Film / TV / genre (2004)


Biltereyst, Daniël & Philippe Meers (eds.) Film / Tv / Genre, Gent: Academia Press, 2004. 

Alle film- en televisiewetenschappers delen de passie voor hun vak, maar toch lopen er talloze scheidingslijnen in deze beroepsgroep.
De eerste identificatie is theoretisch van aard: behoort u tot de bloedgroep van de geesteswetenschappen of de sociale wetenschappen? Bent u historicus of theoreticus?
Met film en televisie kun je wetenschappelijk gezien vele kanten op. Dit kan men afmeten aan parameters als het gebezigde jargon, de gehanteerde onderzoeksagenda en de deelname aan congressen.
Een tweede identificatie is van praktische aard: waar woont u en welke landstaal spreekt u? Het internet helpt om landsgrenzen te overschrijden en de verspreiding van het Engels verlaagt de taalbarrières, maar het is ontnuchterend te zien in welke mate de film- en televisiewetenschap nog steeds gedomineerd wordt door lokale bepaaldheid.
Daarnaast bestaat de niet relevante vraag “bent u man of vrouw”, een vraag die helaas toch relevant blijkt.
 
Focus op genre
Dit is een lange aanloop om te komen tot een bespreking van de het Vlaamse boek Film / Tv /genre (2004). Het boek is de weerslag van een lezingenreeks met filmvertoningen in Gent, als onderdeel van de onderwijsprogrammering. De publicatie biedt een podium aan een selectie van Vlaamse wetenschappers en twee buitenlandse gastsprekers, en biedt een combinatie van een focus op genre vanuit zowel film- als televisiewetenschappen.
 
Een genre is een classificatie van films, met drie mogelijke vertrekpunten: vanuit het productieproces gezien, of op basis van de eigenschappen van de films, of vanuit het receptieproces gezien. Philippe Meers pleit voor meer aandacht voor de positie van de toeschouwer in het genre-concept. Hij zet een uitdagend onderzoeksprogramma neer, dat hij verder heeft toegelicht in enkele overige recente didactische artikelen en natuurlijk in zijn eveneens recente dissertatie. Een concrete uitwerking hiervan is te vinden in het internationale publieksresearchproject rondom The Lord of the Rings (zie www.lordoftheringsresearch.net).
 
In het filmdeel van deze bundel functioneert Rick Altman als coryfee en autoriteit. Hij koestert drie goede voornemens: laten we meer eenvoudig taalgebruik hanteren, laten we de filmtheorie en filmgeschiedschrijving meer met elkaar vermengen, en laten we meer het heden verbinden met het verleden.
Zijn pleidooi voor een ‘shuttle scholarship’ brengt hij meteen in praktijk met een nauwkeurige analyse van de affiches van vooroorlogse Hollywoodfilms. Een goed leesbare en overtuigende case study.
 
Willem Hesling geeft een didactisch, helder overzicht van de narratieve structuur van historische speelfilms (kostuumdrama’s). Ernest Mathijs houdt een pleidooi voor het bestuderen van de horrorfilm. Eric de Kuyper en Dirk Lauwaert geven een mijmering over respectievelijk het melodrama en de western.
 
In het televisiedeel geeft Maarten Reesink een bijgewerkte versie van zijn eerder gepubliceerd onderzoek naar Big Brother en de opkomst van de ‘reality-soap’.
Sofie van Bauwel richt de aandacht op het onderzoek naar de tv-programma’s en hun gerichtheid op een vrouwelijk publiek, met name de talkshow, de soap opera en het melodrama. Ze zet bekende thema’s uit de mediastudies (kritiek op media-industrie, feminisme en psycho-analyse) in een genreperspectief.
Daniël Biltereyst benadert het genre van de reality-tv en de bijbehorende controverses, waarmee hij (als enige) expliciet aansluit bij de richtinggevend openingsessay van Philippe Meers.
 
Het boek bestaat uit een aaneenrijging van betogen die ongelijksoortig van aard zijn en ook wat vorm betreft, variërend van potentiële congresbundelbijdrage, filmtijdschriftartikel, syllabustekst tot mogelijke bijdrage aan een handboek. Deze constatering is dit keer geen diskwalificatie. Zowel filmliefhebbers als filmstudenten kunnen met genoegen en profijt dit boek ter hand nemen.
In didactisch opzicht is de bundel een mooie aanvulling op de reeds beschikbare Nederlandse uitgaven. Laat ons hopen dat de verworvenheden van het onderwijs vaker mogen doorklinken in publicaties.