verslag Digi Training Plus 2012


European Cinemas Experiencing New Technologies
29 augustus – 2 september 2012, Amsterdam
 
Een verslag door Peter Bosma
http://www.nvbinfocentrum.nl/uploads/files/20120913_verslag_digitraining_plus_2012.pdf
 
Het Europese programma Media Salles organiseert vanaf 2004 elk jaar een meerdaags trainingscursus rondom nieuwe ontwikkelingen op het gebied van digitale technologie in de filmvertoning en filmdistributie.
De 9e editie van deze internationale cursus werd eind augustus in Amsterdam gehouden en bestond uit vijf intensieve, leerzame dagen. Voor wie er niet bij kon zijn volgt hier beknopt een weergave van wat aan de orde kwam.

1. Internationale ontwikkelingen
De 35mm kopie is binnen afzienbare tijd volledig verdwenen. De digitalisering van distributie en vertoning gaat snel en dat vergt van ons een andere manier van denken, zowel op financieel als op inhoudelijk vlak. De consequentie van technische ontwikkeling is dat bestaande routines bijgesteld moeten worden en dat er kansen zijn om nieuwe mogelijkheden van organisatie en programmering uit te proberen. De grote vraag is hoe dit allemaal zal gaan verlopen en welke vorm dit gaat krijgen.
 
Een eerste vereiste voor mogelijke vernieuwing is dat we allemaal helder voor ogen hebben wat momenteel mogelijk is bij digitale projectie. Vier excellente internationale experts waren ingehuurd om ons geduldig bij te praten over de recente technische ontwikkelingen: ten eerste de Britse consulent Peter Wilson (verbonden aan het European Digital Cinema Forum, www.edcf.net), ten tweede de Amerikaan Michael Karagosian, ten derde de Fransman Olivier Hillaire (die recent een Engelstalige versie van zijn website lanceerde) en tot slot konden we ons voordeel doen met een mooie kritische checklist van praktische adviezen en ‘lessons learnt’, genereus samengesteld door Sébastien Nicolas van dcinex, de fusiefirma waar ook ons eigen FTT Filmtronics toe behoort.
Hier volgt mijn samenvatting van enkele hoofdlijnen van hun presentaties. Het is aan te raden de website van Media Salles te raadplegen, want daar zijn de PowerPoints van alle presentaties integraal beschikbaar gemaakt. Daarnaast is ook veel actueel materiaal te vinden op hun persoonlijke websites, zoals www.hddc.co.uk (Peter Wilson), www.mkpe.com (Michael Karagosian) en www.manice.net (Olivier Hillaire). Het startpunt van alle research en news feeds blijft natuurlijk de website www.cineserver.nl (Frank de Neeve), ook het adres voor praktische adviezen over bijvoorbeeld een passende aanpak van zelfgemaakte digitale inloopprogramma’s.
 
 
Zoals bekend hebben filmtheaters met 1 doek (‘single screens’) moeite om de noodzakelijke investeringen te doen. Samenwerking is noodzakelijk. Een collectieve aanpak in de vorm van een nationaal sectorbreed plan is echter in diverse landen mislukt, onder andere in Duitsland, Zweden, Italië en Frankrijk. Nederland loopt in Europa voorop bij de digitalisering van de filmtheaters. In Polen is ook sprake van een ‘Good Practice’ op het gebied van digitalisering, gecoordineerd door het Pools Film Instituut (PFI, opgericht in 2005). Ania Sienkiewicz van het PFI vertelde ons dat de digitalisering expliciet verbonden is aan de promotie van Poolse films en dat het succes mede afhankelijk is van de ondersteuning door de lokale overheid en door Europese regiofondsen. Overigens is het opvallend dat in Polen veel oude treinstations zijn omgebouwd tot lokaal filmtheater. Is dit een voorbeeld dat navolging verdient?
 
Op het Europese front bestaat het bureau EACEA in Brussel. Dit bureau had in 2011 een budget van 2,5 miljoen euro, ter ondersteuning van de randvoorwaarden van de digitalisering. Het is mogelijk bij dit loket de bijkomende kosten te declareren, mits de filmprogrammering van het filmtheater aan strenge eisen voldoet (een hoog percentage Europese films bevat) en mits de projector in eigendom is. Bij Cinema Digitaal zijn de projectoren niet in eigendom van de filmtheaters, daarom waren er in 2011 maar twee aanvragen verstuurd vanuit Nederland en slechts 1 aanvraag werd beloond. De deadline van 2012 is inmiddels verstreken, maar in 2013 zijn er nieuwe kansen.
 
2. Presentatie van de Nederlandse situatie
De buitenlandse deelnemers kregen een gedegen overzicht van de stand van zaken in Nederland op het gebied van digitale cinema. Ook voor de Nederlandse deelnemers waren deze sprekers en excursies interessant, want op deze manier kijk je met een frisse blik naar je nabije omgeving.
 
NVB-directeur Ron Sterk gaf een overzicht van de statistieken waaruit blijkt dat het bezoekersaantal en de omzet van Nederlandse filmtheaters in de afgelopen jaren is gestegen. De verklaring is eenvoudig: het aantal stoelen en het aantal schermen is gestegen. Toename van capaciteit betekende toename van de omzet. In Nederland zijn er in 2011 vele nieuwe bioscopen bijgekomen, veelal op A-locaties. Tijdens de eerste cursusdag werd nog een keer de korte film vertoond die de NVB bij de Nieuwjaarsreceptie presenteerde, met impressies van Cinema Oostereiland, EYE, LantarenVenster, LUX, JT-Bioscoop Apeldoorn en Pathé Haarlem. Het cursusprogramma bevatte in aansluiting hierop locatiebezoeken aan twee nieuwe filmtheaters, waar we bijzonder gastvrij en enthousiast werden ontvangen.
 
De jaarcijfers van de vertonersmarkt in Nederland geven een positief beeld, maar continuering hiervan is helaas onzeker. We beleven momenteel een economische crisis, gecombineerd met heftige bezuinigingen op de cultuuruitgaven van de overheid. Op korte termijn is daardoor een sterke vermindering van het aanbod van Nederlandse films te verwachten. Daarnaast is in Nederland het gratis downloaden van films niet strafbaar. Bovendien blijkt uit de recente cijfers dat de leeftijdgroep van tieners minder vaak de filmtheaters bezoekt, in tegenstelling tot eerdere jaren. Zou dit een tijdelijk verschijnsel zijn, of is dit een onheilspellend voorteken dat we in de toekomst publiek kwijtraken?
 
Cinema Digitaal is een mooi voorbeeld van een poldermodel. De digitalisering van de Nederlandse filmtheaters is collectief aangepakt, op vrijwillige basis. De overheid investeerde 5 miljoen euro in het project, verdeeld over het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (PRIMA, 3 miljoen) en het Nederlands Fonds voor de Film (2 miljoen). De vertoners betalen een vaste eigen bijdrage per projector.  De overige financiering wordt op basis van de Virtual Print Fee (VPF) betaald door de 26 deelnemende distributeurs.
In september 2012 is de installatie van 483 projectoren voltooid. De Volkskrant publiceerde in augustus al een paginagroot artikel waarin Kevin Toma aandacht gaf aan deze mijlpaal, met een interview met de operateurs van filmhuis Artishock in Soest. Tijdens de trainingscursus presenteerde deelnemer Roloff De Jeu een gefilmd zelfportret van zijn werkzaamheden in de cabine van Filmhuis Griffioen in Amstelveen. Het Nederlands Filmfestival besteed aan het afscheid van de 35mm projector een themaprogramma. Tevens zal de Britse expert Peter Buckingham op uitnodiging van Cinema Digitaal een lezing komen geven (2 oktober, 14:00 uur, Theater Kikker, Utrecht).
Voor de Nederlandse filmtheaters is Cinema Digitaal een uitkomst, want de keuze-stress bij aanschaf van de projectoren en bij het afsluiten van het onderhoudscontract is tot een klein aantal opties beperkt en de collectieve onderhandelingen leveren een prettige quantumkorting op. Er is bovendien sprake van een solidariteitsbijdrage voor kleine filmvertoners, ieder filmtheater krijgt hetzelfde contract. De verwachting is dat over 6 tot 8 jaar de VPF is terugverdiend en de boekhouding afgerond kan worden.
 
MEDIA Desk Nederland was een van de partners van de DigiTraining Plus, dit bureau vormt de verbindingsschakel tussen het Europese MEDIA programma en het Nederlandse werkveld. In 2013 volgt op nationaal niveau een fusie met SICA en Trans Artists, samen vormen de drie organisaties dan het Dutch Centre for International Cultural Cooperation (DCICC). Op Europees niveau volgt in 2014 de start van het vijfde meerjarenplan. Directeur Dominique van Ratingen hoopt alle activiteiten van MEDIA met dezelfde intensiteit te kunnen continueren.
 
De cursusbijeenkomsten vonden grotendeels plaats in de zalen van EYE Film Instituut Nederland (die zichzelf in de marketing-uitingen ook aanduid als ‘EYE, het nieuwe Filmmuseum aan het IJ’). Deze locatie bood een perfecte ambiance, door de futuristische architectuur en het schitterend uitzicht op het IJ en natuurlijk door de optie om de Kubrick expositie te bewonderen. Daarnaast konden de deelnemers in de zeldzame lege tussenmomenten de Panorama-zaal binnenlopen voor een blik op de permanente interactieve presentatie van filmfragmenten geordend in thema’s.
 
We bezochten ook het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Thijs van Exel (Kennisland) gaf een inleiding over het samenwerkingsproject “Beelden voor de Toekomst”. De digitalisering van bewegende beelden en geluidsbanden (‘data scanning’) is kostbaar en neemt veel tijd. Daarna volgt de uitdaging van het toegankelijk maken van de collecties, met als agendapunten een goede zoekmachine ontwerpen (‘data mining’) en de vertoningsrechten regelen.
Gastheer Geert Wissink noemde verschillende Good Practices in hergebruik en presentatie van archieffilms. Enkele voorbeelden:
 
En hij gaf voorbeelden van succesvolle internationale samenwerkingen tussen av-archieven:
 
Thomas Scholz (Cinegrid) presenteerde eerder in de cursus de resultaten van zijn 4K Studio, gevestigd in de Waag Society. Cinegrid is te kenschetsen als een excellent innovatie laboratorium dat het grensgebied tussen kunst, wetenschap en onderwijs verkent. De financiering van Cinegrid stopt echter dit kalenderjaar, wat een duidelijk voorbeeld van verkeerde bezuinigingsdrift is. De presentatie van Thomas Scholz bood een inspirerend perspectief. Het is namelijk mogelijk om met de huidige technologie een breed aanbod van ‘desktop cinema’ te maken, op 4K kwaliteit. Hij had zelf een fascinerend voorbeeld gemaakt met behulp van open source beelden: op de website van het International Space Station zijn foto-opnamen van de aarde gratis te downloaden in hoge resolutie (Jpeg 2000). De camera hangt onder een satelliet en de sluiter wordt automatisch bedient, met een tussentijd van 3 seconden. Met voldoende expertise en geschikte apparatuur is het mogelijk van deze ‘found footage’ een prachtige, messcherpe, stop motion film te maken en deze te verpakken als digitaal bestand (met behulp van open source software, zoals DCP-Builder). Het resultaat is dat het lijkt alsof we in verhoogd tempo meezweven met de satelliet, het zijn dromerige beelden die perfect zouden passen in een voorprogramma van bijvoorbeeld SOLARIS van Tarkovsky.
De 4K technologie kan ook toegepast worden bij de opleiding van studenten medicijnen. Via streaming video kunnen zij meekijken bij operaties, de 4K kwaliteit garandeert dat elk detail haarscherp in beeld komt. Ook beelden van een digitale microscoop kunnen groot vertoond worden en/of artistiek verwerkt. Thomas Scholz vertoonde een selectie van 1-minuut films van studenten van het Sandbergh Instituut. Deze compilatie kon me niet bekoren, maar dat is geen probleem want op dit vlak is een enorme keuze beschikbaar (zie http://www.theoneminutes.org). Een programmeur kan dus aan de slag. Ter inspiratie: op 5 september 2012 organiseerde Cinegrid een 4K-evenement in Pakhuis de Zwijger (zie http://waag.org/nl/blog/de-toekomst-met-4k).
 
De logistiek van de distributie van digitale bestanden is een sleutelfactor bij de digitalisering van filmtheaters. Terecht was daarom een bezoek aan Gofilex in het programma van de trainingscursus opgenomen. Gofilex is veelzijdig: het bedrijf fungeert ten eerste als opslagruimte van films, trailers, commercials, posters en vitrinefoto’s, ten tweede kunnen en mogen ze films dupliceren (sinds april 2012 is Gofilex officieel erkend door de MPAA), ten derde leveren ze koeriersdiensten en ten vierde fungeren ze als een informele help desk voor de filmtheaters en filmdistributeurs. Gofilex is een spin in het web van vele informatiestromen, afkomstig van 23 filmdistributeurs, 133 filmtheaters en talloze filmproducenten. Directeur Paul Huis in ‘t Veld en zijn team gaven ons in hun kantoor in Zeist-Zuid een blik achter de schermen en legden uit hoe hun gepatenteerd systeem van ‘Organized Digital Distribution’ (ODD) er uitziet. De koeriersdiensten zijn allemaal high tech geworden, dus vallen er termen als ‘track & trace met RFID tags’. De logistiek van digitale filmdistributie behelst echter meer dan een pakje dat zo snel mogelijk van A naar B moet. We leven in Nederland in een tussenfase, met vele verschillende vormen van digitale opslag en grote verschillen in digitale bereikbaarheid: kabel, fiber en ethernet. De postbode is een verouderd model en satellietverbindingen zijn nog niet ideaal. Daarom is gekozen voor het gebruik van tastbare hard drives in een koffertje (DCP), die op dezelfde manier behandeld worden als een doos met een 35mm kopie. Het zichtbare resultaat: elke week op woensdagnacht rijden de Gofilex auto’s door het hele land, de chauffeurs beschikken over de deursleutels van alle filmtheaters en leveren hun vracht discreet af (‘overnight delivery’). Donderdag volgt een tweede ronde voor levering van films in hun second of third run. Kleine bestanden kunnen naar keuze per mail verstuurd worden: de KDM (Key Delivery Message, een set van codesleutels waarbij steeds vier veiligheidsniveau’s gehanteerd wordt), de ondertiteling, de commercials en de trailers. Gofilex opereert in de Benelux, maar is een wereldspeler in zijn sector. Bij hun voorbereiding op de omslag naar de digitale film gingen ze onder andere op werkbezoek in LA en Bombay, ze kozen het beste van twee werelden. Hun uitgangspunt is waardetoevoeging door samenwerking in de supply chain, met als fundament een gedeelde passie voor cinema.
 
3. De nabije toekomst, dichtbij huis
We bevinden ons in een tussenfase, de digitalisering van filmtheaters is in Nederland voltooid, maar de volledige consequenties hiervan zijn nog niet zichtbaar. Waar staan we over tien jaar? Komen alle dromen uit of worden de hoge verwachtingen mogelijk zelfs nog overtroffen?
 
Stichting Filmonderzoek heeft een inventarisatie gemaakt van de huidige situatie, het onderzoeksrapport verscheen in mei 2012 en is gratis online beschikbaar. Onderzoekster Jorien Scholtens presenteerde tijdens de trainingscursus de hoofdlijnen van het rapport. De vraag welke consequenties de digitalisering van filmtheaters heeft is nu nog niet te beantwoorden. Het is daarom verstandig de Nederlandse bioscoopprogrammering van 2010 zorgvuldig in kaart te brengen, als een nulmeting (in 2010 was digitale projectie immers nog uitzonderlijk in Nederland). Dit kwantitatief onderzoek moet regelmatig herhaald worden zodat gefundeerde conclusies mogelijk worden. Probleem is het vergaren van de benodigde data. De collectieve databank MACCS Box biedt veel cijfers, maar die zijn toch niet precies genoeg (het aantal voorstellingen per titel ontbreekt bijvoorbeeld) en ook niet volledig (incidentele en educatieve voorstellingen ontbreken veelal). 
Daarnaast heeft Scholtens vijftien interviews met professionals uit de sector gevoerd, om hun verwachtingen te peilen. Bij de digitalisering zijn twee groepen te onderscheiden: aan de ene kant de pioniers, die van mening zijn dat digitalisering een positief effect op de programmering zal gaan hebben, en aan de andere kant de sceptici die ofwel denken dat alles bij hetzelfde zal blijven ofwel dat de effecten negatief zullen zijn.
Een brandend disccusiepunt is: Veroorzaakt digitalisering een verschraling van het aanbod? Raken de niche-films niet in de verdrukking omdat crossovers en commerciële uitbreng (block busters) voorrang krijgen en meer profijt hebben van de VPF-constructie? Zal er genoeg ruimte komen voor het aanbieden van Alternative Content? Zal dit een toename van publiek veroorzaken en zal er een nieuw publiek aangesproken worden?
 
Voor de duidelijkheid van de discussie lijkt het mij handig de mogelijkheden van zaalprogrammering te verdelen in vijf groepen:
  1. de reguliere uitbreng door (inter)nationale distributiefirma’s, dit is onder te verdelen in vier subgroepen: commerciële uitbreng, cross over films, art house films, kleinschalige uitbreng.
  2. incidentele voorstellingen (‘limited screenings’), films met een beperkt aantal openbare voorstellingen buiten de gevestigde distributiekanalen om, zoals bijvoorbeeld tijdelijke import, of presentaties van eindexamenfilms.
  3. ‘Alternative Content’ (AC), of ‘Other Digital Stuff’ (ODS): openbare vertoningen van alle soorten van bewegende beelden die niet als film te beschouwen zijn: registraties van opera, toneel, popmuziek, sport, fashion events, presentaties, debatten, lezingen (al dan niet live).
  4. educatie: besloten voorstellingen voor het onderwijs (lager onderwijs, middelbaar onderwijs, hoger onderwijs, volwasseneneducatie).
  5. verhuur: besloten voorstellingen op factuurbasis.
 
Christine Costello, directeur van More2Sceen, behoort duidelijk tot de positief ingestelde pioniers. Haar firma levert Alternative Content, ofwel ‘event cinema’. In 2011 hebben ze 111 voorstellingen in de UK georganiseerd, met registraties van opera, ballet, muscials, theater en popmuziek. Hiermee hebben ze een bescheiden marktaandeel in de Britse filmvertoningsmarkt gescoord van 1% van de landelijke omzet. Ze maakte onderscheid tussen ‘simultaneous live’, ‘delayed live’ en ‘recorded events’. Haar verkoopargument is: Alternative Content levert meer recette op dan een normale voorstelling, het positioneert het filmtheater als bruisende plek waar je van topcultuur kan genieten en het bevordert de opbouw van een omvangrijk en nieuw publiek, dat zich kan ontwikkelen tot een trouw publiek (abonnementshouders). Ze erkent dat het moeilijk is om een goed assortiment in het aanbod te verwerven, en dat het voor het filmtheater noodzakelijk is om een voldoende groot marketing budget te reserveren en dat de tarieven van de VPF en een satelietverbinding nog een belemmering vormen. Bij popmuziek is het aan te bevelen te zorgen dat er ruimte is voor het publiek om te dansen, zoals bleek bij de vertoning van een optreden door de Chemical Brothers. Ze liet ook een meeslepende trailer zien van de concertregistratie van Queen in Budapest, 1987: kippevel! En ze vertelde enthousiast over het succes in Italië van de voorstellingen met de registratie van de Leonardo tentoonstelling in de National Gallery, London.
 
Ook Marieke Jonkers, directeur van Amstelfilm, behoort tot de groep van positieve pioniers. Ze lanceert in oktober het landelijke cinema on demand project ‘We Want cinema’ (zie http://wewantcinema.com). Dit is te vergelijken met het Franse cinema on demand project https://www.ilikecinema.com.  
Haar verkoopargumenten zijn: ten eerste is er voor de filmtheaters geen financieel risico, want de klanten zorgen zelf voor de marketing van hun voorstellingen en leveren de noodzakelijke critical mass, ten tweede heeft het filmtheater direct contact met het filmpubliek en hun wensen, en ten derde kan de filmzaal nog meer optimaal gebruikt worden gedurende de hele dag en de hele week (24/7, dit vergt wel een goed time slot management).
Als belemmering signaleert ook zij de kosten van de VPF bij deze voorstellingen en daarnaast is er sprake van een hoge agenda-druk bij de uitbreng van premièrefilms. Het aanbod is groot en het schuiven met data is bijna onmogelijk, want premièredata zijn steeds meer mondiaal geworden (de ‘windows’ zijn steeds krapper geworden).
Ze gaf enkele aanbevelingen voor een optimaal flexibele en gevarieerde programmering van filmtheaters, gericht op betrokkenheid en inbreng van het publiek:
De poging een live geprojecteerd Skype gesprek te hebben met Peter Buckingham (voormalig hoofd van distributie bij het British Film Institute) mislukte helaas, maar dat was een leerzame ervaring: zelfs met de beste apparatuur en de beste mensen achter de knoppen kan toch nog de verbinding mislukken. Buckingham kon nog net een aanbeveling typen: ‘Secret Cinema’ is een interessant project (zie http://www.secretcinema.org) en dit zou navolging kunnen krijgen in andere landen.
Jonker begon haar presentatie met de oproep om alle 35mm-projectoren die overtollig zijn geworden niet in de stortbak te werpen, maar te doneren aan de stichting ‘Lost Projectors’.
 
Thomas Hoegh van Arts Alliance Media mocht de cursustraining afsluiten. “The future of cinema is bright” zei hij en zo willen we het natuurlijk horen. Zijn firma heeft 20 filmtheater in eigendom (Picture House Cinemas) en programmeert 35 andere filmtheaters. Alternative Content vormt hier 13% van de omzet, hij verwacht dat dit percentage zal stijgen. Hij stimuleert de toeloop door onder andere het ‘Screen Arts Festival’ te organiseren.
Met zijn bevlogen en inspirerende peptalk waren we aan het eind gekomen van DigiTraining Plus 2012. Volgend jaar zal de bijeenkomst waarschijnlijk in Polen gehouden worden. Hou de aankondigingen hierover in de gaten, het loont zeer de moeite om deel te nemen.
 
Tot slot past een word van dank aan het team van MEDIA Salles en aan alle Nederlandse gastvrouwen en gastheren, voor de perfectie organisatie van deze boeiende vijfdaagse masterclass over digitale filmvertoning en filmdistributie.
 
Documentatie

Aanbevolen literatuur
 
Internationale reflectie

Zie ook: Bosma, Peter, ‘Digital projection compels us to rethink programming: A preliminary outline’, unpublished paper August 2012, URL: http://www.peterbosma.info/?p=english&english=13.
 
Voor een overzicht van de analoge filmprojectie, zie: http://www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=2

Zie ook de films

Disclaimer: Dit verslag weerspiegelt de ervaringen en conclusies van een onafhankelijk deelnemer aan de trainingcursus. De NVB en Cinema Digitaal verspreiden het verslag, maar zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.