klassieker: La Dolce Vita (Fellini, 1960)


Een open einde
 
La Dolce Vita toont in 173 minuten een aantal taferelen uit het leven van een sensatiejournalist (Marcello Mastroianni). In de laatste minuten zien we hem met een gezelschap feestgangers in het vroege ochtendlicht ronddwalen op het strand. Een stel vissers is doende een gedrochtelijke grote platte tvis op het droge te halen.
Mastroianni kijkt opzij en ziet aan de overkant van een diepe geul een meisje naar hem gebaren. Hij herkent haar, eerder in de film hebben ze elkaar vluchtig gesproken. We horen alleen het geluid van de branding en van de wind. De branding overstemt haar woorden. Ze smeekt hem met gebaren, maar het is niet duidelijk wat ze wil. Mastroianni wuift vermoeid ten afscheid en loopt weg. Ze wuift glimlachend terug.
En dan komen de laatste seconden: we zien het meisje frontaal in close-up. De horizon van de zee is (onscherp) achter haar hoofd zichtbaar. Door het brede Cinemascope-formaat is er links en rechts veel lege ruimte. Ze kijkt links het beeld uit. Ze volgt met haar ogen Mastroianni. Haar blik heeft een merkwaardige mengeling van verdriet en vrolijkheid. Haar hoofd beweegt langzaam met haar blik mee, totdat ze onvermijdelijk, maar toch plotseling recht de camera inkijkt.
Dit is een sierlijke afsluiting van een film, en een open einde.
 
YouTube
www.youtube.com/watch?v=g2vRGOh_7u4 (3:16), eerste ontmoeting met het meisje.
https://www.youtube.com/watch?v=pIkFea5aO1g  (4:07), slotscène.
 

Martin Scorsese over La Dolce Vita
http://www.youtube.com/watch?v=SLUKaIZzsvk&feature=related (Martin Scorsese, in Il Mio Viaggio in Italia, 2001)

Paul Verhoeven over La Dolce Vita, in: de Volkskrant, 12 april 2011
“[...] Je hebt jaren nodig om te begrijpen wat Fellini en zijn twee co-scenaristen er allemaal hebben ingestopt. Nog eens geholpen door de prachtige muziek van Nino Rota zou ik bijna zeggen: een van de grootste films ooit. [...] Dat heeft vooral te maken met de hoofdrol van Marcello Mastroianni. Wat voor een vrouwenjager hij ook is, je bent bereid hem alles te vergeven. In het begin is hij aan boord van een helikopter, waarmee een gigantisch Jezusbeeld naar het Vaticaan wordt gevlogen. Een clubje zonnende meisjes zwaait hem toe vanaf een dakterras. Marcello kan het niet laten te flirten, hij wil hen snel even hun telefoonnummer ontfutselen. Een opening waar alles al in zit.
Door zijn werk als begaafd society-journalist - zeg maar de Italiaanse Henk van der Meyden - komen we in uiteenlopende milieus terecht, maar Marcello's tragiek is dat hij een underachiever blijkt. Met zijn talent zou hij een grote roman moeten schrijven, en dat probeert hij ook wel. We zien hem verwoed tikken in een badplaatsje waar een jonge serveerster heel zorgzaam voor hem is. Maar alles wat hij schrijft, komt in de prullenbak terecht. Hij is te veel versnipperd geraakt door het verleidelijke nachtleven van Rome. Aan het eind van de film zien we dat hij zijn literaire ambities heeft opgegeven.
Als hij dat meisje opnieuw ontmoet, kan hij haar zich nauwelijks herinneren. Zij maakt van een afstandje typgebaren, zo van: 'Weet je nog dat je bij mij aan je grote roman zat te schrijven?' Met een intens treurig verontschuldigend gebaar draait hij zich om en loopt weg.
Marcello's ondergang geeft de film zijn spanningsboog. Maar tussendoor krijgen we zoveel andere fantastische scènes te zien, dat je dat bijna zou vergeten. Natuurlijk die heel beroemde met Anita Ekberg als femme fatale in de Trevi-fontein. Maar een van de mooiste vind ik de ontmoeting van Marcello met zijn vader. Zo eenvoudig opgezet, maar zo doeltreffend. Marcello en zijn vaste fotograaf nemen die vader mee naar de KitKat-nachtclub, en dan blijkt hij een nog veel grotere charmeur dan zijn zoon. Hij papt aan met een van de danseresjes, en dat meisje speelt het spel mee omdat ze Marcello zo aardig vindt. Tot de vader, als hij met haar wil vrijen, het aan zijn hart krijgt.
Subtiel is ook de scène van een feestje bij Marcello's vriend Steiner, een geletterd iemand. Marcello kijkt enorm tegen hem op. Er zijn kunstenaars over de vloer, er wordt muziek gemaakt, en ook spelen ze met een bandrecorder waarop ze allerlei geluiden uit de natuur hebben vastgelegd. Het ruisen van de zee, de wind, en plotseling: onweer. Juist op dat moment komen de twee kindertjes van Steiner binnen, dezelfde kindertjes die Steiner verderop in de film van het leven berooft, net als zichzelf. Uit angst voor de chaos, drukt Fellini uit. Hoe heeft hij zo'n abstract filosofisch gegeven in een publieksfilm weten te krijgen? Na een nachtelijk feest in de villa van een filmproducent gaan Marcello en zijn vrienden in het ochtendgloren naar zee. Daar treffen ze op het strand een stel vissers die met hun netten een enorme, stervende rog binnenhalen. Een christelijk symbool, een godsbeeld, zo'n driehoek met een alziend oog erin. 'Jakkie, wat vies!' roept iemand. Als in: God is dood. We zullen het zelf moeten doen. Maar Marcello weet dat hij daaraan niet meer zal deelnemen: hij heeft zijn scheppingsdrang opgegeven. Wát een film!' “
URL: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/1874026/2011/04/12/PAUL-VERHOEVEN-EN-ROB-VAN-SCHEERS-Episode-6-La-dolce-vita.dhtml.
 
Additional reading:
“Fellini ends his film on an almost mystical note, with the angelic Paola beckoning to an uncomprehending Marcello. (This was Valeria Ciangottini's first role; she remains a steadily-employed actress.) Paola could hardly be more unlike that kitschy Jesus statue we saw dangling precipitously above Rome; and how unlike the strange creature which just washed up on the beach. And that may be the point: Fellini is showing us an image of a singularly human redemption – Paola is both ethereal and flesh and blood. Although we see her as an innocent, and idealistic, teenager, in her first meeting with Marcello in the cafe where she works, she also subtly flirts with him. Of course, he more overtly flirts with her: significantly, the "line" he uses is that she looks like an angel in Renaissance art. Once again, Fellini presents us with rays of hope yet includes a cautionary note, to keep us from being swept up in the mania of either sacred fervor or endless profane nightlife.
Fellini leaves us with a final image – reminiscent of the indelible final freeze frame of young Antoine Doinel (Jean-Pierre Leaud) at land's end in The 400 Blows (1959) – of Paola slowly turning to face the camera. She looks us each right in the eye. But what does her gaze mean? Does this rare right-in-our-face shot bode better than its counterpart, when Mrs. Steiner (so oblivious to her husband's torment) greets us at the soirée, looking straight at us? Perhaps if we can fathom the meaning of Paola and that final shot we will have the answer to the film's deepest mysteries – and paradoxes – about life. Or maybe the key can be found in Fellini's mile-long, tongue-in-cheek yet heartfelt original title: Although Life is Brutal and Awful, You Can Always Find a Few Moments of Sensuality and Sweetness.” 

See also:
  • http://www.sensesofcinema.com/2010/cteq/la-dolce-vita/
  • Matthew Sewell, ‘Fellini’s Innovative Merging of Subject and Object in the POV in La Dolce Vita’, in: Bright Lights Film Journal (February 2011), URL: http://www.brightlightsfilm.com/71/71ladolcevita_sewell.php.
  • Tullio Kezich, ‘The Summer of via Veneto: La dolce vita’, in: ibidem, Federico Fellini: His Life and Work, New York: Faber and Faber 2006, p 194-206.
  • Peter Bondanella, ‘La dolce vita: The Art Film Spectacular’, in: ibidem, The Films of Federico Fellini, Cambridge: Cambridge UP,  2002, p 65-92.