EYE - Eliso (1928) ... & Namus (1928)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.

Twee zwijgende films over liefde in de Kaukasus.


Eliso (1928).
Een Georgische zwijgende film die op het erepodium van de canon mag.

De periode van de zwijgende film duurde ongeveer een kwart eeuw (1895-1930) en heeft een stortvloed aan titels opgeleverd. De canon van de zwijgende film lijkt anno 2008 in grote lijn wel gevormd te zijn. De evaluatie van deze periode is mede overzichtelijk geworden omdat het corpus beschikbare films ernstig is geslonken door verlies en vergankelijkheid van de nitraat-kopieën. Toch is het nog steeds mogelijk dat we te maken hebben met een meesterwerk dat nagenoeg onbekend is.
De Georgische zwijgende film Eliso (1928) is een voorbeeld van een dergelijke vondst. De eigentijdse Nederlandse toeschouwer moet bij Eliso wel in staat zijn drie hordes te nemen: het trotseren van de ‘geluidsbarrière’, de tijdsbarrière en de cultuurbarrière, want we hebben het hier over een zwijgende film, uit 1928, uit Georgië en het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw.
Eliso (1928) is ten onrechte een onbekende film, waarom dat onterecht is hoop ik hier duidelijk te maken. Voor het gemak voeg ik in een bijlage een uitvoerige synopsis toe. Eliso (1928) is een flonkerdiamant die met recht op het erepodium van de canon mag staan.

Hier volgen mijn argumenten, netjes op een rij gezet. Ten eerste: Eliso (1927) gaat over de strijd tegen Russische bezetters van een bergdorp in de Kaukassus. Ten tweede: De film bevat een liefdesverhaal met een christelijke held (de schaapherder Vazja) en een Islamitische heldin (het dorpsmeisje Eliso). Ten derde: Regisseur Nikolaj Sjengelaja (1903-1943) is te beschouwen als één van de grote pioniers van de Georgische cinema en samen met zijn vrouw Nato Vasjnadze is hij de grondlegger van een dynastie van filmmakers. En ten vierde: Eliso is een indrukwekkende film op zichzelf. Hier een korte uitweiding van mijn vier argumenten:
 
1. Het tijdloze en actuele verhaal
Eliso gaat over Russische bezetters van een bergdorp in de Kaukassus, rond 1864. Het tsaristische leger voert een wrede oorlog, de Russische overheid wil de landbouwgrond en het vee inpikken. In deze film vervullen de Russen (en de Kozakken) de schurkenrol. Iedereen met een Russisch uniform is ofwel een domme bureaucraat of een laffe gemene kerel. Het is onzeker hoe het Georgische publiek in 1928 de film zal hebben gezien, maar voor een publiek in 2008 is het bijna onvermijdelijk de parallel met Tsjetsjenië of Afghanistan te maken. De Russische aanwezigheid in de Kaukasus en het verzet van de bevolking hiertegen heeft helaas een tijdloze actualiteit.
Het scenario van Eliso werd geschreven door Sergej Tretjakov en Sjengelaja, het is een bewerking van het boek van de Georgische auteur Alexandr Kazbegi, gebaseerd op een historisch voorval in de 19e eeuw toen de Russische overheid de veroverde gebieden in de Kaukasus poogde te russificeren. Dit thema van imperialisme klinkt ook door in de Russische literatuur, denk aan de roman Een held van onze tijd van Lermontov of het korte verhaal De gevangene van de Kaukasus van Lev Tolstoi, dat verfilmd is als Prisoners of the Mountain (Sergei Bodrov, 1996). Ook in de Armeense zwijgende film Namus (Hamo Bek-Nazaryan, 1926) zien we Russische militairen rondlopen in het verhaal dat zich afspeelt aan het begin van de 20e eeuw, ook in die setting worden ze uitgebeeld als verachtelijke mannen.
 
2. Multiculturele liefde
Eliso (1928) bevat een liefdesverhaal met een christelijke held (de schaapherder Vazja) en een Islamitische heldin (het dorpsmeisje Eliso). De held redt het vee van de dorpsbewoners en hij waagt zijn leven voor hen, maar toch krijgt hij aan het eind van de film te horen: “Je bent anders, en je zult nooit iemand van ons worden”. Er is dus sprake van een diep gewortelde maatschappelijke verdeeldheid op basis van godsdienst. Ook dit heeft helaas een tijdloze actualiteit. De heldin is een jonge zelfbewuste vrouw, die het aandurft het uitdrukkelijk bevel van haar vader te negeren, ze steekt eigenmachtig het verlaten dorp in brand. Toch kiest ze aan het eind voor ‘eigen volk’ en niet voor de liefde.
 
3. De talentvolle regisseur
Regisseur Nikolaj Sjengelaja (1903-1943) is te beschouwen als één van de grote pioniers van de Georgische cinema. Hij was aanvankelijk een veelbelovende dichter, in de kring van het Futurisme. De taalkunstenaar Vladimir Majakovski behoorde tot zijn vrienden. Sjengelaja raakte gefascineerd door het filmvak als regie-assistent van twee films van Kote Mardsjanisjvili en besloot zelf films te gaan maken bij de Groezija Studio in Tbilisi (in 1923 opgericht, één van de eerste studio's in de Centraal-Aziatische republieken van de Sovjet-Unie. Hier maakte hij zijn eerste speelfilm. Zijn debuut Eliso (1928) werd meteen een triomf. In de Pravda verschenen lovende commentaren op de film en de 25-jarige regisseur. Regisseur Sjengelaja toont zich inderdaad een meester in de montagestijl, in de beste tradities van de Sovjet cinema). Vijf jaar na Eliso maakte Sjengalaja zijn tweede film: De 26 commissarissen (1933). Dit is een picturaal overweldigende weergave van de moord in 1918 in de frontstad Bakoe (in Azerbedzjan) op 26 bolsjewisten, die streden tegen de bezetting van de olievelden door Engelse en Duits-Turkse legertroepen. Het script zou eerst verfilmd worden door Vsevolod Meyerhold, maar hij gaf na een jaar de opdracht terug. Ook Abram Room zag ervan af. Uiteindelijk deed Sjengelaja de regie, in dienst van Azerkino, de nieuwe studio van Azerbedzjan. Omdat deze studio niet over voldoende financiële en technische middelen kon beschikken, werd deze productie nog in 1933 als een zwijgende film uitgebracht.
Nikolaj Sjengelaja en zijn vrouw Nato Vasjnadze zijn te beschouwen als grondleggers van een dynastie van filmmakers. Eldar Sjengelaja (1933) is hun oudste zoon, Giorgi Sjengelaja (1937) is hun jongste zoon. Eldar Sjengelaja maakte onder andere Blue Mountains (1984) en zijn jongere broer Giorgi maakte onder andere Pirosmani (1969). Beide broers werden in Nederland geïntroduceerd door het Filmfestival Rotterdam (Film International) en hun films werden in de jaren tachtig gedistribueerd in het Nederlandse niet-commerciële vertonerscircuit (zie o.a. De Filmkrant, nulnummer, april 1981, p 7. Integrale reprint in De Filmkrant 276, april 2006).
Eldar Sjengelaja was destijds te gast in Nederland, hij vertelde tijdens een interview op het filmfestival van Rotterdam in 1981 over de intrigerende geschiedenis van zijn familie: “Mijn moeder kwam al bij de film toen die maar net zijn intrede in Georgië had gedaan. Filmmakers ontdekten een foto van haar in de etalage van een fotograaf. Binnen een paar jaar was Nato Vasjnadze uitgegroeid van eenvoudig dorpsmeisje tot een actrice met een faam die niet veel onderdeed voor de Hollywoodsterren. Wel was haar salaris natuurlijk veel lager. Mijn vader Nikolaj was in die tijd schrijver. Hij behoorde tot de linkse avantgardistische stroming. Op een dag klom hij bij een plein in een boom en proclameerde zijn gedichten. Juist toen hij op het hoogtepunt van zijn voordracht was, kwam er een regisseur langs. Mijn vader moest uit de boom naar de auto komen en kreeg een baan als regie-assistent aangeboden.”
(Bron: Erik Daams, ‘Georgië, volgens Iosseliani, Rechwiaswili en Shenguelaia & zonen. Interview met Eldar Shenguelaia’, in: Kijkschrift, nr 44, 1981, blz 2-5).
 
4. Een zelfstandig kunstwerk
Een hedendaags publiek kan Eliso ook ervaren als een interessant voorbeeld van wereldcinema. Shengelaja heeft bijvoorbeeld een goed gevoel voor de visuele aantrekkingskracht van de exotische folklore van zijn geboorteland. Het verhaal over tergend onrecht en machtsmisbruik is neergezet tegen de achtergrond van de schitterende berglandschappen (hulde aan de cameraman Vladimir Kereselidze!). Een treffend voorbeeld van de combinatie van vakmanschap en een dichterlijk oog vormt de scène van de ‘lezginka’, een traditionele dans. De opzwepende dans wordt voortreffelijk in beeld gebracht in een zeer dynamische montage, met een steeds sneller ritme. Sjengelaja toont de hypnotiserende en louterende kracht van deze dans. Eerst als vreugdedans, bij de bouw van het huis aan het begin van de film, later als uiting van uitzinnige en verontwaardigde rouw, aan het eind van de film. De dansscènes hebben dus een narrative functie, de collectieve uiting van vreugde en van verdriet vormen twee markeringen in het verhaal van de film. Sergej Eisenstein toonde in Oktyabr (1928) terloops ook een ‘lezginka’, maar toen hij Eliso had gezien gaf hij ruiterlijk toe dat de versie van Sjengelaja beter was dan de zijne. Een mooi compliment uit de mond van deze grootmeester!
Naar mijn mening toont Sjengelaja zich op jonge leeftijd een meester in de montagestijl, in de beste tradities van de Sovjet cinema. In Eliso is sprake van een goed gecomponeerd beeldritme, een bewuste opbouw van een statisch begin naar een dynamisch einde. Zijn film biedt een mix van individuele heldhaftigheid in de strijd tegen de Russen en een lyrische klaagzang over collectief leed van de dorpsbevolking. Daarnaast is het een film waar grote vakbekwaamheid uit spreekt, met kundige parallelmontages en effectvolle ensceneringen.
Filmhistorica Denise J. Youngblood beschrijft Eliso in de volgende lovende bewoordingen:
“The director had strong pictoral and dramatic instincts and good control over the silent film techniques of closeups and rhythmic editing. Eliso’s stealthy return to the village is beautifully done, only shadows showing the course of the action. Shengelaia also showed a sense of humor rare in Soviet melodrama, turning a swordfight in a hilarious parody of a Fairbanks swashbuckler. The hero battles Russians in the general’s office from under a table, then with his back against a door, holding off dozens of attackers on both sides.”
(Bron: D.J. Youngblood, Soviet Cinema in the Silent Era, 1918-1933, Austin 1991, p 182).
En tot slot kan de toeschouwer Eliso ook ervaren als een indrukwekkend autonoom kunstwerk en beseffen dat de huidige actualiteit van burgeroorlog in Georgië weinig ruimte laat aan kunst en cultuur. Alleen al daarom is aandacht voor het filmerfgoed uit dit door conflicten geteisterde land een noodzaak, als aanvulling op de berichtgeving in de nieuwsreportages en als basis voor het koesteren van de menselijke waarde in tijden van maatschappelijke crisis.
 
Het filmerfgoed komt opnieuw tot leven, tachtig jaar na dato
Eliso (1928) is zelden te zien op het grote doek. Het Filmmuseum heeft op zondag 6 april 2008 de gerestaureerde archiefkopie van Eliso gepresenteerd, in het kader van de serie Cine-concerten. Pianist Wim van Tuyl en sopraan Pien Straesser verzorgen de muzikale begeleiding en brengen een vergeten meesterwerk opnieuw tot leven met een nieuwe score.
Ze kozen voor het invoegen van bestaande liederen. Voor de keuze van de liederen hebben de twee musici gezocht in het aanbod van het Russische repertoire en gekeken op welk moment een lied in te passen is in de film. Hun research en hun dramaturgische afwegingen bracht hen op composities van M. Moessorgski, P.I. Tsjaikovsky, R.K. Sjedrin en D. Shostakovitsj.
- Van Tsjaikovsky werd het lied ‘Nur wer die Senhnsucht kennt’ gekozen (geselecteerd uit de verzameling Mignon liederen, de tekst van Goethe is vertaald in het Russisch). Dit lied over het verlangen naar de liefde wordt aan het begin van de film ingezet, wanneer Vazja het dorp van Eliso bezoekt en ze elkaar van een afstand heimelijk aankijken. Hun liefde is wederzijds, maar kan niet uitgesproken worden: hij is christelijk en zij is moslim. Het lied keert terug aan het eind, als ze smartelijk afscheid moeten nemen omdat de vader van Eliso hun verbintenis blokkeert.
- Van Moessorgski wordt aan het begin van de film zijn bewerking van het traditionele Oekraïense danslied ‘Hopak’ gebruikt, bij de scène waarin de dorpsbewoners gezamenlijk een huis bouwen (de tekst van Sjevtsjenko gaat over kozakken en vrolijke dronkenschap).
- Shostakovitsj komt aan bod met het lied ‘The city sleeps’ bij de scène waarin het herdersjongetje huilend komt melden dat het vee is gestolen. Van dezelfde componist klinkt ook het ‘Lied van Ophelia’ (beide liederen maken deel uit van de Zeven Romances naar gedichten van Alexander Blok, opus 127, 1967).
- Bij de charge van de Kozakken op de weerloze dorpelingen klinkt het lied ‘Through the leafy forest’ van Sjedrin.
- Wanneer de dorpelingen aan hun uittocht beginnen klinkt de melancholieke aria van Tsjaikovsky ‘Farewell, dear land, familiair fields and meadows’ (uit de opera Jeanne d’Arc). 
- Bij de sterfscène van de dorpsvrouw tijdens de exodus klinkt een tweede lied van Moessorgski, een dramatische Serenade (ofwel Ständchen, uit de verzameling liederen en dansen van de dood, gecomponeerd in 1870, op tekst van A.Golenisjtsjev-Kutusov).
 
Een gedeelte van deze tekst verscheen in mijn artikel ‘Eliso (1928) en het netwerk van Nederlandse poortwachters bij de vertoning van zwijgende films met muzikale begeleiding’, in TMG jrg 11, nr 1 (zomer 2008), pp. 4-21.
 
Eliso - Sovjet Unie 1928, circa 105 minuten, zwart/wit, zwijgend.
Regie: Nikolaj Sjengelaja. Scenario: Sergej Tertjakov & Nikolaj Sjengelaja, gebaseerd op de roman van Alexandr Kazbegi (Kazbek). Camera: Vladimir Kereselidze. Productie Goskinprom-Groezija, Georgië. Met: Kira Andronikasjvili, Kokta Karalasjvili, Aleksandr Imedasjvili, I. Mamporija, Aleksander Zorzoliani, T. Poetsoenava.

foto: Collectie EYE Film Instituut Nederland.
 
De synopsis van Eliso
De film opent met een dienstbrief: in 1864 krijgen Russische troepen de opdracht het Tsjerkessische bergdorp Verdi te ontruimen en de moslimbevolking te deporteren naar Turkije. De legeraanvoerder stuurt een telegram dat hij de order gaat uitvoeren.
In het bergdorp zien we dat de Eliso, de dochter van de dorpsoudste, een oogje heeft op de herder Vazja, afkomstig van een ander dorp. Eliso is moslim (ze loopt gesluierd), Vazja is christelijk (wat te zien is aan een kruisje op zijn vest). In het dorp wordt over hen geroddeld. De dorpsbevolking is ondertussen in grote onderlinge solidariteit bezig met de bouw van een huis voor een arme weduwe. De modder wordt met de voeten gekneed en vermengd met stro. Vrouwen en mannen werken allemaal eensgezind mee, er ontstaat spontaan een vreugdedans. Dan ziet Eliso aan de andere kant van het dal een brigade Kozakken manoeuvreren. Ze hebben het naburig dorp ontruimd en zoeken een volgende slachtoffer. Een stel herders heulen tegen betaling met de vijand, ze willen de dorpsbewoners van Verdi provoceren tot verzet door hun vee op te jagen. Vazja verijdelt echter in zijn eentje de boze opzet met enkele welgemikte schoten uit zijn geweer. In het dorp is iedereen blij dat het vee veilig is. De dorpsoudste merkt dat er door een rivaal opzettelijk geweren bij zijn huis zijn verborgen, zodat de Kozakken een aanleiding zullen hebben tot vergelding. Net op tijd zorgt de dorpsoudste ervoor dat de geweren uit het dorp verdwijnen zijn.
Vazja maakt een lange reis maakt naar de Russische legercommandant die hij dwingt een tegenbevel te ondertekenen, een brief waarin staat dat het dorp niet ontruimd moet worden. Vazja heeft zelf baat bij de vrije toegang tot de bergweiden voor zijn kudden, maar hij werpt zich ook op als beschermer van de islamitische dorpsbewoners, uit liefde voor Eliso. De passage op het kantoor van de Russische generaal biedt een komische persiflage op het bureaucratische leven op een afgelegen legerpost. De reis van Vazja naar de generaal wordt in een parallelmontage afgewisseld met het verhaal over wat er in het dorp gebeurt. De Kozakken arriveren en proberen de bevolking te verleiden tot vrijwillig vertrek. De dorpsbewoners weigeren en laten zich ook niet intimideren door een charge te paard. Ze confronteren de Kozakken met een vredelievend verzet, hun sit-down actie heeft aanvankelijk succes. Maar de Kozakkenaanvoerder slaagt erin tweedracht te zaaien in het dorp, een deel van de bevolking laat zich verleiden tot overgave, dankzij een doortrapte truc van de legeraanvoerder: hij doet schone beloftes aan een afgunstige oude man en zijn ambitieuze echtgenote: zij zullen de leiding over het dorp krijgen. De bevolking moet in het holst van de nacht evacueren. Als een lang lint trekken ze door de woeste bergen, op weg naar Turkije “ Ze gaan de donkere nacht in, op weg naar een onbekende toekomst’. De herder Vazja is inmiddels op de terugweg, met de ondertekende brief van de generaal. Hij is gewond geraakt aan zijn voet en is daardoor langzaam. Een dorpsjongetje loopt hem tegemoet en neemt de brief mee. Eliso ontvangt de brief, heimelijk keert ze ’s-nachts terug in het dorp, maar de brief heeft geen nut meer. Eliso zet het dorp in brand. De Kozakken houden meteen een telling van de dorpelingen, op zoek naar de brandstichter. Eliso komt net op tijd terug om zich te melden. De volgende ochtend is de ellende van de vluchtelingen al snel groot, er is nijpend gebrek aan voedsel en water. Een jonge moeder sterft, ze laat een jonge zoon achter, Eliso krijgt de zorg over de wees . De dorpoudste zweept de verdreven dorpsbevolking op om hun woede en hun rouw te uiten in een wilde dans. De dorpelingen zien Vazja aankomen en zien hem als bron van alle ellende. Eliso beschermt hem. Eliso en Vazja nemen afscheid: een huwelijk is niet toelaatbaar vanwege het verschil in religie. Geen happy end dus voor ons liefdeskoppel. Eliso trekt met haar dorpsgenoten verder in een exodus naar Turkije, het dorp Verdi zal nooit meer bewoond worden.
 
Achtergrondliteratuur bij Eliso
- Erik Daams, ‘Georgië, volgens Iosseliani, Rechwiaswili en Shenguelaia & zonen. Interview met Eldar Shenguelaia’, in: Kijkschrift, nr 44, 1981, blz 2-5.
- Michel Hommel & Mark-Paul Meyer & Gertjan Zuilhof (red), Sovjetfilms. NFM/IAF distributiecatalogus, Amsterdam: Nederlands Filmmuseum, 1991.
- Anna Lawton (ed), The Red Screen: Politics, Society, Art in Soviet Cinema, New York: Routledge, 1992.
- Jay Leyda, Kino: A History of the Russian and Soviet Film, Princeton: Princeton UP, 1983 (3rd ed).
- Peter Kenez, Cinema and Soviet Society, 1917-1953, New York: Cambridge UP, 1992.
- Jean Radvanyi (ed), Le cinéma Georgien, Paris: Centre Georges Pompidou 1988.
- Denise J. Youngblood, Movies for the Masses. Popular Cinema and Soviet Society in the 1920’s, New York: Cambridge UP, 1992.
- Denise J. Youngblood, Soviet Cinema in the Silent Era, 1918-1933, Austin: University of Texas Press, 1991 (oorspr. 1985).  

Eliso (Nikolaj Sjengelaja, 1928). Gezien op 6 maart 2008, Filmmuseum. Begeleiding: Pien Straesser (zang) en Wim van Tuyl (piano). Tevens 24 oktober 2005, in het Filmhuis Den Haag en 18 november 2007, in Lantaren/Venster (Rotterdam).

Namus (1928). Een Armeense zwijgende film over eerwraak
Het verhaal begint in 1895: een aardbeving verwoest een Armeens dorp. We zien hoe mensen onder het puin gehaald worden. De rijke kleermaker Barkhoudar en de klunzige pottenbakker Haïro zijn buren, ze overleven allebei de ramp. De tuinmuur tussen beide huizen is verwoest, de kleermaker ziet hier een teken in dat zijn dochtertje Soussan zal trouwen met Sejran, het zoontje van de pottenbakker. De kinderen groeien samen op en ze worden verliefd.
De jongen is echter iets te hartstochtelijk en bezoekt zijn geliefde heimelijk. Hiermee schendt hij de regels van de eeuwenoude erecode, die voorschrijft dat bruid en bruidegom elkaar voor het eerst zien op hun trouwdag. Het hele dorp roddelt hierover, zowel vrouwen als mannen. De vader van het meisje ontsteekt in woede: hij is onteert, hoe kan hij leven met deze schande! Hij slaat zijn dochter, hij slaat zijn vrouw en hij besluit dat Soussan met een andere man zal trouwen, de handelaar Roustam.
Deze afgedwongen bruiloft is een groot feest, waar iedereen dronken wordt. De Russische militairen toosten ijverig mee. De ontroostbare Sejran verdrinkt zijn verdriet in de kroeg. Een begripvolle herbergier kalmeert zijn wanhopige gast.
Dit is niet het einde van het verhaal... De finale speelt zich af in de sneeuw, wat een wonderlijke sfeer geeft. Sejran is verbitterd en permanent dronken, in de kroeg ontmoet hij de echtgenoot van zijn geliefde. Hij weet bij hem achterdocht te wekken door te suggereren dat ze niet maagdelijk was op de huwelijksdag. De echtgenoot weet dat hem als man van eer nu nog maar één ding te doen staat...

Dit verhaal over eerwraak is helaas nog steeds actueel, helaas ook in Nederland. De Armeense regisseur Hamo Bek-Nazaryan (1892-1965) maakte er een nog altijd meeslepende film over.
Hij begon zijn filmcarrière in 1914 als acteur in Russische films (zijn naam wordt ook geschreven als Amo Bek-Nazarovi), In de jaren twintig was hij directeur van de filmstudio Goskinprom in Georgië en werd daarna een van de grondleggers van de Armeense cinema. Namus is zijn vierde film. Hij regisseerde onder andere de eerste Armeens gesproken film, Peop (1935).
 
Namus (Honour), Armenië, 1926, 84 min. (18b/s), zwart-wit, zwijgend.
Regie: Hamo Bek-Nazaryan. Produktie: Haykino (in samenwerking met Goskinprom, Georgië). Scenario is gebaseerd op de roman van A.Shirvanzade. Met: M.Shahubatyan-Tatieva, Samevel Mkrtchyan, Hrachia Nersisyan.

In 2005 is Namus uitgezonden door Arte.

Namus (Hamo Bek-Nazaryan, 1926). Gezien op 2 november 2009 in Filmhuis Den Haag. Begeleiding: Wim van Tuyl (piano).

Met dank aan Erik Daams.