EYE - Liefde in tijd van inflatie


Liefde in tijden van inflatie: twee Weimar-melodrama’s van Jaap Speyer afgestoft.
Nieuwe scores bij ‘Vrouwenlijden’ (1919) en ‘Bigamie’ (1927)

Peter Bosma
augustus 2013
circa 3.800 woorden 

In de filmgeschiedenis zijn vele verschillende lijnen van geografische mobiliteit te onderscheiden. Filmregisseurs zijn de meest zichtbare reizigers. De trek van regietalenten vanuit Weimar naar Hollywood bijvoorbeeld is goed in kaart gebracht en geanalyseerd, te beginnen in de jaren twintig bij succesvolle avonturiers zoals Ernst Lubitsch, F. W. Murnau en Paul Leni, en daarna in de jaren dertig de stroom van Duitse Exil emigré’s die op de vlucht voor de nazi’s de overstap naar Hollywood noodgedwongen moesten maakten. NOOT 1.
De migratielijnen van filmregisseurs liepen eerst ook andersom: in de jaren tien en vroege jaren twintig trokken vanuit diverse hoeken in Europa vele aankomende filmregisseurs naar Berlijn. Het traject van de ‘enkele reis vanuit Wenen’ bijvoorbeeld kende tal van beroemde passagiers, zoals onder andere Fritz Lang, Billy Wilder, Fred Zinnemann en Edgar Ulmer. Vanuit Moskou kwam Fedor Ozep naar Berlijn, en vanuit Amsterdam (via Kopenhagen en Hamburg) arriveerde in 1917 Jaap Speijer in de Duitse hoofdstad. 
 
De Nederlandse filmregisseur Jaap Speyer staat in eigen land vooral bekend om zijn regie van de ‘Jordaan-musical’ De Jantjes (1934), maar hij heeft een veel omvangrijker oeuvre nagelaten. Zijn filmografie telt 48 titels, die tot stand zijn gekomen tussen 1917 en 1949. Het bijzondere is dat zijn carrière begon in Duitsland, en dan nog wel tijdens de Eerste Wereldoorlog. Als regiedebuut staat de film Wenn Frauen lieben und hassen (1917) genoteerd, Speijer was toen 26 jaar. Samen met zijn vrouw, de Duitse actrice Mia Pankau, was Speijer in Berlijn neergestreken en beiden waren succesvol. Zelfs in de barre omstandigheden van de inflatiejaren (1919-1923) konden ze melodrama’s maken over gedoemde liefdes, films waarin de buitenwereld van oorlogstrauma’s en economische recessie buiten beeld bleef. In totaal heeft Speyer maar liefst veertig zwijgende films kunnen regisseren in Duitsland (zie bijlage 2). Dit is een ongekende prestatie. Natuurlijk, de Duitse filmindustrie bloeide en bood dus veel kansen aan jong talent, maar de toeloop van gelukzoekers uit alle delen van Europa was ook zeer groot. Uit Nederland alleen al kwamen bijvoorbeeld ook Simon Koster, Gerard Rutten en Gerard Duyn naar Berlijn, die met minder succes aan de slag gingen.
De filmografie van Speyer kent onvermijdelijk een omslagpunt in 1933, door de opkomst van het nationaal socialisme. In dat jaar maakte hij zijn laatste film in Duitsland, Kampf um Blond. Hij keerde als een ervaren vakman terug naar Nederland en scoorde met de eerder genoemde ‘Jordaan musical’ De Jantjes (1934) een groot nationaal publiekssucces. Deze film is onderwerp van de dissertatie van filmhistorica Clara Overduin-Pavoort, verbonden aan de Universiteit Utrecht. De Duitse films van Jaap Speyer zijn daarentegen nog zo goed als onbekend gebleven en zijn weinig onderzocht. Dat is jammer, want we hebben het hier over een corpus van ruim veertig films, gemaakt in een periode van elf jaar.
 
Hier volgt een nadere analyse van twee in vergetelheid geraakte melodrama’s uit de Weimar Republiek, bekeken vanuit het perspectief van de succesvolle presentatie van dit filmerfgoed ruim tachtig jaar later. Het Nederlandse Filmfestival stelde namelijk de nieuwsgierige filmliefhebbers in staat kennis te nemen van twee zwijgende Duitse films van Speyer. Ze werden zorgvuldig voorzien van een nieuw gecomponeerde score. Eerst werd in 2006 Hedda’s Rache (1919) gepresenteerd, in 2008 volgde Bigamie (1927). Deze vruchtbare samenwerking tussen een beroepsopleiding, een filmfestival en de nationale filmarchieven is een klinkend voorbeeld van een ‘good practice’. Dit vergt nadere toelichting!

Een frisse wind
Hedda’s Rache is de vierde film van Speyer, in 1919 in de Berlijnse studio van Progress Film gemaakt. De enig overgeleverde kopie hiervan is een onvolledige en zwaar beschadigde Nederlandse distributiekopie, met de titel Vrouwenlijden. NOOT 2 Deze distributiekopie is terecht gekomen in het archief van het Eye Film Instituut Nederland. Enkele delen van de film zijn definitief verloren gegaan, daarom zitten in het verhaal veel abrupte overgangen en missen we diverse scènes. Het Eye Film Instituut Nederland heeft de nitraatkopie van Vrouwenlijden overgezet op safety film, zonder verdere ingrepen. We zien nog vele vlekken van chemische ontbinding en andersoortige beschadigingen van het beeld.
De volledige restauratie van Vrouwenlijden is van groot historisch belang want het is een levendig melodrama van internationaal niveau en daarnaast is sprake van een duidelijke binding met Nederland door de nationaliteit van de regisseur. Het is indrukwekkend dat een jonge filmmaker zo snel carrière kon maken in een buitenlandse filmindustrie. Zelfs in deze aangetaste vorm is in de beelden de dynamische mise-en-scène van Speyer zichtbaar.
 
Filmwetenschapper David Bordwell onderscheidt in de kunst van de filmregie twee opties: ‘staging’ en ‘editing’ NOOT 3. ‘Staging’ is de kunst van het optimaal plaatsen van de acteurs voor de camera en de keuze van het beeldformaat en van de cameralenzen. De makkelijkste manier van aanpak is om een vlakke achtergrond te kiezen en die frontaal vanaf een afstand met een statisch camerastandpunt in beeld te brengen. Deze optie lijkt op de registratie van een toneelopvoering. Veel films uit de periode van de vroege cinema bestaan uit tableau’s waarin acteurs bewegen, maar ook door latere filmmakers is deze compositiestijl gebruikt. De enscenering in de diepte is meer complex, met verschillende vlakken waarop de handeling kan plaatsvinden. De regisseur ontwerpt een choreografie van camera, acteurs en decor. De opnames zijn vaak lang en de camera en/of de focus van de lenzen zijn vaak bewegelijk. Op deze manier is het mogelijk om te spelen met verschuiving van voorgrond en achtergrond.
Speijer maakt op een voorbeeldige manier gebruik van voor- en achtergrond, hij schept een mooie dieptewerking door doordachte beeldcompositie en de beweging van de acteurs. Hij maakt goed gebruik van het achterplan, onder andere door acteurs te laten weglopen in de diepte. Slechts bij uitzondering is sprake van statische tableauscènes. Speyer gebruikt opvallend veel locatieopnamen, er waait letterlijk en figuurlijk geregeld een frisse wind door het stoffige verhaal.
 
De maatschappelijke moraal van het verhaal was in 1919 nog actueel genoeg om de toeschouwers (of in elk geval de censuur) te shockeren. In Duitsland was de film door de ‘immoreel‘ geachte inhoud omstreden, met als gevolg problemen met de filmkeuring, een rechtszaak en een vertoningsverbod. In Nederland ging Hedda’s Rache op 10 oktober 1919 in première in het Astoria theater in Rotterdam. In de advertentie staat dat de bioscoopbaas van Astoria een eigen bewerking heeft gemaakt van Het kind der zonde en dat deze is goedgekeurd door de Commissie van Gezag, met als bijzonderheid dat op last van de Zedenpolitie de voorstelling slechts toegankelijk was voor mensen boven de 18 jaar. De vertoningen waren zeer succesvol, in Rotterdam werden in vier weken bijna 40.000 bezoekers geteld. NOOT 4
In onze tijd kijken we met andere ogen naar hetzelfde verhaal. We herkennen twee sterke vrouwen en we herkennen het vroeg vakmanschap van de regisseur. Deze opvallende film maakt nieuwsgierig naar het persoonlijke verhaal van Speyer: een jonge Hollandse filmer die samen met zijn acterende echtgenote succesvol aan de slag gaat in Berlijn. Vrouwenlijden is een vergeten film van een bijna vergeten filmer. Dit stoffige erfgoed is in 2006 op het Nederlands Filmfestival opnieuw tot leven gewekt voor een publiek van bijna een eeuw later, met een muzikale begeleiding door een groep studenten. NOOT 5

De mannelijke hypocrisie
Laat ik een nadere kennismaking met deze in vergetelheid geraakte film beginnen met een korte synopsis: de hoofdpersoon is Hedda, een jonge vrouw die verloofd is met een keurige jongeman, Fritz. De verloving wordt aan het begin van de film door hem verbroken, omdat hij bij toeval van een vriend hoort dat de moeder van zijn verloofde de kost verdient als hoerenmadam. De mannelijke personages spreken over prostitutie als ‘een verachtelijk bedrijf’ en een bordeel is in hun woorden ‘een verdacht huis’. Opmerkelijk is dat de film een bijna feministisch te noemen boodschap heeft, want het verhaal is te interpreteren als kritiek op mannen die zich laten sturen door hun lusten en daarna moralistische pretenties hebben. Hedda en haar moeder zijn slachtoffers van deze mannelijke hypocrisie. De film toont in flashback (in de vorm van een biecht op het sterfbed) het ellendige levenslot van Hedda’s moeder, die zwanger raakte van Henri, een getrouwde man die haar bedroog. Ook Hedda heeft geleden onder dit bedrog. Dochter Hedda zal wel het genoegen smaken te kunnen triomferen, want ze kan op superieure wijze wraak nemen op Henri, de man die de bron van alle ellende is.
De film blijkt een verrassend moderne strekking te hebben, die op een vakkundige wijze in een traditionele melodramatische stijl is verbeeld. Tranen trekken gebeurt bijvoorbeeld met tal van de welbekende narratieve clichés, zoals de onredelijk strenge vader, of een dik pak verzoeningsgeld dat uiteraard als een verachtelijke fooi op de grond wordt gesmeten (we kennen het gebaar onder andere ook uit La Traviata). Het acteren is naar verhouding redelijk naturel te noemen: de grote gebaren van vertwijfeling ontbreken niet, maar de personages krijgen wel een herkenbaar, menselijk gezicht in de vertolkingen van de ervaren filmacteurs. Speciale aandacht en lof verdient actrice Mia Pankau, de echtgenote van regisseur Speyer: zij vertolkt zonder hulp van gesproken dialogen de moeilijke rol van Hedda, het naïef meisje dat snel volwassen wordt. Het personage van haar verloofde Fritz is in wezen toch ook een tragisch figuur: hij wijst een huwelijk met Hedda af, maar blijft zijn hele leven vrijgezel en hij financiert heimelijk de verbouwing van haar bordeel. Aan het slot snelt hij naar het sterfbed van Hedda en smeekt hij haar om vergiffenis. Een clichématig melodramatisch slottafereel dat toch een emotionele lading heeft (in elk geval voor de ontvankelijke zielen in het publiek).
 
2006: het componeren van een collectieve score
De archiefkopie van Vrouwenlijden werd in een handzame digitale versie in het voorjaar van 2006 overgedragen aan een groep van vijf studenten Compositie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, Faculteit Kunst, Media & Technologie. Ze kregen de opdracht een score bij deze film te componeren en te laten uitvoeren door een gelegenheidsensemble van medestudenten. Dit initiatief van programmeur Herman de Wit van het Nederlands Film Festival gebeurde dat jaar voor de elfde keer (de reeks werd in 1996 gestart, zie bijlage 4). De filmkopieën zijn hierbij afwisselend afkomstig van het EYE Film Instituut Nederland en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. In overleg met de archiefmedewerkers wordt de keuze bepaald. Vanuit het Nederlands Filmfestival bestaat een voorkeur voor de presentatie van onbekend materiaal en/of nieuwe restauraties, vanuit de Hogeschool voor de Kunsten bestaat een voorkeur voor een compilatie van korte films, want dit werkt makkelijker met een groep studenten. De lichting van 2006 zag zich echter geconfronteerd met een lange speelfilm en dat stelt hogere eisen aan de opbouw van spanningsbogen. Bijna geen van de studenten had voorafgaand enige ervaring met het kijken naar zwijgende films, deze opdracht was voor hen de eerste confrontatie met het oude filmerfgoed. De opdracht betekende een uitdagende stimulans van jong compositietalent, in de vorm van een masterclass waarbij ervaren experts hun vakkennis overdroegen. Het werkproces voor de studenten begon in maart 2006, hun deadline lag ruim een half jaar later, in september. In mei was de groep nog halverwege het creatieve proces. Een blik in de agenda leerde dat tijdnood dreigde, want er moest toen nog veel gebeuren: de compositie moest worden aangevuld en bijgesteld, de instrumentatie uitgeschreven en daarna moest de muziek nog ingestudeerd worden door het studentenorkest.
Het componeren was een creatief teamwork en een collectief leerproces. De studenten moesten gezamenlijk beslissingen nemen, overleg voeren en werkafspraken maken. In de dagkrant van het Nederlands Film Festival werd opgemerkt: “Omdat muzikanten bijna nooit exact op het ritme van de film kunnen spelen, moet er in de composities van de HKU-studenten ruimte zijn voor improvisatie. Op deze manier kan er altijd een beetje gerekt worden als voor het einde van een scène blijkt dat de muzikanten al door hun muziek heen zijn. Ook dit was voor de componisten een nieuw element waar rekening mee gehouden moest worden.” NOOT 6
 
De wisselwerking tussen beeld en muziek
De functie van de score is helder: de beelden van de zwijgende film hebben een muzikale aanvulling nodig. Als het goed is, verdiept de muzikale live-begeleiding de filmbelevenis van de toeschouwers in de zaal. Het gaat erom de visie op de film te vertalen in muziek, hierbij zijn drie hoofdelementen te onderscheiden: melodie, harmonie (akkoorden) en ritme. Met deze basis kun je veel kanten op: zo kun je kiezen voor het versterken van de getoonde stemmingen (bijvoorbeeld gevoelens van eenzaamheid en verdriet) of juist voor het geven van een contrasterend tegengeluid (bijvoorbeeld opgewekte klanken van plezier en levensvreugde neerzetten bij beelden van gitzwarte ellende). De componisten zullen in elk geval duidelijkheid moeten geven voor de toeschouwer, die moet snel en eenvoudig een helder verband kunnen ontdekken tussen beeld en muziek. De docentbegeleiders waarschuwden bijvoorbeeld voor het gebruik van ironie in de muzikale toevoeging, want voor dit soort muzikale dubbele bodems heb je wel een publiek van heel goede verstaanders nodig.
De studenten ontvingen elke week gedetailleerde feedback van elkaar en van hun docentbegeleiders, soms in de vorm van ongezouten kritiek en confronterende vragen. Een voorbeeld: in de vierde akte zit een hoogtepunt in de mise-en-scène: Hedda heeft het bordeel van haar moeder overgenomen en de zaak grondig laten verbouwen. De camera tovert een weelderig interieur van het luxe bordeel te voorschijn, met een dynamische totaalopname van de salon, compleet met een imposante statietrap en Griekse zuilen. Er volgt een grote dansscène, gedrenkt in een decadente sfeer, een stoet mooie meisjes huppelt de trap af, de hele zaal door. De vraag is: welke muziek zou hierbij passen? Het studentencollectief kwam met een eerste ruwe versie van de score, die bij deze dansscène tegendraads was opgezet. Het probeersel werd prompt afgekeurd door het panel van begeleiders: de combinatie van een freaky viool, pulserende drums en blazers werd unaniem als mislukt beschouwd, het vormde een te abrupte breuk met de rest van de begeleiding. In de eindversie is de muziek desoriënterend gebleven, maar werd meer ingehouden gehouden. Dit bleek inderdaad beter te werken.
 
Muziek als aanwijsstok
De vijf studenten kozen voor hun score-in-wording op het versterken van de getoonde emoties. Hun focus lag bij het aanbrengen van samenhang: het aanzetten van verhaallijnen en het aanscherpen van spanningsbogen. De muzikale begeleiding kan op deze manier impliciet een dramaturgische analyse geven: verhaalthema’s kunnen op diverse wijze worden vertaald in muziekthema’s, met talloze mogelijkheden van variaties. Hoofddoel is dan de opbouw van een spanningsboog, het toewerken naar een climax, een muzikale versterking van het ritme van de beeldmontage. De muziek ondersteunt dan de markeringspunten van de film, het accentueert de ademhaling op het witte doek.
Een voorbeeld: de openingsbeelden tonen een idyllisch tafereel vol kalme vredigheid: een klasje rijke kostschoolmeisjes heeft tekenles in de tuin. Speyer veroorlooft zich hier overigens een bescheiden visueel grapje: hun model is een geit die geduldig aan het herkauwen is, het beest staat pontificaal op de voorgrond. Hedda krijgt bezoek van haar verloofde, ze stelt hem voor aan haar moeder. Deze idyllische situatie wordt weldra ruw verstoord en de wereld van de hoofdpersoon stort in elkaar. De muziek kondigt deze ondergang aan: het lieflijk samenspel van piano, klarinet en viool krijgt een grimmige wending. Meteen in hun eerste aanzet kozen de studenten voor het laten terugkeren van dit motief van dreigende doem.
De componisten accentueren de ruwheid van het beeldmateriaal (beschadigingen en plotselinge overgangen) op enkele momenten in de score expliciet, door het gebruik van scratchen met een draaitafel.De muziek fungeert op deze manier als een soort aanwijsstok. Een ander voorbeeld is een totaalopname van een druk café. Hier klinkt geen uitgelaten kroegmuziek, want midden in het gewoel zit de moeder van Hedda eenzaam aan een tafeltje. Ze is opgelaten en nerveus, want ze maakt haar debuut in de professionele prostitutie en ze voelt zich daar zichtbaar weinig gelukkig mee. De muziek vertolkt haar wanhoop.
Zoals gezegd neemt Hedda op geraffineerde wijze wraak. Ze richt zich op de twee volwassen kinderen van Henri, de verleider van haar moeder. Ze weet het zo te plooien dat zowel de dochter als de zoon in haar bordeel verblijven. Hoe de dochter zover komt is onduidelijk, want dit fragment ontbreekt. Wat zoon Bernard betreft: deze maakt geen bijster slimme indruk. In een mild-komische scène laat hij zich eenvoudig het hoofd op hol jagen door een verleidelijke schoonheid die hem zonder moeite naar het bordeel lokt. Henri mag zijn beide kinderen komen ophalen en dan voelt hij van akelig nabij de dreiging van maatschappelijke schande. Hedda laat iedereen met de schrik vrij komen. Einde verhaal, maar een melodrama is niet compleet met een finale aan het sterfbed, daarom eindigt de film met Hedda die haar laatste adem uitblaast in aanwezigheid van haar oude liefde, Fritz.
Het publiek kan na dit breed uitgemeten slotakkoord met een tevreden zucht van compassie de zaal verlaten en terugkeren naar het leven van alledag.

De liefde gedwarsboomd (take two)
In 2008 was tijdens het Nederlands Filmfestival een volgende lichting compositiestudenten van de HKU aan de beurt voor een score bij een latere Duitse film van Speyer: Bigamie (1927) NOOT 7. Ook in deze zwijgende film bewijst de regisseur zijn vakmanschap, met mooie ensceneringen waarin hij speelt met de diepteruimte in beeld. Het verhaal is nog maar eens een variatie op het aloude thema van de liefde die gedwarsboomd wordt. De film bevat ook enkele mooie humorvolle blikken achter de schermen van het toneel, te vergelijken met andere Weimarfilms, zoals Variété (Dupont, 1925) of Der Blaue Engel (Von Sternberg, 1930).
De openingsbeelden tonen een prille romance, die opbloeit tussen een nijvere loodgieter en zijn brave bovenbuurmeisje. Speyer geef een mooie milieuschets van de kleine middenstander. De idylle wordt verstoord als ze bij hun eerste afspraakje naar het variété gaan, want daar blijkt een kwaadaardige verleidelijke dame op de bühne te staan. Het is de echtgenote van de loodgieter, ze is ooit van hem weggelopen maar keert nu bij hem terug. Het verleden achtervolgt hem dus op gruwelijke wijze. De diepere reden hiervoor wordt niet duidelijk (waarschijnlijk is de overgeleverde kopie niet compleet), maar in elk geval ontstaat er een prachtig geladen sfeer van een echtpaar dat totaal op elkaar is uitgekeken. Speyer weet de spanning knap op te bouwen. Je verwacht minstens een moord, maar nee, ze loopt gewoon opnieuw bij hem weg. Het artiestenbestaan blijft trekken en ze laat zich graag verleiden. Een officiële scheiding is op deze manier niet mogelijk, de man laat haar daarom doodverklaren en kan vervolgens eindelijk met zijn bovenbuurmeisje trouwen. Ze zijn gelukkig en krijgen een zoontje en dan... staat hun plaaggeest opnieuw op de stoep, arm en berooid, maar nog vol wrok. Het wordt een rechtszaak, met een prachtige melodramatische ontknoping.
Acteur Theodor Loos is ons het meest bekend door zijn vertolking van Josaphat, de arbeidersleider in Metropolis van Fritz Lang, maar in Bigamie laat hij zien dat hij meer in zijn mars heeft dan hoekig te staan mokken en machteloos zijn vuisten te ballen. De Italiaanse actrice Maria Jacobini is de verleidelijke femme fatale, Anita Doris is het rechtschapen bovenbuurmeisje. De score van de studenten van de HKU onderstreepte op subtiele wijze deze fundamentele tegenstelling tussen de twee vrouwelijke personages.
Het slotakkoord van zowel Vrouwenlijden als Bigamie bestaat uit een happy end, met een melodramatisch uitvergroot vertoon van berouw en een melancholieke ondertoon van ‘Onnodig Lijden’. Het onrecht wordt veroorzaakt door wat mensen elkaar aandoen als ze blindelings meegesleept worden door hun gevoelens, zonder kritisch verweer tegen rigide maatschappelijke conventies. De twee besproken zwijgende films morrelen aan de grenzen van de normen en waarden van die tijd. Voor een publiek in de 21e eeuw zijn deze liefdesverhalen nog steeds fascinerend.

De twee films maken me ook zeer nieuwsgierig naar het persoonlijke verhaal van de maker. Wie was deze geniale jongeman, die meteen zo goed voor de dag komt met zulke uitstekend gemaakte films? Zonder opleiding verwerft hij samen met zijn vrouw een plek in een competitieve filmindustrie in het buitenland, in een tijd van economische malaise. Een degelijk antwoord op deze vraag vergt nog veel speurwerk in de archieven.

Noten
Een eerste versie van deze tekst verscheen in Skrien, jrg 38, nr 8 (oktober 2006), pp 22-23. Met dank aan: de groep compositiestudenten van 2006 (Daniel Baay, Sunna Wehrmeijer, Michelle Huffener, Simon Hazeleger, Roy Shen Zoor) en de begeleiders Rens Machielse (docent HKU), Ferdinand Boland (componist), Herman de Wit (Nederlands Film Festival), Yvonne Lesser (Filmmuseum) en Alex Geurink (docent HKU en dirigent van het studentenorkest).
 
1. Over (Duitse) emigré-regisseurs in Europa en Hollywood, zie onder andere:
 
2. Vrouwenlijden (Hedda’s Rache). Duitsland, 1919, 67 min (20 b/s), Nederlandse tussentitels, 35mm. Kopie: Eye Film Instituut Nederland. Regie: Jaap Speyer. Met: Bruno Eichgrün, Mia Pankau, Reinhold Schünzel, Grete Weixler. Produktie: Progress Film. De Nederlandse distributie in 1919 was in handen van Sun Film (Den Haag). De exacte oorspronkelijke lengte van de kopie is niet bekend. Alternatieve Nederlandse titels in 1919: Het kind der zonde / Het kind der prostitutie. Alternatieve Duitse titels: Die Tochter der Prostituierten oder Wenn Leidenschaft zur Rache wird / Die Tochter der Verführten.
 
3. Zie onder andere:

4. Gegevens ontleend aan www.cinemacontext.nl en Zine, Filmmuseum magazine #6 (7 sept t/m 18 okt 2006) p 25.
 
5. De zwijgende film Vrouwenlijden werd tijdens het Nederlands Film Festival 2006 drie keer vertoond met live muziek, gecomponeerd en uitgevoerd door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, faculteit Kunst, Media & Techniek (vrijdag 29 september 19:30 en 22:00 uur; zaterdag 30 september 14:00 uur). De vertoning werd herhaald in het Filmmuseum, Amsterdam (zondag 8 oktober, 16:00 uur).
Zie: Bosma, Peter, ‘Hoe ondersteun je Vrouwenlijden met muziek? Vijf studenten compositie buigen zich over een klassiek melodrama’, in: Skrien, jrg 38, nr 8 (oktober 2006) pp. 22-23.
 
6. Breeman, Fay, Compositie voor viool en draaitafels’, in: Dagkrant 3, Nederlands Film Festival, zaterdag 30 september 2006, p 9.
 
7. Bigamie, Duitsland 1927, 98 min (2661 meter, 8 aktes), Franse tussentitels. Kopie: Murnau Stiftung. Regie: Jaap Speyer. Met: Maria Jacobini, Anita Doris, Theodor Loos. Productie: Terra Film AG, Berlin. Zie verder: http://www.murnau-stiftung.de/de/suchergebnis.asp?ID=3805.
De zwijgende film Bigamie werd tijdens het Nederlands Film Festival 2008 drie keer vertoond met live muziek, gecomponeerd en uitgevoerd door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, faculteit Kunst, Media & Techniek (vrijdag  26 september 20:00 uur, zaterdag 27 september 13:00 uur). De vertoning werd in oktober herhaald in het Filmmuseum, Amsterdam.
Zie: Pafort-Overduin, Clara, ‘Vrijmoedig relatiedrama verdient aandacht. Jaap Speyers Bigamie met nieuwe muziek’, in: Skrien jrg 40, nr 6 (september/oktober 2008) pp. 22-25.
 

Bijlagen

Bijlage 1: Geselecteerde achtergrondliteratuur rondom de Weimar cinema


Bijlage 2:  de zwijgende films van Jaap Speyer (bron: www.imdb.com)
Over Jaap Speyer zie ook: http://www.difarchiv.deutsches-filminstitut.de/dt2tp0057.htm
 
1.  Jennys Bummel durch die Männer (1929)
2.  Ein kleiner Vorschuß auf die Seligkeit (1929)
3.  G'schichten aus dem Wienerwald (1928)
4.  Die drei Frauen von Urban Hell (1928)
5.  Fräulein Chauffeur (1928). Zie: http://www.murnau-stiftung.de/de/suchergebnis.asp?ID=4373
6.  Die Sache mit Schorrsiegel (1928)
7.  Bigamie (1927). Zie: http://www.murnau-stiftung.de/de/suchergebnis.asp?ID=3805
8.  Valencia (1927)
9.  Hotelratten (1927)
10. Liebeshandel (1927)
11. Mädchenhandel - Eine internationale Gefahr (1927). Zie: http://www.difarchiv.deutsches-filminstitut.de/filme/f017346.htm
12. Die drei Mannequins (1926) %u2028... aka "The Three Mannequins" - International (English title)
13. Die Moral der Gasse (1925)
14. Elegantes Pack (1925)
15. Die Puppe vom Lunapark (1925)
16. Die Blumenfrau vom Potsdamer Platz (1925)
17. Der allmächtige Dollar (1923)
18. Jimmy, ein Schicksal von Mensch und Tier (1923). Zie: http://www.murnau-stiftung.de/de/suchergebnis.asp?ID=4401
19. Der Frauenkönig (1923)
20. Strandgut der Leidenschaft (1922)
21. Das blonde Verhängnis (1922)
22. Die rote Nacht (1921)
23. Gefolterte Herzen - 1. Teil: Ohne Heimat (1920)
24. Gefolterte Herzen - 2. Teil: Glück und Glas (1920)
25. Das eherne Gesetz (1920)
26. Das Recht der freien Liebe (1920)
27. Entblätterte Blüten (1920)
28. Um den Bruchteil einer Sekunde (1920)
29. Zügelloses Blut. 1. Luxusfieber (1920)
30. Zügelloses Blut. 2. Die Diamantenfalle (1920) %u2028
31. Lilli (1919)
32. Lillis Ehe (1919)
33. Heddas Rache (1919)
34. Der gelbe Schatten (1919)
35. Die Ehe der Gräfin Wetterberg (1918)
36. Das gestohlene Hotel (1918)
37. Der Teilhaber (1918)
38. Ein Flammentraum (1918)
39. Ein nächtliches Ereignis (1918)
40. Wenn Frauen lieben und hassen (1917)
 
Bijlage 3: Filmografie van actrice Mia Pankau (bron: www.imdb.com)
Zie ook: http://filmstarpostcards.blogspot.com/search/label/Mia%20Pankau
 
1931 Girls for Sale (geluidsfilm, regie Jaap Speyer)
1930 Besuch um Mitternacht. Das Nachtgespenst von Berlin (korte film)
1929 Das verschwundene Testamant
1928 Die drei Frauen von Urban Hell (regie: Jaap Speyer)
1928 Der erste Kuß
1928 A Daughter of Destiny
1927 Hotelratten (Jaap Speyer)
1927 Durchlaucht Radieschen
1927 Mädchenhandel - Eine internationale Gefahr (regie: Jaap Speyer)
1925 Die Moral der Gasse (regie: Jaap Speyer)
1925 Briefe, die ihn nicht erreichten
1925 Elegantes Pack (regie: Jaap Speyer)
1924 Die Hermannschlacht
1923 Der allmächtige Dollar (regie: Jaap Speyer)
1923 Jimmy, ein Schicksal von Mensch und Tier (regie: Jaap Speyer)
1923 Der Frauenkönig (regie: Jaap Speyer)
1922 Der Heiratsschwindler
1922 Der Mann in der Litfassäule
1922 Das blonde Verhängnis (regie: Jaap Speyer)
1921 Die rote Nacht (regie: Jaap Speyer)
1921 Banditen im Frack
1920 Gefolterte Herzen - 2. Teil: Glück und Glas
1920 Opfer seines Leichtsinns
1920 Entblätterte Blüten
1920 Zügelloses Blut. 1. Luxusfieber (regie: Jaap Speyer)
1920 Zügelloses Blut. 2. Die Diamantenfalle (regie: Jaap Speyer)
1919 Lilli (regie: Jaap Speyer)
1919 Lillis Ehe (regie: Jaap Speyer)
1919 Heddas Rache (regie: Jaap Speyer)
1918 Die Ehe der Gräfin Wetterberg (regie: Jaap Speyer)
1918 Ein Flammentraum (regie: Jaap Speyer)
1917 Wenn Frauen lieben und hassen (regie: Jaap Speyer)
 
 
Bijlage 4: Overzicht van de vertoningen van zwijgende films met orkestbegeleiding door studenten van de HKU tijdens het Nederlands Film Festival, vanaf 1996.
Het Nederlands Film Festival presenteert vanaf 1996 zwijgende films waarbij de muziek wordt gecomponeerd en uitgevoerd door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), faculteit Kunst, Media & Techniek. Dit gebeurt onder leiding van docent Rens Machielse, waarbij Marc van Vugt, Ferdinand Boland en anderen als adviseurs optraden. De uitvoering door het studentenorkest staat steeds onder leiding van Alex Geurink.