EYE - A propos de Nice


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.
 
À propos de Nice (Jean Vigo, 1930)
 


Gezien
Gesignaleerd :
 
Regisseur Jean Vigo was bij de produktie van À PROPOS DE NICE 25 jaar. Hij stierf kort daarna in 1934 op jonge leeftijd aan tbc, hij behoort tot de meesters van de cinema vanwege zijn twee speelfilms: ZÉRO DE CONDUITE (1933) en L’ATALANTE (1934). Cameraman Boris Kaufman was 33 jaar bij het maken van À PROPOS DE NICE, hij had ervaring als cameraman bij de films van zijn broer Dziga Vertov en had ook enkele films zelf geregisseerd (o.a. VESNOI). In de jaren vijftig maakte furore als cameraman in Hollywood (onder andere ON THE WATERFRONT), hij stierf in 1980.
 
À PROPOS DE NICE heeft als ondertitel POINT DE VUE DOCUMENTÉE, de film geeft een combinatie van documentaire elementen en avant-garde technieken. À PROPOS DE NICE is te kenschetsen als een korte stadssymfonie, waarin een lichte dissonante ondertoon doorklinkt. De film toont eerst candid camera beelden van de zeeboulevard van Nice, de filmtoeschouwer is als het ware een flâneur op de strandpromenade van de luxe badplaats. We kunnen zorgeloos mensen kijken en een impressie krijgen van hun kledingmode. Het carnaval is een groot feest in Nice, met een uitbundige optocht. De mild spottende observerende blik verandert: de camera wandelt ook door de volkswijken en daar heerst barre armoede, vlak achter de straten van de welvaart. Een jongetje met een mismaakt gezicht kijkt onderzoekend in de camera, het vuilnis hoopt zich op in de goot. Daarna barst het carnaval los: de optocht van reuzen, de rijtuigparade waarbij men elkaar bekogeld met bloemen. Maar ook: een vrouw loopt over een begraafplaats, de camera tuimelt bijna in een openstaand familiegraf. De slotbeelden tonen schoorstenen.
 
De Portugese grootmeester Manoel De Oliveira maakte een hommage: Nice, à propos de Jean Vigo (1984, 10 min).
 
À PROPOS DE NICE is eventueel ook te beschouwen als een filmisch traktaat over het onrecht van de standenmaatschappij. Met behulp van de Russische cameraman Boris Kaufman (de jongste broer van Vertov) toont Jean Vigo een scherpe satire op het gedrag en de gewoontes van de bourgeoisie: op diverse wijze geeft hij een spottend beeld van hun uiterlijk vertoon en hun welgesteldheid, luierend op het terras of in strandstoelen.
De volkswijken beziet hij met meer mededogen. De carnavalsoptocht is op te vatten als een teken van de ideale anarchie.
 
Aan de andere kant: de film heeft geen strakke lijn, er is geen eenduidige tegenstelling. Is er sprake van een aanklacht tegen dit contrast tussen rijk en arm? Is er een impliciete betekenis door de keuze van montage, kadrering en het gebruik van slow motion? Een vrolijk dansje door een groepje uitgelaten vrouwen bijvoorbeeld krijgt een schrille ondertoon doordat Vigo deze vrouwen van een laag camerastandpunt registreert en de beelden herhaalt en vertraagt, hij maakt de camera (en de toeschouwer) tot een voyeur.
 
Jean Vigo was 25 jaar toen hij zijn experimenteel stadsportret maakte. Jonge filmmakers die de grenzen van hun kunstvorm verkennen, dat is altijd interessant! Rondom 1930 was Jean Vigo niet de enige.
In het programma van “De dingen in avant-gardistisch perspectief” werden vier jonge Europese talenten gepresenteerd, maar dan wel vernieuwers van ongeveer tachtig jaar geleden. De jongelui zijn zich indertijd te buiten gegaan aan een vrije improvisatie met de mogelijkheden van camera en montage. We leren via hun blik opnieuw te kijken naar dingen en mensen, puur genieten van beweging, grappige voorvallen en visuele vondsten.
De vier films in dit programma zijn: Faits divers (Claude Autant Lara, 1923), À propos de Nice (Jean Vigo, 1930), Vormittagsspuk (Hans Richter, 1926) en Hoogstraat (Andor von Barsy, 1928). Het is een compilatieprogramma met hoogtepunten uit de internationale stroming van de poëtische montagekunst.
 
A PROPOS DE NICE, Frankrijk, 1930, 25 min, zw/w, 35mm. Regie: Jean Vigo.
 
Bronnen Jean Vigo
  • …. Literature Film Quarterly vol 4, nr 3 (1976) p 251- …

“ Originally planned as a variant of the city symphony, broken into its three movements (sea, land, and sky) À propos de Nice was destined to vibrate with more political energy than did Berlin, Rien que les heures, Manhatta, or any of the other examples of this type. From the first, Vigo insisted that the travelogue approach be avoided. He wanted to pit the boredom of the upper classes at the shore and in the casinos against the struggle for life and death in the city’s poorer backstreets. The clarity of the script was soon abandoned. Unable to shoot “live” in the casinos and happy to follow the lead of their rushes, Vigo and Kaufman concentrated on the strength of particular images rather than on the continuity of a larger design. They were certain that design must emerge in the charged images themselves, which they could juxtapose in editing.
The power of the images derives from two sources, their clearcut iconographic significance as social documents, and the high quality they enjoy as photographs, carefully (though not artfully) composed. Opposition is the ruling logic behind both these sources as they appear in the finished film, so that pictures of hotels, lounging women, wealthy tourists, and fancy roulette tables are cut against images of tenements, decrepit children, garbage, and local forms of back-street gambling. In the carnival sequence which ends the film, the power bursting within the city’s belly spills out onto the streets of the wealthy and dramatizes a conflict which geography can’t hide. Formally the film opposes a two-dimensional optical schema, used primarily for the wealthy parts of town, to a tactile, nearly 3-D approach.
Aerial shots and the voyeurism of the “Promenade des Anglais” define the wealthy as indolent observers of sports, while deep in the town itself everyone, including the camera, participates in the carnal dance of life, a dance whose eroticism is made explicit toward the film’s end.
Entranced by Surrealism (at the premiere of this film Vigo paid homage to Luis Buñuel), the filmmakers used shock cuts, juxtaposing symbolic images like smokestacks and Baroque cemeteries. A woman is stripped by a stop-action cut and a man becomes a lobster. Swift tilts topple a grand hotel. As he proclaimed in his address, this was to be a film with a documentary point of view. To him that meant hiding the camera to capture the look of things (Kaufman was pushed in a wheelchair along the Promenade cranking away under his blanket), and then editing what they collected to their own designs.
À propos de Nice is a messy film. Full of experimental techniques and frequently clumsy camerawork, it nevertheless exudes the energy of its creators and blares forth a message about social life. The city is built on indolence and gambling and ultimately on death, as its crazy cemetery announces. But underneath this is an erotic force that comes from the lower class, the force of seething life that one can smell in garbage and that Vigo uses to drive his film.
À propos de Nice advanced the cinema not because it gave Vigo his start and not because it is a thoughtfully made art film. It remains one of those few examples where several powers of the medium (as recorder, organizer, clarifier of issues, and proselytizer) come together with a strength and ingenuity that are irrespressible. The critics at its premiere in June 1930 were impressed and Vigo’s talent was generally recognized. But the film got little distribution; the age of silent films, even experimental ones like this, was coming to an end. This is too bad. Every director should begin his or her career as Vigo did, with commitment, independence, and a sense of enthusiastic exploration.”
 
Bron: Dudley Andrew, “À propos de Nice”, in International Dictionary of Film and FilmmakersI, St. James Press, 2000. Geciteerd in catalogus Pordenone festival 2007 URL http://www.cinetecadelfriuli.org/gcm/edizione2007/edizione2007_frameset.html.