Mijn eerste bioscoopervaring: Mary Poppins (1964)


Voor veel mensen geldt dat een Disney film de eerste kennismaking met een filmvertoning in de bioscoop is. Voor mij was dit Mary Poppins (1964), inmiddels vooral bekend door de vele reprises van de film op televisie in de Kerstweken, de Sing-Along dvd-versie, de 2 Disc 40th Anniversary Special Edition en natuurlijk ook de succesvolle live musicalversie van 2004.
 
Mary Poppins was winter 1965/1966 in Nederland te zien in bioscoop De Passage (Den Haag), Tuschinski (Amsterdam) en Thalia (Rotterdam), in mijn herinnering in de originele versie met ondertitels. Wat zie je als vijfjarige, in mijn geval in de kerstweek van 1965, in de toen erg nieuwe en moderne Haagse bioscoop De Passage?
 
De verhaallijn is te complex om te overzien voor een vijfjarige die de ondertitels nog niet kan lezen, maar dat geeft niet, want je ziet losse elementen die je verwonderen en bekoren, het onderlinge verband is niet van belang en de waarschijnlijkheid al helemaal niet.
Kijk daar, plotseling staan stoere schoorsteenvegers te dansen op het dak en even later zie je een bijzondere theevisite als de kinderen met hun Nanny op bezoek gaan bij oom Alfred die zo onbedaarlijk moet lachen dat hij opstijgt met stoel en al. Er zit niets anders op dan dat de thee geserveerd wordt terwijl iedereen ontspannen zwevend tegen het plafond zit.
En natuurlijk is het volstrekt aannemelijk dat he hele gezelschap in een krijttekening op de stoep verdwijnt en dan ontspannen rondwandelt in een getekende wereld met een prachtige kermis en dansende pinguïns en draaimolenpaarden die losbreken. En warempel: iedereen is ook nog net op tijd terug op straat als het hard gaat regenen. Deze sequentie heeft een hoog cultgehalte verworven, vanwege de overdaad aan pasteltinten en de over de top zuurstokkenwereld.
 
Stel dat ik ooit zou worden uitgenodigd voor Zomergasten, dan zou ik mijn eerste fragment uit Mary Poppins kiezen. Het zal een liedje moeten worden natuurlijk, in volle glorie getoond. Ik twijfel nog tussen ‘A Man Has Dreams’ of ‘Let’s Fly a Kite’. In beide gevallen staat de vaderfiguur centraal, waarover later meer.
 
Mijn achterliggende algemene motivatie ligt ten eerste op het vlak van human interest, onversneden jeugdsentiment, mijmeringen over de gelukzalige ervaring in de bioscoop en de geborgenheid van een liefdevol gezin, een onbezorgde kindertijd. De film bood een kleurrijke wereld, met dans en zang.
 
Daarnaast kan ik een bruggetje leggen naar mijn beroepspraktijk. Elke kleuter heeft het recht op een onvergetelijke eerste bioscoopervaring met een keuze uit kwaliteitsfilms. Zie verder mijn aantekeningen hierover: http://www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=11
Binnen het genre van filmmusical is Mary Poppins een topper, dat betoog moet ik nog nader uitwerken, maar dat is niet moeilijk. En binnen het corpus van Disneyfilms is Mary Poppins een uitzonderlijk item. De productiegeschiedenis wordt gekenmerkt door ieders toewijding en een streng toezicht door de schrijfster van het boek. Het achtergrondverhaal over de auteur Pamela Travers en haar inbreng bij de totstandkoming van de verfilming van haar boek door Disney wordt uitgebeeld in de film Saving Mr. Banks (John Lee Hancock 2013). Het boek is voor de schrijfster een methode om een jeugdtrauma te verwerken, waarbij haar vader de hoofdpersoon is.
 
Voor de basisfeiten over Mary Poppins, de film zie onder andere: