. Hans Beerekamp in NRC/Handelsblad (7-12-1984) ziet Il Postoaan de ene kant als een tijdsbeeld, aan de andere kant als een tijdloze film: “In zeldzame interviews heeft Olmi het steevast over De Mens. In de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie zagen katholieke critici in Il Posto dan ook enthousiast een betoog over de eenzaamheid van de moderne mens in een onpersoonlijke, gemassificeerde samenleving. Het verhaal van de film laat die interpretatie zeker toe. […] Nog maar een kwart eeuw geleden zag onze wereld eruit als een andere planeet, waar elke geüniformeerde een voorbijganger bestraffend toe kon spreken als deze over het gras liep. Olmi’s bezorgdheid om de individu stond mede aan de wieg van een complete maatschappelijke omwenteling, met verafgoding van de individu als resultaat. Il Postois een leerzame film voor Domenico’s kinderen. Voor een filmer als Olmi is in hun wereld geen plaats meer, dat is jammer, want zijn integere, onbevooroordeelde stijl maakt het kijkers uit willekeurig welke periode of samenleving mogelijk om eruit te halen wat ze er in willen zien.” Bron: Hans Beerekamp in NRC/Handelsblad(7-12-1984).
Overige Nederlandse recensies in dat jaar van Il Posto onder andere in: De Waarheid (1-12-1984), Trouw (6-12-1984), Utrechts Nieuwsblad (20-12-1984). Bron: Knipselmap Nederlandse recensies per filmtitel, informatiecentrum Eye Filmmuseum.
Il posto had in de jaren tachtig internationaal een reputatie verworven als ‘minor classic’. De filmwetenschaper Millicent Marcus bespreekt in zijn boek ‘Italian Film in the Light of Neorealism’ (1986) Il posto zelfs als sleutelfilm van een historische periode. Bron: Marcus, Millicent, ‘Olmi’s Il Posto: descrediting the economic miracle’, in: ibidem, Italian Film in the Light of Neorealism, Princeton: Princeton UP, 1986, pp 211-227.
De dvd-uitbreng
In de 21e-eeuw volgt de introductie en opmars van de dvd. Twintig jaar na de heruitbreng in de Nederlandse filmhuizen verschijnt in 2004 Il Posto als zesde film in de DVD-collectie “Italiaanse meesterwerken” van NRC/Handelsblad en Homescreen. De 35mm-filmkopie is ook nog beschikbaar in het archief van het Filmmuseum, de vertoningsrechten in Nederland liggen bij Cinemien, de filmdistributeur gelieerd aan Homescreen. Joyce Roodnat, destijds chef kunstredactie (en voormalig filmrecensent) van het NRC/Handelsblad schrijft bij elke film een essay in het maandelijkse magazine M. Bij Il Posto geeft ze een impressie van de rijkdom aan détails in deze film.
 “Olmi streeft naar niets minder dan het weergeven van gevoel: van iets dat woorden niet kunnen vatten, maar waar een film aan kan raken. Gezegd wordt er niet veel, maar geluid is overal: klikkende hakken, het schuren van stoelpoten, de stencilmachine, stemmen in een aangrenzend vertrek, het lawaai van Milaan-onder-constructie, een flard ‘Für Elise’ uit een open raam. De tedere grijswit-getinte fotografie, die niet mooier maakt maar wel intiem, zet Olmi in op slurpen, luren, sluipen, je verstoppen in jezelf. En alles komt steeds weer uit bij de reacties van de jonge Domenico.” Bron: Roodnat, Joyce, ‘Il Posto’, in: NRC/Handelsblad, M, maart 2004. URL: www.nrc.nl).
Het internet genereert ook nieuwe aandacht voor Il Posto, met talloze summiere dvd-besprekingen (‘short reviews’), korte kenschetsen (‘capsules’) en vele losse meningen (‘user comments’). Deze stroom van oppervlakkige en vrijblijvende informatie kent een paar terpen van kwaliteit, zoals het digitale tijdschrift ‘Bright Lights Film Journal’, waar in 2004 een doorwrocht essay geplaatst werd over Il Posto. Bron: Ratner, Megan, ‘Architecture as Social Commentary: The Absurdities of Il Posto’, in: Bright Lights Film Journal, nr 43 (February 2004), URL: www.brightlightsfilm.com/43/posto.htm.
In 2004 verscheen ook een boekuitgave met 24 essays over de Italiaanse cinema, Il Posto werd uitverkoren tot deze canon van twee dozijn moderne klassiekers. Bron: Zagarrio, Vito, ‘Il Posto / The Job’, in: Bertellini, Giorgio (ed) The Cinema of Italy, London: Wallflower, 2004, pp.123-132.