The Water Magician (1933)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.
 
The Water Magician (Kenji Mizoguchi, 1933)

Hulde!
Een vertoning van een zelden vertoonde Japanse zwijgende film, die begeleid wordt door een ensemble van zeven Japanse en Nederlandse topmusici, die een nieuw gecomponeerde score uitvoeren: dit gebeurt niet alle dagen! Deze avond bood de ontmoeting van twee kunstvormen: de nieuw gecomponeerde muziek en de filmkunst.
 
Misato Mochizuki is een succesvol componiste die in de afgelopen tien jaar een imposant oeuvre en een internationale reputatie heeft opgebouwd.
Regisseur Kenji Mizoguchi is een van de grote meesters van de Japanse cinema, hij overleed in 1956 en heeft bijna honderd films achtergelaten. Helaas is niet alles wat hij gemaakt heeft bewaard gebleven. Naar verluid heeft hij in het begin van zijn loopbaan 57 zwijgende films geregisseerd, waarvan er slechts zes bewaard zijn gebleven.

Een Japans melodrama 
Een zwijgende film heeft geen gesproken dialogen en is altijd lang geleden gemaakt, daarom is het voor de hedendaagse toeschouwer meestal even wennen. Een aansprekende muzikale begeleiding is essentieel om zwijgende films verteerbaar te maken. Daarnaast is 'The Water Magician' een melodrama, en bij dit soort verhalen is muziek vanouds onmisbaar.
 
Misato Mochizuki slaagde in deze opdracht met een subtiele compositie die zich dienstbaar opstelde ten opzichte van de filmbeelden, met een markering van het vertelritme en versterking van de getoonde emoties en atmosfeer. Haar compositie verdiepte de kijkvreugde aanzienlijk. Zeven musici gaven op de juiste momenten een accentuering van de handeling en verstevigden op een subtiele manier de stemming. In haar compositie gebruikte Mochizuki typisch Japanse instrumenten, zoals de shakuhachi (fluit), de koto (citer) en de shakuhachi (banjo), aangevuld met slagwerk, viool, harp en elektronica. Het filmbeeld en de live performance gaven elkaar een meerwaarde.
 
Een zwijgende film is vaak versleten of beschadigd, nitraat is een breekbaar en vergankelijk medium. Domper op de vreugde bij deze vertoning was de onscherpe en verbleekte kopie. Het National Film Center in Tokyo heeft de film digitaal gerestaureerd, dus beter dan dit kan het hoogstwaarschijnlijk niet worden. In het geval van Mizoguchi ontbreekt helaas bruikbaar bronmateriaal, we zullen deze film daarom nooit in zijn oorspronkelijke glorie kunnen bewonderen. Het is al een klein wonder dat deze film behouden is, want zoals gezegd zijn veel van zijn films helaas verloren gegaan.
 
‘The Water Magician’ is de laatste zwijgende film van Mizoguchi, in 1936 maakte hij met ‘Sisters of the Gion’ en ‘Osaka Elegy’ (1936) de overgang naar de geluidsfilm. Opvallend genoeg was ‘The Water Magician’ een onafhankelijke productie, opgezet onder leiding van actrice Takako Irie. Dit was haar eerste poging op dit vlak, want ze had pas een jaar eerder in 1932 haar eigen productiefirma opgericht. Het werd een groot publieksucces.
‘The Water Magician’ is gebaseerd op een roman uit 1894 van Kyoka Izumi. De tussentitels in de film worden gekenmerkt door buitengewoon levendig taalgebruik, maar het is mij onbekend of dit de verdienste is van de 19e eeuwse auteur, of de 20e eeuwse scenarioschrijver (of de 21e eeuwse vertaler Nederlands).
 
In 'The Water Magician' toont Mizoguchi al zijn meesterschap in een zeer dynamische mise-en-scène en montage. Hij heeft een groot gevoel voor beeldcompositie en strooit ook op precies de juiste momenten met close-ups die alle emoties het doek af laten spatten. Daarnaast kan hij geweldig mooi gebruik maken van dieptewerking tussen voorgrond en achtergrond en hij laat de camera op alle mogelijke manieren bewegen.
 
Meteen in het begin voegt hij een flash back in naar het moment waarop het hele verhaal start. Een gezelschap zit in een reiskoets en de passagiers jutten de koetsier op om harder te gaan rijden: ze worden ingehaald door een riksja en dat bestaat toch niet. Een vrolijk en wervelend moment, maar ook het begin van alle ellende, want de koets kantelt, de koetsier wordt ontslagen en de vrouwelijke passagier raakt bevangen door een levenslang schuldgevoel.
De hoofdrol wordt energiek vertolkt door Takako Irie, in het begin is haar personage een spontane en impulsieve jonge vrouw, een gevierde performer. Ze heeft een goochelact met waterfonteinen op de kermis, dat lijkt voor ons wellicht een nederig beroep, maar ze heeft de allure van een star. We hebben het hier over een melodrama in optima forma, dus het hoofdmotief is opoffering. Het hoofdpersonage is onbaatzuchtig, ze helpt iedereen en denkt te weinig aan haar eigen belang en ze loopt onvermijdelijk tegen een schurk aan die haar leven ruïneert. Daarnaast verliest ze zich in een onmogelijke liefde, dit alles met fatale gevolgen.

Aan het eind staat ze berooid in de rechtzaal op de beklaagdenbank, als totaal uitgeputte verdachte van moord en diefstal. De finale is gedrenkt in een schrille weemoed, waar het fijn bij zuchten is. De toeschouwer voelt zich begaan met het lot van dit personage, dat in 1933 in beelden werd gevangen en in 2009 opnieuw tot leven kwam dankzij een uitzonderlijke muzikale begeleiding. 
 
Documentatie
Oorspronkelijke filmtitel: Taki No Shiraito. Franse vertaling: Le fil blanc de la cascade.

Gezien op 18 september 2009, met een nieuwe score van Misato Mochizuki, uitgevoerd door het Nieuw Ensemble, in het Muziekgebouw aan ’t IJ (Nederlandse première, met een inleiding door Theodore van Houten).
 
'Le fil blanc de la cascade' (Kenji Mizoguchi, 1933), uitgevoerd in het Muziekgebouw aan ’t IJ (Amsterdam, 18 september 2009) en in De Toonzaal (24 september 2009, Den Bosch). Meer informatie: www.nieuwensemble.nl.
De voorstelling ging in wereldpremière op 15 juni 2007, tijdens het Agora festival in het Auditorium du Louvre in Parijs, uitgevoerd door het Ensemble Contrechamps onder leiding van Jurjen Hempel.
De voorstelling werd onder andere herhaald in Luxemburg op 31 oktober 2008. Bij deze gelegenheid werd een omvangrijke persmap samengesteld, die op internet beschikbaar is: www.philharmonie.lu/downloads/abendprogramm/980/2008-10-31_081031_Abendprogramm_DOWNLOAD.pdf
 
Meer lezen over de film:
 
Mizoguchi werd bekend als regisseur van verhalen over sterke vrouwen die zich opofferen, zoals onder andere ‘The Story of the Last Chrysanthemum’ (1939) en 'Life of O’Haru' (1952). Voor een bredere documentatie over de regisseur kan men terecht bij:
Voor meer context over de Japanse zwijgende film, zie o.a."Recalling the Treasures of Japanese Cinema", samengesteld door de Friends of Silent Film Association, Tokyo 2003.
 
In het programmaboekje schrijft componiste Misato Mochizuki:
De Japanse films uit de tijd waarin ‘Taki No Shiraito’ (1933) ontstond zijn veelal verhalend en hebben niet per se muziek nodig. Ik heb de in de beelden uitgedrukte gevoelens niet al te zeer willen onderstrepen omdat ze voor zichzelf spreken. Mijn muziek wil slechts een enkele aanwijzing en minimale steun geven, zodat noch het beeld noch de fantasie van de toeschouwer wordt verstoord”. 
Deze uitspraak is een uiting van een (te) grote bescheidenheid, want haar score verrijkt de kijkervaring op onmisbare wijze.

Andere vertoning van The Water Magician: 24 oktober 2010 Barbican Centre, Silent Film and Live Music serie. Introduction by Tony Rayns. The film is accompanied by a ‘benshi’ narrator performed in English by Tomoko Komura, with live traditional Japanese musical accompaniment on the koto by Melissa Holding.
 
“Mizoguchi sets his tragic story against the atmospheric backdrop of provincial Japan, precisely recording the details of life and work among a troupe of travelling artists. Although his mature visual style was not yet fully developed in 1933, the film already reveals the director’s skill with the camera, including the first signs of the fluent use of the long take which earned him the admiration of Western critics such as André Bazin. Irie Takako’s magnetic performance as the “water magician” Taki no Shiraito is one of her finest, showing the power and allure she possessed as a leading actress of the 1930s (Western audiences may be most familiar with her as a middle-aged woman, playing the chamberlain’s wife in Kurosawa Akira’s Sanjuro [1962]). Her lover, Kinya, is touchingly played by Okada Tokihiko, a distinguished actor whose career was cut short by his premature death from tuberculosis a year after Mizoguchi’s film was made.”
Source: http://old.bfi.org.uk/sightandsound/reviews/close-up/water-magician.php