Berlin, Die Sinfonie der Grossstadt (1927)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.

Het thema is het levensritme van de metropool, impressies van het dagelijks leven. De film toont losse observaties van de openbare ruimte in de grote stad, zonder verhaal, zonder anekdotes, zonder hoofdpersonen.
Het is een 'Querschnitt-film' (doorsnede van het leven).

 
Vier jonge cameralieden doorkruisten in 1927 de stad, aangestuurd door Walter Ruttmann (die toen 40 jaar oud was): Karl Freund (37 jaar), Robert Baberske (27 jaar), Reimar Kuntze (27 jaar) en Laszlo Schäffer (34 jaar).
 
Het tijdsverloop beslaat één etmaal, verdeeld in vijf aktes, ofwel vijf dagdelen: vroege ochtend, begin van de dag, middagpauze, avond en nachtleven. Geregeld toont Ruttmann kerkklokken in beeld waarmee hij het tijdsverloop op de meest eenvoudige manier markeert.
 
BERLIN is visuele lyriek, een muzikaal filmgedicht. Het is een puur visuele compositie, met een ritmische montage van tempoversnelling en vertraging. De montage is gericht op het scheppen van een dynamische afwisseling van pieken en dalen, met een uitbundig crescendo naar het einde toe.
 
De openingsbeelden tonen een trein die Berlijn nadert. De trein arriveert in de stad, heel vroeg in de ochtend, de camera toont lege straten. Een man met een hond is de eerste wandelaar, samen met een straatveger. De camera blijft observeren: werkende mensen, schoolgaande kinderen, etende mensen, de metro, de dierentuin, verschillende soorten sport, en tot slot het uitgaansleven in de avond, vol neonlicht en vertier. Vaak wordt gebruik gemaakt van een rijdende camera (tracking shot), en vaak is sprake van een verborgen camera (candid camera).
 
Bijna elk filmbeeld van BERLIN zou ook af te drukken zijn als een prachtige foto. De cameraploeg heeft dus een goed oog voor compositie gehad. We zien arbeiders en winkelmeisjes, maar voor het merendeel zijn er welgestelde mensen in beeld. BERLIN geeft onder andere ook een goed beeld van de (dames)mode van die jaren. Slechts uitzonderlijk zijn er ook beelden van armoede, zoals de man die peuken opraapt of een glimp van een straatmuzikant met handdraaiorgel (een Leierkasten Mann).
 
BERLIN kan gezien worden als het boegbeeld van de Nieuwe Zakelijkheid. De film is ook een lofzang op techniek en machines, een verheerlijking van de dynamiek van de metropool en het stadleven, dat vooral gevuld is met flaneren (kijken en gezien worden).
 
De film geeft een fascinerend beeld van een inmiddels verdwenen Berlijn, je ruikt als het ware de geur van briketten. Veel is verdwenen of niet meer herkenbaar. In het voormalig Oost-Berlijn kon je nog lange tijd authentieke “Obst und Gemüse” winkels aantreffen, inmiddels is dit historisch bezinksel ook al weer gladgestreken. De val van de muur is al meer dan twintig jaar geleden, Berlijn is een nieuwe stad geworden.
 
In 2002 werd een hedendaagse remake van deze klassieke zwijgende film gemaakt, getiteld BERLIN, SINFONIE EINER GROSSSTADT (regie: Thomas Schadt). De film toont mensen die naar hun werk gaan, winkelen, elkaar ontmoeten in bars en clubs, en toont beelden van kenmerkende stadsarchitectuur, zoals de Reichstag en de overblijfselen van de Muur, en diverse iconische stadsevenementen, zoals de Love Parade en het Berlijns filmfestival. 
 
Toelichting Filmmuseum Antwerpen
“In de jaren '20 trokken cineasten met hun camera's de straat op om de poëtische aspecten van de moderne grootstad vast te leggen. Zo ontstond een nieuwe filmgenre - de stadssymfonie. Walter Ruttmanns Berlin Die Sinfonie der Großstadt is niet de eerste, maar wel de meest invloedrijke film uit deze cyclus.
Hij blijft ook de mooiste en belangrijkste visuele getuigenis over de hoofdstad van de Weimar-republiek - toen het culturele hart van Europa.
Schilder/filmmaker Walter Ruttmann was net als zijn tijdgenoten gefascineerd door de grootstad als levend organisme, als symbool van industrie en vooruitgang, en hij probeerde de fysieke en spirituele essentie en de polsslag ervan op film te vatten.
Ruttmann wilde geen politiek of sociaal commentator zijn, het enige wat hem voor ogen stond was een quasi-abstracte, lyrische afbeelding van de dynamische metropool. Cameramannen schoten van 's ochtends tot 's avonds over een lange periode zoveel mogelijk candid-beelden in de straten van Berlijn. Het was tijdens de montage van deze grote hoeveelheid materiaal dat Ruttmann de film zijn symfonische structuur gaf (later gecomplementeerd door de contrapuntische muziek van Edmund Meisel).
Het begint allegro moderato 's ochtends, wanneer de nachttrein de slapende stad binnenrijdt. Berlijn ontwaakt en het tempo verandert in allegro vivace wanneer mensen zich naar hun werk haasten en de machinerie van de zakenwereld en industrie op gang komt. Middagpauze en de armen, rijken en de dieren in de zoo pauzeren om te lunchen voor de stad terug aan het werk gaat. De avondsequentie is een presto finale - een dolle montage van neonlichten, dansen, concerten, films, jonge paartjes - het najagen van elke vorm van genot.
Naast een duidelijke fascinatie voor het grotestadsleven, spreekt uit de film ook een zekere angst voor de moderne grootstad. Niet voor niets toont Ruttman de zelfmoordpoging van een meisje, dat het moderne leven kennelijk niet meer aankan. Daarnaast trekt hij ook vergelijkingen tussen mensen en machines, die lijken te wijzen op het verlies van individualiteit van de moderne mens.”
Bron: http://www.cinemaparadiso.nl/berlin.html
 
Berlin, die Sinfonie der Grossstadt
D, 1927, 69’, regie: Walter Ruttmann.Gebaseerd op een idee van Carl Mayer. Camera: Reimar Kuntze, Robert Baberske, Laszlo Schäffer.
 
Leestips

dvd: Edition Filmmuseum 39, met de originele muziek van Edmund Meisel.
internet: www.archive.org/details/BerlinSymphonyofaGreatCity. Zie ook http://www.arte.tv/de/1754610.html.  

Enkele memorabele filmconcerten:
Theaterregisseur en dichter Bertold Brecht was in de jaren twintig ook in Berlijn werkzaam. Zangeres Anne Dammers vindt de film van Ruttmann een passende illustratie bij de liederen van Brecht.
“De mens in zijn omgeving maakt de mens die hij is, dit wordt zo mooi geïllustreerd in “Berlin Sinfonie der Großstadt”. De beelden van Ruttmann krijgen een extra lading door de unieke combinatie van de teksten van Brecht en de prachtige muziek van de drie componisten, Eissler, Dessau en Weill. De analyse van de menselijke moraal is nog steeds verrassend actueel en wordt op een intense wijze overgebracht.”

Overige filmconcerten:
  • Berlin, die sinfonie der Grossstad, begeleid door liederen van Kurt Weill en Bertold Brecht, uitgevoerd door ensemble PianVoce, bestaande uit Trins Snijders (actrice, zangeres), Hans Radloff (acteur/zanger), Ariane Karres (piano), Peter Beijersbergen van Henegouwen (piano), Hans Meydam (saxofoon), in Theater Zwembad de Regentes, 16 t/m 19 oktober 2001.

Een filmconcert met Berlin, die Sinfonie der Grossstadt zou goed te combineren zijn als double bill met een vertoning van CABARET (Bob Fosse, 1972).

Kritische meningen: drie pioniers van de filmgeschiedschrijving:
  • G.Sadoul (1948-1975)
Sadoul heeft bewondering voor de montage van visuele impressies zolang Ruttmann zich beperkt tot abstracte beeldrijm (bewegingen en beeldcomposities sluiten bij elkaar aan). Hij wijst de metaforische montages af: arbeiders die naar de fabriek lopen afwisselen met een kudde koeien op weg naar het abattoir acht hij te simpel, deze sociale kritiek mist zijn doel.

  • J. Mitry (1967-1980)
Mitry oordeelt streng: BERLIN biedt willekeurige beelden zonder betekenis: “ce film impressionniste” (-) reliait, en guise d’unamimisme et d’une façon tout arbitraire, une foule de détails dépourvus de signification. L‘harmonie du geste y était sans contenu”. (III, 241).

  • J. Toeplitz (1972-1983).
Toeplitz (hij was in de jaren dertig filmjournalist, heeft Ruttmann nog geïnterviewd, was na de oorlog hoofd Filmarchief Warschau, en president van de FIAF, tot 1971) is het meest genuanceerd. “Ruttmann lieferte Tausende von Fakten, ohne das gesellschaftliche, politische und ökonomische Wesen in Berlin zu verstehen”. “Die Verbindung der Aufnahmen wurde nicht vom dem inhalt der Szenen, sondern ausschliesslich von der formalen Ähnlichkeit oder vom Kontrast bestimmt. Die lebendige Stad wurde nach Ruttmanns Konzeption zu einem seltsamen, komplizierten, ewig funktionierenden Mechanismus. Ruttmann erklärt jedoch nicht die Ursachen und den Zweck dieses Funktionierens. Die Konzeption der Neuen Sachlichkeit fand in SINFONIE DER GROSSSTADT ihre beste filmische Verwirklichung.” (Geschichte des Films, I, 431).
 
De metropool in films
De ‘grootstad’ kan ook bezien worden met maatschappelijke betrokkenheid (engagement, sociale bewogenheid). Duitse voorbeelden zijn: De communistische film KUHLE WAMPE en de groep “Zillefilms” in de jaren 20, sfeerfilms over het Berlijnse proletariaat, arbeiders en werklozen in de huurkazernes, in krappe woningen aan het Hinterhof, o.a. DIE VERRUFENEN (1925, Gerhard Lamprecht, vrije vertaling titel: de beruchte mensen), en DIE UNEHELICHEN en DIE DA UNTEN en DIE GESUNKENEN. De meest bekende titel: MUTTER KRAUSENS FAHRT INS GLÜCK (1929, Piel Jutzi - hij is ook regisseur van BERLIN ALEXANDERPLATZ, 1931, boekverfilming, roman van Alfred Döblin).

Zie verder ook:
MENSCHEN AM SONNTAG (1929): http://www.Peterbosma.info/?p=blog&blog=18  
ASPHALT (1929): http://www.Peterbosma.info/?p=blog&blog=2.

Verwante films in het Interbellum
  • In Brazilië was de film van Ruttmann de inspiratiebron voor São Paulo- Sinfonia da metrópole (Rodolfo Lustig & Adalberto Kemeny, 1929).
  • Michel Hommel: “BERLIN bevat veel overeenkomsten met de uit 1921 daterende plannen voor een film, getiteld DYNAMIK DER GROSZSTADT die de constructivist Laszlo Moholy-Nagy in zijn in 1927 verschenen “Bauhausbuch” Malerei, Fotografie, Film beschreef. De uitgangspunten hiervoor waren hetzelfde: met behulp van puur filmsiche middelen de dynamiek van de Groszstadt proberen te vangen: in tegenstelling tot Ruttmann wilde Moholy-Nagy dit niet aan het verloop van één dag koppelen. De documentaire stijl van BERLIN was ook al voorbereid door een film als DIE STADT DER MILLIONEN uit 1925 (regie: Adolf Trotz). Hierin kwamen echter nog wel gespeelde scènes voor.”
  • De Hongaars/Duitse filmcriticus/theoreticus Béla Balász schreef een scenario voor K 13513, DIE ABENTEUER EINES ZEHNMARKSCHEINS, een korte film geregisseerd door Berthold Viertel in 1926: aan de hand van een 10 Markbiljet geeft hij een doorsnede van het grotestadsleven.
  • Een latere Querschnittfilm is MARKT IN BERLIN/ MARKT AM WITTENBERGERPLATZ, 1929, regie: Wilfried Basse. Deze film toont de bedrijvigheid op een markt gedurende een dag (de opbouw, de handel, de afbouw).
  • En er is te wijzen op de korte avant-garde film GROSSSTADTZIGEUNER (László Moholy-Nagy, 1932, kunstenaar uit de Bauhaus-hoek)."
 
Rotterdamse navolgers
Andor von Barsy, met DE STAD DIE NOOIT RUST / ROTTERDAM, SYMFONIE VAN DEN ARBEID (1928) en de korte film HOOGSTRAAT (1930).
Bert Hogenkamp: “HOOGSTRAAT begint en eindigt met een poppenkast. Een vrije wandeling, met veel aandacht voor de etalages en incidenteel vormen van beeldrijm (-) en ongewone beeldcomposities (camerahoeken, gebruik van schaduwen).”

Ook Joris Ivens was onder de indruk van Ruttmann en zijn film. In 1928 maakte Ivens DE BRUG. Daarnaast is te wijzen op DE STEEG (Jan Koelinga, Rotterdam, jaren 20) en op DE SYMPHONIE VAN EEN GROTE STAD, amateurfilm van de heer Millenkamp, begonnen in 1939, voltooid in 1948.
 
21e eeuwse remake
BERLIN, SINFONIE EINER GROSSSTADT
D 2002, regie, scenario en camera: Thomas Schadt. Productie o.a. ARTE en Sender Freies Berlin. Muziek: Iris ter Schiphorst en Helmut Öhring. 
(Vertaald) citaat uit het persbericht: “De uitdaging voor de makers lag in de ambitie om een nieuwe visuele en akoestische metaforen voor het hedendaagse Berlijn te vinden. In deze symfonische documentaire versmelten picturale en muzikale ritmes tot een nieuw zintuiglijk geheel.
 
Literatuur
  • Bernstein, Matthew, 1984, ‘Visual Style and Spatial Articulations in BERLIN, SYMPHONY OF A CITY (1927), in: Journal of Film and Video, jrg 36, nr 4 (voorjaar 1984), pp 5-12.
  • Brandt, Hans Jürgen, 1985/86,’Walter Ruttmann: Vom Expressionismus zum Faschismus’ in: Filmfaust nr. 49 (okt-nov 1985) pp. 38-46, nr. 50 (dec 85/jan 86) pp 45-54, nr 51 (feb-mrt 1986) pp 42-54.
  • Brennicke, Ilona & Joe Hembus, 1983, Klassiker des Deutschen Stummfilms 1910-1930, München: Goldmann Verlag.
  • Fulks, Barry A., 1982, Film Culture and Kulturfilm- Walter Ruttmann, the Avantgarde Film and the Kulturfilm in Weimar Germany and the Third Reich, (dissertatie University of Wisconsin).
  • · Gleber, Anke 1997, ‘Female Flânerie and the SYMPHONY OF THE CITY’ in: Ankum, Katharina von (ed), 1997, Women in the Metropolis: Gender and Modernity in Weimar Culture. Berkeley: University of California Press, pp 67-88.
  • Goergen, Jeanpaul, 1989, Walter Ruttmann. Eine Dokumentation, Berlijn: Freunde der Deutschen Kinemathek Berlin.
  • Goergen, Jeanpaul, 1987, ‘Musik des Lichts. Zum 100. Geburtstags Walter Ruttmanns’, in: EPD Film jrg 4, nr 12 (dec 87), pp 20-27.
  • Graf, Alexander, ‘Paris – Berlin - Moscow: On the Montage Aesthetic in the City Symphony Films of the 1920s’, in: Graf, Alexander & Dietrich Scheunemann (eds.) Avant-Garde Film, Amsterdam/ New York: Rodopi Press, 2007, pp 77-91.
  • Hake, Sabine, 1994, ‘Urban Spectacle in Walter Ruttmann’s BERLIN, SYMPHONY OF THE BIG CITY’ in: Kniesche, Thomas W. & Stephen Brockmann (ed.) 1994, Dancing on the Volcano. Essays on the Culture of the Weimar Republic. Columbia: Camden, pp 127-137.
  • Hochmuth, Teresa, Berlin- die Sinfonie der Großstadt- Charakteristika des neusachlichen Films, 2002.
  • Kaes, Anton, 1998, ‘Leaving Home. Film Migration, and the Urban Experience’, in: New German Critique (1998) 74, pp 179-192.
  • Kaes, Anton, ‘Berlin, Symphony of a Great City (1927): City, Image, Sound’, in: Isenberg, Noah (ed) Weimar Cinema: An Essential Guide to Classic Films of the Era, New York: Columbia UP, 2009, 193 - 216.
  • · Korte, Helmut, 1991, ‘Die Welt als Querschnitt: BERLIN, DIE SINFONIE DER GROSSSTADT (1927)’ in: Faulstich, Werner & Helmut Korte (ed.), 1991, Fischer Filmgeschichte, band 2: Der Films als gesellschaftliche Kraft 1925-1944. Frankfurt: Fischer, pp. 75-91.
  • Macrae, David, 2003, ‘Ruttmann, Rhytm and Reality. A Response to Siegfried Kracauer’s Interpretation of Berlin The Symphony of a Great City’, in: Scheunemann, Dietrich (ed) 2003, Expressionist Film. New Perspectives. New York: Camden House, pp 251-270.
  • Natter, Wolfgang, 1994, ‘The City as Cinematic Space: Modernism and Place in BERLIN, SYMPHONY OF A CITY’ in: Aitken, S.C. & L.E. Zonn (ed.), 1994, Place, Power, Situation and Spectacle: A Geography of Film. Lanham: Rowman & Littlefield, pp 203-227.
  • Uricchio, William Charles, 1995 (1982), Ruttmann’s “Berlin” and the City Film to 1930, (dissertatie New York University, 1982) Ann Arbor: UMI.

BERLIN... in Nederland in de jaren twintig: bronmateriaal
  • Domburg, A. van, 1956, Walter Ruttmann en het beginsel, Purmerend: Muusses.
  • Heijs, Jan(red.) Filmliga 1927-1931, integrale heruitgave van het tijdschrift Filmliga. Nijmegen: Sun, 1982.
  • Nieuwstadt, Michel van, 1982/83, ‘Filmliga 1927-1931 herdrukt’ in: Skrien, 123 (winter 82/83) pp 16-19.

Onderzoek rondom stadsbeelden in films
  • Arnwine, Clark & Jesse Lerner (ed.), 1997/98, ‘City Scapes’, themanummers van Wide Angle (vol 19, no 4, Oct 1997) (vol 20, no 3, July 1998).
  • Clarke, David B. (ed.), 1997, The Cinematic City, Londen: ….
  • Gleber, Anke, 1997, ‘Women on the screens and streets of Modernity. In search of the female flaneur’ in: Andrew, Dudley (ed.) 1997, The Image in Dispute. Art and Cinema in the Age of Photography. Austin: University of exas Press, pp. 55-85. Voorpublicatie van hoofdstuk 9 van haar boek: The Art of Taking a Walk. Flanerie, Literature and Film in Weimar Culture. Princeton: Princeton UP, 1999.
  • Hommel, Michel, 1984, De demonische stad. Het expressionistische beeld van de Groszstadt in de Duitse film 1918-1933 (doctoraalscriptie RU Leiden).
  • McWilliams, Donald, ‘Four City Films’, in: Journal of Film Preservaton 81 (November 2009), pp 57-63.
  • Schenk, Irmbert (ed.), 1999, Dschungel Grossstadt. Kino und Modernisierung. Marburg: Schüren.
  • Shiel, Mark & Tony Fitzmaurice (ed.), 2001, Cinema and the City, Oxford:….
  • Weihsmann, Helmut, 1977, ‘The City in Twilight. Charting the Genre of the City Film 1900-1930’, in: Penz, François & Maureen Thomas (ed.) 1977, Cinema and Architecture. Meliès, Mallet-Stevens, Multimedia, Londen: BFI Publishing, pp…..

Ter vergelijking 1: ANY WAY THE WIND BLOWS (Tom Barman, 2003).
 
Ter vergelijking 2: Het crowd sourced project ‘LIFE IN A DAY (2010) is ook een dialoogloze compilatiefilm die het hedendaagse alledaagse leven toont. De oproep om via YouTube een videofilm op te sturen van het eigen huiselijk leven kreeg een wereldwijde respons van 4.500 uur videomateriaal uit 192 landen. Een professioneel team heeft hier met veel geduld een film van 94 minuten samengesteld, die ook de chronologie volgt van een etmaal (om exact te zijn 24 juli 2010). Het resultaat is gratis online beschikbaar: http://www.youtube.com/user/lifeinaday.