Katz und Maus (1967)


De film ging in 1967 in première op het filmfestival van Berlijn en is gebaseerd op de gelijknamige novelle van Günther Grass uit 1961. In 2016 werd de film opnieuw tijdens de Berlinale vertoond in een retrospectief programma.
 
Het was de eerste speelfilm van regisseur Hansjürgen Pohland. Hij had vanaf 1956 al wel een reeks korte films en documentaires geregisseerd en had als filmproducent naam gemaakt. Hij behoort tot de groep van 26 filmmakers die in 1962 het Oberhauser Manifest (1962) publiceerde, met een pleidooi voor vernieuwing van de Duitse filmproductie (en de financiering daarvan).
 
Er ontstond in 1967 rumoer over Katz und Maus omdat de film erg onverbloemd de vrijmoedige en kritische elementen van de novelle toont. Erkening en succes bleven daardoor uit. Vijftig jaar later werd de film opgenomen in de Edition Filmmuseum dvd-reeks. Voor de regisseur kwam deze erkenning helaas te laat: hij stierf in 2014 tijdens zijn bezoek aan het filmfestival van Cannes. Hoog tijd voor een posthume herontdekking!
 
Pohland vertaalt de literaire metaforen van Günther Grass in een mengeling van realisme en licht-absurdisctische beelden. In de hele film duikt bijvoorbeeld herhaaldelijk een opgezette kat op. En de schoolscènes in het stedelijk gymnasium zijn zelfs ronduit surrealistisch. Prachtig! De inzet van poppen in de houdingen van de acteurs is wat mij betreft echter een te nadrukkelijk ingreep en wordt ook te vaak gebruikt. De beelden van Gdansk als Poolse stad in de jaren zestig biedt voor ons in de 21e eeuw een extra melancholie. Wat een vergane glorie en wat een grauw verval. De jazz score geeft er nog een extra nostalgische ondertoon aan.
 
De novelle van Günther Grass (1961)
De novelle schetst het dagelijks leven van een groep eigenzinnige pubers in de havenstad Dantzig in de oorlogsjaren. Hun verzamelpunt in de zomer is een scheepswrak, een marineschip dat vlak voor de kust is vastgelopen. Grass geeft een indringend portret van hun onderlinge groepsdynamiek: de wisselwerking tussen een stel jongens en één meisje. Het scheepswrak is hun favoriete toevluchtsoord voor de beklemmende sfeer op school en thuis. Dit is een universeel gegeven dat neergezet wordt in een specifiek universum dat ook herkenbaar is in overig werk van Grass, met name de kort daarvoor gepubliceerde roman Die Blechtrommel (1959).
 
De novelle is een gedachtenstroom met vele lagen. De verteller is ooggetuige, maar hij schrijft ook vanuit zijn herinnering jaren later als volwassen man, vervuld van een duidelijk schuldbesef. Er is sprake van een fascinerende vermenging van een afstandelijke blik van de volwassen verteller en de weergave van zijn directe ervaringen als tiener. Zo heeft de jonge verteller een enorme kennis van marineschepen, oorlog is voor hem vooral een kinderspel. We leven met deze schooljongen mee en bewonderen zijn literaire taalvaardigheid. Zijn ervaringen staan wel meteen in een perspectief van een scherp en helder historisch besef, ruim twintig jaar later.
 
De verteller is een gevoelige jongen, een outsider. Hij observeert zichzelf en zijn omgeving. Hij is misdienaar en koestert een uitzonderlijke verering voor Maria. Dit smelt voor hem samen met een soort van verliefdheid op het meisje van de groep. En hij heeft een grote bewondering voor een excentrieke klasgenoot die hij ook tot mytische proporties uitvergroot en tot hoofdpersoon van zijn vertelling maakt. Boek en film hebben het levensverhaal van deze uitzonderlijke jongen als rode draad, met een indrukwekkende grimmige finale.
 
Een duidelijke onderlaag in het verhaal is de kritiek op de verbale retoriek van het Derde Rijk die doorklinkt in vele registers. Taal is een gevaarlijk wapen, want het is een middel van indoctrinatie. De leraren op het gymnasium, de pastoor en de ouders hebben geen verweer of doen gewoon mee met de heersende ideologie. De burgerlijke Bildungsidealen raken ontspoord. Het ronkende gezwijmel van de dichter Joseph von Eichendorff bijvoorbeeld wordt op school verheerlijkt omdat de uitingen van de 19e eeuwse Duitse Romantiek wonderwel blijken te passen bij de tijdsgeest van Blut und Boden.
 
Naarmate de nederlaag duidelijker wordt komt de oorlog voor de hoofdpersoon steeds dichterbij huis. De jongens krijgen de leeftijd dat deelname aan de Hitlerjugend en vergelijkbare jeugdgroepen verplicht is. De verteller was erbij, keek er naar en kon zich er niet aan onttrekken. De scheiding tussen dader en slachtoffer blijft opzettelijk vaag.
 
Günther Grass beschrijft de gedachtenwereld van een gevoelige jongen die opgroeit in een allesomvattende filterbubbel van fake news. Thuis houden ze zich angstvallig stil, op school dringt de staatsideologie door in alle lessen en de media zijn de spreekbuis van de overheid. Er is geen ontsnappen aan: alles wat wordt gezegd en geschreven vereenvoudigd het wereldbeeld tot één simpele visie op waarheid en werkelijkheid. De jonge hoofdpersonen zonderen zich af, maar kunnen zich toch niet onttrekken aan de onderdompeling in de propaganda van de totalitaire staat.
 
Documentatie
 
Internet
 
Katz und Maus (1967)
D. 1967, 88 min.
Regie: Hansjürgen Pohland
 
“Katz und Maus, a film by Hansjürgen Pohland, is usually mentioned merely as the failed adaptation of the second volume of Günter Grass's Danziger Trilogie. It is in fact one of the most controversial films in German film history, and was even discussed in the Bundestag. Directed by one of the signatories of the Oberhausen Manifesto and released in 1967, Katz und Maus is one of the first films of the New German Cinema; however, it has never been discussed thoroughly in the context of this movement. Owing to its cast that included the sons of Willy Brandt in the role of Joachim Mahlke, the film eventually became an even greater scandal than its well-known literary source. Its critics focused on the controversial masturbation scenes while failing to note how it was influenced by the cinéma d’auteur movement as well as how Pohland managed to establish a kind of cinematic translation of Grass's narrative style.”
Bron: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/glal.12006/abstract
 
“KATZ UND MAUS ist ein wahnsinnig flotter Film. Der Beginn wie eine Reportage, wilde Autofahrt nach Danzig mit einem erklärenden Kommentar, Reißschwenks, wilde Zooms auf Autoscheinwerfer, schnelle Schnitte zum Jazzsoundtrack. Wolfgang Neuss spielt Pilenz, der nach 20 Jahren zurückkehrt in die Stadt, die inzwischen Gdansk heißt. Und taucht buchstäblich in die Vergangenheit ein: Denn er – als älterer Herr – begibt sich in diese Geschichte aus den ersten Kriegsjahren, als er Mahlke kannte, den Mitschüler. Neuss spielt in der Rückblende, ein großartiger Einfall; zumal er einher geht mit verschiedenen ultramodernen Stil- und Spieltechniken.
[-] Ein sehr witziger Film, hochironisch, dabei ganz so ernst wie er nur sein kann. Mahlke in zwei Altersstufen wird gespielt von Lars und Peter Brandt, Söhne des Damals-noch-nicht-Kanzlers Willy. Der auch noch keinen Nobelpreis hatte, ebensowenig wie Günter Grass.”
Bron: https://www.epd-film.de/blogs/berlinale/2016/katz-und-maus