het belang van geesteswetenschappen


De filosofe Martha Nussbaum publiceerde in 2010 het pamflet Not for Profit: Why Democracy needs Humanities. In 2011 verscheen de Nederlandse vertaling. De presentatie hiervan gebeurde in de vorm van de jaarlijkse Frederik van Eedenlezing bij de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden.

Hoogleraar klassieke talen Ineke Sluiter stelt in de inleiding van de Nederlandse vertaling dat Nussbaum de wereld waarin we leven ziet bestaan uit een veelheid van betekenisvolle en ervaringsrijke verhalen. Dit vergt dat iedereen in deze samenleving beschikt over een voldoende mate van ‘narratieve verbeelding’, het vermogen om zich in het verhaal van de ander te verplaatsen, zich in te leven in andere situaties en andere perspectieven.
Nussbaum verdedigt haar pedagogische idealen in vele variaties, steeds met bevlogenheid en soms met gebruik van grote woorden. 

De kern van haar betoog ligt bij de noodzaak van een optimale individuele ontplooiing: het aanleren en vergroten van de vaardigheid om kritische vragen te stellen op basis van respectvolle nieuwsgierigheid, om zelfstandig te oordelen op basis van gefundeerde informatie en redelijke argumenten.
 
Nussbaum onderstreept nog maar eens het belang van lesboeken waarin ongemanipuleerde informatie staat die zo genuanceerd en neutraal mogelijk de veelzijdigheid van de wereld schetst.
Goed onderwijs vereist dat we kinderen leren begrijpen hoe de geschiedenis wordt geconstrueerd uit materiaal dat afkomstig is van bronnen van zeer uiteenlopende aard, en dat we kinderen bijbrengen hoe ze die onderzoeksgegevens op waarde kunnen schatten en op welke wijze verschillende historische verhalen tegen elkaar kunnen afgewogen.” (p. 122).
 
Onderwijs moet volgens Nussbaum alle jonge mensen de kans bieden om hun kritische en creatieve vermogen te ontwikkelen en toe te passen, om te kunnen opgroeien tot verantwoordelijke wereldburgers. Dit soort onderwijs beschouwt ze als een van de grondrechten van de democratie en de menselijke waardigheid. Het is ook een voorwaarde om te kunnen komen tot een mondiale solidariteit en rechtvaardigheid.
Helaas is dit soort onderwijs zeldzaam en wordt het momenteel bedreigd door het eenzijdige en kortzichtige winstgericht denken, met een gestage economische groei als enige succesfactor.
 
Als op scholen en in universiteiten overal ter wereld geen goede grondslag voor internationale samenwerking wordt gelegd, zullen onze menselijke interacties over het algemeen echter plaatsvinden binnen de schrale normen van de markt, waar mensenlevens in de eerste plaats gezien worden als middelen om winst mee te behalen. Scholen, hogescholen en universiteiten overal ter wereld hebben daarom een belangrijke en dringende taak: ze dienen te stimuleren dat leerlingen zichzelf gaan beschouwen als leden van een heterogene natie (want alle naties zijn heterogeen) in een nog heterogenere wereld, en leerlingen enig begrip bij te brengen van de geschiedenis en het karakter van de uiteenlopende groepen die haar bewonen.” (p 111).
 
Ter verdediging van haar standpunt bespreekt Nussbaum een lange historische lijn van pedagogische pioniers.
Als voorgangers uit de 18e eeuw noemt ze Jean Jacques Rousseau en de Zwitser Johan Pestalozzi, in de 19e eeuw volgen de Amerikanen Bronson Alcotte en Horace Mann en de meer befaamde Friedrich Fröbel. De oogst van de 20e eeuw bestaat uit Maria Montessori, Rabindranath Tagore (India) en John Dewey (VS). Aan de Amerikaanse universiteiten is in deze geest een traditie opgebouwd van ‘liberal arts’ opleidingen met een cursusaanbod dat gericht is op een algemene academische vorming.
 
Deze traditie van ‘humanities’ zou wat mij betreft ook een effectief tegengif moeten zijn tegen het simpele denken van populisten. We moeten ons verweren tegen hun gemakzuchtige en stellige wijze van reageren op frustraties in het dagelijks leven. Populisten worden populair door het manipuleren en uitvergroten van collectieve emoties, ze scoren met een makkelijke bevestiging en versteviging van de bestaande onvrede, zonder werkbare oplossingen te bieden.

Zie ook:
  • Anthony T. Kronman, Education’s End: Why our Colleges and Univerities Have Given Up on the Meaning of Life, Yale University Press, 2007.
  • Stefan Collini, What Are Universities For? London: Penguin Books, 2012.
  • Bod, Rens, De vergeten wetenschappen: Een geschiedenis van de humaniora, Amsterdam: Bert Bakker.
  • Jonker, Ed, De geesteswetenschappelijke carrousel: Een nieuwe ronde in het debat over wetenschap, cultuur en politiek, Amsterdam: Amsterdam UP, 2006.
  • Lorenz, Chris Van het universitair front geen nieuws, Baarn: Ambo, 1993. URL: http://vawo.ruhosting.nl/postdocs/artikelen/Front/Vanhetfront.html
En:
 
Landelijk beleid
Valorisatie van geesteswetenschappelijk onderzoek is het ideaal, ofwel men streeft naar een optimale kennisbenutting. Naast economisch nut heeft geesteswetenschappelijk onderzoek ook een invloedrijke maatschappelijke, culturele en democratische functie. Onder andere door het vertalen van beleidsvragen naar onderzoeksvragen. Kernvraag is: hoe kan de waarde en impact van geesteswetenschappelijk onderzoek beter zichtbaar en meetbaar gemaakt worden? Dit kan door drie concepten duidelijk van elkaar te onderscheiden:
  • het proces – uitvoering van verspreiding van kennis (‘disseminatieactiviteiten’) en de mate van betrokkenheid van derden
  • de output – het creëren van gebruikswaarde
  • het effect – de benutting van het onderzoeksresultaat