knipselkrant: De roversymfonie (1936)


Legendarische muzikale film, over de avonturen van een tienjarig jongetje, zijn ezel, een hond en een roversbende, die jagen op een zak met dukaten, verstopt in een mechanische piano. 
In 1936 werd de film in Engeland gemaakt, door een internationaal gezelschap van kunstenaars die op de vlucht waren voor de nazi’s. De Hongaar Féher voerde regie en componeerde de muziek. Met zijn team van medewerkers maakte hij een surrealistische vrolijke film, die in Nederland een cult-status kreeg: na de oorlog werd de film twintig jaar lang continu met succes vertoond in het Amsterdamse theater De Uitkijk. Elke keer weer kwam ook een jeugdig publiek genieten.
Het Filmmuseum heeft de kopie in 2005 gerestaureerd.
 
programmagids Filmmuseum Biennale 2005 over De roverssymfonie
 “Tijdens de Filmmuseum Biënnale wordt de gerestaureerde versie van Friedrich Fehérs legendarische muziekfilm The Robber Symphony (1936) vertoond. Deze film draaide vanaf 1940 bijna twintig jaar lang in de Amsterdamse bioscoop De Uitkijk en verwierf een aparte plaats in de Nederlandse bioscoopgeschiedenis.
 
Friedrich Fehér – in 1889 in Wenen geboren – begon zijn loopbaan als toneelacteur. Vanaf 1912 was hij o.a. in Duitsland werkzaam in de filmindustrie; eerst als acteur, later ook als regisseur. Zo is hij bijvoorbeeld te zien in het expressionistische meesterwerk Das Cabinet des Dr. Caligari (1920). Halverwege de jaren dertig ontvlucht Fehér nazi-Europa en vertrekt naar Londen, waar hij de productiemaatschappij Concordia Film oprichtte. Voor The Robber Symphony had hij een groot budget tot zijn beschikking. Op door hemzelf gecomponeerde muziek, uitgevoerd door het prestigieuze London Symphony Orchestra, maakte hij fantasievol geënsceneerde beelden. Toch werd de film niet het artistieke en commerciële succes waarop Fehér had gehoopt. De torenhoge kosten verdiende de ‘Exil’-regisseur dan ook niet terug en zijn productiemaatschappij ging failliet. In 1938 vertrok hij naar de Verenigde Staten en richtte daar de Symphonie-Film Inc. op, een niet al te succesvol bedrijfje dat zich specialiseerde in korte films. In 1950 keerde hij terug naar Duitsland. Datzelfde jaar nog overleed hij, vrijwel vergeten.
 
In Nederland echter bleef Fehérs naam voortleven. Dankzij de vele vertoningen in het Amsterdamse theater De Uitkijk heeft De roverssymfonie sinds de première in 1940 een groot publiek aan zich verbonden. Vooral dankzij de vele naoorlogse reprises verwierf Fehérs film een welhaast unieke status als ‘cultfilm’ in de geschiedenis van de Nederlandse bioscoopcultuur. Tot diep in de jaren zestig draaide De roverssymfonie onder grote publieke belangstelling in De Uitkijk. De directie van het theater zag zich dan ook genoodzaakt meerdere malen een nieuwe kopie samen te stellen uit de nog beschikbare kopieën die in de loop der jaren naar Nederland waren gehaald. Om de film maar in een redelijke staat te kunnen blijven draaien, werden de beste stukken aan elkaar geplakt; filmconservering avant la lettre.
De kopieën in De Uitkijk-collectie van het Filmmuseum laten de bewogen geschiedenis van De roverssymfonie goed zien: het beeld zit vol ‘springers’ en krassen, het geluid stokt zo nu en dan. En dat is nog maar het begin van een lange reeks audiovisuele tekortkomingen.
Het Filmmuseum vond na een wereldwijde zoektocht een vrijwel complete kopie van The Robber Symphony in het British Film Institute in Londen. Deze vormde de basis voor de allernieuwste Filmmuseum-restauratie. Het resultaat is een kopie die Fehérs film volledig recht doet.”
Bron: website http://lisa.filmmuseum.nl/biennale05/artikel/robber.html
 
Filmcriticus André Waardenburg over De roverssymponie:
“ Verschillende naoorlogse generaties zijn ermee opgegroeid: de bende van de Zwarte Duivels, een zak dukaten in een mechanische piano, een tienjarig jongetje, zijn ezel en een hond. 850 keer was de film te zien in het Amsterdamse theater De Uitkijk. Het Concertgebouworkest speelde meermalen de muziek die vijftigers, zestigers en zeventigers nog steeds mee kunnen fluiten.
We hebben het natuurlijk over De Roverssymphonie, in 1936 in Engeland gemaakt door een Hongaarse regisseur met een filmcrew die voornamelijk bestond uit Duitsers op weg naar Amerika. De Roverssymfonie ging in 1940 in Nederland in première maar verdween door toedoen van de Duitse bezetters al snel uit de bioscoop. Vlak na de oorlog ging de film in reprise in De Uitkijk en werd een groot succes. Alleen in Nederland. Overal ter wereld verdwenen de film en zijn maker Friedrich Feher in de vergetelheid. Het negatief verbrandde in de Londen tijdens een Duitse bomaanslag, Fehers productiemaatschappij ging failliet en Feher zelf kwijnde weg in Amerika. Zijn film bleef, in Nederland. En draaide regelmatig tot in de jaren zestig. Zelfs zo vaak dat de kopie helemaal kapot was gedraaid en de directie van het theater een nieuwe moest samenstellen uit de nog in omloop zijnde exemplaren. En die waren er vaak niet best aan toe. Velen zullen de film hebben gezien met springers en zonder begintitels. Dat deerde niet, want het sprookjesachtige verhaal over een roversbende die uit is op het geld van een waarzegsters betoverde toch wel. Voor kinderen is de film een fantastisch sprookje, ouders zullen de soms absurde humor waarderen. Het verhaal is zo eenvoudig dat er weinig dialogen zijn. Dat moest ook wel, want het ging Feher vooral om de muziek. De film begint met een door het orkest gespeelde ouverture, met alle orkestleden in bolhoed, zwart pak en met een Chaplin-snorretje. Vervolgens horen we liedjes, flarden piano en een orkestrale score met steeds terugkerende motiefjes. Geen wonder dat je die kunt meefluiten als je de bioscoop vrolijk verlaat.
Ongetwijfeld tot vreugde van velen is de film nu weer even terug. Het British Filminstitute bleek te beschikken over een fotografisch gezien uitstekende versie uit 1936. Die stond aan de basis van de restauratie door het Filmmuseum. En vergeleken met de versleten Uitkijkkopie bleek die zelfs dertig minuten meer materiaal te bevatten. De muzikale ouverture is langer, en voorafgaand daaraan worden de acteurs - en de ezel en hond - keurig voorgesteld, geheel in stijl van de zwijgende film. Met nog meer muziek dus, om opgewekt mee te fluiten.
Op 6 april wordt de film ingeleid door schrijver K. Schippers en filmmaker Cherry Duyns, makers van de documentaire Requiem voor een film (1989). In die film (te zien op 8 april op de Biënnale) gaat Schippers op zoek naar het verhaal achter De Roverssymphonie, een film die hij vlak na de oorlog samen met zijn vader zag. Wie was Friedrich Feher? Wat is er van hem geworden? Leven er nog acteurs en muzikanten? De vergetelheid aan het werk.”
Bron: http://vorige.nrc.nl/kunst/article1862079.ece/De_Roverssymphonie_weer_als_nieuw.
 
Hans Beerekamp over De roverssymfonie
“Deze Engelse productie vertelt een ontroerend, magisch verhaal over een schat die is verstopt in een pianola. De Nederlandse première vond plaats op 22 maart 1940. In de in eigen beheer uitgegeven geschiedenis 'Uitkijken' (1967) schrijft criticus Charles Boost:
'De film was destijds ondanks de schitterende kritieken geen overwegend succes bij het publiek, hoewel hij in kleine kring toen toch al tot een soort cultus aanleiding gaf die zich onder andere tijdens de oorlog manifesteerde in weemoedige pogingen tot het terugvinden van de juiste melodieën, waarmee de herinneringen aan de film (en aan de laatste maanden van de vrijheid) onvervreemdbaar waren verbonden'.
De eerste reprise, in januari 1946, kwam voortijdig aan haar einde door de slechte kwaliteit van de filmkopie. In 1953 werd uit verschillende in Nederland aanwezige kopieën 'een nieuwe, aan redelijke eisen voldoende copie' samengesteld en meldde het programmablad dat het negatief in 1941 bij een brand in Londen na een bombardement verloren was gegaan.
De door het Duitse filmexpressionisme, met name Pabsts DIE DREIGROSCHENOPER (1931), beïnvloede film THE ROBBER SYMPHONY was de laatste film van de Oostenrijker Feher (1889-1950) en veroorzaakte zijn faillissement. Hij begon als acteur en was onder meer te zien in de klassieker DAS KABINETT DES DR. CALIGARI (Robert Wiene, 1919). Feher vluchtte voor de nazi's naar Engeland, bracht daarna enige tijd door in de Verenigde Staten en stierf in grote armoede in Frankfurt am Main.”
Bron: 1 december 2004, website NRC/Handelsblad: 'vragen over film'.
 
“Het Filmmuseum presenteerde recent een reconstructie van De Roverssymfonie, gemaakt op basis van een kopie van het British Film Instititute. Die filmkopie rouleert ook in het land. Onlangs schreef Marjolijn van Riemsdijk in het aardige boekje ‘De kleine bioscoop met de grote naam - driekwart eeuw filmtheater De Uitkijk’ (uitgegeven in eigen beheer door Maatschappij voor Cinegrafie, ISBN 9090206884) over de recente heruitbreng:
“Vanaf het moment dat De Uitkijk de film weer op het programma zette, stroomde de zaal vol. Uit sentiment, uit nieuwsgierigheid, wie zal het zeggen, maar een feit was dat mensen van heinde en ver naar De Roverssymfonie waren gekomen. Ze kregen waar voor hun geld: deze Roverssymfonie duurde een half uur langer dan de eerste versie, met nog nooit eerder vertoonde scènes van de jongen met de pianola, de ezel en de hond, ploeterend door metershoge sneeuw.”
Bron: Hans Beerekamp, 20 september 2006, website NRC/handelsblad: 'vragen over film'.
 
Jan Blokker over De roverssymfonie
“Een wonderlijk, poëtisch verhaal over een stel mannen die op een hele muzikale manier op zoek gaan naar een schat die in een pianola verborgen zit, zoiets. De film was eigenlijk geen hele grote hit. Hij ging in première in april 1940, maar moest eind mei natuurlijk verdwijnen: de Duitsers stonden geen Engelse filmproducties meer toe. Toen De Roversymfonie na de oorlog in reprise ging, stond die film bijna symbool voor de vrijheid en de hoop. De print was echter ontzettend slecht, en het negatief van de film schijnt in Londen bij een bombardement verloren te zijn gegaan. Mijn hele generatie kent die film nog, althans, voor zover nog in leven zijn. Die representeert echt de hoop en vrijheid na de oorlog. Cherry Duyns heeft er laatst voor de VPRO nog een prachtige documentaire over gemaakt.”
Bron: http://www.filmfocus.nl/filmliefde/69-Jan-Blokker.html.
 
Barbara Hin over De roverssymfonie:
Vraag: “Wat is de eerste film die je je kunt herinneren?”.
Antwoord: “De Roverssymfonie van Fiedrich Feher. De piano! De arm van de boef in de piano die net niet bij de zak met geld kan. Het jongetje op de vlucht met de piano door de sneeuw. De boeven die zich verbergen in de houten ton, met het klepje dat opengaat voor de uitkijk. De muziek die ze blijven spelen, al hangen de ijspegels aan hun lijf. De zeer harde lach van de grote man, die het bevroren jongetje redt, bulderend door het besneeuwde bos.”
Bron: http://msn.filmfocus.nl/filmliefde/157-Barbara-Hin.html 
 
Peter Faber over De roverssymfonie
“[...] Een andere film die ik enorm grappig vond, was De roverssymfonie van Friedrich Feher. Een wonderlijk, poëtisch verhaal over een stel mannen die op een hele muzikale manier op zoek gaan naar een schat die in een pianola verborgen zit, zoiets. Ik zie ze nóg met hun muziekinstrumenten door de sneeuw trekken.”
Bron: http://msn.filmfocus.nl/filmliefde/251-Peter-Faber.html
 
De roversymfonie
GB, 1936, 136 min, zwart/wit, Engels gesproken, Nederlands ondertiteld.
Regie: Friedrich Féher. Originele titel: The Robber Symphony.

Zie ook: Michel Hommel, ‘De Roversymphonie: Rovers in exil', in: Skrien 169 (dec 89/jan 90) p. 76.