EYE - Menschen am Sonntag (1930)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.
Circa 2.000 woorden
Oktober 2013
Menschen am Sonntag (Robert Siodmak & Edgar G. Ulmer 1930)



Het dvd label ‘the Criterion Collection’ noemt in een trailer drie redenen om deze film te koesteren:
  1. The Timelessness of Twenty-somethings
  2. Beautiful Berlin Before the War
  3. The Youthful Talent of Five Future Hollywood Masters
bron: http://www.youtube.com/watch?v=z2O5QiCTreA
 
Wat zou ik hier aan kunnen toevoegen? Nou… hier komt het:
 
1. Het jeugdige leven
Bijna tachtig jaar geleden (in de zomer van 1929) maakten een groep ambitieuze jonge filmvrienden in hun vrije tijd een eigenzinnige film over een zomerse zondag in Berlijn. Hun uitgangspunt was de eenvoudige vraag: Wat doen jonge mensen op hun vrije dag, anno 1929?
Hun antwoord was eveneens eenvoudig: Op zondag maken de hoofdpersonen een uitstapje, ze gaan met de S-Bahn naar het bos en het 'Strandbad' bij de Nicholas See. Ze kletsen en flirten en luisteren naar muziek van de koffergrammofoon (met onder andere de populaire schlager “In einer kleinen Konditorei”).
De film observeert het dagelijkse leven met een alomvattende ontspannen blik. Menschen am Sonntag biedt journalistieke en humorvolle impressies van het alledaagse leven, op straat en aan het strand. Alles is op locatie opgenomen en de camera kijkt ongegeneerd om zich heen. De film geeft een bijna documentair beeld van ontspanning aan het water, met zonnige scènes bij het meer en beelden van de verkeersdrukte op de straten van de grote stad. Berlijn was een bruisende stad, het leven was nog goed en zorgeloos in 1929. We krijgen zicht op de werkelijkheid van het openbare leven in de metropool tijdens het weekend, met de bezigheden van vijf jonge hippe stadsmensen als rode draad.
 
Aan het begin zien we een kruispunt bij metrostation Bahnhof Zoo, de camera staat op een gegeven moment op een hoog standpunt en we kijken op enige afstand naar wat er gebeurt. We hebben de voyeursblik van een bewakingscamera, zou je met ogen van nu zeggen. Een meisje staat te wachten, een jongen drentelt om haar heen. Het lijkt wel een natuurfilm, hoe krijgt hij haar zo ver dat ze met hem mee gaat? Hij neemt de tijd, spreekt haar tenslotte aan zonder dat we horen wat hij zegt. Kennelijk heeft hij een vlotte babbel want hop! … daar zitten ze al op een terras ijsjes te lepelen. De camera zit laag op de grond, de voyeur is naderbij geslopen en heeft zich binnen gehoorsafstand opgedrongen. De twee drinken hun koffie, en maken een afspraakje, voor de komende zondag. Een vriendin van haar gaat mee en hij neemt ook een vriend mee.
Dating anno 1929 heeft veel tijdloze herkenningspunten. De charmeur verdeelt zorgeloos zijn aandacht tussen de twee jonge vrouwen. Hun onderlinge rivaliteit wordt wel steeds venijniger, maar de zomer is te zonnig voor al te duistere hartstochten. Na de lunch rennen ze door het bos, waarbij het geflirt uitloopt op onbekommerde sex die discreet buiten beeld blijft, de luchtige toon blijft gehandhaafd. Wanneer ze gaan waterfietsen zijn er al weer andere dames in een roeibootje die de aandacht van de heren trekken.
Het verhaal heeft een open einde. Het blonde meisje maakt met de charmante jongen een afspraak voor een volgende keer, maar het is onzeker hoe dat zal gaan aflopen. De beide heren bedenken bij nader inzien dat ze volgende week liever naar het voetbal gaan. 
 
De film eindigt met straatbeelden van de vroege ochtend, een stad vol mensen die met z’n allen aan een nieuwe werkdag beginnen. In de tussentitels klinkt de luide uitroep dat het alweer maandag is. De nieuwe arbeidsweek start meteen met de hunkering naar de volgende zondag. Een tijdloze verzuchting in alle landen. Hoewel, tijdloos? De huidige generatie die is opgegroeid met de 24-uurs economie zullen we moeten uitleggen wat een zesdaagse werkweek was, en dat het weekend vroeger begon met de vrije zaterdagmiddag en eindigde op maandagochtendvroeg.
 
2. Berlin, Berlin
Zwijgende films geven de toeschouwer op de beste momenten een bitterzoete heimwee naar het dagelijks leven in een voorbij tijdperk. Menschen am Sonntag is een film die uit vele van dit soort beste momenten bestaat.
Het jaar 1929 is uiteraard een ontoegankelijk tijdsgebied voor ons, maar heel even hebben we het idee dat we erbij geweest zijn, dat we ons toen onder de mensen hebben kunnen begeven. Wat zou ik graag nog eens ronddwalen in die stad van die tijd, als een flaneur de mensen observeren.
Voor de huidige bezoeker van Berlijn zijn er weinig herkenningspunten meer over gebleven, het verloop van de tijd eist zijn tol: het straatbeeld is veranderd, zelfs de treinen van de S-Bahn zijn gemoderniseerd. Ook de stationskiosk met openbare telefoon, ansichtkaarten met ranzige humor en ‘schorle morle’ (wijn met mineraalwater) voor 33 cent is verdwenen.

Daarnaast is er door het Duitse verleden onvermijdelijk sprake van een specifieke historische beladenheid. In de passage bij de strandfotograaf zien we bijvoorbeeld een reeks lachende mensen die gekiekt worden, waaronder opvallend veel Joodse gezichten. De kans is groot dat deze mensen vijftien jaar later werden vermoord, of al eerder moesten vluchten (zoals de grotendeels Joodse filmcrew dat ook moest doen). De Brandenburger Tor komt in de film terloops in beeld, als element van de losse montage improvisatie, maar deze keizerlijke feestpoort is nu een historisch beladen icoon geworden. Ook de groep marcherende soldaten roept een doembeeld op, want het publiek aan weerskanten van de weg marcheert wel erg opgewekt mee. Dit alles verstoort de onbevangen heimwee naar voorbije tijden.
 
Menschen am Sonntag is te beschouwen als een rechtstreekse aanvulling of variatie op de stadsimpressies die te zien zijn in Berlin, die Sinfonie der Grossstadt (Ruttmann 1927).
Daarnaast is in Frankrijk ook een zwijgende film gemaakt over het dagelijks leven in de grote stad en het vieren van een vrije dag: de korte film Nogent, eldorado du dimanche (Marcel Carné, 1929).
 
Verder is te wijzen op passages in nog meer eigenzinnige zwijgende speelfilms, zoals het personeelsdagje op het Isle d’Adam in Au bonheur des dames (Julien Duvivier, 1929) of Amerikaanse films als Lonesome (Fejos, 1928) en The Crowd (King Vidor, 1928), waarin de grootstedelijke recreatie rondom Coney Island in beeld komt.
Of neem Sunrise (F.W.Murnau, 1927) waarin twee provincialen over de kermis in de stad dwalen. En denk aan Chyortovo koleso (Kozintsev & Trauberg, 1926, Engelse titel: The Devil’s Wheel), waarin een aantal gedroste matrozen op aanstekelijke wijze bijzonder veel plezier beleven aan wal, met onder andere een bezoekje aan de kermis.
 
3. Een getalenteerd team
Iedereen achter de camera was jong en allemaal zijn ze later wereldberoemd geworden.
Billy Wilder (23 jaar in 1929) en Fred Zinnemann (22 jaar) hebben een solide carrière in de film business gemaakt (zoals bekend gebeurde dat noodgedwongen in Hollywood, omdat ze Duitsland moesten ontvluchten). Hetzelfde geldt voor de broers Robert Siodmak (29 jaar) en Curt Siodmak (27 jaar) en voor Edgar G. Ulmer (25 jaar) en cameraman Eugen Schüfftan (36 jaar). Deze grote vakmensen werkten in hun jonge jaren samen aan deze film over een zomerse dag in Berlijn.
Een korte blik in een filmencyclopedie of in de International Movie Data Base (www.imdb.com) levert een overzicht op van hun verschillende vervolgtrajecten.
  • Eugen Schüfftan maakte een tussenstop in Engeland (The Robber Symphony, 1936), Nederland (Komedie om geld, 1936) en Frankrijk (Le quai des brumes, 1938) en kreeg in 1962 de Oscar voor het camerawerk voor The Hustler (zwart-wit, Cinemascope).
  • Edgar G. Ulmer verwierf faam met low budget films zoals de film noir Detour (1945).
  • Curt Siodmak werd een enigszins verbitterde scenarioschrijver van vele B-films.
  • Robert Siodmak maakte meteen in de jaren veertig al furore met film noirs zoals The Killers (1946) en Criss Cross (1949).
  • Fred Zinnemann werd regisseur van grote producties zoals From Here to Eternity (1953).
  • Billy Wilder behoeft geen nadere introductie. Hij nam zijn gevoel voor humor mee en dat leverde prachtige films op als Some Like it Hot (1959) en The Appartment (1960). Mijn favoriete film van hem is Sunset Boulevard (1950).
 
De acteurs in Menschen am Sonntag zijn daarentegen geen van allen beroemd geworden, het waren amateurs die van straat waren geplukt. Ze spelen tamelijk naturel en krijgen mooie close-ups, net als echte filmsterren. De camera brengt hen beweeglijk in beeld, met een mooie variatie in lage en hoge standpunten, van nabij-opnamen en totaalopnamen. Ook de montage is dynamisch en ritmisch. Het verhaal over de vier hoofdpersonages wordt zonder verstoring afgewisseld met enkele speelse terzijdes, zoals de sequentie met een fotograaf op het strand.
 
Menschen am Sonntag heeft de allure van een zeer geslaagde eindexamenfilm, alleen was er destijds geen filmopleiding.
Een groep aankomende professionals heeft met hun vrienden een film gemaakt zoals ze die zelf wilden zien: realistisch, eigentijds, grootstedelijk. Een speelfilm zonder drama of diva’s.
De film heeft geen gesproken dialogen, want de geluidsfilm was in 1929 nog maar net enkele jaren eerder uitgevonden. Het verhaal over de grote stad en de mensen op zondag moest dus in beelden verteld worden. Dit resulteerde in verschillende adembenemende free style montage sequenties, in normale taal: de filmmakers gaan van tijd tot tijd helemaal los met een opeenvolging van willekeurige documentaire beelden, ze geven een wervelende improvisatie op het thema van de metropool.
 
“ The style of the film is natural, the setting unpretentious, and the atmosphere, perhaps the core of the project, shamelessly flirtatious. More than anything else, a new kind of directness, an unmediated, unvarnished representation of every­day life as experienced by members of a young, urban consumer class, is what the filmmakers seem to have been after, in defiant contrast to the spectacular big-budget pictures being produced by UFA at the time.”
Source: Isenberg, Noah, ‘People on Sunday: Young People Like Us’, URL: http://www.criterion.com/current/posts/1904-people-on-sunday-young-people-like-us.
 
4. Restauratie van de film
In de jaren negentig werd Menschen am Sonntag gerestaureerd. De best bewaarde kopie bleek in Nederland te liggen. Wat is het verhaal?
 
Menschen am Sonntag ging op 4 februari 1930 in wereldpremière en werd in 1930 in Nederland door het Centraal Bureau Ligafilms aangekocht en vertoond in Filmliga voorstellingen in o.a. Rotterdam, Utrecht en Arnhem (en later in De Uitkijk, Amsterdam).
De persreacties destijds waren enthousiast. De distributiekopie bleef bewaard in het archief van het Filmmuseum en dat was maar goed ook, want het is een van de weinige overgebleven oorspronkelijke exemplaren van deze film. De Filmliga had wel de arrogantie om de film te bewerken: de tussentitels werden in de huisstijl van de Filmliga omgezet en aan het eind raakte de beeldvolgorde verhaspelt. Bovendien verdween dankzij de bekrompenheid van de Nederlandse Filmkeuring de opname van een naakte etalagepop. Een volslagen belachelijke ingreep.
 
Overigens werden in Nederland bij de vertoningen van de Filmliga Menschen am Sonntag destijds steeds gecombineerd met de korte Nederlandse film Kabels leggen van J. Claudinghk. Deze film en regisseur zijn in vergetelheid geraakt.
In 2010 werd deze film in een compilatieprogramma vertoond tijdens het Nederlands Film Festival. Zie: http://www.filmfestival.nl/nl/films/kabels-leggen en http://rietveldjaar.nl/nl/programma/nederlands-filmfestival-filmliga.
 
Wat tussentitels betreft kan het altijd nog erger dan wat de Filmliga had uitgevoerd. De Belgische distributiekopie is bewaard gebleven en gerestaureerd door het Koninklijk Filmarchief in Brussel. De tweetalige tussentitels van deze kopie zijn ook neergezet in een typografie van eigen makelij. De Vlaamse tussentitels (uit 1930?) kenmerken zich door een uiterst gebrekkig Nederlands, de (Franstalige?) vertaler heeft duidelijk geen moeite genomen zich enige zorgen te maken over zelfs maar een minimum aan kwaliteit. 
 
Bij de restauratie in de jaren negentig werden alle beschikbare versies van Menschen am Sonntag zorgvuldig met elkaar vergeleken en onder andere de oorspronkelijke tussentitels gereconstrueerd en de authentieke beeldvolgorde hersteld. Nog steeds ontbreken zeven tot acht minuten van de film (circa 250 meter celluloid). 
 
5. Toegang tot de film
 
Het beste is de film te gaan zien op het grote doek, voorzien van een life uitgevoerde muzikale begeleiding. Enkele geslaagde voorbeelden hiervan zijn:
  • in 1999 met begeleiding door Wim van Tuyl die met een grammofoon een zorgvuldig gekozen selectie van 78-toeren platen ten gehore bracht. Deze voorstelling was onderdeel van de reeks “het tegengif van de Filmliga” georganiseerd door het Filmmuseum. Vooraf werd JAGD AUF DICH (Ernst Angel, 1930) vertoond. Gerestaureerde kopie.
  • 23 december 2000 in Lantaren/Venster, begeleid door het Alliage orkest. Gerestaureerde kopie.
  • 23 juli 2009, in Cinema Lumière (Brugge), tijdens het Zomerfilmcollege, begeleid door Hilde Nash. Gerestaureerde Belgische distributiekopie (Frans-Nederlandse tussentitels, 1775 meter, 71 min, 22 b/s).
  • 1 mei 2009, in Lantaren/Venster, met muzikale begeleiding door Wim van Tuyl (piano). Gerestaureerde kopie.
Aankondiging:
zondag 23 februari 2014, in Eye (Amsterdam), met een nieuwe score van Albert van Veenendaal, uitgevoerd door Oene van Geel (altviool), Miriam Overlach (harp) en Albert van Veenendaal (geprepareerde piano).

Menschen am Sonntag is beschikbaar op dvd.
  • In 2005 werd door het Filmmuseum (vanaf 2010 EYE Filminstituut Nederland) de in 1997 gerestaureerde kopie van Menschen am Sonntag uitgebracht op dvd, voorzien van de muzikale begeleiding door het Alliage Orkest, een ensemble van Rotterdamse componisten en musici. Ze componeerde een “lounge sound-scape van elektronische loops & grooves, samples en (bas)gitaar- en keyboardgeluiden”. Deze begeleiding tilt de film naar onze tijd. De componisten/musici zijn: Frank van Berkel, Arthur Sauer, Ab Heute (Joop van Brakel) en Michiel Scheen.
  • In 2006 verscheen de Duitse dvd versie, uitgebracht door Zyx Music, met een keuze tussen de muzikale begeleiding door Steven Garling en de orkestscore van Elena Kats-Chemin. 
Op de beide dvd-versies staat als bonusmateriaal de documentaire “Weekend am Wannsee” (2000, 35’) van de filmhistoricus Gerard Koll, met onder andere een interview met Curt Siodmak en actrice Brigitte Borchert.
 
Menschen am Sonntag
Duitsland, 1930, 76 min (bij 21 bldn./sec.), 35 mm, volbeeld, zwart-wit, zwijgend, Duitse tussentitels.
Regie: Robert Siodmak & Edgar G. Ulmer. Camera: Eugen Schüfftan & Fred Zinnemann. Scenario: Billy Wilder & Curt Siodmak. Productie & art-direction: Moritz Seeler.
Met: Brigitte Borchert, Christl Ehlers, Erwin Splettstosser, Wolfgang von Walterhausen, Annie Schreyer.
 
Documentatie:
 
Menschen am Sonntag is te beschouwen als een filmreportage over het alledaagse leven in Berlijn, eind jaren twintig.
Filmcriticus en journalist Siegfried Kracauer observeerde ook dit alledaagse stadsleven en verwerkte dit in een serie reportages. Zie onder andere:
  • Kracauer, Siegfried, The Mass Ornament: Weimar Essays, Thomas Y. Levin (ed.), Cambridge: Harvard UP, 1995 (oorspronkelijk 1963).
  • Kracauer, Siegfried, Strassen in Berlin und anderswo, Berlin: Das Arsenal, 1987 (oorspronkelijk 1963).
  • Stalder, Helmut, Siegfried Kracauer: Das journalistische Werk in der “Frankfurter Zeitung”, 1921-1933, Würtzburg: Köningshausen und Neumann, 2003.
  • Kracauer, Siegfried, Die Angestellten (1930). Translation: The Salaried Masses: Duty and Distraction in Weimar Germany.
 
Ook romanschrijver Joseph Roth werkte in Berlijn als journalist, in de periode 1920-1933. Zie onder andere:
  • Michael Bienert (ed.) Joseph Roth in Berlin. Ein Lesebuch für Spaziergänger (2010).
  • Joeph Rott, What I Saw: Reports from Berlin 1920-33, London: Granta (2003)
 
Over Berlijn in de Weimar periode, zie onder andere ook:
  • Franz Hessel, Ein Flaneur in Berlin. Met foto’s van Friedrich Seidenstücker (1929). Heruitgave: Berlin, Verlag Das Arsenal, 2011.
  • Franz Hessel, Spazieren in Berlin, Heruitgave: Berlin, Verlag für Berlin-Brandenburg, 2011.
  • Ruth Glatzer (ed), Berlin zur Weimarer Zeit: Panorama einer Metropole (2000).
 
Films over Berlijn in de Weimar periode:
De groep “Zillefilms” in de jaren 20: sfeerfilms over het Berlijnse proletariaat, arbeiders en werklozen in de huurkazernes, in krappe woningen aan het ‘Hinterhof’, o.a. DIE VERRUFENEN (1925, Gerhard Lamprecht, vrije vertaling van de titel: ‘de beruchte mensen’. Engelse titel: The Slums of Berlin). Plus nog drie films: DIE UNEHELICHEN;  DIE DA UNTEN;  DIE GESUNKENEN.
1.      Die Stadt der Millionen: Ein Lebensbild Berlins (Adolf Trotz, 1925, 80’).
2.      Berlin, die Sinfonie der Grossstadt (Ruttmann 1927, 69’). Zie http://www.peterbosma.info/?p=blog&blog=48.
3.      Markt in Berlin / Markt am Wittenbergerplatz (Wilfried Basse, 1929, 20’)
4.      Mutter Krausens Fahrt ins Glück (Piel Jutzi, 1929, 114’)
5.      Berliner Stilleben. (Moholy-Nagy, 1931, 9’)
6.      Berlin Alexanderplatz (Piel Jutzi, 1931, 90’, verfilming van de roman van Alfred Döblin). 
7.      Kuhle Wampe, oder: Wem gehört die Welt? (Slatan Dudow, 1932, 71’)
 
Over (Duitse) emigré-regisseurs in Europa en Hollywood, zie onder andere:
  • Dittrich, Kathinka, Achter het doek. Duitse emigranten in de Nederlandse speelfilm in de jaren dertig, Houten: Het Wereldvenster, 1987 (dissertatie Universiteit van Amsterdam, 1987).
  • Elsaesser, Thomas, ‘Ethnicity, Authenticity, and Exile: A Counterfeit Trade? German Filmmakers and Hollywood’, in: Naficy, Hamid (ed), Home, Exile, Homeland: Film, Media, and the Politics of Place. New York/London: Routledge, 1999. pp. 97-123.
  • Morrison, James. Passport to Hollywood: Hollywood Films, European Directors. Albany: State University of New York Press, 1998.
  • Petrie, Graham, Hollywood Destinies. European Directors in America, 1922-1931, London: Routledge, 2002 (oorspronkelijk 1985).
  • Smedley, Nick, A Divided World: Hollywood and Emigré Directors in the Era of Rossevelt and Hitler, 1933-1948, London: Intellect, 2001.
  • Taylor, John Russell. Strangers in Paradise: The Hollywood Emigres 1933-1950. London: Faber and Faber, 1983.

Literatuur over de Nederlandse Filmliga (1927-1932)
  • Beusekom, Ansje van, Kunst en Amusement. Reacties op de film als een nieuw medium in Nederland, 1895-1940, Haarlem: uitgeverij Arcadia, 2001 (handelseditie van proefschrift uit 1998).
  • Boost, Charles, Van ciné-club tot filmhuis. Tien jaren die de filmindustrie deden wankelen. Amsterdam: Meulenhoff, 1979.
  • Boost, Charles, Uitkijken, Amsterdam: Maatschappij voor Cinegrafie, 1967.
  • Brederoo, Nico, J. ’De filmtheorie van Menno ter Braak’, in: Bzzlletin, nr 54 (1978) pp. 32-39.
  • Brederoo, Nico J. ‘De invloed van de filmliga’, in: Dibbets, Karel & Frank van der Maden (eds) Geschiedenis van de Nederlandse film en bioscoop tot 1940, Weesp: het Wereldvenster, 1986, pp. 183-228.
  • Brederoo, Nico J. ‘De Filmliga in het jaar 1929’, in: B. Koeveots (ed) Bericht uit 1929: het veelzijdige gezicht van de Nederlandse samenleving ten tijde van de oprichting van het PTT Museum, Den Haag, 1989, p 46-56.
  • Burg, Jos van der, ‘De Filmliga. Film is geen lolletje’, in: De Filmkrant 2003 (sept. 1999) URL: www.filmkrant.nl.
  • Hanssen, Léon, ‘Menno ter Braak (1902-1940). Voorvechter van de kunstfilm’, in: Dibbets, Karel et. al. (eds) Jaarboek Mediageschiedenis 6: Biografische schetsen, Amsterdam: stichting beheer IISG/stichting Mediageschiedenis, 1995, pp. 30-41.
  • Heijs, Jan (red.), Filmliga 1927-1931, integrale heruitgave van het tijdschrift Filmliga. Nijmegen: Sun, 1982. URL: www.dbnl.org/tekst/_fil001film01_01/
  • Hogenkamp, Bert, ‘De Russen komen! Poedowkin, Eisenstein en Wertow in Nederland’, in: Skrien nr 144 (nov/dec 1985) pp. 46-49.
  • Hogenkamp, Bert, ‘De documentaire film in opkomst’ , in: Dibbets, Karel & Frank van der Maden (red.), Geschiedenis van de Nederlandse filmen bioscoop tot 1940. Weesp: Het Wereldvenster, 1986, pp. 148-149. Beschikbaar on-line: http://www.polderdocumentaires.nl/nl/tekst/nederlandsch.htm.
  • Hommel, Michel, ‘Al meer dan zestig jaar te wapen. Enkele historiografische en theoretische overpeinzingen bij de geschiedenis van de Nederlandsche Filmliga’, in: Jaarboek Mediageschiedenis 5 (1993), p 103-130.
  • Linssen, Céline & Hans Schoots & Tom Gunning, Het gaat om de film! Een nieuwe geschiedenis van de Nederlandsche Filmliga 1927-1933. Amsterdam: Bas Lubberhuizen/Filmmuseum, 1999.
  • Nieuwstadt, Michael van, ‘Filmliga 1927-1931 herdrukt’, in: Skrien 123 (winter 82/83), p.16-19.
  • Peters, F. ‘De Utrechtse Filmliga 1927-1931, in: TMG 2004-1, pp. ...
  • Tempel, Mark van den, ‘Niks Nederlands was de Liga vreemd’ (boekbespreking), in: De Filmkrant nr. 203 (sept 1999) p 25.

Conclusie: Menschen am Sonntag, ook doordeweeks een geweldige aanrader!