Thompson (2005)


Thompson (2005) Lubitsch als leerling en meester.
Boekbespreking, gepubliceerd in Tijdschrift voor Mediageschiedenis TMG jrg 8, nr 2 (2005), pp. 175-176.

Filmhistorici richten zich graag op de witte vlekken van de filmgeschiedenis, waarbij de periode van de vroege cinema veruit favoriet is. Ze verbreden de laatste jaren hun onderzoeksvraag graag naar de receptie kant: niet langer ligt de focus op welke films door wie gemaakt zijn, maar op de vraag welke films door wie gezien zijn. Hun nieuwsgierigheid richt zich bijvoorbeeld op welke reacties de filmvertoningen kregen, welke herinneringen bij de toeschouwers beklijven.

Het boek van Thompson staat helemaal los van deze twee tendensen: zij richt zich op het werk van een bekende regisseur en ze onderzoekt de stilistische kenmerken van de filmtekst. Ze bouwt samen met onder andere David Bordwell voort aan het uitwerken van een “historische poëtica” van de filmkunst, door filmteksten te analyseren met behulp van een neo-formalistische aanpak, een methode die ze lang geleden al voortreffelijk heeft toegelicht en toegepast in haar essaybundel Breaking the Glass Armor (1988).
 
In haar Lubitsch-boek presenteert ze opnieuw een goed onderbouwde analyse in een helder en precies betoog, geïllustreerd met een reeks prachtige fotogrammen (frame enlargements). Niet onbelangrijk: uit haar tekst spreekt naast een academische nieuwsgierigheid ook een vurig enthousiasme voor de besproken films en een grote bewondering voor de talenten van de regisseur.
De afbakening van het onderzoek is helder: ze beperkt zich tot de analyse van de zwijgende films van Lubitsch, vanaf 1918 tot 1927, met een omslag in 1922, het jaar waarin hij naar Hollywood gaat. Lubitsch is in Duitsland een leerling, in Hollywood is hij een meester. Om deze uitspraak te onderbouwen bespreekt Thompson vier componenten van zijn filmstijl: belichting, decorontwerp, montage en het acteren. Deze analyse van het oeuvre zet ze in een breder perspectief: ze wil ten eerste de filmindustrieën van Duitsland en Hollywood onderling vergelijken en ten tweede de wederzijdse invloed op stilistisch gebied traceren. Bij een dergelijke invloedvraag horen vele bedenkingen, die ze allemaal keurig bespreekt en pareert, zowel vooraf (in hoofdstuk 1) als achteraf (in hoofdstuk 6).
 
Kort gezegd ligt de kern van haar betoog in de stelling dat de populaire cinema in Duitsland in de jaren twintig sterk beïnvloed werd door Hollywood, met name op het gebied van belichting (three point lightning), montage (continuity editing) en de subtiele, niet-theatrale manier van acteren. In het hoofdstuk over belichting geeft ze een gedetailleerde inventarisatie van de verschillende lampen: in de studio’s van Duitsland en Hollywood beschikte men ruwweg over vergelijkbare apparatuur, maar dit arsenaal werd aanvankelijk totaal anders gebruikt. Thompson stelt dat de Duitse technici geleidelijk de werkwijze van hun Amerikaanse voorbeelden overnamen. Hetzelfde geldt voor de toepassing van de continuïteitsmontage. Dit betoog is een uitdagende nuancering van de standaardverhalen over juist veel Duitse invloed op Hollywood.
 
Thompson boetseert haar analyse grotendeels op basis van de beschikbare films en andere primaire bronnen. Punt van melancholie: Rausch (1919 , met Asta Nielsen) is verloren gegaan, van Die Flamme (1923, met Pola Negri) resteren slechts enkele fragmenten. Wat de secundaire literatuur betreft bouwt Thompson vooral voort op een ongepubliceerde dissertatie van Jan-Christopher Horak uit 1975 en het boek van Herman G. Weinberg (The Lubitsch Touch: A Critical Study, 1968), met ook enkele verwijzingen naar de recent herdrukte Lubtisch-biografie van Scott Eyman (Laughter in Paradise, 1993/2000). Thompson vaart haar eigen koers, ze heeft haar boek niet opgezet als een respons op recente publicaties. Zo komt de publicatie van Sabine Hake over de vroege films van Ernst Lubitsch niet ter sprake (Passions and Deceptions: The Early films of Ernst Lubitsch, 1992), evenmin als haar eigen artikel over acteren in zwijgende romantische komedies (Film History, vol 13, nr 4, 2001).
 
Het boek over Lubitsch kan gezien worden als een prachtige aanvulling op de twee populaire didactische boeken die ze samen met David Bordwell heeft gepubliceerd: Film History: An Introduction (2002, 2e druk) en Film Art: An Introduction (2003, 7e druk). Deze deelstudie kan binnen het onderwijs meteen een voorbeeldfunctie vervullen: kijk, zo zet je een wetenschappelijk betoog op. Daarnaast is het boek ook een waardevolle aanvulling op haar eerdere onderzoekspublicaties, zoals met name The Classical Hollywood (1987, geschreven samen met Janet Staiger en David Bordwell).
Thompson laat zich in haar werk kennen als een generalist binnen filmstudies, zo werkt ze na het voltooien van de studie over de zwijgende films van Lubitsch aan een publicatie over The Lord of the Rings-cyclus.
 
Thompson, Kristin, Herr Lubitsch Goes to Hollywood: German and American Film after World War I.
Amsterdam: Amsterdam University Press, 2005.
224 pagina’s, geïllustreerd, index, 24,50 euro  ISBN 90 5356 708 9