klassieker: Amarcord (1973)



Fellini geeft een terugblik op de jaren dertig en veertig, in een provinciestadje aan de zee. Het is de ‘larger than life‘ versie van zijn eigen herinneringen aan zijn jeugd en schooljaren in Rimini.
 

De film begint met een pluisjes in de wind, de viering van het voorjaar. Terzijde: Jos Stelling maakte een hommage aan Amarcord, door deze pluisjes te citeren in De Illusionist.
 
De film eindigt met een bruiloft, met een grimmige ondertoon. Tussenin staan vele wonderlijke, hilarische en fantasievolle scènes met de kracht van visioenen.
Denk aan de scène in de mist, waarin de opa van het gezin ‘verdwaalt’. Denk aan de sneeuw, die zich manshoog opstapelt. Denk aan de scènes in de bioscoop.
 
De film is ook een afrekening met het fascisme, een waarschuwing voor de alledaagsheid ervan. Een chaotische herinnering aan vervlogen tijden, gemengde gevoelens bij zijn terugblik op zijn jeugdjaren.
 
Anton Haakman, in De Tijd 26 april 1974:
“[...] Het begint met een lentefeest, het eindigt met eenzaamheid, afscheid, dood. Het begint met karikaturen, het eindigt met een milde, maar droevige kijk op machteloze, zielige mensen. Het komische wordt schrijnend.
[...] Fellini probeert het fascisme van binnenuit te verklaren, vanuit een mengsel van afschuw en gefascineerdheid. Alles en iedereen is belachelijk en ontroerend tegelijk. Tegelijk maakt hij duidelijk waar de basis van het fascisme ook nu nog ligt.
Fellini idealisert het verleden bepaald niet. Hij staat niet alleen kritisch tegenover de gebeurtenissen van toen, maar ook tegenover de verhalen, de dromen en de films van toen.
[...] Fellini trekt geen conclusies. Hij voert zijn jeugdherinneringen op als een raadsel. Het verleden biedt weinig houvast aan iemand die geen raad weet met het heden. In ieder geval is hij niet van zijn reis thuisgekomen met gezellige verhalen over de goude oude tijd.”  
 
Wim Verstppen, in Vrij Nederland 15 juni 1974
“Met Amarcord levert Fellini de verschrikkelijke prestatie om een heel provinciestadje aan ons voor te stellen. Aan het eind van de film heb je het gevoel dat je ze allemaal kent, zonder dat je nou de indruk krijgt dat er bijzonder moeite genomen is al die mensen te introduceren.
[...] in Amarcord levert Fellni een scenario-technisch hoogstandje, want hij slaagt erin alle klippen te omzeilen. Met verwondering stelt men vast, dat in een film waarin ‘niets gebeurt’ alles gebeurt om de continuïteit in de personages te garanderen. Sommigen komen af en toe maar heel vluchtig door het beeld, maar dat is op zichzelf al een hele klus, je figuren steeds net op tijd weer even te laten zien zodat het publiek hun bestaan niet zal vergeten; maar om dan die personages ook nog terloops iets te laten doen of zeggen wat twintig minuten film later weer wordt opgepikt, en waarop dan wordt verder gegaan, nou dat is niet een hele klus, dat is verschrikkelijk moeilijk.”
 
Literatuur: