Drogredenen











De praktijk: drogredenen in het debat over bezuinigingen op cultuur
Naar mijn mening is het onverstandig te bezuinigen op cultuur.
Dit zijn veel mensen niet met me eens. Gelukkig zijn hun argumenten makkelijk te torpederen, toch blijven die argumenten merkwaardig genoeg steeds terugkeren in elke discussie.
 
Op internet circuleert een polemisch artikel, geschreven in september 2010 door dramaturg/theaterjournalist Robbert van Heuven. Ik citeer met instemming:
“Natuurlijk moeten we discussiëren over het waarom van kunstsubsidies, maar dan wel graag op basis van feiten, in plaats van via de onderbuik, makkelijke oneliners of symboolpolitiek. Daarom: de zes grootste drogredenen op een rij en waarom ze onzin zijn”.
De volledige tekst staat op zijn website: www.robbertvanheuven.nl/?p=225
 
De theorie: wat is een drogreden?
Een drogreden is in de oorspronkelijk betekenis van het woord een ongeldige redenering die oppervlakkig gezien wel geldig lijkt.
Of meer specifiek is het de aanduiding voor een incorrecte weerlegging van de stelling van de tegenpartij.
We passen in beide gevallen de normen van de logica toe op de argumenten die in een discussie naar boven komen.
 
Hier volgt een provisorisch lijstje van drogredenen, ofwel schijnlogica (‘informal logic’):
·     cirkelredenering
·     het verwarren van eigenschappen van delen en gehelen
·     contradicties = tegenstrijdige uitspraken
·     oneigenlijke tegenstellingen
·     foutieve gevolgtrekkingen
 
Het menselijk taalverkeer is echter niet met logica alleen te vangen. In bredere zin is ‘drogreden’ daarom ook een aanduiding geworden voor een slap argument dat overtuigend lijkt, maar dat niet is. In nog bredere zin is het een aanduiding voor de overtreding van de spelregels voor een redelijke discussie. Met deze betekenisverbreding zitten we op het vlak van de debatcultuur.
 
Hier volgt een provisorisch lijstje van debat-trucs (‘the art of deception’)
 
Een handig & leesbaar boekje voor verdere studie is: “Dat heeft u mij niet horen zeggen. Drogredenen van A tot Z” (1992), geschreven door F. van Eemeren en R. Grootendorst.
De auteurs zijn Neerlandici, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en zijn sinds de jaren zeventig zich aan het specialiseren in de argumentatieleer.
In 1996 publiceerden ze (i.s.m. o.a. F. Snoeck Henkemans) het “Handboek Argumentatietheorie. Historische achtergronden en hedendaagse ontwikkelingen”.
 
In Nederland is langzaamaan een debatcultuur aan het ontstaan, in navolging van de Britse traditie. Dit brengt een stroom van licht verteerbare boekjes met zich mee, bijvoorbeeld “Gelijk hebben, gelijk krijgen” (1998) en “Daar trappen we niet in” (1999), geschreven door P.M. van der Geer en B. Walenkamp.
Een inleidend boek van oudere datum is “Zindelijk denken. Foutieve denkwijzen, oneerlijke discussiemethoden.” (1971), geschreven door A.F.G. van Hoesel.
De echte aanrader op inleidend gebied is “Kritisch Denken” (1999), geschreven door Thomas de Boer, universitair docent Methodologie verbonden aan de Rijksuniversiteit van Groningen.
 
Internet tips