klassieker: El Angel Exterminador (Bunuel, 1962)


(gepubliceerd in: De Morgen 17-8-1991)
 
Sinds anderhalve maand is het filmaanbod in Brussel verrijkt met een cyclus klassiekers op zondagavond. De voorstellingen in het kunstenaarscentrum Plateau hebben de ambiance van een fuif ter ere van de cinema. De gastheren zorgen voor een voorfilm, een entr’act en popcorn. Het projectiedoek hangt in een groot atelier. Op deze manier staan de filmbeelden in de context van de eigentijdse kunstontwikkelingen. De klassiekers breken los uit het archief. Deze week is het de beurt aan El Angel Exterminador, een film van Luis Bunuel uit 1962.
 
Volgens recensenten van toen, gaat het om een kritische parabel over de holle waardigheid van de bourgeoisie, of een bespotting van het katholicisme en in elk geval de meest surrealistische Bunuel-film sinds L’Age d’Or uit 1930.
Bunuel wilde echter de toeschouwer juist aanzetten tot het tegendeel van duidingsdrang. Dit blijkt reeds uit zijn voorwoord bij de film, een soort gebruiksaanwijzing voor de toeschouwer:
“Als de film die u gaat zien u raadselachtig lijkt of onsamenhangend, dat is het leven ook. De film bevat herhalingen zoals het leven en is eveneens onderwerp van veel interpretaties. Misschien is de beste interpretatie van El Engel Exterminador dat er , redelijk gesproken, geen is.”
 
Luis Bunuel laat zijn verbeelding de vrije loop en stoffeerde een kort scenario – over een mondaine party waar de gasten niet meer weg willen of kunnen – met heel wat losse invallen. De rationele toeschouwer zoekt tevergeefs naar een verklaring: alle aanwijzingen zijn even zovele dwaalsporen. Er loopt bijvoorbeeld op een gegeven moment een beer in de salon rond. De meeste critici breken zich het hoofd over de ‘verborgen betekenis’ van die scène en kunnen of willen niet accepteren dat het een absurde fantasie zou kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor de befaamde herhalingen. Op de vraag naar de betekenis daarvan, gaf Bunuel het ironische antwoord “Omdat de film toen hij klaar was, te kort bleek te zijn en we hem wat langer moesten maken.”
 
In zijn Bunuel biografie beschreef de Spaanse criticus Francisco Aranda de kern van de film als volgt:
“Mensen willen altijd overal een verklaring voor. Dat is het gevolg van een eeuwenlange burgerlijke opvoeding. En voor alles waar ze geen verklaring voor kunnen vinden, wenden ze zich dan, als laatste mogelijkheid, tot God. Maar, wat hebben ze daar nou aan? Dan zullen ze toch vervolgens een verklaring voor God moeten vinden.”
 
El Angel Exterminador laat het belachelijke zien van conformisme en imitatiedrang. De personages in de film worden bevangen door een raadselachtige psychologische blokkering, ze zien zich door een innerlijke drang bevangen en bivakkeren in de salon. Het vernis van hun beschaving blijkt heel dun, de omgangsvormen verruwen in snel tempo. Hun remedie is een reconstructie van de beginsituatie. Deze herhaling brengt inderdaad bevrijding, maar die blijkt tijdelijk te zijn.
 
Impliciet ondergraaft de film ook het conventionele kijkgedrag. Geen lineair verhaal met een happy end, geen werkelijke ontknoping. Voor de toeschouwers is dit een uitdaging om tot een betere oplossing te komen. Waar is de uitgang?