En rade (1927)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma
En rade (Alberto de Cavalcanti, 1927)
 
Regisseur Cavalcanti slaagde erin een poëtische filmimpressie te maken van een grote havenstad. EN RADE ademt overtuigend en meeslepend de sfeer van de zeehaven: de kade met vertrekkende boten en de overslag van goederen, de roep van verre landen en talloze onvervulde dromen achter de horizon...

Daar bij die haven...
Een naïeve jongeman in Marseille raakt verliefd op de serveerster van het havencafé. Hij droomt ervan samen met zijn liefje te vluchten en heeft al stiekem een passagebiljet voor twee personen naar Valparaiso gekocht. Zijn moeder, een robuuste wasvrouw, is argwanend. Een melancholieke havenarbeider pleegt een wanhoopsdaad.
De sfeer in het havencafé wordt meeslepend uitgebeeld. We zien een rokerige kroeg, bevolkt door types met tatouages en littekens. De frêle serveerster wringt zich met haar volgeladen dienblad langs de tafeltjes met mannen met verlopen drankkoppen, ze wordt opgejaagd door de tirranieke cheffin. Aanvankelijk zien we alleen haar dikke arm die ongeduldig op het doorgeefluik bonst.
Buiten het café liggen de kades, waar lege tonnen opgetast liggen. De dromende jongen loopt langs een schip in een droogdok. Deze kortstondige impressies geven de film een onbestemd karakter, het zijn tijdloos fascinerende beelden. Het eerste afspraakje van de jongen en de serveerster gebeurt tegen de achtergrond van een stapel koffiebalen, waar gefingeerde namen van exotische landen op gekalkt zijn: Braila, Constanza, Sulina, Galatz. Zo zijn er meer momenten die in de herinnering van de kijker zullen beklijven.

De Nederlandse romanschrijver Lodewijk Van Deyssel zag de film in de jaren twintig en was onder de indruk: “Het ogenblik in Cavalcanti‘s film waar de haar zoon zoekende moeder tussen de muren kalkvoorraden (of iets dien overeenkomstigs) gaat en een ander, de slapende idioot, vindt, is de hoogste verheffing van het werk. (-) op dat ogenblik wordt de werkelijkheid in haar gewone voorkomen symbool. Dat betekent dat de gewone werkelijkheid het wezen aanneemt van een visionnair motief.” (geciteerd uit: “Boek en Kunst”)
 
Achtergrondinformatie
Alberto de Almeido Cavalcanti is een cosmopliet die zich niet makkelijk onder één noemer laat vangen. Ten eerste leefde en werkte hij in diverse landen (Brazilië, Frankrijk, Engeland, Hollywood en opnieuw Brazilië), ten tweede vervulde hij vele functies in het filmbedrijf. Zo begon hij als art-director, was hij regisseur van zeer uiteenlopende films en fungeerde hij als bezieler en producent van talloze films. In zijn Franse periode (1925 – 1929) verwierf hij faam met de avantgarde stadssymfonie: RIEN QUE LES HEURES. Het allereerste programma van de Nederlandse Filmliga in 1927 in Amsterdam bestond uit drie avantgarde-films van Cavalcanti, die als gast aanwezig was en een inleiding gaf.
Cavalcanti over Catherine Hessling: “Ze was een bijzonder rusteloze actrice, en helemaal bezeten van Chaplin. Het was moeilijk haar ‘in de hand te houden’, ze zou de neiging hebben om te ‘imiteren’, maar het resultaat was steeds opwindend.”

Cavalcanti had eerder samengewerkt met Catherine Hessling in de korte film LA P‘TITE LILY (Alberto Cavalcanti, 1927), een speelse uitbeelding van het gelijknamig liedje.
Catherine Hessling verwierf faam als muze van haar echtgenoot Jean Renoir. Hun eerste film samen was LA FILLE DE L‘EAU (1924), zij speelt hierin een schippersdochter die wordt geterroriseerd door haar oom, een bruut die haar aanrandt en afperst. De film is een ongepolijst schetsboek, met tal van plotselinge verhaalwendingen en ook een prachtige nachtelijke waanzinscène. De openingsbeelden van een vrachtboot die langzaam voortgetrokken wordt door een paard op het jaagpad zijn prachtig, maar voor een blik op de binnenvaart moeten we zijn bij André Antoine, met zijn L’Hirondelle et la mésange (1920) en natuurlijk bij de geluidsfilm L‘ATALANTE (Jean Vigo, 1934), met Dita Parlo in de hoofdrol.
 
Enkele andere Franse havenfilms uit de jaren twintig
In 1947 maakte Jean Epstein in Bretagne nog de korte film LE TEMPESTAIRE (22 min). Zie ook de documentaire ‘Jean Epstein, Young Oceans of Cinema’ (James June Schneider, 2011). Zie ook http://www.sensesofcinema.com/2010/great-directors/jean-epstein

 

Zwijgende Franse films, gesitueerd in het milieu van de binnenvaart:
  • L’Hirondelle et la mésange (France, 1920, 78 min, regie: André Antoine. Scenario: Gustave Grillet. Met: Maguy Deliac, Pierre Alcover, Louis Ravet).
  • La Belle Nivernaise (Jean Epstein, 1924)
En natuurlijk de geluidsfilm L’Atalante (Jean Vigo, 1934).

Verder lezen
 
Credits
En rade. Frankrijk, 1927, 94 min. (1914 meter, 19 b/s), Franse tussentitels.
Regie: Alberto Cavalcanti. Met: Georges Charlia (de jongen), Catherine Hessling (serveerster), Nathalie Lissenko (de moeder), Thomy Bourdelle (havenarbeider), Phillipe Hériat (de idioot, een voormalig zeeman), Pierre Hot. Productie: Neofilm.
 
De kopie van EN RADE werd gerestaureerd op basis van een nitraatkopie uit Milaan. De Nederlandse vertaling van de titel is “Op de reede“, de Engelse distributie-titel was SEA FEVER.
 
Gezien in Lantaren/Venster op 9 februari 2003 en Filmhuis Den Haag 16 februari 2004.
Martin de Ruiter componeerde een nieuwe score voor de bijzondere trio-combinatie van bandoneon, marimba en cello. Uitgevoerd door: Martin de Ruiter (bandoneon), Tatiana Koleva (marimba) en Annie Tangberg (cello).
 
Tevens vertoond op het festival Film by the sea, 17-9-2009, begeleid door Maud Nelissen (piano) en Frido ter Beek (saxofoon).
 
Jan Engelman - En rade, vocalise voor Cavalcanti
 
Groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee
 
Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Singapore
achter de vest
 
stem die mijn slaap doorzong
waterklok, watertong
koperen long van de ree
 
Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Senegal
wijd van het nest
 
hang die mijn ziel doordrong
waterdroom, watersprong
loeiende gong neem mij mee
 
Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Zanzibar
buiten is best
 
groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee
 
uit: 'Sine Nomine' (1930) van Jan Engelman (1900-1972).
 
De titel En rade (aan de ree) is een verwijzing naar de film 'En Rade' van de Alberto Cavalcanti met beelden van een stapel suikerzakken met het opschrift: Sulina Braïla Sulina Brest Sulina Singapore.
Een vocalise is een zangoefening op één klinker of een gedicht dat op klankassociaties berust.
 
Bronnen: