J - accuse (1919)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.

Abel Gance op het Holland Festival 2009

Hulde!
Deze vertoning in juni 2009 was een ‘once in a lifetime experience’, omdat het de première van een zorgvuldig gerestaureerde kopie was, met een eveneens zeer zorgvuldige begeleiding door gitaar aan de ene kant (Gary Lucas) en strijkers, trompet en slagwerk aan de andere kant (componist Reza Namavar en het Ensemble Caméléon). Ik had daarbij het geluk bij toeval op de meest perfecte plaats in de zaal te zitten, recht voor het doek, op de juiste hoogte en de juiste afstand, met perfect zicht op de filmbeelden.

Loopgraven op het filmdoek
De Eerste Wereldoorlog diende als bron voor vele romans en films. Abel Gance had het realistisch oorlogsdagboek Le Feu (1916) van Henri Barbusse gelezen, mogelijk was dit een inspiratiebron voor J’Accuse.
Andere grootschalige en hoogwaardige zwijgende films over WO I zijn FOUR HORSEMEN OF THE APOCALYPS (Rex Ingram, 1921, in 1993 gerestaureerd met medewerking van Kevin Brownlow) en THE BIG PARADE (King Vidor, 1925).
De meest beroemde roman over de WO I is natuurlijk IM WESTEN NICHTS NEUES (1929) van Erich Maria Remarque, een jaar later verfilmd als ALL QUIET ON THE WESTERN FRONT (Lewis Milestone, 1930).
 
Gance vermengt de verschrikking van de loopgravenoorlog met een breed uitgesponnen driehoeksverhouding. Dit melodrama is voor eigentijdse bezoekers vaak hilarisch of sentimenteel, maar er zijn ook genoeg momenten dat een ontvankelijke ziel ontroerd kan worden door het verhaal. Bijvoorbeeld het moment van de algemene mobilisatie, waarbij de mannen afscheid moeten nemen van hun geliefden. Een mooie truc is het invoegen van een gesprek tussen een stel kinderen. ‘Het is oorlog” zegt de ene hummel. “Wat is oorlog” vraagt de ander. “Ik weet het niet” is het antwoord. De kinderlijke onschuld contrasteert hier mooi met de ernst van grote mensen. De zinloosheid van de hele oorlog is meteen bij het begin al gemarkeerd.
Gance gebruikt nog een keer een kind om subtiel ontroering te scheppen. Het is verderop in de handeling, een huiselijke scène, waarbij een klein kind argeloos een zojuist overleden bejaarde dame begroet en aandachtig en nieuwsgierig bekijkt.
 
De beelden van J’ACCUSE bevatten bij vlagen een verbluffende clair obscur, met Rembrand portretten. De cameralieden kenden hun vak en dat is genieten. De toeschouwer moet zich aanpassen aan een traag verteltempo en mild zijn ten opzichte van schuivers. De loopgraaf is bijvoorbeeld aanvankelijk het toneel van vrolijke snoevende dapperheid, de kogels vliegen in het rond zonder iemand te raken en de Duitsers worden steeds afgetroefd. Een officier begeesterd de manschappen met een stereotype toespraak, dit is patriottisme op volle toeren zonder enige relativering. Op een gegeven moment verschijnt er zelfs een Galliër in beeld, en dat is voor de Asterix-generatie volstrekt een stijlbreuk.

Filmhistoricus Kevin Brownlow vertelde vooraf in zijn inleiding dat Gance in 1917 documentaire beelden heeft geschoten en ook enkele dagen een compagnie soldaten tot zijn beschikking kreeg om de stoet van herrezen doden uit te beelden. Een cynische vorm van figuratie, want het merendeel van de mannen waren binnen een jaar inderdaad gesneuveld.
De shell shock van een van de hoofdpersonen is zeer overtuigend uitgebeeld, het personage van de zachtmoedige dichter zie je veranderen in een getraumatiseerd menselijk wrak, en dat kan niemand onberoerd laten. Bij zijn thuiskomst kan hij niet meer aarden, hij roept de hele dorpsbevolking bij hem thuis op en bestookt ze met een gruwelijk confronterende toespraak. Dit is geniaal in beeld gebracht: ondanks dat het een zwijgende film is, hoor je hem zijn gal spuwen op hoog volume en met een grote impact. De pacifistische boodschap is duidelijk en ontroerend (maar bij de mensheid toch nog steeds onvoldoende doorgedrongen, getuige de gruwelijkheden van alle volgende oorlogen).
 
J’ACCUSE is in de loopbaan van Gance een eerste film, hij maakte daarna het meesterwerk LA ROUE (1922) en het epos NAPOLEON (1927), gerestaureerd door Kevin Brownlow.  In Nederland werd deze film in 1982 uitgevoerd door het Brabants Orkest met de muziek van Carmine Coppola, in 1984 volgde de vijf uur durende versie met muziek gecomponeerd en samengesteld door Carl Davis.
 
Literatuur
Internet tips

Films over Abel Gance
Nelly Kaplan – Abel Gance, hier et demain (1963), Abel Gance et son Napoléon (1989)
Kevin Brownlow – Abel Gance: The Charm of Dynamite (1968)
 
Credits
J’Accuse. Frankrijk, 1919, 166 min. (3525 meter) Zwart/wit met kleurtinting, Engelse tussentitels.
Regie: Abel Gance, Producent: Pathé Frères. Camera: Leonce-Henry Burel, Maurice Forster & Marc Bujard.
Met: Romuald Joubé (Jean Diaz), Séverin-Mars (François Laurin), Maryse Dauvray (Edith Laurin), Maxime Desjardins (Maria Lazare), Angèle Guys (Angele), Mancini (Jean’s moeder), Elizabeth Nizan, Pierre Danis.
Restauratie door het Nederlands Filmmuseum (Annike Kross) en Lobster Films.

foto: Collectie EYE Film Instituut Nederland

J’accuse (Abel Gance, 1919) - gezien en gehoord in Amsterdam op 23 juni 2009, in de Stadsschouwburg, als onderdeel van het Holland Festival, begeleid door Ensemble Caméléon en Gary Lucas.
Zie ook het programmaboekje: http://hf.bo9.nl/contentfiles/J'accuse_programma.pdf.

J’ACCUSE werd op 5 februari 2011 vertoond in het Grand Théâtre in Groningen, begeleid door een gelegenheidsensemble. De voorstelling werd als volgt aangekondigd:
“De eerste anti-oorlogsfilm in de geschiedenis is ook een romantisch drama over een driehoeksverhouding én een beeldende horrorfilm met moord en doodslag, gekte en visioenen. De gevoelige Edith is getrouwd met rauwdouwer François, maar eigenlijk verliefd op de dichter Jean. Aan het front vechten de mannen voor dezelfde zaak, maar eenmaal thuis is het ieder voor zich in de strijd om hun grote liefde. Jean wil Ediths half Duitse bastaardkind beschermen, waardoor François denkt dat zijn rivaal de vader is. Dan moeten de mannen opnieuw de loopgraven in. De soldaten die in de film figureerden, moesten kort na de opnames terug naar het front en velen van hen overleefden dat niet. Met meer dan levensechte oorlogstaferelen brengt avant-garde regisseur Gance zijn afkeer voor de oorlogsindustrie angstwekkend overtuigend over.
Met live muziek van J’Accuse band. Samenstelling: Kris Vesseur, (singersongwriter, June in december) zingt en speelt piano; Sebastiaan Wiering (VENcE) speelt cello; Thomas van den Berg (drummer June in December en Tommy Ebben & The Small Town Villains) verzorgt elektrische en akoestische gitaar en geluiden; Joost Kraaijenbrink (gitarist June in December en componist Launchable Socks) speelt o.a. gitaar, René Duursma (Format GAVA) neemt synth, laptop en ritmische geluiden voor zijn rekening en Frank Schaap (Rocket Industries) laat synthesizers en zijn iPad piepen en grommen. Het livegeluid wordt aangevuld met soundscapes, speciaal gemaakt voor de film door geluidskunstenaar Wes (Sensores).
Van oorsprong kent deze film veel scènewisselingen, die door de begeleidende muziek redelijk precies werden gevolgd. In deze versie van de livemuziek zal de J’Accuse band de film becommentariëren, scènes versterken, het geluid minder laten wisselen en vooral de sfeer benadrukken. De filmkijker wordt%u2028meegenomen in een brede stroom van geluid die eindigt met een stem of een cello. Verrassend? Vervreemdend? Dankzij de live-muziek zal de moderne filmkijker de fikse lengte van de film totaal vergeten.”
Bron: www.forumimages.nl/agenda/films/j-accuse
 
J’Accuse werd hernomen op 2 november 2014 als filmconcert bij EYE in het kader van de herdenking van de start van WOI. Muzikale begeleiding: Jasper le Clercq (viool, effecten), Martin de Ruiter (piano, bandoneón), Andreas Suntrop (elektrisch gitaar, effecten).