Cineco: het laatste Nederlandse filmlab



















Filmerfgoed is meer dan een inboedel
Gepubliceerd in de blog van het Erfgoedplatform van de Open universiteit
(14 oktober 2013),
URL: http://www.ou.nl/web/erfgoedplatform/filmerfgoed-is-meer-dan-een-inboedel-14-oktober-2013
 
Een filmlaboratorium waar men filmstroken ontwikkelt en reproduceert behoort zeer binnenkort tot het domein van de oude ambachten, want de volledige bedrijfskolom van de mondiale filmindustrie is inmiddels vrijwel volledig gedigitaliseerd. Dat wil zeggen dat zowel productie als distributie en vertoning een compleet digitaal verlopen.
Veel filmlaboratoria zagen zich gedwongen hun bedrijfsvoering te stoppen door gebrek aan opdrachten. In Nederland genoot het filmlaboratorium Cineco in de 21e eeuw het monopolie op deze facilitaire deelmarkt. Ze hadden hun positie nog verstandig versterkt door zich bijtijds aan te passen aan digitale tijden, maar eind 2012 ging het bedrijf toch definitief failliet.
 
Internationale concurrentie
De oorzaak voor het faillissement van Cineco  ligt ten eerste in een sterke omzetdaling bij de opdrachten voor nieuwe filmproducties. Deze daling is vooral te wijten aan toenemende concurrentie in België, waar de overheid recent een belastingconstructie heeft ingevoerd. Het is hiermee fiscaal voordelig gemaakt in film te investeren, met als voorwaarde dat  het bijbehorende werk zoveel mogelijk aan Belgische bedrijven wordt gegund. Een tweede tegenslag is dat in Nederland door de harde bezuinigingen op cultuur sprake is van een sterke reductie van het beschikbare budget voor filmconservering en digitalisering van filmarchieven. De bulk-opdrachten voor het scannen van vele kilometers filmstroken worden bovendien geheel volgens de regels internationaal aanbesteed, met als resultaat dat deze aanbestedingen worden gegund aan buitenlandse bedrijven die door hun omvang de scherpste offertes kunnen geven.
 
The end?
Exit Cineco dus, wat betekent dat hun expertise en vakmanschap voor Nederland verloren gaan. Voor een gloedvolle grafrede is het nog te vroeg, want de afhandeling van het faillissement kreeg in september 2013 nog een staartje. Het geval wil namelijk dat Cineco ook een opslagservice aanbood: producenten of regisseurs kozen er decennialang voor om het negatiefmateriaal van hun films in de kluis bij Cineco te bewaren, tegen een kleine jaarlijkse vergoeding. In de loop der tijd is die kluis dan ook behoorlijk vol komen te liggen. Naar verluid gaat het hier zelfs om een partij van 30.000 filmblikken, waarvan niet altijd duidelijk is wie de eigenaar is. Veel productiebedrijven bestaan inmiddels niet meer, of de makers zijn overleden. Voor de curator van het faillissement had de inboedel van de kluis geen straatwaarde, dus werd aanvankelijk een ultimatum gesteld dat alle filmblikken binnen een maand opgehaald moesten zijn, anders zouden ze bij het grofvuil gezet worden. Het zou hierbij ook negatiefmateriaal betreffen van bekende succesvolle films, zoals onder andere ‘Het meisje met het rode haar’ (Ben Verbong, 1981).
 
[Trailer ‘Het meisje met het rode haar’: http://www.youtube.com/watch?v=RNo34dx-9N4 ]
 
Belangrijk Nederlands cultureel erfgoed
Inmiddels is gebleken dat de soep zo heet niet gegeten wordt, maar filminstituut EYE heeft voor de zekerheid wel een brief gestuurd naar de curator met een waarschuwing dat de niet-opgehaalde materialen niet vernietigd mogen worden. Dit is namelijk strijdig met de wet, omdat de negatieven in de kluis mogelijk te beschouwen zijn als belangrijk Nederlands cultureel erfgoed. De curator probeert nu braaf alle rechthebbenden te achterhalen en het resterende materiaal gaat naar de archieven van EYE (Amsterdam) en het Instituut voor Beeld en Geluid (Hilversum). Bravo, zo hoort het.
 
Waarborg
Dit bewijst nog maar eens hoe groot het belang is dat filmopslag niet overgelaten wordt aan de wetten van de markt, maar dat er sprake is van een onafhankelijke financiële continuïteit. Het is daarom verheugend te noemen dat EYE officieel de status van rijksmuseum heeft (sinds 2007). De rijksoverheid  is daarmee formeel eindverantwoordelijk voor de filmcollectie en stelt zich garant voor waarborging van het benodigde budget om deze collectie te behouden. Het betekent dat de collectie door de overheid als dermate waardevol wordt beschouwd dat het beheren, vertonen en ontsluiten ervan voor langere tijd verzekerd is. Deze regeling is de beste inboedelverzekering die er bestaat.