Regen in films



In speelfilms zijn regenbuien te beschouwen als momenten die een belangrijk compositie-element zijn in de verhaalwereld. Ze vormen bijvoorbeeld een omslagpunt op het vlak van informatieverspreiding, of wisseling van het vertelperspectief en/of markering van het tijdsverloop in de verhaalwereld.

 
 
Speciale aandacht verdient de regenbui in PSYCHO (Hitcock, 1960). Filmkenner Mark Cousins schreef hierover in een column:
In Alfred Hitchcocks’s Psycho (1960), as Janet Leigh drives, she thinks about the money she has just stolen. As she becomes more worried about the consequences, it gets dark and starts to rain. The camera looks through the wet windscreen at her as her eyes widen with fear. As the wipers swish we see her clearly, then not, clearly, then not. The rain is like a judgement. Famously, the next downpour of water, in the pristine white bathroom, comes after she has decided to return the money. She is happy and begins to cleanse herself – until she is interrupted. The rain and the shower bookend her moral choice.”
Bron: Mark Cousins, Widescreen: Watching, Real, People, Elsewhere, London: Wallflower Press, 2008, p.37.
 
De beste registratie en representatie van een regenbui op het filmdoek blijft uiteraard het korte zwijgende ‘filmgedicht' REGEN (Mannus Franken & Joris Ivens, 1929).De hoofdpersoon is een regenbui die over een stad (Amsterdam) heentrekt. Sfeerimpressies van dreigende wolken, druppels in het straatbeeld en een zonnige opklaring worden in chronologische volgorde gepresenteerd. 
 
Aanbevolen literatuur
 
Aanbevolen publicaties van Mark Cousins: