EYE De witte non van St.Veith (1929)


De proloog biedt een korte groteske start van het verhaal: een oude organist krijgt bezoek van een vriend die voortvluchtig is, hij is ontsnapt uit de gevangenis. De man overhandigt de organist een envelop met geld en pleegt dan ter plekke zelfmoord. Boem! Het verhaal kan beginnen.

Een nieuwsgierige buurman heeft de scène gezien en dringt zich op. De politie zal de ware toedracht nooit willen geloven, zegt hij, ze moeten het lijk moeten snel begraven in de kelder. De organist heeft geen verweer, samen begraven ze het lijk heimelijk. Met de envelop gaat de organist naar de volwassen dochter van zijn vriend, zij is de enige erfgenaam.
 
De jonge vrouw woont in  het klooster, maar keert terug in de wereld en gaat de oude organist helpen bij zijn huishouden. Samen hebben ze een gelukkige tijd, totdat de buurman begint te chanteren: hij wil geld hebben van de organist, anders verteld hij alles.
 
Het verhaal is van bordkarton, maar de enscenering sleept de toeschouwer mee. Expressionisme ten top, met fraaie schaduwwerkingen. Het grootste gedeelte van de film speelt zich af in het krappe appartement van de organist, maar er zijn ook betoverende momenten in de kathedraal.
 
De witte Non van St. Veith
Oorspronkelijke titel: Varnahik u Svateho Vita.
Franse titel: l’organiste de la cathedrale Saint-Guy.
Engelse titel: The Organist at St.Vitus Cathedral
Tsjechië, 1929, circa 82 minuten (2240 meter, 20 b/sec), zw/w volbeeld, Nederlandse tussentitels.
Regie: Martin Fric. Camera: Jaroslav Blazek. Met: Karel Hasler, Otto Zahrádka, Suzanne Marwille, Oskar Marion, Ladislav Struna.
 
Gezien in Filmhuis Den Haag 29 september 2008. Pianobegeleiding: Yvo Verschoor.
Tevens vertoond in het Filmmuseum, Amsterdam, in 2002 en 1997.
 
Internet