Berlin Ecke Schoenhauser (1957)


Berlin Ecke Schönhauser (1957) geeft een realistische sfeerschets van het leven van een groep opstandige jongeren in de jaren vijftig in de DDR. Hun hangplek is onder een spoorviaduct bij de Schönhauser Allee in Berlijn. Vier verhaallijnen worden door elkaar gevlochten, van drie jongens en een meisje. Ze komen regelmatig in aanraking met de politie.
 
Voor een groot deel is dit filmportret onvermijdelijk tijdgebonden en plaatsgebonden. In 1957 waren de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog nog voelbaar in het dagelijks leven, met onder andere vaders die gesneuveld waren of getraumatiseerd waren teruggekeerd. En volwassen worden in Oost-Berlijn betekende ook een houding vinden ten opzichte van de dictatuur van de Communistische Partij. De keuze was: conformeren of vluchten? De Berlijnse Muur werd pas in 1961 gebouwd, maar Oost en West waren toch streng van elkaar gescheiden. De bewoners zaten opgesloten in hun stadsdeel, vrij verkeer van personen werd grondig belemmerd. Verhuizen naar het Westen was een verre droom.
 
De onvrede van opstandige jongeren en hun verzet tegen de autoriteit van ouders en andere volwassenen is echter ook universeel herkenbaar. In de jaren vijftig ontstonden zelfs in Hollywood films zoals The Wild One (Laszlo Benedek, 1953), Rebel Without a Cause (Nicholas Ray, 1955) en Blackboard Jungle (Richard Brooks, 1955). En in de jaren zestig was er in de Sovjet-Unie een dooiperiode, met als resultaat films zoals Ik wandel door Moskou (Georgi Danelija, 1963) en Ik ben twintig/ Zastava Iljitsja (Marlen Choetsijev, 1962/1964).
 
Een interessante vergelijking levert de West-Duitse film Die Halbstarken (Georg Tressler, 1956; internationale titel: Teenage Wolfpack), die gaat over jeugdcriminaliteit in West-Berlijn. De jonge hoofdrolspeler Horst Buchholz had overigens kort daarvoor zijn debuut gemaakt in Himmel ohne Sterne (Helmut Käutner, 1955), deze film is in een eerder seizoen van Kino Klub Goethe vertoond. Ook hierbij is een tegenhanger uit Oost-Duitsland te vinden: regisseur Gerhard Klein maakte in 1956 een vergelijkbare neo-realistische romantische film over een liefde die de grenzen tussen de twee Duitslanden trotseert:Eine Berliner Romanze.
 
De DDR-censuur had voorspelbaar genoeg moeite met het zwartgallige beeld dat van het leven in de socialistische heilstaat werd geschetst in Berlin Ecke Schönhauser (1957). Er is geen sprake van een happy-end en de jongeren zijn kritisch en brutaal. Aan de andere kant, het Westen wordt ook negatief neergezet. De overheid is er kil en harteloos, op straat heerst de criminaliteit. Wie wil kan de suggestie zien dat Oost-Berlijn uiteindelijk toch de betere wereld en een veelbelovende toekomst biedt. Daarom kon de film toch gemaakt worden en vervolgens met enige vertraging in première gaan in bioscoop Babylon op 30 augustus 1957. De toeloop was enorm, in twaalf weken werden al 1,5 miljoen bezoekers geteld. In West-Duitsland werd de vertoning van de film echter lange tijd verboden.
 
Regisseur Gerhard Klein filmde op locatie. Hij toonde alledaagse taferelen uit het echte Berlijn en filmde acteurs en toevallige voorbijgangers door elkaar. Alle spelers spreken met een Berlijnse accent. Het dagelijks leven kon op deze manier worden vastgelegd omdat er na de dood van de Russische dictator Stalin in 1953 een tijdelijke periode van ontspanning was. Voor het eerst werden problemen van de jongeren, die zich verloren voelden en naar zingeving zochten, serieus behandeld.”
Bron: https://duitslandinstituut.nl/naslagwerk/566/berlin-ecke-schonhauser-1957
 
Regisseur Gerhard Klein maakte in de jaren vijftig en zestig een reeks spraakmakende films bij de DEFA, onder andere Alarm im Zirkus (1954), Eine Berliner Romanze (1955) en Berlin um die Ecke (1965).
 
Het leven in vervlogen tijden, in landen die niet meer bestaan.
Het is opvallend dat de films van de DDR nauwelijks te zien waren in het Westen ten tijde van de Koude Oorlog. In de jaren tachtig werden in Nederland namelijk wel Hongaarse en Poolse filmweken georganiseerd en vertoningen van TsjechSlowaakse en Joegoslavische films. Het Oostblok was dus redelijk goed vertegenwoordigd in het filmhuizen circuit, maar DDR-films bleven steken bij de grens.  Het Goethe Institut heeft na de val van de Muur wel programma’s aangeboden met een keuze aan ‘Best of DEFA-films’. In LantarenVenster hebben op deze manier bijvoorbeeld in 2009 onder andere Die Mörder sind unter uns (Wolfgang Staudte, 1946), Jahrgang ’45 (Jürchen Böttcher, 1965), Der geteilte Himmel (Konrad Wolf, 1964), Spur der Steine (Frank Beyer, 1966), en Solo Sunny (Konrad Wolf &Wolfgang Kohlhaase 1980) vertoond.
 
Berlin Ecke Schönhauser
Duitsland, 1957, 82 minuten. Regie: Gerhard Klein
 
Documentatie