Peter Forgacs Sluimerend Vuur




Péter Forgács: Sluimerend vuur, verhalen uit Nederlands-Indië (1900-1940).
Expositie in EYE, 5 oktober t/m 1 december 2013


 
Musea vertonen steeds meer films in hun zalen, met een breed aanbod van audiovisuele installaties van zowel mediakunstenaars als filmregisseurs, zowel met sculpturen van monitors als met geprojecteerde filmbeelden, zowel oorspronkelijk werk als bewerking van bestaand materiaal (found footage). Voor een helder overzicht van de ontwikkelingen op dit vlak is te verwijzen naar de recent gepubliceerde handelseditie van de dissertatie van Erika Balsom, ‘Exhibiting Cinema in Contemporary Art’ (zie bibliografie).
 
De Hongaarse ‘filmarcheoloog’ Péter Forgács wordt niet genoemd in het boek van Balsom, maar is in Nederland goed bekend want zijn werk is steeds vertoond op prestigieuze podia als het World Wide Video Festival en het International Film Festival Rotterdam. Het Nederlands Filmmuseum (nu EYE, Film Instituut Nederland) heeft in 2007 zijn volledige oeuvre aangekocht en vertoond in een volledig retrospectief, dit naar aanleiding van de toekenning van de Erasmusprijs aan Forgács. Het juryrapport motiveerde deze keuze als volgt:
Forgács heeft met zijn filmwerk op een originele manier bijgedragen aan de overdracht van cultuur en de herinnering aan het verleden. Hij vertelt geen nieuwe verhalen, maar biedt een nieuw perspectief op bekende gebeurtenissen. Gebruikmakend van authentieke familie- en amateurfilms uit het recente verleden confronteert Forgács de toeschouwers met intieme beelden uit het privéleven van gewone burgers. Deze beelden zet hij naast het verhaal van de grote geschiedenis.

Péter Forgács hergebruikt filmbeelden van amateurfilmers, hij transformeert deze historische home movies tot betoverende beelden. Hij componeert zijn films op basis van home movies die hij grondig bewerkt. Dit keer maakte hij in de expositieruimte van EYE een “gelaagde, poëtische installatie” met gebruik van een grote verscheidenheid aan amateurfilmbeelden van Nederlands-Indië, die in het archief van EYE zijn overgeleverd. 
Zijn artistieke ingrepen bestaan uit het associatief samenvoegen van fragmenten en een nevenschikking met  splitscreens (soms met gebruik van gespiegelde filmbeelden), plus de toevoeging van klanken en muziek (compositie: János Másik) en voorgelezen citaten uit persoonlijke brieven. Tevens voegt hij (onaangemerkt) beelden van een speelfilm toe (RUBBER, 1936) en diverse bioscoopjournaals.
 
Forgacs geeft met deze stortvloed aan beelden en klanken zijn persoonlijke interpretatie van een specifieke historische realiteit: het dagelijks leven van de Europeanen in de koloniale tijd. Een verbluffende ervaring, want de filmbeelden geven zicht op een overweldigend natuurlandschap en sierlijke architectuur, vaak nog versterkt door het gebruik van fraaie kleurtinten voor de zwart-wit films. De filmmakers zijn trots op hun automobielen, plantages, fabrieken en filmen zowel huiselijke taferelen als ongewone gebeurtenissen, openbare evenementen zoals de landing van een vliegtuig, of optochten, en persoonlijke mijlpalen zoals een kampeertocht met de hele familie. De camera roept bijna altijd een reactie op: fratsen uithalen, wuiven, poseren of slechts zwijgend in de lens kijken.
Voor zijn installatie gebruikte Forgács naar verluidt circa 6 uur filmmateriaal, die hij omkneedde tot een tropische koortsdroom van beelden en stemmen.
 
Voor ons is alles fascinerend en soms schrijnend en plaatsvervangend beschamend. De observaties van een Nederlandse plantersvrouw in haar brieven naar huis zijn bijvoorbeeld een tenenkrommende mengeling van trivialiteit en naïviteit, versterkt door de beelden waarin we een elite arrogant zien rondlopen in hun tropenkleding.
 
De brieven van Willem Walraven (boekhouder en journalist, getrouwd met een inlandse vrouw) hebben een grimmige toon die nog steeds aanspreekt, zijn cynische observaties van de koloniale belevingswereld zijn trefzeker en tijdloos. Iedereen heeft zijn plaats, in een duidelijke statische hierarchie. Een anoniem gebleven Indo-vrouw geeft in haar getuigenis een openhartige observatie van haar omgeving en haar positie als 'halfbloed'.
 
De meeste filmers en briefschrijvers deelden een conservatief wereldbeeld, met veel uitwijdingen over de onbetrouwbaarheid van de inlanders, de dreiging van opstand en verzet, en in de jaren dertig een huivering voor het communistisch gevaar en oorlogsdreiging. Zo zie je onder andere plotseling een verrassend alledaagse NSB-leider Mussert op tournee in de kolonie.

In zijn serie installaties doordrenkt Forgacs de bezoeker met klanken en beelden uit het Nederlandse koloniale verleden.
 
De expositie is onderverdeeld in twaalf presentaties
 
Bibliografie
 
Balsom, Erika, Exhibiting Cinema in Contemporary Art, Amsterdam” Amsterdam University press, 2013. Full text free online: http://www.oapen.org/search?identifier=442726
 
Over Péter Forgács:
 
Enkele found footage films, met archiefbeelden van het voormalig Nederlands Indië:
 
Documentatie:
 
Enkele ‘Indische’ films uit het Interbellum zijn:
· 1924 PETROLEUMFILM (opdrachtfilm van Willy Mullens)
· 1926 NAAR TROPISCH NEDERLAND (reisfilm van I.A. Ochse)
· 1929 MAHA-CYCLUS (trilogie van volkenkundige films van I.A. Ochse)
· 1930 DE KRIS (Goona Goona, an authentic melodrama of the isle of Bali)
· 1930 RIA RAGO, DE HELDIN VAN HET NDONA DAL (missiefilm van pater Simon Buis)
· 1933 DIE INSEL DER DÄMONEN (dr. Friedrich Dalsheim/ baron Viktor van Plessen)
· 1933 NAAR APO-KAJAN (H.F. Tillema)
· 1935 DE SUIKERFREULE (speelfilm van Haro van Peski)
· 1935 LEGONG, DANCE OF THE VIRGINS
· 1936 PAREH, EEN RIJSTLIED VAN JAVA (speelfilm van Mannus Franken/Albert Balink)
· 1936 Rubber (speelfilm van Gerard Rutten)
· 1939 ’T SAL WAERACHTIG WEL GAEN! (opdrachtfilm Koninklijke Marine in Ned. Indië)
· 1939 TANAH SABRANG / Land aan de overkant (voorlichtingsfilm van Mannus Franken). Zie verder: Grasveld, Fons (red.) Tanah Sabrang, Land aan de overkant. Landbouwkolonisatie en wayang in een film van Mannus Franken, Amsterdam: Mannus Franken Stichting/ Koninklijk Instituut voor de Tropen/ Nederlands Film Instituut, 1988 (NFI-verkenningen nr. 43).
 
Naoorlogse speelfilms over Nederlands Indië
· MAX HAVELAAR (Fons Rademakers, 1976)
· OEROEG (Hans Hylkema, 1993),
· DE GORDEL VAN SMARAGD (Orlow Seunke, 1997).
 
Televisieseries:
· DE STILLE KRACHT (1974, gebaseerd op de gelijknamige roman van Louis Couperus, 1900)
· DE KRIS PUSAKA (1977-78, tvserie)
· IN NAAM DER KONINGIN (1996, geïnspireerd op o.a. De Hongertocht van M. H. Székely-Lulofs).

Enkele naoorlogse documentairefilms over Nederlands-Indië en Indonesië
1946 INDONESIA CALLING (Joris Ivens)
1984 HET LAND VAN MIJN OUDERS (Marion Bloem)
1994 HET MEER DER HERINNERING (Frans Hoeben & Lies Jansen)
1995 TABEE TOEAN. OP PATROUILLE IN NEDERLANDS-INDIË (Tom Verheul)
1995 SLAG IN DE JAVAZEE (Niek Koppen)
1995 DE BLINDE KAART. HERINNERINGEN AAN INDIË 1945-1962 (H.J.A. Hofland, Hans Keller)
1995 ONVOLTOOID VERLEDEN TIJD (eindexamenfilm Simcha de Haan)
1995 INDIËSTRIJDERS (Frans Bromet, Vpro)
1996 GEVANGEN OP JAVA (Jan van den Berg, over Willem Walraven)
1996 DE GROOTE POSTWEG (Bernie Ijdis)
2001 DE STAND VAN DE ZON (Leonard Retel Helmrich)
2002 EEN ONTDEKKINGSREIS NAAR TARAKAN (Karel Doing)
2002 TILLEMA, DE MULTATULI VAN DE FOTOGRAFIE (Herman de Boer)
2004 DE STAND VAN DE MAAN (Leonard Retel Helmrich)
2008 CONTRACTPENSIONS – DJANGAN LOEPAH! (Hetty Naijkens & Leonard Retel Helmrich)
2010 DE STAND VAN DE STERREN (Leonard Retel Helmrich)
2013 BUITENKAMPERS- BOEKAN MAIN, BOEKAN MAIN! (Hetty Naijkens & Leonard Retel Helmrich)
 
Plus: de documentaires van Joop de Jong & Liane van der Linden, o.a. STILLE INTOCHT (1992); GESCHIEDENIS VAN EEN KEUZE (1995); DE INDISCHE DIASPORA, DEEL 1: DE BIRNIES, EEN INDISCHE FAMILIE UIT DEVENTER (1997). En: INDONESIË IN WORDING (Joop de Jong 1995, over fotograaf Cas Oorthuys en filmer Charles Breijer).