Klassieker: La Commare Secca (1962)


 
De beginscène is beschikbaar op YouTube: www.youtube.com/watch?v=XUL2mbJ1dIc
 
De beginbeelden tonen een viaduct van kaal beton. Een greppel met opwaaiend zwerfvuil. Langzaam komt een liggende vrouw in beeld, haar hand, haar voet. Ze is dood. Wat is hier precies gebeurd, hoe is deze vrouw om het leven gekomen? De film geeft niet meteen een verklaring hiervoor. Er volgen vier verhoren op een politiebureau, dit resulteert in zes flash backs waarin de filmtoeschouwer steeds wordt meegenomen terug in de tijd, naar het begin van de dag.
 
De flash backs in deze film zijn aan de ene kant subjectief: vier personages vertellen hun herinneringen, vertekend door spanning, de druk van het politieverhoor. Het ritme van de montage en de stijl van de beeldcomposities zijn per flash back steeds aangepast aan de personages. Aan de andere kant tonen deze flash backs ook beelden die aantonen dat de personages liegen.
 
Segmentatie van de plot
1. Verhoor van een jongen. Hij is in tranen, later blijkt pas waarom. Hij vertelt zijn adres, het huis komt in beeld, we zien de jongen de tuin uitkomen. Buiten beeld vertelt hij over wat hij zoal deed die dag. De beelden vertellen echter een heel ander verhaal. De jongen steelt met vriendjes een tas.
Plotseling zien we een vrouw in een kamer, regen op de ruiten, onweer. Er klinkt muziek die bij de beginbeelden klonk. Deze scène keert bij elk verhoor terug, steeds zien we meer van wat de vrouw meemaakt.
Na het onweer lopen de jongens door het bos, in de avond. Er klinkt Italiaanse popmuziek, het blijkt een radio te zijn van een vrijend paar.
 
2. Verhoor van een blonde man. Hij is een bekende van de politie, die eerder veroordeeld is wegens diefstal. Hij liegt ook over zijn dag. Na een afspraak met een onnozel meisje aan de rand van de stad heeft hij een heftige ruzie met zijn ‘schoonmoeder’ die kijvend een mes pakt. Hij gaat geld halen bij zijn klantenkring: hij is de minnaar van een vrouwelijke pooier.
Na de scène met de onbekende vrouw in de kamer, onweer en regen, krijgt hij ruzie met zijn vriendin. Hij zwerft door de stad, komt ’s-avonds in het park terecht. Hij ziet zijn vriendin met een ander. Dit verzwijgt hij voor de politie.
 
3. Verhoor van een dienstplichtig soldaat. Hij is een jongen uit de provincie die een dag in Rome is. Dit is een zwijgende sequentie, een mozaïek van brokstukken van het straatleven zoals de soldaat dat waarneemt en ervaart. Hij loopt achter de vrouwen aan, zonder succes. Dan staat hij in het Colosseum, waar toeristen worden rondgeleid.
Na de scène met de vrouw in de kamer, die als een refrein gaat werken en als tijdsbaken, schuilt de soldaat bij een treinviaduct. In het park valt hij in slaap op een bank. Hij ziet een man op houten slippers rondlopen.
 
4. Verhoor van de man op slippers, een zwerver. De camera zoekt weer, kijkt rond en toont beelden buiten het verhaal van het personage om. De camera probeert meer te zien dan er verteld wordt. De zwerver vermeldt twee jongens en een man te hebben gezien in het park, en ook een vrouw. Hier houdt hij op met vertellen. Er klinkt spanningsmuziek, op piano. Dit lijkt een sterke aanwijzing voor wie de dader is.
 
5. Een tweede verhoor van de jongen. Samen met een vriend had hij een afspraak met twee meisjes die ze waren tegengekomen tijdens de lunch. Na het refrein van onweer en vrouw zien we de vier jongelui bij een oudere vriendin. Ze draaien een plaat, de twee meisjes dansen, de twee puberjongens durven niet. De jongens moeten 2000 lire hebben om een etentje te bekostigen. Ze komen ’s-avonds in het park, dezelfde spanningsmuziek op piano. Ze hebben een gesprek met een man (die homo blijkt te zijn), ze passeren een vrouw (de titelmuziek klinkt). De jongens stelen een jas met aansteker.
In deze vijfde flash back volgt een sprong in de tijd, naar de dag na de moord. De politieman vraagt aan de jongen: ‘Waarom ben je gevlucht?” We zien de uitbeelding van de terugblik: de jongens staan op een voetbalveld aan de rand van de stad. De politie zoekt ze, ze vluchten. De jongens blijven maar rennen door een verwilderd landschap. Het is geen klassieke achtervolgingsscène want de politie is al snel uit het zicht verdwenen.
 
6. Het moordonderzoek heeft nog niet veel opgeleverd, iedereen draait om de waarheid heen. De politie roept de zwerver op. Vraag: ”is er iets dat je je nog kunt herinneren?”. Jawel, de zwerver heeft een gesprek gehad met de vrouw, ze tippelt in het park. Hij heeft echter geen geld, wil haar verkrachten, en doodt haar in deze worsteling. We zien dat de homo van een afstand toekijkt.
 
De film lijkt nu klaar: de dader is bekend. Maar nee: er volgt een slotscène in fel zonlicht. Een danstent, met danspaartjes die aan elkaar kleven. De homo kijkt zoekend om zich heen, een politieman achter zich. De zwerver wordt gearresteerd, hij roept: “Het was maar een hoer, ik heb niets gedaan”.
 
Conclusie
Regisseur Bertolucci en scenarioschrijvers Sergio Citti en Pier Paolo Pasolini kozen voor de vertelstructuur van een zoektocht naar een dader, waarbij ze de story verknippen tot een plotstructuur die bestaat uit vier perspectieven. De story wordt fragmentarisch verteld door de personages, die zich laten kennen als onbetrouwbare verteller. De ontknoping wordt verteld door een onzichtbare verteller, maar de identificatie en de arrestatie van de dader is niet de essentie van de film. Het verhaal over het oplossen van de moordzaak vormt de aanleiding tot het in beeld brengen van een dag uit het leven van verschillende soorten armoedzaaiers die allemaal kampen met geldgebrek.
The characters have no ambition to make their mark on history, but their lives are shaped by power relations within society. The narrative concludes with the identification of the murderer, and that there is not just one truth but multiple explanations for a social situation.” (Wood, 2005, 126).
 
Het perspectief van de twee tienerjongens krijgt de meeste aandacht, wellicht is hier de invloed van scenarioschrijver Pasolini het meest merkbaar. LA COMMARE SECCA (1962) heeft veel verwantschap met de film die Pasolini een jaar eerder regisseerde: ACCATTONE (1961).
Bertolucci created an impressionist poem of Rome as seen by ‘the children of life’, young men from the subproletariat who enjoy life in spite of their poverty and lack of perspective.” (Liehm 1984, 192)
 
De titel LA COMMARE SECCA is ontleend aan een dichtregel van G.G. Belli: ”La Commaraccia Secca de strada Guilia arza e rampino”. Vrij vertaald: Het oude dorre wijf van de Julia-straat klimt de trap op. Wellicht is dit een indicatie dat de film breder opgevat kan worden, een soort klaagzang met als kern de boodschap dat de dood steeds weer terugkeert?”
 
Literatuur:
Zie ook:
 
(deze tekst is gebaseerd op een lezing die onderdeel was van de cursus filmanalyse die ik begin jaren tachtig heb gegeven in het Filmhuis Gouda).
 
David Thompson over La Commare secca
“ The title La commare secca comes from a quotation that appears at the end of the film—“E giu la commaraccia secca de strada Giulia arza e rampino,” which can be translated as, “And already the skinny gossip of Giulia Street raises her scythe.” It was used by Pasolini in his novel Ragazzi di vita and was taken from a sonnet by the nineteenthcentury poet Giuseppe Giocchino Belli, who wrote his blasphemous and obscene verses in Roman dialect.
 
The story is essentially a police enquiry into the murder of a prostitute, whose abandoned body by a Roman highway is revealed in the opening shots. An off-screen police officer interrogates a series of men present in the park where the prostitute was waiting for a client—a petty thief trying his luck in the city, a smug pimp under the thumb of his aggressive fiancé, a naïve soldier from the south killing time, a smooth-talking waiter from Milan, and a couple of awkward boys looking for money to buy food for a dinner with their would-be girlfriends.
As each of them tells his version of events, we see the truth behind (and often in contradiction to) their verbal testimonies through extended flashbacks covering the day and night of the murder. (Bertolucci has denied the direct influence of Akira Kurosawa’s Rashomon [1950], which he had not seen, though he was certainly aware of it) %u2028%u2028
 
Within each episode there occurs a brief rainstorm, during which, from an entirely separate viewpoint, the prostitute is seen rising from bed and preparing to go out in search of a client. In Bertolucci’s first edit, this beautiful scene, originally conceived in one complete take, was repeated in its entirety each time the storm occurred—but his producer ultimately persuaded him it would drive the audience out of the theater. Still, even as divided into shorter sections, the sequence has the delirious effect of simultaneously turning back the clock while moving the narrative forward and serves as a poignant reminder of the death that began the film and that will inevitably be reenacted. [...]
 
[...] La commare secca is an investigation without a central protagonist and has no overt moral stance. Instead, the film’s attitude is one of an almost innocent enchantment, with the camera moving eloquently across landscapes (such as the magnificent pan from the Tiber River filled with bathing kids to the dance platform where the murderer is arrested) and exploring faces with a tender gaze.
Bertolucci has always shown an acute sensitivity to the human form, and it’s particularly evident here in the delicacy of the scenes with the two young boys and their noticeably more mature objects of desire.”