Terugblik op 20 jaar werken bij LantarenVenster


mijn terugblik 20 jaar werken bij LantarenVenster
door Peter Bosma
 
December 2013
 
Hier volgt  een eerbetoon aan de mooie momenten die vele kunstenaars het publiek van LantarenVenster hebben gegeven gedurende de twintig jaar dat ik daar gewerkt heb. Het is een grillige en persoonlijke terugblik.
 
Het centrale punt van mijn verhaal ligt op 25 februari 2013: de maandagavond van mijn afscheid waarop we meteen vooruit konden kijken, want we hadden toen het voorrecht een exclusieve sneak preview te mogen meemaken van een grote film die kort daarvoor in wereldpremière was gegaan op het Filmfestival van Berlijn en waarvan de Nederlandse première pas vele weken later ging volgen: BOVEN IS HET STIL van Nanouk Leopold.
 


Ik begin bij het begin: in 1992 kwam ik in Rotterdam wonen, na een boeiend tussenjaar te hebben beleefd in Brussel. Toeval of niet: bij LantarenVenster was toen een vacature voor ‘redacteur/assistent film’. Ik solliciteerde en werd aangenomen, op voorspraak van Leo Hannewijk. De grote verbouwing was bijna klaar, op mijn eerste werkdag daalde het bouwstof nog neer op mijn bureau.
 
Mijn eerste taak was de bestaande maandfolder te helpen uitbouwen tot een magazine. Eerst in samenwerking met de ontwerpers van Pro Forma, later met Jelle van der Hijden van de Panamese Vlag. We wilden onder andere meer eigenzinnig beeldmateriaal, dus werd het LV-magazine ook een podium voor getalenteerde Rotterdamse fotografen, zoals Rince de Jong, Folkert Helmus, Peter Wagenaar en natuurlijk Hajo Piebenga, die vanouds fungeerde als onze huisfotograaf.
 
LantarenVenster: de theaterprogrammering
Naast vier filmzalen had LantarenVenster op de oude locatie ook twee theaterzalen. Hier vonden vele spannende en ontroerende voorstellingen plaats. Maar laat ik eerst een meervoudige kritische kanttekening plaatsen: vanuit het perspectief van de Vlakke Vloer Theaters was sprake van te veel overlap met de kleinze zaal van de Rotterdamse Schouwburg, vanuit het perspectief van Talentontwikkeling waren buiten LantarenVenster ook meerdere waardevolle Rotterdamse initiatieven waar te weinig werd mee samengewerkt, en vele jaren was er sprake van een zeer succesvolle ‘nieuwe muziek’ programmering die intern te weinig weerklank vond. De positionering van de programmering van podiumkunsten is dus door de jaren heen onvoldoende uit de verf gekomen (ook in het LV-Magazine moet ik toegeven).
 
Deze nuchtere constatering staat wat mij betreft een fijne mijmering niet in de weg. Daar gaan we: Het was elk toneelseizoen een groot genoegen de voorstellingen van Alex d’Electrique en van mimetheatergroep Bambi in huis te hebben. Ze zijn geheel verschillend, maar zijn allebei buiten categorie in verbeeldingskracht en zeggingskracht. De ploeg van Alex d’Electrique had op een gegeven moment de gewoonte om bij ons hun try-outs te spelen en aan het eind van de tournee ook de ‘dernières’ bij ons te doen: dat leverde unieke kijkervaringen op: je kon zien hoe hun voorstelling zich had ontwikkeld (en ook hoe je geheugen grillige gaten vertoonde). De mannen van Bambi trakteerde ons op hun ‘BambiRambam’ festivals: binnen het tijdsbestek van een paar dagen presenteerde ze een opeenvolging van hun bizarre voorstellingen. Een ongelooflijke prestatie en steeds een feest voor de toeschouwers.
 
De dansvoorstellingen vormde ook een positieve en energieke impuls om los te breken van het dagelijks bestaan. Als student theaterwetenschap had ik in de jaren tachtig het voorrecht gehad om de werkcolleges van Luuk Utrecht te kunnen volgen, hij was een inspirerend docent met een indrukwekkend grote kennis van zowel de geschiedenis van de danskunst als de actuele praktijk. Hij was in zijn jonge jaren danser geweest bij het Nationale Ballet en was destijds de dansrecensent van de Volkskrant. Zijn recensies waren altijd informatief en hadden een goed onderbouwd waardeoordeel, gezaghebbend en betekenisvol. In de jaren negentig kon ik in LantarenVenster de dansactualiteit van nabij volgen in eigen huis, aangevuld met bezoeken aan de Rotterdamse Schouwburg en het Korzo theater (Den Haag) en festivals zoals SpringDance (Utrecht), Klapstuc (Leuven) en Bagnolet (Parijs). In Lantaren 1 ontvingen we grote namen aan huis, zoals Dansgroep Krisztina de Chatel en het choreografen-duo Leine & Roebana (vanaf hun eerste voorstellingen). Choreograaf/danser Ton Lutgerink van het Onafhankelijk Toneel presenteerde in de jaren negentig zijn dansperformances soms in de zalen van LantarenVenster. In 1995 werd een fascinerende film gemaakt van een van zijn solo’s: MAN IN MOTION, waarbij drie creatieve lijnen samenvloeiden: de choreografie, de filmregie van Noud Heerkens en de muziek van Erik Sleichim. In 2012 is Ton Lutgerink helaas overleden (en in 2013 werd de laatste voorstelling van het OT gespeeld, maar dat is een ander verhaal).
 
In Rotterdam is veel danstalent aanwezig. Dit was ook zichtbaar bij de presentaties van de Rotterdamse Dansacademie, waarbij studente Nanine Linning meteen al opviel als uitzonderlijk getalenteerd choreografe. Na haar eindexamen kon ze meteen aan de slag bij het Scapino Ballet en ze heeft nu haar eigen dance company. In de jaren negentig bood LantarenVenster ook een podium voor de eigenzinnige dansvoorstellingen van Piet Rogie (bekroond met tal van prestigieuze prijzen) en van het duo Maria Voortman en Roberto de Jonge (die ook in het buitenland doorbraken, met optredens in onder andere Gent en Frankfurt). Dansveteraan Amy Gale had het produktiehuis Dansateliers opgericht, deze voorstellingen waren incidenteel bij LantarenVenster te zien.
 
In 1997 presenteerden we in het kader van het Peter de Grote jaar in de Cinematheek een omvangrijk programma rondom St.Petersburg: ‘Aan de oevers van de Neva’. Filmregisseuse Nathalie Alonso Casalo stelde het Underground gedeelte voor ons samen en ontmoette toen performancegroep ‘Akha’ uit St.Petersburg, met wie ze vervolgens een LantarenVenster werkplaats productie maakte en twee korte films in eigen beheer: SIESTA, LA TETERA Y LA ROSA (1998) en MAN LOOKS AT WOMAN, WOMAN LOOKS AT MAN (2000). De LantarenVenster Werkplaatsproducties had in 1996 uitzonderlijkerwijs een film voortgebracht, die meteen raak was: DE ZAAK VAN TRAAN, een co-regie van Froukje Tan en Conny de Vught.
 
Gastheer
Bij de uitbreng van films worden vaak ontmoetingen met regisseurs of acteurs georganiseerd (een ‘Q & A’). Als gastheer heb je het privilege de beroemdheden langer en meer informeel te spreken, meestal bij een strak geplande maaltijd tijdens de projectie. De herinneringen aan deze momenten zijn te koesteren! Zo heb ik aan tafel gezeten met actrice Johanna Ter Steege (met SWEET EMMA, DEAR BÖBE, Istvan Szabo, 1992), regisseuse Nathalie Alsonso Casale (onder andere met MEMORY OF THE UNKNOWN, 1996), acteur Johan Leysen (met FELICE... FELICE... , Peter Delpeut 1998), regisseur Erik de Bruyn (met zijn tweede film NADINE, 2007). En dankzij de vertoning van Tiger Awards in de filmtheaters ook met regisseur Christopher Nolan (FOLLOWING, 1998) en regisseur Nuri Bilge Ceylan (CLOUDS OF MAY, 1999).
 
Ergens in de jaren negentig hebben we de serie ‘Wintergasten’ georganiseerd: presentator Roland Vonk ging in gesprek met vele Bekende Rotterdammers die filmfragmenten lieten zien en een keuzefilm selecteerde. In deze gastenlijst stonden onder andere Dora Dolz, Maria Heide, Marlies Dekker en Alexander Rinnooy Kan.
 
Op educatiegebied was de ‘Rotterdam Film Course’ van het IFFR lange tijd een jaarlijks hoogtepunt in de agenda. In de eenmalige serie ‘Cinema in Contekst’ (1996) ontvingen we K. Schippers, Eric de Kuyper, Jos de Mul, Chris Dercon, Marcel Möhring en Hans van Driel (die vaker te gast was als een van de lezinggevers in verschillende cursusreeksen van de stichting MEI). In samenwerking met de SKVR organiseerden we diverse eductieve activiteiten, zoals de cursus ‘Achter de schermen’, dit was een serie master classes van top vakmensen zoals onder andere kostuumontwerpster Jany Temime. Daarnaast was de SKVR onze vaste partner voor vele animatieworkshops voor kinderen, maar over kinderfilm zo meteen meer.
 
Jarenlang mocht ik gastheer zijn van de wekelijkse sneak preview op de late maandagavond. We begonnen kleinschalig, met gemiddeld dertig bezoekers in Venster 3, maar al snel groeide de aanhang tot een viervoudig aantal trouwe bezoekers. De sneak preview was vervolgens jarenlang de best lopende tussenweekse voorstelling en op jaarbasis gezien de programmering met de hoogste gemiddelde zaalbezetting. We hebben tal van toppers kunnen voorschotelen uit ons segment van de distributiemarkt (Filmmuseum, Contact Film, Cinemien en anderen), met films van talloze talenten uit de wereldcinema. Dit konden we incidenteel aanvullen met verrassingen uit het commerciële circuit. Bij het boeken van sneak previews waren we dan afhankelijk van de welwillende medewerking van deze distributeurs. Zakelijk gezien was die ene losse voorstelling namelijk niet zo interessant voor hen, en op jaarbasis was er slechts incidenteel sprake van serieuze handelsbetrekkingen tussen ons, dus alles draaide maar weer eens om de gunfactor. Gelukkig ging (en gaat) dat goed, zo kreeg ik van mevrouw Venema van Columbia TriStar de perfecte sneak voor de Kerstweek van 1999 aangeraden: AMERICAN BEAUTY. Deze film was wel wat voor LantarenVenster vond ze. De titel zei me destijds helemaal niets en ook regisseur Sam Mendes was toen nog volslagen onbekend. Wat een geweldige verrassing en wat een geweldig gevoel: een uitverkochte zaal met tevreden klanten.
LantarenVenster was de stamkroeg van de Rotterdamse creatieve klasse, met de sneak preview als vaste prik. Het publiek van de sneak preview bestond uit nieuwsgierige filmliefhebbers met zowel een hoog kritisch gehalte als een hoog tolerantie niveau. Af en toe een zeperd meemaken was voor hen geen probleem, dat hoorde bij het spel. Maar vlak na het IFFR alleen maar festivalfilms in de sneak zetten, dat vonden ze een ontoelaatbaar zwaktebod.
 
Een van de meest trouwe sneak-klanten was Frits Smits, die ons het voorbeeld gaf van een open en onvermoeibare nieuwsgierigheid naar nieuwe ontwikkelingen, zowel bij film als bij beeldende kunst in brede zin. Jarenlang was hij steeds present, totdat hij in 2012 werd geconfronteerd met een akelige ziekte en zijn eigen moment van overlijden bepaalde. De sneak preview staat nog steeds elke maandagavond op het programma, maar in de filmzaal staat elke week een lege stoel.
 
Cinematheek: Festivals
De grootste aanwinst van de verbouwing in 1992 was een geheel nieuw Venster 2, de Cinematheekzaal. Leo Hannewijk was de initiatiefnemer en de drijvende kracht achter de Cinematheekprogrammering, vanaf het begin in 1990. Hij zorgde met zijn energie, durf en visie voor een gouden periode voor LantarenVenster in de jaren negentig.
 
Leo organiseerde vele minifestivals, zoals de reeks ‘Zap Jazz’-marathons en talloze filmweken rondom verschillende focuslanden: onder andere Mexico, Chili, Cuba, Litouwen, Albanië, Kroatië, Spanje, Marokko en Turkije. Dit werd begeleid met meerdere rijk gevulde catalogi, en ook diverse bijlagen in de landelijke Filmkrant waar Henk Rabbers fungeerde als baken in de storm.
In de jaren negentig waren er tevens drie zeer gedenkwaardige edities van het grootschalige ‘Festival LatinoAmericano de Cine y Litteratura’ (in 1995, 1997 en 1999): tien intensieve dagen met film, literatuur en muziek. Het festivalteam bestond uit Leo Hannewijk, Irma Dulmers en Isabel Arrate Fernandez. Mijn taak bleef beperkt tot het vervaardigen van de dagkranten. Een van de hoogtepunten van de middelste editie was de wereldpremière van LAGRIMAS NEGRAS (Sonia Herman Dolz, 1997).
 
Leo had altijd een stapel kladblocs vol ideeën op zijn bureau liggen. Niet alle initiatieven konden gerealiseerd worden. Het prachtige plan voor een internationaal te organiseren retrospectief van de Iraanse theater- en filmregisseur Bahram Beyzai, in combinatie met de opvoering van een van zijn theaterteksten als LantarenVenster Werkplaatsproductie, bleef bijvoorbeeld steken in de planfase omdat de internationale samenwerking spaak liep. Het verzamelde filmoeuvre van Beyzai was al wel opgestuurd naar de Gouvernestraat en stond daar maandenlang opgestapeld op de tussenverdieping. Ik zag me op een gegeven moment helaas genoodzaakt deze buslading filmdozen per diplomatieke post terug te sturen naar het Farabi Instituut in Teheran.
 
Het IFFR is een jaarlijks terugkerend tiendaags filmfeest, gegarandeerd het hoogtepunt van het cinefiele jaar. Mijn eerste stappen in de wondere wereld van filmkunst deed ik als vrijwilliger bij de distributie-afdeling van het filmfestival Rotterdam, onder de hoede van Huub Bals en zijn team. Mijn jaartelling bij het festival begon bij de 10e editie (1981). In de afgelopen dertig jaar is de wereld sterk veranderd, maar de hoge kwaliteit en de sterke profilering van het IFFR zijn constant op topniveau gebleven. Ook de 42e editie in 2013 bracht 10 dagen lang een avontuurlijke programmering in 20 filmzalen aangevuld met filmdoeken in de Doelen, de Rotterdamse Schouwburg en het Oude Luxortheater, met een overweldigende toeloop van publiek en ontvangst van vele gasten. Hoe doen ze dat toch? En hoe houden ze het vol?
 
Het IFFR is voor mij een bron van vele mooie herinneringen, aan vele films en bijzondere ontmoetingen. Zo logeerde jarenlang de medewerkers van vrijwel het voltallige Limburgse Filmhuiscircuit bij mij in mijn eenvoudige zolderappartement in Delfshaven. Ideale gasten waren dat, gepassioneerde filmliefhebbers met prachtige verhalen en discussies bij het ontbijt en laat in de nacht. Mijn gasten hadden een indrukwekkend uithoudingsvermogen, want ze bezochten zowel de after parties in Hilton of in latere jaren in de Rotterdamse Schouwburg, en toch zaten ze de volgende dag in de eerste filmvertoning om 9:00 uur.
 
Wat festival-ambiance betreft was een goede en evenwichtige voeding natuurlijk onmisbaar. In de Gouvernestraat stond Laudi elke editie in onze foyer iedereen te eten te geven, serverend vanuit een gangkast in de foyer. Ook kookte ze door het jaar heen voor vele groepen artiesten en personeel. Ze is vaste cateraar van de jazz musici in het nieuwe LantarenVenster gebleven en heeft hiermee een onverwoestbare internationale reputatie opgebouwd.
 
Cinematheek: Filmklassiekers
Mijn jaartelling bij het Nederlands Filmmuseum start ook rond 1981, toen ik in het Vondelpark vaste klant werd van de bibliotheek, en ook zoveel mogelijk voorstellingen bezocht en jarenlang op donderdag mocht aanschuiven bij de lessen filmgeschiedenis die Hans Saaltink gaf aan studenten van de Filmacademie.
 
Op klassiekergebied waren er in de Cinematheek van LantarenVenser vele hoogtepunten te noteren, neem de matinees rondom Buster Keaton en Jacques Tati, of het programma met Hongaarse films uit de jaren zestig (waarvoor ik in 1993 naar Budapest mocht reizen om research te doen). De viering van 100 jaar cinema in 1995 resulteerde in een uitbundig Cinematheekseizoen, waarbij ons duo-team tijdelijk versterkt werd door Caro van der Heide. Naast onze lokale initiatieven was er de landelijke klassiekerreeks ‘Les Films du Paradis’, die nog enkele jaren een vervolg heeft gekregen. Het Filmmuseum heeft een fraaie traditie opgebouwd van heruitbreng van klassiekers. Incidenteel brachten ook andere distributeurs klassiekers opnieuw uit, met name Contact Film heeft ook in dit opzicht een bewonderingswaardig track record.
 
Nog meer complimenten: het team van Filmhuis Den Haag organiseert sinds mensenheugenis elk seizoen een spraakmakend themaprogramma, onder andere in 2006 ‘De vergeten films van Valerio Zurlini’. Filmhuis Den Haag draagt als kleine vertoner zorg voor continuïteit van de traditie van de Cinemathema-festivals en de Rialto retrospectieven van de jaren tachtig. Dit alles is een cinefiel deel van de Nederlandse filmcultuur dat nog onvoldoende in kaart gebracht is.
 
Mijmerend terugblikken is in mijn ogen alleen nuttig als je deze bezigheid combineert met het trekken van lijnen naar het heden: confronteer de ‘best practices’ van het verleden met de weerbarstige actuele praktijk. Het vertonen van klassiekers is vanouds een weinig rendabele onderneming. IL GATTOPARDO (Visconti, 1963) bleek weliswaar uitzonderlijkerwijs keer op keer een tijdloos succes te zijn, maar zelfs de heruitbreng van dit meesterwerk is ook in de goede oude tijd nooit vanzelfsprekend geweest in Nederland.
 
Flash forward: in het seizoen 2011/2012 stelde ik twee klassiekerreeksen samen, gekozen uit de collectie van EYE, het nieuwe Filmmuseum: eerst ‘De Glorie van Hollywood’ (o.a. THE APPARTMENT) en daarna ‘De Glorie van de Franse Cinema’ (o.a. JULES ET JIM). De kosten waren laag, maar de toeloop was niet groot. Bij de eerste reeks waren de variabele kosten en bruto baten in evenwicht, bij de tweede reeks was dat minder het geval en daarom werd het aantal geplande voorstellingen teruggedraaid. Ook de serie van ‘Hollywood Blondes’, georganiseerd door het Haags Filmhuis, liep in het najaar van 2012 minder goed dan gehoopt. Dit vergt een nadere analyse, de tijd dringt!
 
Wie klassiekers alleen maar kent van de dvd in huiselijke kring, doet zichzelf te kort en is blind voor de kwaliteit van de hoogtepunten van bijna 120 jaar filmgeschiedenis. Bij de nieuwjaarsborrel 2013 van LantarenVenster kreeg het personeel de dvd-box THE STORY OF FILM: AN ODYSSEY (Mark Cousins, 2011). Een aardige geste, maar dit was voor hen dan ook meteen de enige kans om deze documentaire te zien, want er was geen plek voor gemaakt in de zaalprogrammering, net zomin als voor de films die in deze documentaire worden besproken. Toegegeven: een documentaire van 15 uur is lastig te programmeren, maar onder andere filmhuis Lumen (Delft) gaf een voorbeeld hoe dat wel goed te doen is.
 
In Nederland is er een meer ‘Good Practice’ te signaleren op het vlak van het vertonen van klassiekers. In veel gevallen is verrassend genoeg toch sprake van ‘Good Business’ met volle zalen, dit gebeurt met name als gekozen is voor enthousiaste inleidingen door experts zoals Dana Linssen, Jan Salden of Harry Peters.
 
Cinematheek: Filmconcerten
Zwijgende film fascineert me, deze charmante afwijking kon ik jarenlang goed uitleven in de programmering van LantarenVenster. Op mijn website staat een collectie blogteksten die hiervan getuigen.
 
We boden in de Cinematheek een podium aan de kleine zaal produkties van ‘Film in Concert’ (onder bezielende leiding van Theodore van Houten), dit waren fantastische muzikale begeleidingen bij bijzondere films, zoals onder andere KREUTZERSONATE (Gustav Machaty, 1928) of LA REVOLTOSA (Florian Rey, 1924) of BY THE LAW (Koeleshov, 1926) en natuurlijk tot twee keer toe het compleet beschikbare oeuvre van Kozintsev & Trauberg uit hun FEKS-periode. In 2006 moest Film in Concert hun activiteiten helaas stoppen wegens geldgebrek.
 
Daarnaast was het Filmmuseum landelijk actief met programmering van filmconcerten, vooral vanaf 1995: de series ‘Silent Classics 1895-1930’ en ‘Silent Treasures 1915-1930’ en daarna het omvangrijke Filmliga programma en de series van ‘Stilte AUB’. Hierbij was sprake van veelvuldige en voorbeeldige inzet van de vaste pianisten Wim van Tuyl, Yvo Verschoor en Charles Janko. Dit aanbod werd aangevuld met tal van sublieme evenementen, zoals LA BELLE DAME SANS MERCI (begeleid door Maud Nelissen en twee zangers), SCHERZO VAN SCHERVEN (begeleid door de Ebony Band), of MENSCHEN AM SONNTAG (begeleid door het Alliage Ensemble, onder leiding van Frank van Berkel). Componist en musicus Martin Ruiter is de coordinator van de filmconcerten bij EYE en hij heeft tal van voortreffelijke begeleidingen georganiseerd, bijvoorbeeld bij ELISO (1928) met Wim van Tuyl (piano) en Pien Straesser (zang), of DE MAN DIE ZIJN GEHEUGEN VERLOOR (1929) met muzikale begeleiding door een trio bestaande uit hemzelf  (accordeon), Annie Tangberg (cello) en Alan Belk (zang).
 
In LantarenVenster namen we de filmconcerten van het Filmmuseum zoveel mogelijk over, aangevuld met behoorlijk veel lokale initiatieven. DE MANMET DE CAMERA (Vertov, 1929) bijvoorbeeld heeft herhaaldelijk op ons programma gestaan, op heel verschillende manieren: ten eerste met een score van tien Rotterdamse componisten, uitgevoerd door tien Rotterdamse musici (alles georganiseerd door Frank van Berkel), ten tweede tijdens een van de eerste edities van het DEAF (Dutch Electronic Art Festival), ingeleid door Mark Westermann en begeleid door Yvo Verschoor, ten derde in de Laurenskerk, begeleid door Charles Janko op het orgel, in het kader van Stomme Sovjets, een samenwerking met Erik Daams van Filmhuis Den Haag. De catalogus van dit programma werd ontworpen en gesponsord door Maryam Afshar Lahoori, het resultaat is een gekoesterd collectors item. De Laurenskerk kregen we vol door de voorstelling ook op te nemen in een Hovo-cursus over Sovjet kunst, in samenwerking met Arie van der Ent (hij is momenteel de actieve baas van literair café Tsjechov & Co). We hebben samen ook nog eens op een donkere zondag in december een goed bezochte ‘Gorki filmmatinee’ georganiseerd, waarbij toepasselijk genoeg buiten een woeste sneeuwstorm opstak. De Russen keerden vaker terug op het programma. Zo presenteerde journalist Frank Westerman de Sovjet-film KARA BOGAZ (1935), gebaseerd op de roman van Konstantin Paustovski. Westerman had de film ontdekt in het archief van Gosfilm in Moskou, in het kader van zijn research voor zijn historische studie ‘Ingenieurs van de ziel’ (2002).
 
In 2001 kon ik een mooi filmprogramma neerzetten in het kader van ‘Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa’, met onder andere een programma rondom Hieronymus Bosch (in samenhang met de grote tentoonstelling in museum Boijmans Van Beuningen). Daarnaast kon een reeks filmconcerten natuurlijk niet ontbreken in dit culturele jaar. Ik koos voor het thema ‘de metropool’. We begonnen met een virtuele reis naar Parijs, met o.a. LE JARDIN DU LUXEMBOURG (Mannus Franken, 1929), DE MARKTHALLEN VAN PARIJS (Paul Schuitema, 1939), NOGENT, EL DORADO DU DIMANCHE (Marcel Carné, 1929) en ETUDES DES MOUVEMENTS (Joris Ivens, 1928). Een maand later volgde een reis naar Amerika, met THE IMMIGRANT (Charlie Chaplin 1917) en CHICAGO, WELTSTADT IN FLEGELJAHREN  (Heinrich Hauser, 1927). Tot slot was Berlijn aan de beurt, met de vertoning van BERLIN DIE SINFONIE DER GROSSSTADT (1927), voorafgegaan door een lezing door filmhistoricus Ivo Blom (Vrije Universiteit) en de voorfilm MARKT IN BERLIN (1929).
 
Cinematheek: het 10-jarig jubileum
In het seizoen 2000/2001 konden we het 10-jarig bestaan van de Cinematheek vieren, met als bittere zwarte rand het gegeven dat Leo Hannewijk kort daarvoor ontslagen was. Het gaf een vreemd gevoel hem te ontvangen als gastprogrammeur. Hij bevond zich wel in het goede gezelschap van onder andere Jan van Setten, Leendert de Jong, Guy Cassiers, Chris Dercon, Sonia Herman Dolz, Caro van der Heide, Pieter Jan Smit, Gerard Huisman & Lenneke de Coninck, Peter Delpeut, René Wolf, Jan van den Brink, Ruud Visschedijk, Simon Field & Sandra den Hamer. De catalogus van het jubileumprogramma kreeg de titel ‘Cinematheek Bewaarboek’ mee en werd ontworpen door onze huisontwerper Jelle van der Hijden van de Panamese Vlag. Deze publicatie is inmiddels ook een collectors item.
 
Peter Delpeut gaf ons in vriendschappelijke termen een diplomatieke vorm van kritiek: het cinematheekprogramma van dat seizoen was voorbeeldig, maar: “Nergens leek de kruidenpot ook maar even uitgeschoten of omgevallen. (-) De programmeur moet zichzelf op het spel zetten (-) hij moet schuurplekjes aanbrengen, de wens hebben de blik van zijn publiek te veranderen.”
Peter Delpeut heeft als programmeur en adjunct directeur van het Filmmuseum zelf het goede voorbeeld gegeven van een avontuurlijke programmering. Deze traditie ontstond bij Jan de Vaal, kreeg een sensationele doorstart door de komst van Eric de Kuyper en bestaat ondanks vele turbulentie nog steeds in EYE, het nieuwe filmmuseum. Hulde hiervoor!
 
De kruidenpot laten omvallen is me niet vaak genoeg gelukt, maar die momenten gaven me dan wel veel voldoening. Een kleinschalig voorbeeld is de eenmalige marathon vertoning van de lange film SATANTANGO (Bela Tarr, 1994), destijds uitgebracht door distributeur Argus Film. Onze vertoning vond plaats op een zondag in februari in 1995, vlak na het IFFR, voor circa dertig mensen (merendeels van buiten de stad afkomstig overigens), die in de eetpauze werden gevoed met een take away pizza. Dit zou tegenwoordig niet meer te realiseren zijn, want: distributeurs kopen dergelijke films niet meer aan, bezoekers stellen zich niet meer tevreden met een meeneem-pizza en de meeste filmtheaters willen meer rendement halen uit hun vijf of zes ‘time slots’ op de zondag. Maar toch: de gelijknamige roman van Laszlo Krasznahorkai is dit jaar in een Nederlandse vertaling gepubliceerd, daarmee heeft een vertoning van de film SATANTANGO een nieuwe actualiteit gekregen.
 
Cinematheek: samenwerking met Rotterdamse culturele instellingen
Het Goethe Institut is een waardevolle partner voor de culturele instellingen in Rotterdam. In LantarenVenster hebben we met hen vele filmconcerten georganiseerd, onder andere een cyclus rondom Asta Nielsen en de vroege films van Ernst Lubitsch. Gastprogrammeur was Nico Brederoo, tot zijn plotselinge overlijden in 2000. Het Witte de With Centre for Contemporary Art maakte een periode van gouden jaren mee onder inspirerende leiding van Chris Dercon. Bij talloze exposities kwam een Cinematheekprogrammering tot stand, onder andere ‘Helio Oiticica: het Braziliaans Tropicalisme’ (1992) en een internationaal congres rondom Rembrandt als filmpersonage (1999). Ook met het Nederlands Fotomuseum bestonden nauwe banden, met als resultaat onder andere een Breitner filmmatinee, ter begeleiding van een tentoonstelling met de foto’s van deze beroemde schilder. De samenwerking met de Studium Generale van de Erasmus Universiteit Rotterdam resulteerde in vele filmevenementen, onder andere in 2010 het forumgesprek over ‘Digital IFFR’.
 
We boden in de Cinematheek door de jaren heen tevens talloze degelijk dramaturgisch onderbouwde randprogrammeringen, in samenwerking met de drie toneelgezelschappen in de stad: incidenteel met ‘Bonheur’ en het ‘Onafhankelijk Toneel’, meer structureel met het ‘Ro-theater’, waar regisseur Guy Cassiers prachtige voorstellingen maakte. We presenteerden onder andere een filmprogramma rondom zijn theaterbewerking van HERSCHENSCHIMMEN (Bernlef) en ANNA KARENINA (Tolstoi), met een gedenkwaardige lezing door Eric de Kuyper over de verschillende verfilmingen van deze roman.
 
LantarenVenster was stevig geworteld in de stad. Dit is onder andere zichtbaar gemaakt in filmprogramma’s zoals ‘De Rotterdamse haven in beeld’ (1994) en ‘Rotterdams Fabrikaat’ (1999), een zeer omvangrijk programma van films van Rotterdamse makers. Vanaf 2007 werd de serie ‘Rotterdam Classics’ geprogrammeerd, samengesteld door Floris Paalman in samenwerking met Anouk de Haas van het Stadsarchief Rotterdam. We ontvingen vele gasten, onder andere de regisseurs Wim van der Velde, Jan Schaper (overleden in (2008) en Pim Korver (overleden in 2012). Een van de hoogtepunten van Rotterdam Classics was de presentatie in 2011 van de gerestaureerde versie van DE STAD DIE NOOIT RUST (Andor von Barsy, 1928) en natuurlijk de boekpresentatie in hetzelfde jaar van ‘Cinematic Rotterdam: The Times and Tides of a Modern City’, de imponerende handelseditie van de dissertatie van Floris Paalman.
 
LantarenVenster was tijdens de Operadagen 2008 de locatie voor hun gedenkwaardige openingsavond. Tevens was bij ons de wereldpremière van THE MAN AT THE PIANO, een kameropera voor piano, tenor en bariton, geïnspireerd op het leven van jazzpianist Bud Powell en zijn vriend Francis Paudras. Dit was een LantarenVenster-productie, geregisseerd door Dave Schwab en Sonia Herman Dolz en met geweldige composities van Paul M. van Brugge. Deze Rotterdamse componist is een grootmeester, die een geheel eigen register hanteert: een vermenging van klassieke muziek en jazz. Zijn oeuvre bevat ook een lange lijst van scores voor films. We vertoonden toen zes voorbeelden, die me geheel sprakeloos maakten: wat een lenigheid van expressie, wat een aanpassingsvermogen! En daarbij is hij ook een aardige persoon, aangenaam om mee te werken door zijn rust en zijn bescheidenheid.
 
Frontlijn kinderfilm
Kinderfilm is een belangrijk element in het aanbod van LantarenVenster, want ook de jongste gasten hebben recht op een breed spectrum aan filmkeuzes. Dit recht op keuze staat onder druk, want in ons segment van de kinderfilm heb je slechts een beperkt aantal titels die gegarandeerd veel bezoekers trekken. Voorbeelden van deze uitzonderlijke ‘crowd pleasers’: we hebben jarenlang de hele serie rond Pipi Langkous vertoond en elke keer zat de zaal vol. Hetzelfde gold voor de vele keren dat we de Nederlandse klassieker PINKELTJE (1978) programmeerden. Ook de animatiefilm GVR: GROTE VRIENDELIJKE REUS (1989) heeft vele keren een seizoen goed gemaakt. Van de nieuwe uitbreng zorgden vooral de films met Kirikou voor een goede toeloop.
 
In de Gouvernestraat zaten altijd veel kinderen op de stoep, druk bezig met voetballen bij de grote poort, rolschaatsen op de hellingbaan, op geparkeerde fietsen klimmen, of de kassaploeg pesten door bijvoorbeeld onze folders op straat te gooien. We hebben de buurtkinderen slechts 1 keer in de filmzaal gekregen, toen buurthuis De Gaffel een film met hen had gemaakt. In de herfstvakantie was deze film elke dag te zien en elke dag kwamen steeds dezelfde drom kinderen joelend genieten van zichzelf op het grote doek. We vroegen geen entree, maar hebben deze jonge bezoekers wel officieel meegeteld, wat natuurlijk een merkwaardige piek in onze statistiek veroorzaakte (waar overigens nooit vragen over gesteld zijn).
 
In de jaren negentig konden we keer op keer een inhoudelijk sterk seizoensprogramma bieden, voor zowel de leeftijdscategorie 4 als 8 , op basis van vaste boekingen. Het programma bestond uit een breed aanbod van internationale kinderfilms, aangekocht door distributeur Park Junior en Twin Film. Deze uitbreng kon worden aangevuld met een hoge frequentie aan filmconcerten voor kinderen: onder andere de voorstellingen van het Max Tak Orkest, of de avonturen van Rin Tin Tin (met pianist Yvo Verschoor en verteller Anton Groothuis), of de serie slapstick matinees van The Sprockets, onder leiding van Maud Nelissen. Wat een energie en verbeeldingskracht! Deze traditie verwaterde helaas in de 21e eeuw, wel kon in 2012 nog genoten worden van voorstellingen van PRINS ACHMED (begeleid door het Tsjechische Icon Orechestra) en PETER PAN (begeleid door pianist Kevin Toma en verteller Daan van Dijsseldonk).
 
De diversiteit en variatie in de vertoning van kinderfilms is in de 21e eeuw sterk afgenomen, niet alleen in LantarenVenster maar ook landelijk gezien. De voornaamste reden is een positieve ontwikkeling: in de jaren negentig groeide de Nederlandse familiefilm zowel in marktaandeel als in kwaliteit. Een nieuwe Nederlandse kinderfilm krijgt doorgaans veel meer vertoningen dan vroeger, en ook de canon van de kinderfilm (‘Cinekid klappers’) is heden ten dage voor een groot deel gevuld met Nederlandse produkties. Ook niet-commerciële filmtheaters vertonen hun kinderfilms steeds meer op prolongatie-basis (onder het label ‘familiefilms’). Soms gaat het boven verwachting goed met een film (KAUWBOY), soms valt het onverwacht tegen (hier zwijg ik discreet over, bovendien verschilt het sterk per theater). De keuze voor prolongatie heeft als voordeel een hogere flexibiliteit en een hogere zaalbezetting, het nadeel is dat de diversiteit en intensiteit van de programmering afneemt.
 
Ondanks het verschijnen van een reeks dvd-boxen met ons repertoire aan kinderfilms en ondanks het feit dat de Publieke Omroep onder het label ‘Z@ppBios’ vele kinderfilms uit ons segment vertoont, bestaat er wat mij betreft toch een dringende noodzaak om internationale kinderfilms in de filmzaal op het grote doek te vertonen. Dat is een prachtig statement, maar is er ook een publiek voor? Wat mij betreft zeker wel, maar je moet hard werken, stug volhouden en bereid zijn er geld op toe te leggen. EYE is goed bezig met hun ‘Fantastisch Kinder Film Festival’, te zien in hun eigen zalen en in twaalf steden (Rotterdam schittert door afwezigheid in dit rijtje, helaas).
 
Mijn visie op de vertoning van kinderfilm heb ik nader uitgewerkt in een opiniestuk, dat in 2009 in De Filmkrant is gepubliceerd. De alarmerende situatie bij de vertoning van kinderfilms is in de tussentijd niet verbeterd, integendeel. Een update en aanvulling staat op mijn website (de link staat hieronder, in het P.S.).
 
De verhuizing
In 2009 bestond het gebouw aan de Gouvernestraat precies 100 jaar. Ter markering van dit jubileum presenteerden we een compilatie van films uit 1909, gekozen uit het archief van EYE en in samenwerking met het Historisch Genootschap ‘Roterodamum’. Mijn twintigjarige werkervaring staat dus in een veel bredere historische context.
 
Vanaf 1949 is op structurele wijze film vertoond in LantarenVenster. Jacques van Heijningen heeft de complete filmprogrammering van de eerste 40 jaar op een rij gezet. Deze data vormen uniek onderzoeksmateriaal voor een historische analyse van het filmklimaat. Welk repertoire werd vertoond? Welke films hadden succes? Hoe is dit te verklaren? Het is dan interessant dezelfde vragen te stellen bij de actuele situatie en een vergelijking te maken, met als resultaat een beter begrip van de eigen tijd.
 
Het gebouw in de Gouvernestraat is lange tijd mijn tweede huis geweest en is me dus dierbaar, maar het was voor mij en iedereen toch ook heel erg lang al heel erg duidelijk dat LantarenVenster op de lange termijn geen toekomst had op deze locatie. Reeds in de jaren tachtig werd gezocht naar uitbreiding van LantarenVenster, richting Nieuwe Binnenweg bijvoorbeeld. Tientallen jaren en vele plannen later was het dan eindelijk zover: we konden verhuizen naar nieuwbouw (gelegen op de WilhelminaPier, aan de andere kant van de Maas).
Het gebouw aan de Gouvernestraat was anno 2010 een knellend keurslijf geworden. Distributeurs en het publiek haakten af. Met mijn Cinematheekprogrammering trok ik op een gegeven moment zelfs structureel een hoger gemiddeld aantal bezoekers per voorstelling dan de reguliere films, dat was niet normaal.
 
Venster 2 had al geruime tijd dringend nieuwe stoelen nodig en heeft helaas nooit een adequaat klimaatbeheersing gehad. Met 102 stoelen was het de laatste jaren meteen onze grootste filmzaal, want Venster 1 was in 2007 slim getransformeerd van hopeloze pijpenla met slechte zichtlijnen tot een leuke huiskamer setting met 65 studentikoze stoelen met riant zicht op het doek. Op de bovenverdieping waren de zalen Venster 3 en Venster 4 in 1996 verbouwd, een ingreep waarvan de houdbaarheidsdatum weliswaar nog niet was verstreken, maar met een capaciteit van respectievelijk zestig en veertig stoelen was een onvermijdelijke investering voor de installatie van een digitale projector ook daar niet economisch verantwoord te noemen. De algehele financiële situatie van LantarenVenster was rond die tijd overigens rampzalig, maar dat is een ander verhaal.
 
Op 2 juli 2010 werd de laatste filmvoorstelling in de Gouvernestraat gehouden. Het was een slotfeest met een hartverwarmende grote toeloop van trouwe bezoekers en vrienden (ondanks een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal in het kader van een EK of WK). Een van de vaste bezoekers nam toen spontaan het woord, Wim Hartman vertelde dat hij in 1949 al ‘t Venster frequenteerde. Hij heeft zijn dagboeken en correspondentie in eigen beheer uitgegeven, hij gaf me het eerste deel cadeau en zo kon ik lezen dat hij op zondagochtend 22 mei 1949 de zwijgende film LE VOYAGE IMAGINAIRE (René Clair, 1925) heeft gezien, tijdens een proefbijeenkomst getiteld ‘Herleving van de Vereniging Vrienden van de film’, georganiseerd door uitgever M.Th.Brusse (tevens jarenlang voorzitter van de stichting ‘Ons Huis’). De filmvertoning was een groot succes, met een opkomst van 150 mensen. Op 16 augustus 1949 werd vervolgens de ‘Stichting Filmliga ‘t Venster’ opgericht, met een seizoensprogrammering vol klassiekers.
Nog een historische noot: De ‘Rotterdamse Filmliga’ heeft voor de oorlog hun bijeenkomsten in de Corso Cinema gehouden, in de jaren tachtig huurden ze jarenlang de filmzaal Kriterion in het Groothandelsgebouw. De Cinematheek van LantarenVenster was in 1990 expliciet bedoeld als een rechtstreekse opvolger van deze cinefiele initiatieven.  
Terug naar de warme zomeravond in 2010, we vertoonden toen als afscheid een mooi filmprogramma met onder andere een selectie van Kort Rotterdams (in samenwerking met het Rotterdams Filmfonds) en een reprise van ILES FLOTTANTES (Nanouk Leopold) en LAGRIMAS NEGRAS (Sonia Herman Dolz).
 
Enkele maanden later volgde de feestelijke opening van het nieuwe LantarenVenster op de Wilhelminapier, op 6 november 2010, in aanwezigheid van koningin Beatrix. Bij de ceremonie stond onder andere de korte animatiefilm THE ORIGIN OF CREATURES (Floris Kaayk, 2010) op het programma. Een goede keus! Ter aanvulling gaf ik aan Hare Majesteit een dvd van MENSCHEN AM SONNTAG (1929). Zou ze de film inmiddels gezien hebben, of zou het nog op de Koninklijke To Do lijst staan?
 
De nieuwbouw bood circa een kwart meer stoelencapaciteit, met vijf filmzalen en een grote multifunctionele zaal (bestemd voor de jazz programmering, verhuur en zo veel mogelijk filmvertoningen), plus een foyer die vier keer zo groot was, met een restaurant en de pauzebar. Voor de schoonmakers Joaquim en José betekende deze expansie van de vloeroppervlakte een enorme taakverzwaring, gelukkig kregen ze structureel versterking.

Ik kijk met gretigheid vooruit naar de kansen en mogelijkheden in de komende twintig jaar, waarin ik wil bijdragen aan een nieuwe invulling van de liefde voor filmkunst. Ik kan terugkijken op mooie momenten en rijke kijkervaringen, deze inspiratievonken en kennis wil ik blijven uitwerken en overdragen op een nieuw publiek. Ik zie veel medestanders, met name in de jonge generatie. Ons gezamelijk doel is het voortzetten van een optimale vertoning van filmkunst en het delen van onze ervaringen.
 
Dank voor uw aandacht en tot snel!
hartelijke groet,
Peter Bosma
 
P.S. op mijn website staan diverse teksten die deze terugblik aanvullen: