Lonesome (1928)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.
 
Lonesome (Fejos, 1928)

Eenzaamheid in de grote stad, New York.
Twee jonge mensen vieren geheel afzonderlijk hun vrije middag op Coney Island. Zullen ze elkaar krijgen? Maar natuurlijk!
 
Lonesome vormt slechts een kleine alinea in de filmgeschiedenis. Wat onderwerp betreft heeft het raakvlakken met de meer bekende The Crowd van King Vidor, ook een film over de massa in de grootstad, ook in 1928 gemaakt. Lonesome is echter te beschouwen als een mijlpaal op zichzelf. Naar verluid was de film eerst getint en voorzien van geluidscènes. In Brussel zag ik de zwijgende versie, zonder kleurtinten.
 
De beginbeelden: een slaapkamer, een wekker, een jonge vrouw. Ze wordt wakker en begint slaapdronken haar dag. Het is kwart voor zeven. Volgende scène: een jonge man slaapt, schrikt wakker, kijkt op zijn wekker. Het is tien over half acht. Reden voor hem om gehaast zijn ochtendritueel te doorlopen. In dubbeldruk zien we de tijd doortikken. Wassen, scheren, even rekken en strekken, gehaast aankleden: alles meteen up tempo, rush rush. De jongeman snelt naar een cafetaria voor een uitzinnig haastig ontbijt, mengt zich in de massa naar de subway (we zijn in New York) en rush rush naar het werk. 
Zij gaat naar een telefooncentrale, hij naar een machinefabriek. Het is een kakofonie van noeste arbeid en hoge werkdruk. Dan het verlossende fluitsignaal, het begin van een vrije middag. We volgen nog steeds dezelfde jonge vrouw en jonge man. Zijn collega heeft een meisje, haar collega’s gaan op stap. Allebei keren ze eenzaam terug in hun huurkamer. Zullen ze elkaar krijgen? Maar natuurlijk! Het gaat simpel: ieder op zich besluiten naar het stadsstrand te gaan (Coney Island) en bij hun toevallige ontmoeting in de menigte klikt het vrijwel meteen.

In deze film krioelt het voortdurend van de mensen. Het strandvermaak en later het bezoek aan het lunapark is net zo massaal en afmattend als het werk, alles is hectisch. De pianist die de film begeleidt moet bijna voortdurend forte fortissimo spelen. Massaler dan hier kan een massa niet zijn. Het verdere verloop van de handeling zal ik onvermeld laten, maar let op de vele kundige dubbeldrukken en snelle parallelmontages. Samen met de wriemelende overbevolking zorgt dit voor een prettig duizelingwekkende kijkervaring.
 
Paul Fejos werd geboren in Hongarije in een adellijke familie (zijn doopnaam is dan ook Pál Fejós, met zeven tussennamen). Hij zag zich aan zijn stand verplicht een respectabele studie te doen (het werd medicijnen), vervolgens huzaar te worden tijdens de Eerste Wereldoorlog (in een prille luchtmachtbrigade) en daarna zag hij zich gedwongen om geld te verdienen na de revolutie van 1918 die de familie berooid maakte. Hij werkte als theater- en filmregisseur (acht Hongaarse films!). Een huwelijk met een van de leading ladies mislukte, in 1923 emigreert hij naar New York. Met zijn artsdiploma kan hij gaan werken als laborant, na enkele jaren verhuist hij naar Los Angeles, aangetrokken door de lonkende perspectieven in Hollywood.
Dan begint een episode in zijn leven die in een film te onwaarschijnlijk zou lijken. Zijn mecenas wordt een jongeman die hij in de trein ontmoet en die hem 5000 dollar geeft. Fejos heeft het plan hier een lange speelfilm van te maken, over iemand die zelfmoord pleegt en die in één seconde een terugblik op zijn leven beleeft. Voor de vrouwelijke hoofdrol benadert hij Georgia Hale, die net een groot succes heeft gehad in The Gold Rush van Chaplin. Ze was ontdekt door Josef von Sternberg, die haar liet acteren in zijn debuutfilm, The Salvation Hunters (1925), een low budget productie van United Artists, met stemmige beelden van armoe in een haven, het is een melodrama waarin de held en heldin aan het eind een vernieuwd zelfvertrouwen vinden. Let op het cynisch makelaarsbord: “here your dreams come true”. Maar dat terzijde. Georgia Hale accepteert merkwaardig genoeg om in haar vrije tijd aan de film van Fejos mee te werken. Haar bijdrage wordt uiteindelijk niet meer dan een veredelde figuratie, maar toch. De rest van de cast doet overigens ook gratis mee, evenals de cameraman, de later beroemd geworden vakman Leon Shamroy. De studioruimte wordt per uur gehuurd, de sets van andere producties dienen als decor. De camera wordt op krediet gehuurd, de firma Du Pont sponsort het project in natura door gratis rollen filmnegatief. Het laboratorium werkt ook op de pof en zo kan een rasechte minimal movie gemaakt worden: The Last Moment, 1928.
Een privé preview voor twee gezaghebbende critici heeft het gewenste gevolg: in besloten kring wordt de film ‘talk of the town’. Chaplin is enthousiast en daarom toont United Artists zich bereid distributeur te zijn. Fejos krijgt op deze golf van roem een contract bij Universal, omdat de piepjonge (17 jaar!) producent Carl Laemmle Jr. vol ambitie was. Fejos wordt het archief in gestuurd om een geschikt scenario te vinden. Na lang zoeken kiest hij voor een vergeten verhaal, ooit verworven voor 25 dollar. Na enig aandringen kan Fejos aan de slag met … Lonesome. Hoofdrollen zijn voor Glenn Tyron (destijds een populair acteur, later scenarioschrijver en regisseur) en Barbare Kant (een kind-ster, die op haar 17e jaar aan haar tiende film toe was).

Fejos past niet in het studiosysteem. Hij maakt bij Universal in totaal zes films (waaronder The Last Performance, 1927 en Broadway, 1929, met cameraman Hal Mohr), maar is ontevreden en stapt in 1931 over naar MGM, waar hij ook niet kan aarden. Vervolgens gaat hij terug naar Europa en maakt films in Frankrijk, Hongarije en Denemarken. Bij de Nordisk studio maakt hij het respectabel aantal van circa tien films, maar vindt ook daar zijn draai niet. De studiobazen vragen hem wat hij wil. Hij kijkt verstrooid naar een wereldkaart en noemt lukraak Madagascar als de perfecte locatie van een nieuwe film. En zo begon vanaf 1928 zijn loopbaan als volkenkundig filmer!
 
Lonesome VS, 1928, 69 min (1888 meter, 35mm). Regie: Paul Fejos. Scenario: Edward T. Lowe Jr. & Tom Reed. Productie; Universal. Camera: Gilbert Warrenton. Met: Barbara Kent (Mary), Glenn Tyron (John).
 
Aanbevolen literatuur:
  • Cherchi Usai, Paolo, ‘Lonesome’, in: Kroniek van de stille film, nr. 12, Brussel: Koninklijk Filmarchief, oktober 1993.
  • Burns, Bryan, World Cinema: Hungary, Madison: Fairleigh Dickinson University Press, 1996, pp. 8-9.
  • Dodds, John Wendell, The Several Lives of Paul Fejos: a Hungarian-American Odyssey, New York: Wenner Gren Foundation, 1973.
  • Haudiquet, Pierre, Paul Fejos 1897-1963, Paris: Anthologie du Cinéma, 1968.
  • Koszarski, Richard, ‘It’s No Use to Have an Unhappy Man: Paul Fejos at Universal’, in: Film History, vol 17 (... 2005) pp 234-240.
  • Petrie, Graham, Hollywood Destinies: European Directors in America, 1922-1931, Detroit: Wayne State University Press, 2002 (sec ed).
  • Petrie, Graham, ‘Paul Fejos in America’, in: Film Quarterly vol 22, nr. 2 (Winter 1978-79) pp. 28-37.
  • Petrie, Graham, ‘Fejos’, in: Sight and Sound, vol 47, nr 3 (Summer 1978) pp. 175-177.
  • Yumibe, Joshua, ‘Das illuminierte Märchen zur Farbästhetik von Paul Fejos’ LONESOME’, in: Büttner, Elisbeth (ed) Paul Fejos: Die Welt macht Film, Wien: Verlag Filmarchiv Austria, 2004, pp. 62-78.

Zie ook:
  • Avant scène 253 (Octobre 1980), pp. 63-64.
  • Filmkritik (Munich) 23/8, August 1979, pp. 334-389, "Fejos Issue".
 
Internet
 
Op You Tube is de complete film te zien (in 9 delen geknipt), afkomstig van een uitzending van de Italiaanse zender Rai Tre. URL: http://www.youtube.com/watch?v=iNDzHLzsHQc. De beeldkwaliteit is matig. Toegevoegde sound track: muziek van Tursia Beridze. Posted by ‘Paulistab’).