Lokale geschiedenis: Film en bioscoop in Utrecht


Een rijk geïllustreerde en levendige beschrijving van de geschiedenis van Utrechtse bioscopen en de Utrechtse filmcultuur, vanaf 1895 tot en met 2009.
Auteurs: Bert Hogenkamp, Herman de Wit, Bas Agterberg, Klaas de Zwaan en Gonnie Oosterbaan.
 
In het prille begin waren er uitsluitend reizende bioscopen in Utrecht, pas in 1907 werd de eerste bioscoop geopend.
De komst van de geluidsfilm in 1927 betekende een grote omslag in de filmvertoningen, zowel voor de exploitanten als voor het publiek. Naast de commerciële bioscopen met hun massavermaak kwamen ook filmclubs met een kunstzinnig programma, zoals de Utrechtse Filmliga (1927-1933).
Vanaf de jaren zeventig ontstonden ook alternatieve vertoningcircuits, zoals de Cineclub Utrecht (1968-1970) en Filmhuis ’t Hoogt (1973 – heden).
Het huidige landschap van de Utrechts filmvertoning bestaat uit multiplexen (Rembrandt Theater, de Catherijne bioscoop, City Movies en Camera Studio), art houses (Springhaver en het Louis Hartlooper Complex) en plannen voor uitbreiding van het filmhuis tot een ‘cultiplex’.
 
Dit verhaal is ook buiten Utrecht van belang, want het is een schets van de confrontatie van mensen en instituties met een nieuw medium, de film, en de opeenvolgende aanpassingen van het medium.
Steeds opnieuw is een tweezijdige reactie te signaleren, van enerzijds waarneming van bedreiging en anderzijds hoge verwachtingen van positieve veranderingen. Zo bestond er enerzijds lange tijd een maatschappelijk breed gedragen verzet tegen de bioscoop als poel van zedenbederf (de aard en de invloed van de Filmkeuring komt met name in hoofdstuk 3 aan de orde), anderzijds zien we door de tijd heen een lijn van idealisme (het filmtheater als tempel van de filmkunst) en van zakelijk optimisme (de bioscoop als rendabele onderneming).
 
Het boek is het resultaat van het filmhistorisch onderzoeksproject van de Universiteit Utrecht, waarin onder leiding van hoogleraar Bert Hogenkamp de geschiedenis van filmvertoningen en bioscopen in Utrecht in kaart werd gebracht.
Zie ook www.utrechtproject.nl.

De eigentijdse culturele dynamiek van filmvertoning wordt mede bepaald door ontwikkelingen in het verleden, onderzoek naar de historische wortels van filmvertoning is daarom zinvol.
De Amerikaanse filmhistoricus Robert C. Allen pleit voor meer onderzoek naar de specifieke omstandigheden van filmvertoning: hoe zag een filmvertoning er precies uit, welk programma werd vertoond, in welke specifieke plaats en specifieke tijd? Met de antwoorden op deze vragen kun je toewerken naar algemene uitspraken over het verschijnsel filmcultuur in brede zin.
The local places of moviegoing (...) need to be re-presented not as autonomous, neutral, static places that contain audiences and movies, and that then can be ‘compared’ to other such places somewhere else, but as internally heterogeneous nodal points in a social, economic, and cultural cartography of cinema: intersections of overlapping trajectories, networks, trails and pathways, whose identities are constructed through the connections and collisions that occur there.”
Bron: Robert C. Allen, ‘The place of space in film historiography’, in TMG jrg 9 nr 2 (2006), p. 24.
 
Het onderzoek naar de geschiedenis van lokale filmvertoning heeft internationaal een hoge vlucht genomen.
In Nederland is in 2006 de website www.cinemacontext.nl gelanceerd, begeleidt door een conferentie en een themanummer van TMG waaruit hierboven is geciteerd.
Zie ook de internationale website www.homerproject.org (Homer = History of Moviegoing, Exhibition, and Reception).

In Nederland is er opvallend vroeg en opvallend veel onderzoek gedaan naar de lokale filmvertoningsgeschiedenis. 
Enkele publicaties van historisch onderzoek naar lokale filmvertoning in Nederland: 
· Agterberg, Bas e.a., Sensationele voorstellingen en passend vermaak. Film en bioscoop in Utrecht, Utrecht: Uitgeverij Matrijs, 2009.
· Berg, Henk, Over stalles en parket: Rotterdam en het witte doek. Een populair-historisch overzicht van de Rotterdamse en Schiedamse bioscopen (1896-1996), Rotterdam: Ad Donker, 1996.
· Donaldson, G.N., ‘Aanvullingen en correcties bij de artikelen van J. W. Drukker (1979)’, in: Skrien 94 (feb 1980), pp ..
· Donaldson, G.N., ‘Film in Rotterdam: De eerste jaren’. In: Skrien 98 (juli/aug 1980), pp ..
· Drukker, J.W. ‘Reizende bioscopen rond 1900’ in: Skrien 90 (okt 1979), deel 1,  Skrien 91 (nov 1979), deel 2, pp ..
· Hogenkamp, Bert, Het witte doek: bioscoopcultuur in Utrecht, Utrecht: Stichtse geschiedenis, 1999.
· Jansen, Frank, Bewegend Beeld. Bioscopen in Maastricht, vanaf 1897, Maastricht: Stichting Historische Reeks, 2004.
· Jong, Winnie de, Voor een beter filmklimaat. Filmhuis Delft en filmvertoning in Nederland 1974-2009, Delft, 2009.
· Kam, Rob de & Frans Westra, ‘Bioscopen in Groningen’, in: Skrien 129/130 (sept 1983), pp 42-45. voorpublicatie van ibidem, Eene zeer interessante vertooning: 80 jaar bioscopie in Groningen, Groningen: Stichting uitgeverij Xeno, 1983.
· Leeflang, Thomas, Verstomde films: verdwenen Amsterdamse bioscopen, Amsterdam: Aspekt, 2008.
· Linssen, Dana, ‘Het geheim van de verbeelding: Vijftig jaar programmering in het KRITERION-theater’, in: Molenaar, Fjodor & Dana Linssen & Fleur Jurgens (red), Kriterion. Vijftig jaar Onderlinge Studenten Steun, Amsterdam: Het Spinhuis, 1995, pp 29-56.
· Maden, Frank van der, ‘Bioscopen in Nijmegen 1895-1980’, in: Skrien 95 (maart 1980) pp 30-33.
· Oort, Thunnis van, Film en het moderne leven in Limburg. Het bioscoopwezen tussen commercie en katholieke cultuurpolitiek, 1909-1929, Hilversum: Verloren, 2007.
· Riemsdijk, Marjolijn van, De kleine bioscoop met de grote naam: Driekwart eeuw filmtheater De Uitkijk, Amsterdeam: Maatschappij voor Cinegrafie, z.j. [2004?]
· Romer, Herman, Fantasie, illusie en betovering. Herinneringen aan Rotterdamse bioscopen 1896-2004, Zaltbommel: Aprilis, 2004.
· Wit, Herman de, ‘Film in Utrecht, van 1895 tot 1915’ (doctoraalscriptie Universiteit Utrecht, 1986, 2e oplage 2002).