Die Allseitig Reduzierte Personlichkeit (1979)


De film toont drie dagen uit het leven van een freelance fotografe in een winters West-Berlijn in 1977. Ze moet sappelen om rond te komen en moet soebatten met haar opdrachtgevers. Daarnaast is ze een alleenstaande moeder die worstelt met de balans van werk en privé. Helke Sander vertolkt zelf de hoofdrol van de fotografe.
 
Deze debuutfilm van Helke Sander ging in februari 1978 in wereldpremière op het Filmfestival van Rotterdam. In dezelfde maand volgde de vertoning op het filmfestival van Berlijn en de uitbreng in de Duitse bioscopen. De film werd kort daarna in Nederland uitgebracht door filmdistributeur Cinemien, in 1974 opgericht als een feministisch filmkollektief dat zich ten doel stelde de positie van vrouwen te versterken.

De regisseuse
Helke Sander was de grondlegger van het feministische filmtijdschrift Frauen und Film, het eerste nummer werd in 1974 tijdens het Berlijns filmfestival gepubliceerd. Het doel was om meer gelijkheid van behandeling te verkrijgen voor vrouwen in de filmwereld, zowel aan de kant van productie als van vertoning. Daarnaast werd een kritische analyse van sexistische representaties in films gegeven en was er een verzet tegen paternalistische mentaliteit en discriminatie.
In januari 2017 kon ze haar tachtigste verjaardag vieren en werd een retrospectief vertoond in Bundesplatz-Kino Berlin
 
De tijdreis
De film biedt de kijker een tijdreis: rondkijken in het Berlijn van 1977, met de blik van een fotograaf. We zien haar door de stad rijden, met mooie lange rijders en goed gekozen camerastandpunten. De hoofdpersoon maakt prachtige foto’s van haar omgeving. Het getoonde straatbeeld kan voor de 21e eeuwse toeschouwer aanleiding geven tot nostalgie, met name door de auto’s en de tijdgebonden kleding van passanten, maar het levert ook verbazing op: de Berlijnse Muur verdeelde de stad op toch wel zeer bizarre wijze. De bewoners van West-Berlijn zaten destijds in een kunstmatige gevangenis, met zicht op de socialistische heilstaat vanaf enkele uitkijk-steigers. De titel is een ironische spiegeling van het partij-jargon van de DDR dat in radionieuws gehanteerd wordt.
 
Review Capsule in Time Out (London)
“Directing her first feature from her own script, Sander - a founder of the German Women's movement - also stars as an unmarried mother and freelance photographer in West Berlin, obsessed with interpreting both The Wall which separates her from the well-rounded socialists back East, and the equally divisive social structures which prevent her from uniting her different abilities in a single coherent life. A brilliant achievement: personal, political, witty, sad and rigorously dialectical.”
http://www.timeout.com/london/film/the-all-round-reduced-personality-redupers-1977
 
Kenschets van de film in 1992
“Helke Sander schildert und spielt in ihrem ersten Spielfilm Szenen aus dem Leben einer Pressefotografin in Berlin (West). In den Bildern der Stadt artikuliert sich der an vielen dokumentarischen Arbeiten geschulte Blick Helke Sanders; in den Elementen der Story, in den Versuchen der Fotografin, sich in einer von Männern besetzten Berufswelt zu behaupten, ohne die eigene Persönlichkeit aufzugeben, in ihren Siegen und Niederlagen, herrschen autobiografische Erfahrungen der Regisseurin vor. Der Film ist ebenso unspektakulär wie eindringlich, die spröden Schwarzweissbilder, der Originalton und die improvisatorischen, spontanen Momente der Inszenierung lassen in jedem Augenblick spüren, wie genau Helke Sander Bescheid weiss über das, was sie erzählt, und wie diszipliniert und streng sie mit diesem Wissen umgeht.”
Bron: H.G. Pflaum & H.H. Prinzler (1992) Film in der Bundesrepublik Deutschland: Der neue deutsche Film von den Anfängen bis zur Gegenwart. Mit einem Exkurs über das Kino der DDR. Ein Handbuch. Bonn: Inter Nationes, p.135.
 
Duitse recensies in 1978
“Die von Trau­rig­keit und Humor durch­ge­zo­gene, vor allem aber von einer großen Portion Selbst­ironie getra­gene Erzäh­lung schafft wirk­lich spon­tane Iden­ti­fi­ka­ti­ons­mög­lich­keiten: Man durch­blät­tert weit mehr als ein intimes Tage­buch; man sieht einen Erfah­rungs­be­richt, der die private Lage durch zahl­reiche, sehr präzis beob­ach­tete Hinweise in Zusam­men­hang bringt mit der öffent­li­chen, der gesell­schaft­li­chen und poli­ti­schen Lage.”
Bron: Birgit Weidinger, in: Süddeut­sche Zeitung, 28. Februar 1978. URL: http://www.helke-sander.de/filme/redupers/
 
“Die verbin­dende Linie ist in REDUPERS das Photo­pro­jekt Berlin. Die Berli­nerin sieht in der zerstü­ckelten Stadt die Einheit, die einmal gewesen ist, das Verbin­dende, schwarz-weiß photo­gra­phiert, Straßen in Mauer­nähe im Osten und im Westen. Das Preußisch-Spartanische, das verbindet, in leichtem Verfall, graphisch gesehen wie von einem wieder­auf­er­stan­denen Werner Heldt. Die Frauen möchten ihre Bilder in große Plakat­fotos an Bauzäune und leere Mauern heften. Aber die Auftrag­geber, der Kunst­verein, der Senat der Stadt Berlin, lehnen ab. Der Blick der Frauen, der gegen die übli­chen Halbie­rungen geht – hier Glanz, dort Grau – ist nicht erwünscht. Die Männer­pa­rolen und –erfah­rungen, die die Welt zwei­teilen, dürfen nicht durch weib­liche Schwarz­weiß­pho­to­gra­phierei ad absurdum geführt werden.
Wie Helke Sander in diesen Film durch­hält, Berlin gegen den Strich zu sehen, so wie die Figur ihrer Photo­gra­phin trotz gele­gent­li­chen weib­li­chen Anpas­sungs­be­mü­hungen gezwungen ist, gegen den Strich zu leben, das ist origi­nell und prägt sich ein. Und dass in der Tris­tesse der hori­zon­talen Kame­ra­fahrten sich wieder­ho­lenden Bilder noch eine Spur von Witz und Selbst­ironie gemischt ist, gibt den Pfiff, der REDUPERS über das Ghetto von „Frau­en­filmen“ hinaus­hebt. Durch seine Tendenz zur Abstrak­tion (durch Bild­wie­der­ho­lung), durch seine resi­gna­tive Kühle prägt sich dieser Film ein.”
Bron: Brigitte Jere­mias, in: Frank­furter Allge­meine Zeitung, 28. April 1978.  URL: http://www.helke-sander.de/filme/redupers/
 
Kino Klub goethe langs de feministische meetlat gelegd
Bij de beschrijving van de Duitse ‘Autorenfilm’ van ‘der Neue deutsche Film’ gaat de algemene aandacht nog steeds vooral uit naar de manlijke regisseurs zoals Alexander Kluge, Volker Schlöndorff, Edgar Reitz, Werner Herzog, Rainer Werner Fassbinder, Wim Wenders. De vrouwen in deze generatie moesten strijden om hun films te maken en vertoond te krijgen. Voorbeelden zijn naast Helke Sander onder andere Jutta Brückner, Ula Stöckl, Elfi Mikesch, Jeanine Meerapfel, Marianne Rosenbaum, Ulrike Ottinger, Doris Dörrie en Helma Sanders-Brahms. De bekendheid van Margarethe von Trotta is in dit opzicht te beschouwen als een van de uitzonderingen die de regel bevestigen. De emancipatie lijkt in de 21e eeuw gelukt te zijn, maar toch zijn de vrouwelijke filmmakers minder bekend gebleven en worden hun films minder vaak in reprise genomen. Dit geldt ook voor het programma van Kino Klub Goethe. Wel is een recente film van Ulrike Ottinger vertoond (Unter Schnee 2011) en een recente film van Margarethe von Trotta (Hannah Arendt, 2011). Daarnaast werd Annas Sommer (2001) van Jeanine Meerapfel vertoond.
 
Ter vergelijking: Wim Wenders groeide meteen vanaf zijn filmdebuut uit tot een wereldbekende filmmaker en boegbeeld van de Neue deutsche film. In de jaren zeventig maakte hij vooral films over zoekende mannen die op zwerfreis gaan in West-Duitsland. Vanaf Summer in the City (1971) en Die Angst des Tormanns beim Elfmeter (1972), via Alice in den Städten (1974) en Falsche Bewegung (1975) naar Im Lauf der Zeit (1976) waarin de observatie van het grensgebied bij de DDR dient als een soort Seelenlandschaft, doordrenkt van de melancholie van plattelandsbioscopen in verval. Van Wenders zijn vier films vertoond in het kader van Kino Klub Goethe: Alice in den Städten (1974), Im Lauf der Zeit (1976), Der Amerikanische Freund (1977) en Der Himmel über Berlin (1987).
 
Die Allseitig Reduzierte Persönlichkeit
Duitsland, 1979, 98 min.
Regie: Helke Sander
 
Documentatie

 
Toegift
Filmwetenschapper Julia Knight geeft de volgende kenschets van de positie van vrouwelijke filmregisseurs in de jaren zeventig in West-Duitsland:
“[-] Although relatively few women filmmakers actively participated in the women’s movement, its consciousness - raising aims fostered a new women’s cinema that was concerned with representing the authentic experiences of women. The majority of films that made up this cinema explored or were based on the lives of actual women. Several filmmakers simply turned their cameras on women in their own circle of friends and acquaintances to produce imaginative and experimental documentaries. For example, in her film Ein gar und ganz verwahrlostes Mädchen/A Thoroughly Demoralized Girl (1977), Jutta Brückner (born 1941) documents a day in the life of her friend Rita Rischak and her attempts to improve herself, while Elfi Mikesch (born 1940) made Ich denke oft an Hawaii/I Often Think of Hawaii (1978) about her neighbour Ruth, a deserted wife and mother of two. Other films [-] were based on the documented lives of actual women.
 
However, some directors turned to their own experiences and produced autobiographical feature films. Among these are Helke Sander’s Die allseitig reduzierte Persönlichkeit/The All-round Reduced Personality – Redupers (1977), Helma Sanders-Brahms’ Deutschland, bleiche Mutter/Germany, Pale Mother (1979 -80), Jutta Brückner's Hungerjahre/Years of Hunger (1980), Jeanine Meerapfel’s Malou (1980) and Marianne Rosenbaum’s Peppermint Frieden/Peppermint Freedom (1983). Although each film adopts a different approach to its subject matter, in many of them the directors look back to their childhoods, their experiences of growing up in the 1950s and the lives of their parents. Others are more contemporary. In Redupers, for instance, Sander explores her own experiences of being a working single mother through the fictional character of Edda Chiemnyjewski, a free-lance photographer who desperately tries to balance her commitments as a mother with her need to earn a living.
 
An important dimension of these films is the desire to put on screen those particular aspects of women’s lives that have usually been marginalised by or excluded from mainstream cinema. In the opening scenes of Redupers, therefore, we see Edda picking up her young daughter to say goodbye before she leaves for work. The girl clings on to Edda’s scarf and refuses to let go. In despair Edda takes off the scarf and rushes out of the flat. This ‘tug-of-war’ between mother and daughter confronts the viewer with what is so frequently ignored – the difficulties that many women face in trying to combine a career and motherhood.”
 
Bron: Knight, J. (1999) ‘New German Cinema’, in: J. Nelmes (ed.) Introduction to Film Studies (Routledge 1999, 2nd edition), pp. 451- 484. URL: http://cw.routledge.com/textbooks/9780415582599/data/New%20German%20Cinema%20-%20Julia%20Knight%20(2nd%20ed).pdf