The Cat and the Canary (1927)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.

THE CAT AND THE CANARY is een griezelfilm met onderkoelde humor.
De locatie is een oud, donker, lang onbewoond gebleven kasteel waar een bont gezelschap samen een onveilige nacht doorbrengt. De aanleiding hiervoor is de verdeling van een grote erfenis. In deze thriller wordt een bekend verhaalthema op spitsvondige en speelse wijze uitgewerkt, met een verbluffend technische vaardigheid.


De openingsbeelden in de proloog zijn al meteen virtuoos. De excentrieke kasteelheer Cyrus West voelt zijn einde naderen, hij ziet reusachtige medicijnflessen verschijnen en ook enorme katten die begerig loeren op een prooi. Het is duidelijk: deze rijke eenzame man heeft een reeks inhalige verwanten. Om zijn familie een hak te zetten heeft hij bij zijn overlijden bepaalt dat ze zijn testament pas na twintig jaar mogen openen.
Op de betreffende dag verzamelt de oude notaris Crosby alle belanghebbenden. De sinister kijkende huishoudster fungeert als gastvrouw. Familietwisten laaien hoog op en de hebzucht viert hoogtij. Neef Harry, tante Suzanne, nicht Cecilia en nog een handvol nabestaanden staan tegenover elkaar. Het verre familielid Annabelle West heeft het twijfelachtige genoegen de erfgename te zijn van het grote vermogen. Van rustig slapen komt niet veel. Voortdurend worden de gasten opgeschrikt door naargeestige geluiden en er wordt ook een moord gepleegd. De bijzonder stuntelige Paul werpt zich op als de beschermer van de belaagde Annabelle.

De titel is eenvoudig te verklaren: Annabelle is de kanarie, waar de verzamelde katten begerig naar kijken…
 
Nagenieten
THE CAT AND THE CANARY is herkenbaar gebaseerd op een toneelstuk, de kakofonie van verschijnende en verdwijnende personages kunnen we ons heel goed voorstellen op een podium. Toch is THE CAT AND THE CANARY geen verfilmd toneel, want cameravoering en enscenering zijn ongekend dynamisch en bovendien….. het is een zwijgende film, de dialogen werden tot een enkele tussentitel teruggebracht.

De film munt uit in een zorgvuldige art direction: Het kasteel van Cyrus West is lange tijd onbewoond geweest, het spinrag woekert overal in de nauwe gangen, gordijnen wapperen in de tocht, kaarsvlammen geven flakkerende schaduwen… THE CAT AND THE CANARY is een heerlijk kluchtig spookverhaal, waarin talloze verzegelde enveloppes figureren en elke muur een geheim ontsnappingsluik lijkt te hebben. Annabelle is de enige die enigszins normaal lijkt, naast de bonte stoet van karikaturale familieleden loopt er ook nog een moordlustige ontsnapte krankzinnige rond en is er sprake van een enge dokter die niet te vertrouwen lijkt.

Er is slechts één scène die zich buiten het behekste kasteel afspeelt, in het holst van de nacht, in de vliegende storm. De personages die een ontsnappingspoging doen treffen een ogenschijnlijk door waanzin bezeten koetsier van de melkwagen. Een hallucinant beeld, waarmee de sfeer van bizarre dreiging versterkt wordt.
 
Achtergrondinformatie
De copie van THE CAT AND THE CANARY is gerestaureerd door het Filmmuseum, op basis van materiaal dat afkomstig is van verzamelaar Jan Zaalberg en het Deens filmarchief.
 
De bekende Amerikaanse filmwetenschapper Kristin Thompson schrijft in de programmanotitie van het Koninklijk Filmarchief te Brussel over THE CAT AND THE CANARY:
"Door de gothisch-lugubere sfeerschepping en dito cameratechnieken vergeten we al te gemakkelijk dat THE CAT AND THE CANARY, zoals zoveel genrefilms rond ‚spookhuizen‘, eigenlijk behoorlijk grappig is. Heel wat figuren doen denken aan de gangbare komische rollen van de lachfilm en worden vertolkt door acteurs die hiermee vertrouwd waren. Zo wordt het zenuwachtige dametje op leeftijd vertolkt door Flora Finch, een actrice die bekendheid genoot begin jaren tien als co-star in veel gooi- en smijtfilms van John Bunny. Creighton Hale van zijn kant, de acteur in de rol van Paul, was voordien al meermaals gecast als een wat sullige, aardige jongeman, bijvoorbeeld in WAY DOWN EAST (1920) van Griffith en THE MARRIAGE CIRCLE (1924) van Lubitsch.“
 
Regiseur Paul Leni begon als grafisch ontwerper, hij maakte affiches en theaterdecors voor Max Reinhardt. Met DORNROSCHEN (1918) maakte Leni zijn eerste filmregie. Hij verwierf faam met DAS WACHSFIGURENKABINETT (1924).
Zijn talent bleef niet onopgemerkt. Filmproducent Carl Laemmle van Universal Studios nodigde hem uit te komen werken in Hollywood. Zijn eerste opdracht was de regie van THE CAT AND THE CANARY, gebaseerd op een succesvol toneelstuk. Samen met andere films van de Universal Studio als THE BAT (Roland West, 1926) werd hiermee de basis gelegd voor het genre van de griezelkomedie.

Het spookhuisverhaal had ook wel meer serieuze varianten zoals de eerdere Universal-succesfilm THE HUNCHBACK OF THE NOTRE DAME (Wallace Worsley, 1923) of THE PHANTOM OF THE OPERA (Rupert Julian, 1925), allebei met Lon Chaney in de hoofdrol.
In Frankrijk verfilmde Jean Epstein in 1928 met LA CHUTE DE LA MAISON USHER het gelijnamige spookverhaal van Edgar Allen Poe. De laatste stille film die illustratief is voor het genre is SEVEN FOOTPRINTS TO SATAN (Benjamin Christensen, 1929). Een andere Deense regisseur zou de lijn van griezelige mystery thrillers op eigen wijze voortzetten met de vroege geluidsfilm VAMPYR (Carl Theodor Dreyer, 1932).
De Universal Studios werd binnen Hollywood de horrorspecialist, met films van de Britse regisseur James Whale (FRANKENSTEIN, 1932; THE OLD DARK HOUSE, 1932; THE INVISIBLE MAN, 1933; THE BRIDE OF FRANKENSTEIN, 1935), de Duitse regisseur Karl Freund (THE MUMMY, 1932) en de Franse regisseur Robert Florey (MEURTRES DANS LA RUE MORGUE, 1932).

Paul Leni maakte direkt na THE CAT AND THE CANARY opnieuw een hit met de thriller THE CHINESE PARROT en regisseerde in 1928 ook THE MAN WHO LAUGHS, gebaseerd op een roman van Victor Hugo, waar melodrama en horror gemengd werden tot een fantasievol geheel. Ondanks toevoeging van geluidseffecten en muziek had de film geen succes. Met THE LAST PERFORMANCE keerde hij terug naar het beproefde gegeven van een groep mensen die opgesloten zit in een griezelige ruimte, dit keer een oud en duister theater.
Paul Leni overleed in 1929 onverwacht aan een bloedvergiftiging, veroorzaakt door een verwaarloosde tandontsteking. Hij werd 44 jaar.
 
Het verhaal van THE CAT AND THE CANARY werd twee keer herverfilmd: in 1939 met Bob Hope en Paulette Godard in de hoofdrol en in 1978 volgde een typische Britse seventies cultversie.
 
Verder lezen
- Bock, Hans-Michael (red.), Paul Leni. Grafik, Theater, Film, Frankfurt am Main: Deutschen Filmmuseum, 1986.
- Thompson, Kristin, „The Cat and the Canary, 1927“, in: Kroniek van de stille film no 1, Koninklijk Filmarchief, Brussel, november 1994.
- Broeske, Pat H., „The Cat and the Canary“, in: Magills Survey of Cinema: Silent Films, p 289-291.
- Milne, Tom, „ The Cat and the Canary“ , in: Monthly Film Bulletin, 514, nov. 1976, p. 239.
- http://silent-volume.blogspot.com/2011/10/cat-and-canary-1927.html.

 
THE CAT AND THE CANARY
VS, 1927, 97 min (2025 meter, 18 b/s), Nederlandse tussentitels.
Begeleiding: Yvo Verschoor (piano, synthesizer), Mike Wilcox (viool).
Regie: Paul Leni. Camera: Gilbert Warrenton.
Met: Laura La Plante (Annabelle West)., Creighton Hale (Paul Jones), Forrest Stanley (Charles „ Charlie“ Wilder), Tully Marshall (Roger Crosby), Gertrude Astor (Cecily), Arthur Edmund Carewe (Harry), Flora Finch (Susan), Martha Mattox („ Mammy“ Pleasant), Lucien Littlefield (Doctor Patterson).
Gezien in het Filmmuseum, 25 mei 2003

P.S.
Actrice Laura La Plante is ook te zien in SKINNER’S DRESS SUIT (Wiliam A.Seiter, 1926).
Zie o.a.: