The Wind (1928)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.
 
The wind (Viktor Sjöström, 1928)

Hulde!
Het filmjaar 2005 begon goed met de opvoeringen van The Wind (Viktor Sjöström, 1928) in de grote zaal, met orkestbegeleiding. Nederlandse cinefielen moesten lang wachten op dit heugelijk gebeuren, maar eindelijk was The Wind in volle glorie te zien.
De film is een erkende klassieker, maar bij de première was deze status nog zeer ongewis. The Wind was in 1928 zelfs een jammerlijke flop: de film trok weinig bezoekers en kreeg slechte kritieken. Hoe kan dat? En wat is er zo bijzonder aan The Wind?
 
Het einde van een tijdperk
Lillian Gish had eind jaren twintig een grote staat van dienst, met ruim zeventig films, voornamelijk geregisseerd door D.W. Griffith. Vooral in zijn films had ze ook naam gemaakt als actrice, met haar vertolkingen in bijvoorbeeld True Heart Susie (1919), Broken Blossoms (1919), Way Down East (1920) of Orphans of the Storm (1921). Lillian Gish nam zelf het initiatief om The Wind te maken, omdat ze onder de indruk was van de gelijknamige roman, geschreven door Dorothy Scarborough in 1925. De keuze voor de Zweedse regisseur Sjöström kwam voort uit hun samenwerking tijdens de opnamen van een andere boekverfilming: The Scarlett Letter (Sjöström, 1926).
Een regisseur kon in Hollywood aan de lopende band werken. In 1928 zag Sjöström bijvoorbeeld maar liefst drie films in première gaan: op 14 januari 1928 ten eerste The Divine Woman in première, met Greta Garbo in de hoofdrol. Tot nog toe is er slechts een kort fragment teruggevonden van deze film.Op 10 november 1928 volgde ten tweede de première van The Wind en ten derde ging op 25 november 1928 The Masks of the Devil in première, eveneens met geluidseffecten. In 1930 maakte Sjöström zijn laatste film in Hollywood en keerde hij naar Zweden terug. In het studiosysteem van Hollywood lag de bevoegdheid voor de uiteindelijke beslissing over filmproducties bij de calculerende filmproducent. En helaas bleek eind jaren twintig steeds duidelijker dat het grote publiek in Amerika op Lillian Gish was uitgekeken. Een nieuwe lichting actrices stond toen klaar, zoals de rijzende ster uit Zweden, Greta Garbo, die met Flesh and the Devil (Clarence Brown, 1926) een succesvolle entree had gemaakt in Hollywood. De MGM-studio had rond deze tijd daarentegen een aantal flops met Gish gescoord, onder andere met de nu volstrekt onbekende film Annie Laurie (ook bekend als Ladies From Hell, John Robinson, 1927) en The Enemy (Fred Niblo, 1927).
Naast de dalende populariteit van de star, waren de winstverwachtingen voor The Wind vooraf ook al laag omdat de roman nogal grimmig van toon is en het verhaal een tragische afloop heeft (de getormenteerde hoofdpersoon loopt de woestijn in en pleegt op deze wijze zelfmoord), wat klinkt naar box office poison. Bovendien was eind jaren twintig de hele filmwereld in rep en roer door de komst van geluid. De zwijgende film had geen toekomst meer. The Wind is achteraf gezien een afronding van een tijdperk.
De studioleiding (lees: producent Irvin Thalberg) probeerde aan te sluiten bij de verandering, en hij besloot om de kopie bij de première op 25 november 1928 te voorzien van toegevoegde geluidseffecten (vooral de huilende wind) plus een onnozel populair liedje: ‘Love Brought the Sunshine’. Deze miskleun is vandaag de dag eenvoudig recht te zetten door deze toevoeging te negeren. Dat ligt moeilijker bij de andere ingreep: The Wind kreeg een geforceerd happy end en daar zitten we nog steeds aan vast. De knieval voor de (veronderstelde) smaak van het grote publiek had bij de première niet het beoogde effect en is nu vooral verbazingwekkend. Het happy end van de film doet afbreuk aan het voorafgaande, en dat is schrijnend omdat het voorafgaande van een uitzonderlijk hoog niveau is.
 
Zand, wind en waanzin
Gelijk vanaf het begin is de aandacht gevangen. In het vale licht van een treincoupé zit Lillian Gish met een grote hoed op eenzaam te eten. Het zand blaast door het geopende treinraam en bederft haar maaltijd. Een behulpzame veehandelaar probeert haar in te palmen met gladde praatjes. Voorlopig vangt hij bot, ze stapt uit bij een klein afgelegen station, in nacht en ontij. In de gierende wind staan twee lompe cowboys haar op te wachten, de buren van haar neef. Met paard en wagen gaan ze tegen de wind in, haar hoed wappert alle kanten op. Op een subtiele manier blijkt dat ze een wereldvreemd stadsmeisje is, getroffen door armoede. Ze trekt in bij het gezin van haar neef. Hij sukkelt met zijn gezondheid, daarom is hij ooit naar deze afgelegen streek gegaan. Zijn echtgenote Cora laat zich kennen als een chagrijnige en jaloerse vrouw. Het verlegen stadsmeisje Letty probeert zich aan te passen aan haar nieuwe omgeving en te wennen aan het barre klimaat. Het zand stuift voortdurend met bakken tegelijk tegen de ramen, zand en wind vormen een krankzinnig makende combinatie: zand in het eten, zand in de wasbak, zand tussen verweerde handen, zand in de ogen. De wind is een dramaturgische sterke lijn in deze tragedie, het is een mythische kracht.
Cameraman John Arnold leverde vakwerk af, ook in de meest extreme omstandigheden is er bijvoorbeeld steeds een mooi back light voor elke acteur. Dit komt vooral tot zijn recht bij de opnamen van het dansfeest in de dorpsschuur. De praatjesmaker van de trein is aanwezig, maar ook de twee ruwe buurmannen cirkelen rond de naïeve Letty en doen haar allebei een huwelijksaanzoek.
Letty heeft geen enkel verstand van mannen, dat is pijnlijk duidelijk. Zo kan het gebeuren dat ze vlucht in een huwelijk met de jongste buurman. Ze heeft nu een dak boven haar hoofd en ze heeft een echtgenoot. Het huwelijk is natuurlijk een misverstand, zij moet niets van hem hebben en hij begrijpt daar niets van. Wij begrijpen alles heel goed. Wij zien de twee kanten van de tegengestelde karakters, maar kunnen slechts gefascineerd toezien hoe de tragedie zich onontkoombaar verder ontwikkelt. Hij heeft zijn trots van een eenvoudige boerenknecht, en wil daarom snel geld verdienen om zijn onwillige vrouw een bestaan elders te geven. De enige manier die hij kent is meedoen met het vangen van een kudde wilde paarden. Drie dollar per stuk geeft de overheid hiervoor. Dit is de harde mannenwereld van risicovol avontuur die in bijvoorbeeld de film The Misfits (John Huston, 1961) voorgoed voorbij is, maar die in The Wind nog volledig werkelijkheid is.
Ondertussen is zij alleen thuis, totaal verlaten tijdens de ergste zandstorm ooit. We zien een levensechte orkaan (die in werkelijkheid werd opgewekt door acht grote vliegtuigmachines). De veehandelaar keert in haar blokhut terug, wat haar nachtmerrie nog groter maakt. Hij maakt avances, zij spartelt heftig tegen en in een wanhopige worsteling doodt ze hem. In een hallucinerende scène probeert ze zijn lijk te begraven, maar de wind blaast het zandgraf steeds open. De wind en het zand maken haar gek, ze is volstrekt op zichzelf teruggeworpen. De beelden vormen een langzame, fascinerende aanloop naar een waanzinscène die kan tippen aan King Lear op de hei: ze zit opgesloten in de blokhut, een eenzaam mens, geteisterd door natuurgeweld en haar eigen demonen, alles draait voor haar ogen in de razende storm. De toeschouwer kan het zand tussen zijn tanden voelen knarsen…
 
Een tweede leven
Na de commerciële flop van The Wind ging Lillian Gish met vervroegd pensioen, maar ze leefde nog lang genoeg om zowel de rehabilitatie als de revival van deze persoonlijke film mee te maken. De rehabilitatie kwam al snel: elke filmgeschiedschrijving noemt The Wind als grote mijlpaal in de filmgeschiedenis en de meeste filmmusea vertonen The Wind regelmatig. Een belangrijke stap naar een bredere bekendheid voor The Wind werd gezet in 1983, toen de kopie werd gerestaureerd door de firma Photoplay. Deze versie werd indertijd ook uitgezonden door Thames Television [en later op de Nederlandse kabel door TCM, Turner Classic Movies]. Deze bewerking gaf The Wind een tweede leven bij een groter publiek. De gerestaureerde kopie is te zien in de voorstellingen van Film in concert, met de score van Carl Davis, door hemzelf gedirigeerd. Een feest voor cinefielen, maar eigenlijk voor iedereen. Componist Carl Davis liet zich inspireren door drie bronnen: de Amerikaanse volksliedjes, de Zuidelijke plantage muziek en de Indianen drums. De score bouwt langzaam naar een climax toe in de befaamde stormscène, het orkest lijkt het zand op te zwepen en maakt de wanhoop van de op zichzelf teruggeworpen vrouw bijna voelbaar.
Carl Davis begon zijn carrière ooit als wonderkind aan de piano, maar heeft vooral faam verworven als componist en dirigent, met een lange lijst van scores voor orkestbegeleiding van zwijgende films, zoals in 1980 en 2000 voor Napoléon (Abel Gance, 1927), of in 1996 voor The Phantom of the Opera (Rupert Julian, 1925). Hij is niet bijzonder gretig om op te treden als pianist, het is dus uniek hem te kunnen meemaken als begeleider bij het voorprogramma, dat toepasselijk genoeg bestaat uit twee korte, vroege films van D.W. Griffith, waarin de zusjes Gish hun acteerdebuut maken.

Documentattie
Delen van deze tekst verschenen in mijn artikel ‘The Wind in de concertzaal’, in: Skrien jrg 37, nr 1 (feb 2005) pp 46-47.
 
The Wind
VS 1928 (80 minuten). Regie: Viktor Sjöström. Met: Lilian Gish (Letty Mason), Lars Hanson (Lige Hightower), Montague Love (Wirt Roddy), William Orlamond (Sourdough), Dorothy Cumming (Cora Beverly), Edward Earle (Jim Beverly).

Gezien op 26 januari 2005 in Utrecht, Muziekcentrum Vredenburg. Georganiseerd door Film in Concert (Theodore van Houten).
 
Tournee in 2005: 24 jan Hasselt, Grote Schouwburg (20:00); 26 jan Utrecht, Muziekcentrum Vredenburg (20:15), 27 januari 2005 Den Bosch, Theater aan de Parade (20:00), 30 januari 2005 Den Haag, Dr. Anton Philipszaal (14:30).
Muziek: Carl Davis, uitgevoerd door de Beethoven Academie (dirigent Carl Davis). Vooraf: AN UNSEEN ENEMY (D.W. Griffith, 1912) & THE MUSKETEERS OF PIG ALLEY (D.W. Griffith, 1912). Pianobegeleiding: Carl Davis.
 
Geraadpleegde boeken
- Affron, Charles, Lilian Gish: Her Legend, Her Life, New York etc : Scribner, 2001.
- Forslund, Bengt, Victor Sjostrom: His Life and His Work, New York, 1988.
- Pensel, Hans, Seastrom and Stiller in Hollywood. Two Swedish Directors in Silent American Films 1923-1930, New York etc: Vantage, 1969.
 
Internet:
www.bonnerkinemathek.de/filme/wind/wind.htm
www.silentsaregolden.com/featurefolder/windfeature1.html.