Film Festival Year Book 1, Film Festival Year Book 2


Dina Iordanova & Ruby Cheung (eds) Film Festival Yearbook 2: Film Festivals and Imagined Communities, St.Andrews (St. Andrews Film Studies) 2010.

Dina Iordanova & Ragan Rhyne (eds) Film Festival Yearbook 1: The Festival Circuit, St.Andrews (St. Andrews Film Studies) 2009.

Reflectie op filmfestivals geniet een toenemende populariteit, zowel in academische kringen als bij filmcritici en festivalmedewerkers.
Dit blijkt onder andere uit recente themanummers van bijvoorbeeld het Duitse tijdschrift Schnitt (no 54, April 2009) of het Zweedse tijdschrift Film International (vol 6, no 4, 2008) en een recente publicatie zoals de bundel Dekalog 3: On Film Festivals (2009). Marijke de Valck leverde in 2007 een substantiële bijdrage aan dit nieuwe onderzoeksveld met haar dissertatieonderzoek ‘Film Festivals. From European Geopolitics to Global Cinephilia’ (besproken in TMG 10; 2 - 2007).
 
In 2009 verscheen de eerste editie van het Film Festival Yearbook, met als focus de economische aspecten van het festivalcircuit.
Het filmfestivalcircuit is algemeen erkend als een belangrijke factor in de bedrijfstak, volgens sommigen fungeert dit als een alternatief distributiekanaal. Dina Iordanova betwist dit, want festivals ontberen volgens haar de benodigde juridische structuur van contracten. Dit is een terechte constatering. De positie van de ‘sales agents’ blijkt steeds belangrijker te worden, ze fungeren immers steeds meer als de voornaamste verbinding tussen filmmakers en het afzetgebied dat bestaat uit een breed scala aan filmfestivals, filmdistributeurs, dvd-labels en televisie netwerken.

Een filmfestival heeft als wezenskenmerk dat het een vertoningsplaats is, in de vorm van een tijdelijke explosie van voorstellingen.

Deze signalering wordt in Yearbook 1 goed uitgewerkt in drie fundamentele essays en zes case studies, met onder andere een voortreffelijke analyse van het animatiefilmfestival Annecy als ‘field-configuring event’. De bibliografische verkenning heeft een hoge nuttigheidsgehalte, als eerste ordening van de golf aan publicaties. De drie berichten van de werkvloer (‘dispatches from the Festival World’) en het congresverslag daarentegen zouden echter beter in een blog passen. 
 
in Film Festival Yearbook 2 is de focus verschoven naar het perspectief van de culturele antropologie en werden bijpassende praktijkverhalen verzameld over filmfestivals die zich richten op de multiculturele filmmakers en/of dito filmbezoekers.
In het Engels zijn de trefwoorden hierbij ‘ethnic populations’ en ‘diasporic communities’. De ondertitel van het jaarboek is een verwijzing naar het onderzoek van antropoloog Benedict Anderson dat hij omschreef in ‘Imagined Communities: Reflections on the Origin and Spread of Nationalism’ (1983).
 
De basispremisse van het Yearbook 2 luidt: De bevolking in vele landen is verkokerd in meerdere nationaliteiten die al dan niet vreedzaam naast elkaar leven (of langs elkaar heen leven). Dit demografisch gegeven vertaalt zich op verschillende manieren in de filmcultuur.
In haar inleidend essay stelt Dina Iordanova dat filmfestivals op drie manieren kunnen reageren op deze situatie: de festivalprogrammering richten op culturele diplomatie en cinefiele kwaliteiten, of op de promotie van politieke idealen en nationale identiteiten, of de festivalprogrammering ten dienst stellen van een multicultureel ondernemerschap. De theoretische fundering van deze drie opties ontleent Iordanova aan het boek ‘Media Worlds: Anthropology on New Terrain’ (2002).
Het theoretisch deel van Yearbook 2 omvat nog twee essays. Lindiwe Dovey, de oprichter van het Cambridge African Film Festival, verdedigt zich tegen kritiek dat alle Afrikaanse filmfestivals gezien moeten worden als uitbuiting ten koste van de filmmakers. Zij betoogt dat dit soort festivals juist een ondersteuning vormen van de distributie en promotie van de Afrikaanse cinema, maar ze schetst tegelijkertijd ook een genuanceerd overzicht van problemen en dilemma’s die dit met zich meebrengt. Vanuit haar praktijkervaring verbreed zij op relevante wijze de onderzoeksagenda van de mondiale filmcirculatie.
Ruby Cheung richt vervolgens de aandacht op de financiering van filmfestivals. Zij betoogt dat het in kaart brengen van de boekhouding waardevolle inzichten oplevert omdat de manier van financiering invloed heeft op de inhoud, de werking en de levensvatbaarheid van een festival. Dit illustreert ze met een reeks voorbeelden, van festivals met Franse en Afrikaanse films in Schotland, Chinese en Koerdische films in Londen en Joodse films in Hong Kong.
 
De kern van het Yearbook 2 bestaat uit zeven meer uitgewerkte case studies.
De eerste beschrijft gedetailleerd de geschiedenis van ‘Bite the Mango’, een wereldcinema filmfestival in een Engelse provinciestad, dat zich richt op een drieledige doelgroep: het art house publiek, de filmmakers in diaspora, en de verschillende ontheemde etnische minderheden. De problemen en triomfen van de veertien festivaledities worden samengevat en de koerswijzigingen in kaart gebracht.
Vervolgens komt in Yearbook 2 nog een brede waaier aan filmfestivals aan de orde, te beginnen met een migrantenfestival in Korea, een vluchtelingenfestival in de Westelijke Sahara en de multiculturele festivals in San Francisco. De Latijnsamerikaanse filmfestivals in Cuba (Havana) en Spanje (San Sebastian) tonen aan dat taal als bindend element kan dienen voor het markeren van een transnationale identiteit. Het Koerdische filmfestival in Londen is een voorbeeld van een filmfestival als promotie van een statenloze cultuur en als ontmoetingsplaats voor een volk in diaspora. Het Joods filmfestival van Wenen tot slot begon als een educatief initiatief met een linkse en cosmopoliete signatuur, zonder religieuze banden. Dit filmfestival staat in een context van het complexe concept van Joodse identiteit en de politieke consequenties hiervan, maar wordt daarnaast ook beïnvloed door meer triviale factoren als lokale allianties, meningsverschillen en botsing van karakters.
Het Yearbook 2 sluit af met twee nuttige bijlagen, een opsomming van verschillende soorten transnationale filmfestivals en een update van de thematische bibliografie.
 
De twee edities van het Film Festival Yearbook vormen samen een belangrijke stimulans voor het institutioneel onderzoek van filmfestivals.
De verschillende bijdragen worden in beide gevallen geleverd door zowel een breed spectrum aan wetenschappers als door professionals uit het praktijkveld. Dit blijkt een vruchtbare kruisbestuiving. De jaarboeken bevatten geen droge academische teksten, maar zijn gevuld met levendige case studies die steeds in een groter verband gezet worden van internationale onderzoeksvragen met een interdisciplinaire horizon.
Ook op dit academisch vlak is een kruisbestuiving zichtbaar, in dit geval tussen film- en mediawetenschap, antropologie, kunstsociologie, kunsteconomie, kunstmanagement en kunstbeleid.
 
St Andrews is geografisch gezien een afgelegen dorpje aan de kust van Schotland, maar op het vlak van filmfestival studies staat het centraal op de kaart. Dit voorbeeld vormt een prikkelende uitdaging voor alle wetenschappers en professionals in Nederland en elders.
 
Peter Bosma
Deze boekbespreking is gepubliceerd in TMG jrg 13, nr 2 (2010).
 
PS
 
Dina Iordanova wijdt zich met haar staf van de Universiteit van St. Andrews aan het onderzoeksproject ‘Dynamics of World Cinema’. Hun onderzoek richt zich op de mondiale circulatie van films, waarbij aandacht is voor de commerciële distributiekanalen van block busters, de verspreiding van films via het internet en het internationale filmfestival circuit.
In 2006 werd een conferentie gehouden in St. Andrews over marginale filmculturen, ‘Cinema at the Periphery’, waarvan de tekstbundel in 2010 is gepubliceerd bij Wayne State University Press.
Een ander ambitieus project is om rondom het verschijnsel filmfestivals eerst een congres te organiseren in 2009 en aansluitend een jaarlijkse reeks met bundels wetenschappelijke artikelen te publiceren. In 2010 verscheen geheel volgens planning de tweede editie van het Film Festival Yearbook. Dit blijkt opnieuw een bewonderenswaardige invulling te zijn van een goed voornemen.
Dina Iordanova heeft een hoge productiviteit, ze publiceerde in 2008 al het boek Budding Channels of Peripheral Cinema: The Long Tail of Global Film Circulation (San Francisco: Blurb, zie www.blurb.com) en ze onderhoudt verder nog een levendige blog www.dinaview.com.

In 2011 verscheen deel 3 van het Film Festival Yearbook:
  • Dina Iordanova & Ruby Cheung (eds) Film Festival Yearbook 3: Film Festivals and East Asia, St.Andrews (St. Andrews Film Studies) 2011.
Enkele verslagen van de International Film Festival Workshop (St. Andrews, 2009):

Zie ook mijn inleiding op het verschijnsel van filmfestivals (beschikbaar in het Nederlands en het Engels)
en het verslag van de talk show ‘The Digital IFFR: Feed, Trust or Kill the Tiger?’ gehouden tijdens het 39e International Film Festival Rotterdam, 3 februari 2009.