klassieker: De kleur van de granaatappel (1969)


De kleur van de granaatappel
Sajat Nova
Armeense titel: Nran Goejne.
Georgische titel: Brotseulis kvaviloba
Russische titel: Tsvet Granata.
USSR 1969 (1973), kleur, 90 min.
Regie en scenario: Sergej Paradzjanov
 
“In een proloog, acht hoofdstukken en een epiloog schetst DE KLEUR VAN DE GRANAATAPPEL een oogverblindend arabesk portret van de 18-eeuwse Armeense dichter Aroetjoen Sajadjan, bijgenaamd Sajat Nova (de ‘Koning van het Lied’). De film is echter meer dan een historische biografie; het is een verbijsterende smeltkroes van de rijke Armeense en Georgische culturele tradities, vol religieuze symboliek, en van de modernistische uitdrukkingsmogelijkheden van de volkskunst van de 20e eeuw: de cinema. Door deze hoogst originele synthese van heden en verleden, van oost en west, wordt DE KLEUR VAN DE GRANAATAPPEL door velen als de fraaiste Sovjet-film sinds de periode van de grote klassiekers beschouwd.”
 
Bron: Michel Hommel & Mark-Paul Meyer & Gertjan Zuilhof (red), Sovjetfilms. NFM/IAF distributiecatalogus, Amsterdam: Nederlands Filmmuseum, 1991.
 
Aroetjoen Sajadjan is te omschrijven als een 18e eeuwse singer-songwriter, hij groeide op in Georgië, werd diplomaat aan het Georgische hof en trok zich terug in een klooster aan het eind van zijn leven. Paradjanov toont in zijn film ‘de innerlijke wereld’ van de dichter. In plaats van een overzichtelijke biografie schotelt hij ons een fascinerende reeks beelden en muziek voor, met flarden herinneringen aan zijn kindertijd en talloze verwijzingen naar verhalen over oorlog en lijden van het Armeense volk, plus een mengeling van religieuze ceremonies en martelaarschap, vervuld van mystieke liefde voor god, voor kunst, een geliefde. Paradjanov is een ware collage kunstenaar, die van alles bij elkaar gooit en daarmee ongewoon krachtige beelden en vreemde samenklanken schept.
 
Paradjanov was onderdeel van de Armeense diaspora, zijn ouders vluchtte voor de genocide in Turkijke naar Georgië, toen onderdeel van de Sovjet-Unie. Hij kreeg zijn filmopleiding op de filmacademie in Moskou en was dus een migrant-student. Na zijn studie keerde hij terug naar Georgië, hij maakte een aantal sociaal-realistische speelfilms die hij later niet meer erkende.
 
Zijn echte debuut was SHADOWS OF OUR FORGOTTEN ANCESTORS, die met veel succes op internationale filmfestivals werd vertoond. Hij kreeg meteen problemen met de Sovjet-censtuur en terreur, zijn film was te nationalistisch. Het duurde daarom vijf jaar voordat hij een tweede film gereed had, DE KLEUR VAN DE GRANAATAPPEL.
 
Opnieuw maakte hij een verbluffend eigenzinnige film, los van alle voorschriften van de Staat. De film bleef drie jaar op de plank liggen en werd daarna in een nieuwe montage verspreid. Paradjanov werd daarna voor het gerecht gedaagd en kreeg een jarenlange gevangenisstraf. Internationale druk en vrienden zoals Andrei Tarkovsky hielpen weinig. Hij werd een jaar eerder vrij gelaten maar kreeg een beroepsverbod dat pas in de tijd van Perestrojka werd opgeheven. Zijn volgende film kon hij daarom pas in de jaren tachtig maken.
 
In 1988 was hij voor het eerst te gast op het Internationaal Rotterdam Film Festival, een emotioneel moment van triomf. Festivaldirecteur Huub Bals sloot hem in zijn armen en op de Kruiskade hing zijn meer dan levensgroot portret, met het onderschrift “Maestro”.
 
Filmografie Paradzjanov (1924 – 1990)
  1. SHADOWS OF OUR FORGOTTEN ANCESTORS (1964) / Nederlandse titel: ‘De vuurpaarden’
  2. DE KLEUR VAN DE GRANAATAPPEL (1969)
  3. HET FORT VAN SOERAM (1984)
  4. Arabesken op het thema Pirosmani (1985)
  5. ASJIK KERIB(1988)
 
Documentaires
 
Boeken
 
Internet
 
Recensies
 
Aanbevolen dvd-editie: Second Sight Films, 2011.
 
Historische context