Unter Schnee (2011)


Filmregisseuse Ulrike Ottinger is een kosmopoliet wereldburger en een veelzijdige kunstenares. Ze voltooide in haar jonge jaren een opleiding aan de kunstacademie van Konstanz, met specialisatie schilderen en fotografie. Ter afronding van haar opleiding volgde ze een uitwisselingsprogramma in Parijs waar ze de sfeer van 1968 meekreeg. Thuisgekomen organiseerde ze in haar geboorteplaats een roemruchte filmclub ‘Visuell’ aan de universiteit en begon ze een kunstenaarsbar annex gallerie. Vanaf 1973 woonde ze in Berlijn en beleefde daar haar wilde jaren in de artistieke gay-scene van de stad en ontpopte ze zich als filmpionier en fotograaf. Naast het regisseren van films ensceneerde ze ook toneelteksten van Elfriede Jelinek in het theater.
 
Het film oeuvre van Ulrike Ottinger bestaat uit een mengeling van reisdocumentaires en theatraal uitbundige speelfilms, vol wonderbaarlijke optochten en surrealistische decadentie. Ze is een generatiegenoot van Peter Greenaway en Rosa von Praunheim. Haar films hebben duidelijk invloed gehad op het werk van Matthew Barney.
 
Het Britse filmtijdschrift Sight & Sound presenteerde in hun oktober nummer van 2015 een lijst van “100 overlooked films directed by women”. Ulrike Ottinger ontbrak in deze reeks, een teken dat haar werk internationaal onvoldoende erkend is, ook in Nederland. Haar films werden in Nederland slechts geïntroduceerd door tijdelijke import, zoals Freak Orlando (1981) en Dorian Gray im Spiegel der Boulevard Presse (1984). Eén van haar hoofdwerken is de internationale productie Johanna d’Arc of Mongolia (1989), op locatie opgenomen met medewerking van de elegante Franse actrice Delphine Seyrig en de Fassbinder actrice Irm Hermann. Ze hanteert zoals bij al haar films zelf de camera.
In 2003 vertoonde het International Film Festival Rotterdam haar filmproject Südostpassage - Eine Reise zu den Neuen Weissen Flecken Auf DE.
 
De IFFR-catalogustekst luidt als volgt: “Deze  (zeer) lange documentaire ontstond als project voor de elfde Documenta (2002), de toonaangevende vijfjaarlijkse tentoonstelling van moderne beeldende kunst in het Duitse Kassel. Ottinger, die een grote staat van dienst heeft als eigenzinnig feministisch speelfilmregisseur, volgde bij het maken van deze film een haast etnografische werkwijze die ze eerder toepaste bij het grootse project Taiga (1991-92), een ruim acht uur durend verslag van haar reizen door Mongolië. Dit keer startte ze dichter bij huis. Vanuit haar woonplaats Berlijn maakte ze vele reizen door het voormalige Oostblok. De reizen voeren onder meer naar Odessa en Istanbul, maar ook naar vele onbekende en onbeminde plekken op het platteland. De film is als een persoonlijk reisdagboek. Mensen voor de camera reageren vaak direct op de vrouw achter de camera. Ottinger maakte geen objectieve reportage, maar geeft een persoonlijke en betrokken kijk op een land en een leven dat tegelijk veraf staat en dichtbij is. Met een gevoelig oog voor detail en veel respect voor de mensen die ze ontmoet schetst zij een beeld van de bevolking aan de rand van Europa, die niet heeft kunnen profiteren van het einde van de koude oorlog.”
Bron: https://iffr.com/nl/2003/films/südostpassage-eine-reise-zu-den-neuen-weißen-flecken-auf-de
 
In 2011 presenteerde Ulrike Ottinger in Haus der Kulturen der Welt (Berlijn) een indrukwekkende overzichtstentoonstelling van haar fantasiewereld te zien, getiteld ‘Floating Food’. Deze tentoonstelling komt prominent in beeld in de documentaire die over haar leven en werk werd gemaakt: Ulrike Ottinger, Die Nomadin vom See (Brigitte Kramer, 2012).
 
Unter Schnee is haar meest recente film en biedt een fascinerende blik op de Japanse cultuur in een afgelegen berggebied. Het is een film die een mooi afgewogen mengeling biedt van documentaire beelden en ensceneringen. Kabuki theater, Japanse volkssprookjes en poëzie wordt gecombineerd met de folklore en het realisme van het leven in een regio waar overdadig veel echte sneeuw valt. De film opent met een soepele travelling shot langs sneeuwlandschap, de vertelstem geeft de setting: twee jongens gaan Nieuwjaar vieren in een traditionele Japanse herberg met heetwaterbron.
 
De eerste vertoning in Nederland vond plaats in december 2016 in het kader van de Film Klub Goethe, in Rotterdam (Goethe Institut) en Den Haag (Duitse Bibliotheek).
 
Persstemmen over de film, Unter Schnee (Duitsland, 2011, 104 minuten)
 
Poetische Beobachtung einer faszinierenden Kultur:Ulrike Ottinger sucht in Unter Schnee nach den Spuren des japanischen Schriftstellers Bokushi Suzuki. Der hat sich in seinem im 19. Jahrhundert erschienen Buch "Schneeland Symphonie" mit der japanischen Schneelandschaft Echigo befasst. Dabei verbindet die Künstlerin und Filmemacherin Dokumentaraufnahmen mit surreal-fiktiven Elementen, verschränkt Gegenwart und Vergangenheit, Reflexion und Beobachtung zu einem Film über eine faszinierende Landschaft und deren Bewohner.”
Quelle: http://filmreporter.de/kino/47546-Unter-Schnee
 
“Ulrike Ottinger lässt zwei Kabuki-Darsteller ins Schneeland reisen, die dort als Touristen ihre Silvestertage verbringen wollen. Aber sie lassen sich von wenigen Sonnenstrahlen dazu verleiten, den Weg zu ihrer Herberge zu Fuß anzutreten. Und schon beginnt das Werk der schlauen Füchsin, die nur auf ihre Stunde gewartet hat, um in Menschengestalt aufzuerstehen. Hinfort regiert der Zauberstab über der weißen Landschaft, wirbelt die Zeitebenen durcheinander und verwandelt die jungen Besucher in ein Ehepaar aus der Edo-Zeit. Sie tragen die klassischen Kostüme, sind geschminkt wie im Kabuki-Theater und nehmen – als stumme Beobachter – am Dorfleben teil.
 
Persstemmen over de regisseuse
“Mit Unter Schnee setzt die Künstlerin ihrer filmischen Erkundung asiatischer Kulturen und Rituale fort. 1985 dreht sie mit China. Die Künste – der Alltag. Eine filmische Reisebeschreibung einen Dokumentarfilm über ein "viel diskutiertes, aber noch völlig fremdes Land" (Ottinger).
Es folgte 1989 der Spielfilm Johanna d’Arc of Mongolia mit Delphine Seyrig, in dem Ottinger westliche Reisende mit der mongolischen Nomadenkultur konfrontiert. In der über acht stündigen Dokumentation Taiga (1992) widmet sich Ottinger wiederum der Mongolei, wobei sie sich diesmal ausschließlich auf die Beobachtung der Nomadenwelt beschränkt; entstanden ist "ein Epos der Alltagswelt, der Feste und schamanistischen Vorstellungen".
In Exil Shanghai (1997) begibt sich Ottinger wieder nach China, wobei sie sich in der Dokumentation auf europäische Exiljuden konzentriert, die infolge des Zweiten Weltkrieges in die Weltstadt flohen und sich hier ein "Klein-Wien, Klein-Berlin oder Klein-Breslau unter ungeheuerlichen Anstrengungen, unmöglichen Bedingungen und ohne Geld aufbauten" (Ottinger).”
Quelle: http://filmreporter.de/kino/47546-Unter-Schnee
 
“Ottinger begann als freischaffende Malerin und Fotografin in Paris. Sie ging aus der Bewegung des Neuen Deutschen Films der 1960er und 1970er Jahre hervor und zählte in den 1980er Jahren neben Peter Greenaway zu den wichtigsten bildenden Künstlern, die im Kino Fuß fassten. In ihren visuell opulenten Spielfilmen setzte sie sich mit Identität und Differenz vor allem in Bezug auf sexuelle Orientierung sowie mit der Psychodynamik von Macht auseinander.
Mit Beginn der 1990er Jahre konzentrierte sie sich vor allem auf Kinoformat sprengende, experimentelle Dokumentarfilme, darunter Taiga (1991/92, 501 Min.) oder Südostpassage (2002, 363 Min.), mit denen sie an der Dokumenta 11 teilnahm. Das gefilmte Material bleibt in diesen Reisetagebüchern weitgehend ungeschnitten.”
Quelle: http://www.critic.de/film/unter-schnee-2933/
 
Recensies van Unter Schnee:
 
Website:

Documentaire

Boek
Duitse vertaling: (2007) Ulrike Ottinger: Eine Autobiografie des Kinos. Berlin: b-books verlag (übersetzt v. Michaela Wünsch und Marietta Kesting).
 
“Since 1974, German filmmaker Ulrike Ottinger has created a substantial body of films that explore a world of difference defined by the tension and transfer between settled and nomadic ways of life. In many of her films, including Exile Shanghai, an experimental documentary about the Jews of Shanghai, and Joan of Arc of Mongolia, in which passengers on the Trans-Siberian Express are abducted by Mongolian bandits, she also probes the encounter with the other, whether exotic or simply unpredictable.
In Ulrike Ottinger Laurence A. Rickels offers a series of sensitive and original analyses of Ottinger’s films, as well as her more recent photographic artworks, situated within a dazzling thought experiment centered on the history of art cinema through the turn of the twenty-first century. In addition to commemorating the death of a once-vital art form, this book also affirms Ottinger’s defiantly optimistic turn toward the documentary film as a means of mediating present clashes between tradition and modernity, between the local and the global.
Widely regarded as a singular and provocative talent, Ottinger’s conspicuous absence from critical discourse is, for Rickels, symptomatic of the art cinema’s demise. Incorporating interviews he conducted with Ottinger and illustrated with stunning examples from her photographic oeuvre, this book takes up the challenges posed by Ottinger’s filmography to interrogate, ultimately, the very practice—and possibility—of art cinema today.”
http://www.upress.umn.edu/book-division/books/ulrike-ottinger