knipselkrant: The Artist (2011)


The Artist is een sfeervolle, sublieme komedie over het leven achter de schermen in een Hollywood studio, in de jaren twintig. Het is een eerbetoon aan de meesterwerken van de zwijgende film, in de vorm van een perfect gelukte nauwkeurige pastiche, een geslaagde nabootsing van de filmstijl uit het verleden. Het is een melodrama in oude stijl, het verhaal over de opbloei van een romance,  oprecht gebracht zonder ironische knipogen.
Het publiek kan lachen en zwijmelen en zich aangenaam laten verrassen door de afwezigheid van gesproken dialogen.

Er zijn meer voorbeelden van meesterlijke pastiches in de filmwereld, denk aan het werk van Tim Burton, of van de gebroeders Coen (onder andere The Man Who Wasn’t There, 2001), maar de zwijgende film was nog niet eerder zo geniaal gehuldigd.
 
George, het mannelijke hoofdpersonage, heeft de allure van bestaande Hollywood acteurs uit de periode van de zwijgende film zoals John Gilbert, of Douglas Fairbanks.
Peppy, het vrouwelijke hoofdpersonage bevat echo’s van Joan Crawford, Gloria Swanson, Marlene Dietrich en ook Judy Garland (in A Star is Born, 1954).
 
Beide personages hebben hun eigen muzikale thema. Het thema van George is getiteld ‘Like a Dew of Tears’ en is geïnspireerd op het lied ‘Sapphische Ode’ van Johannes Brahms.
Componist Ludovic Bource: “It’s a piece that radiates a kind of shyness, innocence and emoltion, that fits well with the film’s subject: the decline, the fall, the loneliness of George Valentin.”
(bron: interview, opgenomen in de persmap).
 
De muziek van The Artist werd gecomponeerd door Ludovic Bource en werd uitgevoerd door het Brussels Philharmonic, onder leiding van Ernst van Tiel. De dirigent is vol lof over de score:
Vooral het moment dat de hoofdpersoon de relativiteit van zijn eigen succes beseft, zijn eigen ego afkalft, is op meesterlijke wijze naar de muziek vertaald. De muziek is een compositie van spanningen die corresponderen met de beelden, maar de compositie blijft ook overeind zonder beeld. Dat kan niet elke componist.”
(bron: Victor de Kok, ‘Horen, zien en zwijgen’, in: de Volkskrant, 5 januari 2012).
 
Dirigent Ernst van Tiel is goed bekend met de orkestbegeleiding van zwijgende films, onder andere bij The Four Horsemen of the Apocalyps (Rex Ingram, 1921) tijdens het filmfestival Lumière in Lyon 2011, met een score van Carl Davis. En bij De buitengewone avonturen van Mr. West in het land der Bolsjewieken (Lev Koelesjov, 1924), tijdens het 40e International Film Festival Rotterdam 2011, met een score gemaakt door zeventien componisten van het Muziekinstituut Multimedia, uitgevoerd door het Metropole Orkest, in het kader van het programma “Red Westerns”.
 
The Artist is een visueel verteld verhaal, zonder dialogen. Vergelijk: Le Million (René Clair, 1931).
Zie verder: http://www.albany.edu/writers-inst/webpages4/filmnotes/fns02n6.html

The Artist heeft een sprankelend voorbeeld, gemaakt in de periode van de zwijgende film: Show People (King Vidor, 1928).
Deze film gaat over de avonturen van een jong meisje dat in Hollywood arriveert en carrière wil maken als filmdiva. King Vidor geeft met milde zelfspot een blik achter de schermen en zet een heerlijk luchtig liefdesverhaaltje neer. Zie o.a. http://www.moviediva.com/MD_root/reviewpages/MDShowPeople.htm.


Paul Verhoeven over The Artist, in: de Volkskrant 21 februari 2012
“[…] Een eenvoudige verhaallijn, maar voor alles is The Artist dan ook een hommage aan alle vergeten helden uit de filmgeschiedenis. Vol liefde gemaakt, met precies de juiste toon, het resultaat van jarenlang studeren op de zwijgende film door regisseur Michel Hazanavicius.
Wat hij heel goed begrijpt: de stomme film is een wereld met eigen wetten. Een oase, bijna, want je komt direct in droomachtige sferen, omdat dialogen en kleuren, alles wat maar de realiteit wil benadrukken, ontbreekt. Bovendien moet een zwijgende film visueel worden opgezet. Die eigen wetten leverden heel wat meesterwerken op. Wij hebben Dreyers La Passion de Jeanne d’Arc al besproken, denk ook aan Erich von Stroheims Greed. Of aan The General van Buster Keaton, het werk van Chaplin. Met al die kennis over de stomme film wordt gespeeld in The Artist, op vele niveaus.” 

Interview met regisseur Michel Hazanavicius, met Peter de Bruijn, in: de Volkskrant, 23 november 2011.
“ […] De zwijgende film heeft een zekere naïviteit en onschuld, die ik wilde respecteren. Daarom leek een liefdesverhaal, een melodrama, mij ook het meest geschikte genre voor de vorm Daarbij is het zaak om iedere vorm van ironie buiten de deur te houden. Ironie slaat alles dood. Ik kan wel op zekere momenten wat meer afstand inbouwen dan op andere, en ik kan grappen maken. Maar ironie zou dodelijk zijn. Ik wilde niet satirisch zijn, niet slimmer overkomen dan mijn eigen film.” 

Interview met regisseur Michel Hazanavicius, met Jos van der Burg, in: Het Parool, 23 november 2011.
“ […] The Artist is onvervalst melodrama, waaraan Hazanavicius nu eens geen moderne ironie toevoegde. “Dat wilde ik niet. Ik wilde eerlijk zijn en een puur melodrama maken. Als The Artist ironisch was, zouden de personages en het verhaal je na twintig minuten niets meer kunnen schelen. In het begin van de film denk je nog dat je naar een parodie kijkt, maar daarna wordt het steeds emotioneler.”
Hazanavicius heeft niet alles overgenomen van de zwijgende cinema. “De film gehoorzaamt aan hedendaagse filmwetten, zoals van ritme en tempo. Je kunt geen film meer maken in het tempo van toen.”
Billy Wilders Sunset Boulevard, waarin een in de vergetelheid geraakte actrice in de waan leeft dat ze nog steeds een ster is, was een grote inspiratiebron voor The Artist. Wilder is zijn grote voorbeeld, zegt Hazanavicius. “Hij is mijn favoriete regisseur aller tijden. Hij is geestig, briljant, slim en elegant. In alles was hij de beste. Als hij grappig wilde zijn, was hij geestiger dan anderen. Toen hij iets over Hollywood wilde zetten, maakte hij het meesterwerk Sunset Boulevard. Toen hij politiek incorrect wilde zijn, maakte hij met Marlene Dietrich A Foreign Affair. En laten we het meesterwerk The Apartment niet vergeten. Het is verbluffend. En hij deed ook nog eens altijd wat hij wilde doen. Ik heb een enorme bewondering voor hem.”
Bron: Het Parool, 23 november 2011.

 
Sources of inspiration of director Michel Hazanavicius
  1. Underworld (1927): “The way that director Josef von Sternberg shot women was incredible. It's super-sensual […]”. See also: http://www.sensesofcinema.com/2005/cteq/underworld/.
  2. The Unknown (1927): “It's short, like 75 minutes, but really gypsy-circus-romance weird, all the things that Tod Browning is known for.” See also: http://www.sensesofcinema.com/2001/cteq/unknown/.
  3. Sunrise (1927): “F.W. Murnau would have made some great sound movies, but the work of the silent format was absolutely incredible…the images he created, with very few title cards, were really poetry. It was a strange mix of something that could be absurdly realistic and just pure poetry. You don't know much about the people in ‘Sunrise’. But you don't need to know.” See also: http://peterbosma.info/?p=blog&blog=36 (Dutch)
  4. City Girl (1930): “It's more extravagant. Murnau's movies are really beautiful, and this one is about the grammar of cinema since it's so simple. You don't know what country they're in. It's just about two people.” See also: http://www.sensesofcinema.com/2003/cteq/city_girl/.
  5. The Crowd (1928): “King Vidor's classic is actually a very modern movie, an American historic epic, but it's really about a human being in a crisis.”
  6. City Lights (1931): “This is a perfect movie. It really was the inspiration when I wrote the script, because I thought that everything that was true for Charlie Chaplin was not true for other directors. The last scene, when the blind woman recognizes Chaplin by his hands--I absolutely watched that scene 20 times when I was writing the script. When I did that, I realized it was worth it to work on a silent movie. There's a lot of invention here. It's perfectly done.”
URL: http://www.indiewire.com/article/the-artist-director-michel-hazanavicius-on-the-films-that-inspired-him.

 
Blog post: ‘Modern Silents’ - Luke McKernan on The Artist, in: The Bioscope (January 2012)
The film has the boldness of conception that can come with a small budget, and it tells its tale in the manner of a silent film. It has the aspect ratio (1.33:1), late silent film speed (22fps), monochrome glistening like the peak Hollywood productions of the late 1920s in which it is set, and intertitles for the most part aptly employed. More than that, it provides a lesson – far more subtly than Scorsese’s film – in how silent films work on the imagination. The director Hazanavicius emulates many silent film conventions, but not as pastiche, rather as necessary devices for telling a story primarily visually. Pacing, framing, performance, and the use of music to drive the narrative are all noticeably different to that which we are accustomed as cinemagoers today. There are devices such as the close-ups of talking voices that haunt Valentin, and the bravura shot of a three-tier staircase viewed sideways on that belong to the era of silent film and serve as stimulus to the imagination rather than simply displaying a knowledge of silent film techniques. The film shows us things differently. The cleverness lies in how we discover this for ourselves.
The film makes its statement early on, where we see Valentin (played by Jean Dujardin) in one of his films, with musical accompaniment, then the film cuts to the audience applauding. We expect to hear sound, but there is none. The film’s difference is established, and we proceed on a voyage of discovery (not of Hugo‘s blatant and mishandled kind), adjusting to how a film can be made differently. We see films as they might otherwise be, or as they once were.
[…] The Artist genuinely speaks with the language of silent film (much as the elephantine Hugo does not), and years from now people will be saying how they went out to discover for themselves that language being expressed again and again.
Not everyone likes The Artist (Richard Schickel hates it), but that’s because they judge it as a film trying to be a silent film when it can’t be, because the silent era is over. But The Artist is not a silent film. It’s an invitation to consider silent films. Each of us may then judge to what degree it has succeeded, but it will have made us think. And that’s what good films do.”
URL: http://bioscopic.wordpress.com/category/modern-silents.

 
Review of Tony Rayns: The Artist, in Sight & Sound (vol 12, no 1 - January 2012):
“Director Hazanavicius has explained in countless interviews since the film’s success in Cannes that the itch to make a neo-silent “probably” arose from his admiration for “the great mythical directors of silent cinema” (he cites amongst others Hitchcock, Lang, Ford and Lubitsch – all of whom are much better known for their talkies than their early silents) and his conviction that directorial storytelling skill and expressiveness counted for more than the writing or the performances in great silent films. (He nonetheless took his stars Jean Dujardin and Bérénice Bejo to the Cinémathèque to see Murnau’s Sunrise and City Girl and Borzage’s Seventh Heaven, to show them silent-movie acting techniques.)
It’s hard to see why all this enthusiasm and research was necessary when fidelity to the styles and tropes of the late 1920s is the least of the film’s issues. Aki Kaurismäki’s Juha (1999) was a neo-silent for true cinephiles: a melodrama which mirrored the evolution of silent film grammar as it went along. The Artist merely uses the generic form of silent cinema to freshen up a tragicomic love story with a happy ending.”
URL: http://www.bfi.org.uk/sightandsound/review/6709.

 
Review of Jonathan Romney: The Artist, in The Independant, 1 January 2012:
“The film is crammed with evident echoes of films such as A Star is Born and Sunset Boulevard, along with stylistic and narrative nods to period masters such as King Vidor and Frank Borzage. But the question of originality should be treated with caution, because The Artist is so inventive and intelligent a pastiche. Hazanavicius has so thoroughly mastered the language of silents that he’s learned to think like a 1920s director – with the benefit of some 90 years' hindsight, but without the get-out of distancing irony. The Artist takes the past seriously – celebrates it, jokes with it, but always honours it.
[…] Teeming with subtext, The Artist could be read as a timely commentary on fame, fanhood, overnight success and failure, not to mention hard-times economics. But the fundamental subject is film, and the way it signifies. This is not just a silent movie, but a self-reflexive comedy about silence: the advent of the talkies is signalled by a brilliant fugue of nightmare noise gags as George faces a newly cacophonous world.”
URL: http://www.independent.co.uk/arts-entertainment/films/reviews/the-artist-michel-hazanavicius-100-mins-pg-6283541.html.

 
Further reading about The Artist:

And:
 
Some feature films about the silent movies
  • GODS AND MONSTERS (Bill Condon, 1998), biopic about director James Whale.
  • SHADOW OF THE VAMPIRE (E. Elias Merhige, 2000), fiction film about director Friedrich Murnau, during the production of NOSFERATU.