gastauteur: pianiste Hilde Nash


Een muzikale stille filmervaring
door Hilde Nash
 
Hoe het allemaal begon..
Eerder bij toeval ben ik de wereld van stille film binnengerold, toen ik vooraan in de twintig was. 

In het Antwerpse Filmmuseum, destijds nog in het Koninklijk Paleis op de Meir, was ik voor de eerste keer naar een stille film met live piano gaan kijken. 'Dat zou nog iets voor jou zijn', zei mijn kompaan die avond. Ik kon het me toen eerlijk gezegd niet voorstellen. Ik had net mijn studie aan het Leuvense Lemmensinstituut afgerond, ik was 'Meester in de muziek, optie muziektherapie'. Als muziektherapeute wilde ik wel werken, maar ik wilde zeker ook als muzikant aan de slag, los van een therapeutisch en psychologisch kader.
 
Tijdens mijn zoektocht naar muzikale opdrachten stapte ik op een dag datzelfde Filmmuseum binnen met de vraag of ze daar nog een pianist zochten. Ik mocht auditie doen en bingo, ik kon meteen aan de slag. Vanaf 2002 mocht ik regelmatig stille films begeleiden en na een jaartje kon ik een aardig lijstje uiteenlopende films voorleggen. Ervan leven ging uiteraard niet, maar gecombineerd met andere opdrachten en werk als muziektherapeute vond ik mijn draai en kon ik doen wat ik graag deed.
 
Tot 2008 bleef Antwerpen zowat mijn vaste plek om stille films te begeleiden en soms op een andere locatie. Eind dat jaar greep ik de kans om auditie te doen in het bekende Brusselse Filmmuseum, Cinematek. Het Belgische Filmarchief ging toen net terug verhuizen naar haar nieuw verbouwde locatie in het gebouw van Bozar.  Vanaf 2009 begon ik ook zeer regelmatig in Cinematek te spelen en de locaties in Vlaanderen bleven zich sindsdien gestaag uitbreiden. Het repertoire van honderden verschillende films is ondertussen niet meer bij te houden. Onder meer Murnau, Lang, Griffith, Sjöström, Eisenstein, maar even goed Chaplin, Keaton en Lloyd passeerden de revue. Soms vraag ik me af of ik niet beter een exacte titellijst zou noteren.
 
Ik begeleid meestal solo op piano, maar soms ook samen met gitarist/banjospeler Wim Lauwaert, wat weer helemaal anders klinkt. Sinds kort experimenteren we ook met vocalisaties bij de films. De fantastische films van Méliès zijn daarvoor bijvoorbeeld heel dankbaar. De combinatie met banjo/gitaar is verrassend fris.
 
Op de voorgrond en toch ook niet: de stilte aan het woord
Wat doe je dan juist? Dat vragen mensen vaak als ik vertel wat ik doe. Mensen begrijpen het meestal niet goed, zeker als ze nog nooit een stille film met live-muziek gezien hebben.
'Wat ik dus juist doe' is telkens opnieuw de muziek bij een stille film componeren. Ook als ik de film al ken of eerder begeleid heb. Ook als ik de film voor de eerste keer zie en eigenlijk zoals het publiek de film voor het eerst leer kennen, met dat verschil dat ik achter de piano zit en geen uitgeschreven compositie voor mij heb staan. Ik componeer, maar schrijf niets uit: ik improviseer. Meestal heb ik een zeer beknopte inhoud van het verhaal gelezen. De improvisatie is de kern van wat ik doe.
 
Iedere pianist heeft zijn eigen improvisatie- en speelstijl. In mijn eerste jaren als filmbegeleider bereidde ik meer voor in die zin dat ik de films meerdere malen bekeek op voorhand of bepaalde fragmenten zelfs instudeerde. Ik noteerde harmonieën, ritmes, een melodielijn of een bekend deuntje dat ik wilde gebruiken of een opvallende modulatie. Het was een manier om mijn eigen improvisatiestijl te ontwikkelen en te vertrouwen op mijn intuïtie en muzikale gevoel.
 
Stille films goed begeleiden vergt een zekere mate van ervaring, vertrouwen en overgave.
Mijn achtergrond is een klassieke opleiding. Ik heb jaren gespeeld met partituren, klassiek repertoire. Naast mijn klassieke techniek ben ik ook geschoold om te leren improviseren in een muziektherapeutisch kader. Die bagage heb ik zeker. Maar zonder de ervaring, het vertrouwen en de overgave gaat het niet. Wat bedoel ik dan juist met die begrippen?
 
Anderzijds mag ik mijn muziektherapeutische achtergrond niet negeren. Zij heeft mij sterk mee gevormd tot wie ik ben en welke muzikale taal ik hanteer. Muziektherapie is een non-verbale therapievorm waarbij muziek als middel/medium gebruikt wordt zoals de taal dat is in psychotherapie. Vanuit mijn psychoanalytische opleiding is 'de vrije associatie' belangrijk, vertaald naar het muzikale kader: 'de vrije improvisatie'. Vanuit het samen improviseren met een cliënt of solo-improvisaties wordt verklankt wat niet (meer) gezegd kan worden. In de mate van het mogelijke is het verwoorden nadien, op korte of langere termijn zeer belangrijk. Zodat men ook verbale taal kan geven aan de non-verbale taal, de muziek, die eerst geklonken heeft. De improvisaties ontstaan op het moment zelf, door het aanvoelen van de therapeut en cliënt.
 
Eigenlijk doe ik dit ook bij het begeleiden van een stille film. Ik zit er niet als therapeut, maar mijn vaardigheden gebruik ik wel degelijk, in een ander kader. Er is de muziek, het beeld en de verbale taal van de tussentitels. Verschillende symbolische lagen van taal, van communicatie komen als het ware samen. Ik denk dat de totaalervaring van een stille film met live muziek, meer specifiek de vrije improvisatie, het dichtst aanleunt bij het ervaren van een opera. De intensiteit van de emoties en de diepere lagen van het menselijke bestaan worden in de tijd uitgerekt. Er wordt de tijd genomen om stil te staan, iets wat we tegenwoordig in onze snelle samenleving dreigen te verliezen.
 
Ik tracht als het ware een dimensie te verklanken die het beeld en de taal kan verrijken en uitdiepen. Deze muzikale dimensie is alleen op het moment zelf voelbaar, ze is direct en lichamelijk. De totaal-ervaring van muziek, beeld en taal vind ik zelf terug in de beleving van opera. Als het goed zit, dan is er een balans voelbaar tussen de stille film en de muziek die op dat moment ontstaat. Het gaat om een broos evenwicht tussen op de voorgrond treden als muzikant (ik ben er nu eenmaal en ik heb een bepaalde verantwoordelijkheid) en de film, het beeld, voor zichzelf laten spreken. Ik als persoon, als ego, daar gaat het niet om, het gaat om de film en de muziek die trilt. Deze gedachtegang kan je ook terugvinden in de muziektherapie. De therapeut is een bemiddelaar als het ware, de pianist in dit filmkader eveneens.
 
Deze flow, het ritme is eigenlijk het allerbelangrijkst bij het begeleiden van stille films. De film zelf geeft haar ritme aan en het is aan mij om die te vertalen naar klank. Klank kan echter pas klinken en opvallen door de stiltes ertussen. Stilte is ook muziek of minstens even belangrijk als klinkende muziek. Het is een beetje zoals onze ademhaling tussen de woorden die we spreken. Soms is de adem of de stilte belangrijker dan de woorden zelf. De spanning tussen de woorden zegt veel, zo ook de stiltes tussen de klanken bij 'stille film'. Het juiste timbre en de juiste dynamiek vinden voor de film vloeien voort uit het ritmegevoel.
 
Dat is en blijft voor mij de grootste uitdaging: hoe kan ik stilte en klank in een goed evenwicht laten horen wanneer ik een 'stille film' begeleid? De muze van de muziek, of liever de muzikale improvisatie, leidt me. Niet omgekeerd. Wanneer ik na de film ontwaak uit een soort roes of trance, waarbij het ritme me mee op sleeptouw heeft genomen, dan voelt het goed!
 
 
  • Hilde Nash (Guildford, G.B. °1977) studeerde aan het Lemmensinstituut te Leuven de master-opleiding muziektherapie en in Antwerpen bij ACSENT de theateropleiding. Zij is o.a. verbonden als pianiste aan het Koninklijk Belgisch Filmarchief te Brussel en Cinema Zuid te Antwerpen. Naast haar werk als muzikante (piano, zang) werkt zij momenteel als muziektherapeute met ouderen met dementie te WZC Zilverlinde, Olen.