NO (2012)




















NO of SI: campagne voeren in tijden van onderdrukking

De Chileense speelfilm NO is zeer leerzaam voor campagnemakers. Waarom en hoe precies hoop ik hier duidelijk te maken. Eerst is het nodig als startpunt een persoonlijke herinnering te vertellen.

De politieke situatie van Chili kwam bij mij het eerst op mijn netvlies toen ik in de brugklas zat, lang geleden in 1973. De leraar aardrijkskunde kwam op een zonnige septemberdag de klas binnen in zijn begrafenispak, lijkbleek en met een zodanige uitstraling van verdriet dat zelfs de meest roerige brugklassertjes tot zwijgen werden gebracht. Hij vertelde ons dat president Allende dood was, slachtoffer van een militaire coup. De rest van het lesuur praate hij ons bij over wat er gebeurd was in Chili. Sommigen zullen dit linkse indoctrinatie van gevoelige kinderzieltjes noemen, voor mij was het de meest indrukwekkende aardrijkskundeles van mijn gehele schooltijd.
 
De militaire coup bracht generaal Pinochet aan de macht, die vijftien jaar lang een schrikbewind voerde. De verhalen over martelingen en onderdrukking werden verteld door tal van journalisten en Chileense vluchtelingen, waaronder dappere filmmakers zoals Patricio Guzmán, met onder andere zijn documentaire trilogie ‘La Batalla de Chile’ (1975, 1977, 1979).
De binnenlandse protesten groeiden en de internationale druk nam toe, maar pas in 1988 was er voldoende massa om een referendum af te dwingen, met als centrale vraag: moest Pinochet aanblijven als president (SI), of niet (NO)? Deze historische mijlpaal in de Chileense politieke geschiedenis is mij destijds ontgaan, was ik was al jaren van school af en had niemand in mijn omgeving die een goed verhaal hierover vertelde. Dit gebeurde pas in 2013, toen ik de speelfilm NO in de filmzaal zag.
Regisseur Pablo Larrain bewerkte het toneelstuk ‘Referendum’ van Antonio Skarmeta, gebaseerd op waargebeurde feiten. Het resultaat is een reconstructie van het achtergrondverhaal bij het referendum van 1988, met een mengeling van authentieke beelden en nagespeelde werkelijkheid.
 
Hoe overtuig ik mensen?
Het dilemma van de NO campagne is in de film indringend in beeld gebracht: hoe vertel je een overtuigend verhaal over de noodzaak van politieke veranderingen, terwijl de richting van die verandering nog onderwerp van hevige discussie is tussen al die verschillende oppositiepartijen en terwijl bovendien je beoogde doelgroep bestaat uit mensen met evenveel verschillende belangen? Dat is verwarrend en blokkeert de vrije loop van je fantasie. Ontmoedigend is het daarnaast ook dat je tegenstander alle troefkaarten in handen heeft, want de regeringspartij van de dictator heeft al vijftien jaar de macht. Hun verhaal wordt dus ondersteund door de macht van gewoonte en ook botweg door de macht van intimidatie en terreur. De dictatuur bracht een relatieve welvaart voor wie zich rustig hield, en het door hen beleden kapitalisme gaf de illusie dat iedereen rijk kon worden (met als diclaimer dat het slechts een hardwerkende minderheid echt zou lukken). De beklemmende vraag is dan: hoe breng je in 15 minuten een overtuigend tegengeluid in stelling, met als essentie dat er zoiets bestaat als solidariteit, en democratie, en vrijheid van meningsuiting? Het lijkt een bij voorbaat verloren zaak. Waarom zou je campagne voeren en waarom zou je zelfs maar gaan stemmen? De uitslag lijkt immers al vantevoren vast te staan.
 
In de film zien we de eerste proefopname voor de invulling van de zendtijd van de campagne NO, deze videoclip toont in alle oprechtheid een reeks gruwelijke beelden van het onrecht dat in Chili toen had plaatsgevonden. Het is een indrukwekkend en politiek correcte compilatie, maar het zal duidelijk zijn dat je hier de volksstemming niet mee wint. Een van de activisten zegt het met zoveel woorden: het hoogst bereikbare voor haar is een stimulans van de bewustwording van het onrecht. Is dit een realistische inschatting of een defaitistische houding?
De film spreekt zich niet uit, dat is opvallend en ongewoon, maar wel een erg goede beslissing. De makers hanteren een observerende stijl en vermijden daarmee de gangbare retoriek van ‘good guys’ versus ‘bad guys’. Op deze manier maken ze veel meer indruk op mij dan ze ooit met een schematische formule-film zouden hebben kunnen bereiken.
 
Middenin het tumult van het brainstormende campagneteam komt dan de marketingman binnen. We kennen het type: hij is een jongeman die alleen maar denkt aan wat wel of niet werkt bij een breed kijkerspubliek. Hij heeft enige ervaring met het pluggen van frisdrank en past deze commerciële vaardigheid toe op de politieke campagne waar zoveel van afhangt. Resultaat: een beeldmontage van vrolijke mensen en het steeds herhalen van een vrolijke ‘jingle’. Zijn aanpak is behoorlijk cynisch en zijn personage is dan ook gedurfd onsympathiek. De held van het filmverhaal is een anti-held, want hij twijfelt wel erg lang over zijn betrokkenheid en als hij eindelijk meewerkt dan laat hij zich in de teambesprekingen kennen als een dominant leeghoofd die blijft hameren op meer hippe humor en vooral niet te veel inhoud. Sprekers zijn volgens hem saai, ook al zeggen ze soms wijze woorden. Onrecht is heus wel aangrijpend, maar het schrikt mensen af. Hij kiest dan ook voor een regenboog als beeldmerk.
 
Achter dit al te herkenbaar typetje schuilt een spannende gewetensvraag die tijdloos is: Welke opofferingen ben je bereid te maken? In dit geval: welke risico’s durf je te nemen als eenling in een totalitaire staat?
De filmmakers tonen hoe het NO-team onder druk gezet wordt met intimidaties en geweld. Toch vertellen ze geen sentimenteel verhaal en kiezen ze welbewust voor een vervreemdende lelijke visuele vormgeving, die naadloos aansluit bij de oorspronkelijke videospotjes van de jaren tachtig. Het gaat hen niet om een spannende actiefilm te maken, ze willen het concept van de campagne verduidelijken.
 
Regisseur Pablo Larraín zei in een interview met De Filmkrant: "We hadden de originele beelden, en we moesten het maken daarvan in scène zetten. Feitelijk dus een film afmaken waar 25 jaar geleden al aan begonnen is. Ik moest me voorstellen wat er zich achter die camera afspeelde, terwijl er geen foto's of informatie van bestond. Je maakt een 'behind the scenes' van iets waar we alleen een videoband van hadden. Dat was het moeilijkste: denken wat zij dachten, voelen wat zij voelden."
 
De kern van de campagne
Op de website van het randstedelijk filmtheater-netwerk Cineville staat een interview met Eugenio Garcia, een van de reclamemensen die de NO campagne in het echt heeft bedacht. Hij geeft interessante aanvullende achtergrondinformatie over hun aanpak destijds:
“We moesten een ethiek creëren, een esthetica voor de nieuwe wereld die er zou kunnen zijn als NO zou winnen. De campagne ging niet alleen om optimisme, niet over wraak of informatie, maar over die ethiek: iedereen samen, samenleven ondanks onze verschillen. En het bleek mogelijk. Onze wapens neer te leggen om te praten.” [...] “In de film zie je een clip waar een politieagent een demonstrant slaat: dát is de ethiek van onze campagne. Het clipje zegt: deze man is Chileen, de politieagent ook. De een wil vrede, de ander ook. Het laat zien dat er met een redelijke oplossing een plek kan zijn voor iedereen. Pinochet-supporters of oppositie, iedereen zou kunnen meedoen. De echte campage is gericht op democratie, niet enkel op het verslaan van Pinochet. We wilden een land van mogelijkheden zijn.”.
 
Mooi gezegd. Het is een tijdloos dilemma: hoe spreek ik mensen aan op hun emotie en hoe behoud ik tegelijkertijd de nuance van mijn boodschap? De situatie rondom de campagne bij het referendum in Chili in 1988 was extreem, de film NO laat ons meekijken in de strijd om de ‘hearts and minds’ van de bewoners in wat toen een sterk verdeeld land was.
 
De film NO stelt op confronterende wijze een breder dilemma aan de orde: wat zou jij doen, als je een effectieve campagne voor wat jij ziet als de goede zaak zou moeten voeren? Welke ‘tone of voice’ gebruik je? Kies je voor confrontatie of verleiding? Hoe verkoop je een papieren ideaal, hoe maak je het concreet? Wat betekent democratie, welke aantoonbare waarde heeft het? Deze vragen blijven rondzingen in mijn hoofd, lang nadat de film is afgelopen.
 
NO
Chili, 2012, 118 min.
regie: Pablo Larraín
 
Bronnen
 
Mijn tekst werd in aangepaste vorm ook gepubliceerd als blogpost op de site storytellingmatters.nl:
http://www.storytellingmatters.nl/visual-storytelling/item/no-2012-storytelling-campagnes-en-politieke-geschiedenisles-in-een-film.html
 
P.S.