EYE - Blood and Sand (1922)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma
Blood and Sand (Fred Niblo, 1922)

In de arena van de hartstocht
De ‘Great Latin Lover’ Rudloph Valentino speelt de rol van stierenvechter Juan die niet kan kiezen tussen een fatsoenlijk meisje en een decadente vamp. BLOOD AND SAND biedt ongeremde passie en hartstocht in een exotische Spaanse setting.
 
Spanje bestaat in deze film grotendeels uit een studiodecor, maar er zijn daarnaast ook documentairebeelden van stierengevechten toegevoegd.
BLOOD AND SAND kwam tot stand in de Hollywoodstudio Paramount en werd in Europa gedistribueerd door Nordisk. Het werd een commercieel bioscoopsucces, in Nederland uitgebracht als “Bloed en Zand, drama uit het Toreadorsleven in acht acten”. De kopie werd in de jaren negentig door het Filmmuseum gerestaureerd (met onder andere herstel van de authentieke tinting).
 
In het begin van BLOOD AND SAND is Rudolph Valentino vooral een onvolwassen braniejoch, een nietsnut die zijn moeder veel verdriet bezorgt. Vanaf zijn kinderjaren is Juan gefascineerd door het stierenvechten, het is voor hem letterlijk en figuurlijk een kinderspel, waarmee hij een plotselinge populariteit verwerft. Hij straalt een duistere seksuele aantrekkingskracht uit, met zijn verleidelijke ogen trillende neusvleugels. Het buurmeisje is onder de indruk, maar zij is niet de enige. Juan bezit een vurig temperament, maar ook een zwakke wil. Er is ruimte voor twee vrouwen in zijn hart…

Zijn neergang is natuurlijk onvermijdelijk. De volksheld leert op pijnlijke wijze de vergankelijkheid van de roem en de harteloosheid van het publiek. Een tussentitel zegt het beknopt: “Het applaus van de wereld is even wispelturig als een vrouwengril.” 

Een merkwaardige achtergrondfiguur is Don Joselito, een stereotype geleerde, die omschreven wordt als “student van de mensheid” en die op de achtergrond hoofdschuddend commentaar levert en zijn gedachten in een dik boek schrijft. Het verhaal over opkomst en ondergang van de stierenvechter wordt gespiegeld in het bijverhaal over de bandiet Plumitas (Walter Long) , een outlaw die net zoveel mensen vermoordt als Juan Gallardo stieren doodt. Deze woeste bandiet heeft een grote bewondering voor de toreador en hij waagt zich in de arena om zijn idool toe te kunnen juichen.
 
Het verhaal van de film heeft alle kenmerken van een stuiverroman: alle personages zijn heerlijk onverhulde stereotypen, geen enkel cliché wordt geschuwd. Zijn moeder is een sappelende weduwe, een zorgelijk vrouwtje dat het liefste wil dat haar zoon schoenlapper wordt, precies zoals zijn overleden vader. De zus van Juan is een zuur en afgunstig mens, zijn zwager is een leeghoofd, precies de man die bij haar past. Het hele gezin straalt plotseling van trots zodra de roem van Juan stijgt. Het buurmeisje Carmen wordt zijn vrouw, een trouwe echtgenoot die neerzinkt in gebed, elke keer dat hij de arena betreedt. Zijn affaire met femme fatale Doña Sol is doordrenkt van een oplaaiende hartstocht, op een schetsmatige manier die nu een glimlach oproept.

De film begint en eindigt met een sterfscène. De eerste omhelzing van Valentino is opmerkelijke genoeg voor een man gereserveerd: een stervende collega in de arena, die in een moment van onoplettendheid dodelijk getroffen is door de stier. De hele film door probeert Juan het noodlot te bezweren, zijn gedachten worden bepaald door een fatalistisch bijgeloof. Aan het eind is het dan zover: hij is zelf aan de beurt, afgeleid door jaloezie (zijn femme fatale amuseert zich met een andere man) en door de arrestatie van zijn grootste fan (de bandiet Plumitas). Zijn sterfscène heeft een hoog pathos gehalte, een extase van lijden, een visuele aria.
 
Crew
Regisseur Fred Niblo (geboren Frederico Nobilike) begon als entertainer in de vaudeville, in 1917 begon hij bij de Ince Studio films te regisseren. Hij verwierf bekendheid als regisseur van kostuumdrama‘s met Douglas Fairbanks en Valentino, zoals THE MARK OF ZORRO (1920), THE THREE MUSKETEERS (1921) of BEN-HUR (1926). De komst van het geluid betekende het einde van zijn carrière, hij bleek toch vooral een meester van de stille film te zijn.

Regie-assistent Henry Hathaway klom in de jaren dertig op tot een gewaardeerd vakman, hij regisseerde een groot aantal films die nu veelal in vergetelheid zijn geraakt, met uitzondering van bijvoorbeeld NIAGARA (1953) waarin Marilyn Monroe een waterval van emoties losmaakt bij Jospeh Cotton.

De montage van BLOOD AND SAND werd gedaan door Dorothy Arzner, later een van de weinige vrouwelijke regisseurs in Hollywood (haar regiedebuut was FASHIONS FOR WOMEN, 1927). Ze vervlocht in BLOOD AND SAND op een meesterlijke wijze de documentaire beelden van de stierengevechten door het fictieverhaal.
Valentino was overigens diep teleurgesteld dat de opnamen in de studio plaatsvonden, hij had zich bijzonder verheugd op een snoepreisje naar Spanje en weigerde vervolgens bokkig om naar de première te komen. Ster allures waren hem niet vreemd.

Cast

Rudolph Valentino (Rudolfo Alfonzo Raffaele Pierre Philibert Guglielmi, 1895-1926) kwam als jonge immigrant in New York aan, waar hij overleefde op tijdelijke baantjes zoals afwasser, kelner of taxi dancer (betaalde danspartner). In 1917 trok hij naar Hollywood, nadat hij de aandacht op zich gevestigd had met een optreden in een dansmusical. Zijn doorbraak kwam met de hoofdrol als Zuid-Amerikaanse cowboy in THE FOUR HORSEMEN OF THE APOCALYPSE (1921). Hij verwierf al snel een sterrenstatus als een Matinee Idol, onder andere door zijn vertolking van de hoofdrol in THE SHEIK (1921). Het is merkwaardig dat deze film zo’n impact heeft gehad, want door hedendaagse ogen gezien is het een uiterst vlak verhaal, pure chicklit van de 19e eeuw in een politiek incorrecte exotische setting, alles bij elkaar goed voor gezond gegniffel. De smeltende blik van Valentino werd iconisch, maar op het affiche van BEYOND THE ROCKS (1922) stond zijn naam kleiner afgedrukt dan die van Gloria Swanson. Zijn vroege dood in 1926 werd door vele fans over de hele wereld betreurd. Valentino liet destijds vooral de vrouwen bezwijmen, maar geniet tegenwoordig ook een cultstatus in de gay-scene.

Lila Lee speelt de rol van het mooie buurmeisje die uitgroeit tot een zorgelijke, jaloerse maar ook vergevingsgezinde echtgenote. Haar optreden in MALE AND FEMALE (Cecil B. De Mille, 1919) had haar faam gebracht, samen met co-star Thomas Meighan maakte ze een dozijn films in de jaren twintig. 
 
Nita Naldi speelt de rol van Dona Sol, de doortrapte femme fatale, verleidelijk en uitdagend. Een paar jaar later mocht ze haar status als vamp bevestigen in THE TEN COMMANDMENTS van Cecil B. De Mille. Haar carrière eindigde met de komst van geluid.
 
Blood and Sand
VS, 1922, 87 min. (1771 meter, 18 b/s), Nederlandse tussentitels, getint.
Regie: Fred Niblo. Camera: Arthur Edeson & Alvin Wyckoff. Gebaseerd op de roman Sangre y Arena van Vicente Blasco-Ibanez en het toneelstuk van Tom Cushing. Met: Rudolph Valentino (Juan Gallardo), Lila Lee (Carmen Gallardo), Nita Naldi (Doña Sol de Guevara), Walter Long (Plumitas), George Field (El Nacional), Rosa Rosanova (Señora Augustias), Leo White (Antonio), Charles Belcher (Don Joselito).
 
In 1923 maakte Stan Laurel een hilarische parodie op BLOOD AND SAND, toepasselijk genoeg getiteld MUD AND SAND. De befaamde kleedscène waar de toreador zich in een heupband wikkelt kreeg een kluchtige versie die nog steeds aanstekelijk grappig is.

Gezien in Lantaren/Venster 24 september 1997 in de serie ‘Silent Treasures 1915-1930’, begeleid door Charles Janko (piano) en Eric Vaarzon Morel (gitaar).
Lantaren/Venster, zondag 16 februari 2003 in de serie ‘Stilte AUB’ (2002-2003): Wim van Tuyl (piano) en Pien Straesser (sopraan).
 
BLOOD AND SAND werd in 1997 in de serie Silent Treasures 1915-1930 vertoond, begeleid door Charles Janko (piano) en Eric Vaarzon Morel (gitaar), met voorstellingen in zes filmtheaters (Cinemariërenburg, Filmhuis Arnhem, Chassé Theater, Filmhuis Den Haag, ’t Hoogt en Lantaren/Venster).
 
In 2002 werd BLOOD AND SAND in de serie ‘Stilte AUB’ o.a. vertoond in het Filmmuseum op zo 29 en ma 30 december 2002, begeleid door Wim van Tuyl (piano) en Pien Straesser (sopraan). Voor de muzikale begeleiding wordt gebruik gemaakt van liederen van de Spaanse componisten Manuel de Falla en Granados.
Over BLOOD AND SAND zie o.a.: Monthly Film Bulletin, jrg. 40, nr. 473 (june 1973) p. 120-121.

Fragmenten uit de film zijn beschikbaar op internet: www.archive.org/details/blood_and_sand_digest
 
De Dvd van BLOOD AND SAND verscheen in 2001 bij Kino Video en in 2006 bij Reel Enterprises. Zie o.a. de bespreking op de website van: www.digitallyobsessed.com/ 
en www.silentera.com/DVD/bloodandSandDVD.html
 
Selectieve bibliografie rondom Rudolph Valentino:
- Bret, David, Valentino: A Dream of Desire, London: Robson Books, 1999.
- Ellenberger, Allen R, The Valentino Mystique: The Death and Afterlife of the Silent Film Idol, Jefferson, MC: McFarland, 2005.
- Hansen, Miriam, ‘Valentino and female spectatorship…’ in: Babel and Babylon. Spectatorship in American Silent Film, Cambridge: Harvard UP, ... pp …
- Leider, Emily W. Dark Lover: The Life and Death of Rudloph Valentino, New York: Farrar, Struass, Giroux, 2003.
- Neibur, James L. ‘Valentino: Rediscovering an Icon of Silent Film’, in: Cineaste, URL: www.cineaste.com/articles/dvd-review-valentino.htm.
- Shuman, Irving, Valentino, New York: Trident Press, 1967.
- Walker, Alexander, Rudolph Valentino, Londen: Elm Tree Books/Hammish Hamilton, 1976.
 
Enkele fan-sites voor Rudolph Valentino:
http://www.geocities.com/~rudyfan/rudy.htm;
http://www.garbospeaks.com/Valentino/.
 
Verder aanbevolen:
- Dyer, Richard, Heavenly Bodies. Film Stars and Society, London: Routledge, 2003.
Studlar, G. This Mad Masquerade. Stardom and Masculinity in the Jazz Age, New York: Columbia UP, 1996.