EYE - Down Hill (1927)


De actualiteit van de zwijgende film. Een blogtekst van Peter Bosma.
 
Downhill (Alfred Hitchcock, 1927)

Een vroege Hitchcock
Hitchcock biedt talloze speelse grapjes in zijn enscenering. Hij maakt ook deze zwijgende film zeer levendig door goed geplaatste details en een typische lichtvoetige humor. DOWNHILL begint in een kostschool, het is een ironische observatie van de sfeer in dit zeer Britse instituut.
 
Zoals de titel DOWNHILL al suggereert gaat het leven van de hoofdpersoon bergafwaarts: een jongeman uit gegoede kringen neemt de schuld op zich wanneer zijn schoolvriend een vrouw zwanger maakt. Zijn vader wijst hem verontwaardigd de deur, wat het begin is van een avontuurlijk leven. Met jeugdig élan ondergaat hij tal van beproevingen, eerst in Londen, dan in Parijs en tenslotte raakt hij aan lager wal in Marseille. Is er nog hoop voor hem?

De opbouw van het verhaal wordt afgebakend door drie tussentitels.
De eerste episode, gemarkeerd door de tussentitel “De wereld der jeugd” toont de idyllische wereld van de privé-school, met de scholier Roddy Berwick als middelpunt. De jongen is populair en blinkt uit in sport. Medeleerlingen en leraren juichen hem toe. Hitchcock neemt de tijd om de sfeer op de kostschool op te roepen, met een rugbywedstrijd, kwajongensstreken bij maaltijd en een afspraakje met een flirtend winkelmeisje. Roddy wordt door zijn kameraad Tim Wakely meegesleept naar een snoepwinkel, waar hij sjans heeft met de leuke verkoopster die zich graag laat verleiden. Roddy blijft op afstand, voor hem blijft het een spel. Het is grappig om te zien hoe hij nonchalant dure chocola verkoopt aan enkele jonge klanten, het winkelmeisje is wanhopig. Door zijn jeugdige leeftijd en zijn rijke afkomst is hij niet in staat de ernst in te zien van welke situatie dan ook. Roddy leeft in een zorgeloze wereld waarin problemen niet bestaan of met een bankbiljet kunnen worden weggewoven en waarin iedereen hem waardeert. Dit verandert radicaal zodra de directeur de twee jongens ondervraagt: het winkelmeisje is zwanger. Hitchcock bouwt een effectvolle suspence rondom het verhoor in de directeurskamer. Roddy wordt valselijk beschuldigd en hij zwijgt om zijn vriend te beschermen. De directeur stuurt hem van school en thuis stuurt zijn vader hem het huis uit.

De tweede tussentitel “The World of Make Believe” ontbreekt in onze kopie, maar de symbolische scène dat Roddy op een roltrap langzaam uit beeld verdwijnt markeert nadrukkelijk genoeg de overgang naar de wereld van de illusies. Hitchcock speelt met onze verwachtingen: we zien hoe Roddy een mondain koppel bedient op een terras, dit blijkt een toneelscène te zijn. Met grote naïviteit wordt hij halsoverkop verliefd op de steractrice, die natuurlijk voornamelijk geïnteresseerd is in zijn geld. Ze trouwen, maar de kleine erfenis van een tante die hem ten deel is gevallen wordt er in korte tijd doorheen gejaagd door zijn kersverse spilzuchtige echtgenote. Hij verdwijnt ‘sadder and wiser’ naar Parijs.

De derde tussentitel “de wereld van de verloren illusies” markeert deze overgang. Roddy fungeert als taxi-dancer: een jongeman die tegen vergoeding met oudere dames danst. Hitchcock weet de sfeer van opgeschroefd vertier goed te treffen. Aan een tafeltje zit een eenzame vrouw, die aanvankelijk als een florissante verschijning getoond wordt. Zodra tegen sluitingsuur het ongenadige daglicht binnenvalt wordt deze illusie wreed verbroken. De vrouw verliest haar uitstraling bij het krieken van de dag, ook voor de toeschouwer die veilig in het donker naar de film kijkt is dit een onthutsende ervaring.

De laatste etappe is gesitueerd in Marseille: Roddy ligt koortsig in een armzalig pension. Hij is geheel failliet. De waard stuurt hem naar Engeland, in de hoop dat iemand van de familie wellicht geld over heeft voor deze berooide jongeman. Hitchcock gebruikt de passage in de scheepskooi voor de invoeging van enkele subliem gefilmde koortsvisioenen. Het happy end van de verloren zoon die terugkeert en een warm onthaal vindt wordt zoals het hoort zo snel mogelijk afgehandeld.
 
Master of silence
Alfred Hitchcock is een van de weinige regisseurs die goed uit de voeten kon met zowel de stille film als de geluidsfilm. Zijn hele oeuvre geeft blijk van een ongewoon groot talent voor het visueel vertellen van een onderhoudend verhaal.
DOWNHILL wordt gekenmerkt door een subtiel kleurgebruik in de tinting: de schoolscènes zijn in sepia, overgangspassages zijn zwart-wit en op passende momenten is het beeld in een gele of groene gloed gedompeld.
 
In DOWNHILL wordt Europa doorkruist, maar de studio werd nimmer verlaten. De hele film werd opgenomen bij de firma Gainsborough, in de Islington Studios te Londen.

Hitchcock maakte een jaar voor DOWNHILL de thriller THE LODGER (1926), ook met acteur Ivor Novello in de hoofdrol. Hij speelt de onterecht van moord beschuldigde man, een gegeven dat herhaaldelijk terugkeert in de overige films van Hitchcock. De visuele stijl van THE LODGER toont de invloed van de leerjaren in Duitsland: er is sprake van contrastrijke belichting met dreigende schaduwen en vertekende beelden met vreemde camerahoeken. De ondertitel van THE LODGER luidt toepasselijk genoeg “A Story of the London Fog”.
 
Ivor Novello was in de jaren twintig een gevierd matinee-idool, vooral populair bij de vrouwelijke bioscoopbezoeksters. In de film GOSFIELD PARK (Altman, 2002) wordt Novello opgevoerd als een van de gasten. Voor ons heeft hij een merkwaardige gelijkenis met types als Hughes Grant.
Zie verder: http://www.screenonline.org.uk/people/id/448907/ en http://www.loony-archivist.com/gosford/notes_ivor.htm 
 
Na DOWNHILL maakte Hitchcock de zwijgende film THE RING (1927) dat zich afspeelt in het milieu van de kermisboksers. Acteur Ian Hunter speelde de hoofdrol van Australisch bokskampioen. In DOWNHILL is hij te zien als de laconieke music-hall acteur Archie.

De overstap van Hitchcock naar geluidsfilm volgt daarna met BLACKMAIL (1929), die in twee versies is overgeleverd: zwijgend en met een geluidsband.
 
Downhill
GB, 1927, 116 min (20 b/s), Nederlandse tussentitels, kleur (getint). Regie: Alfred Hitchcock.
Scenario: Eliot Stannard, gebaseerd op het toneelstuk geschreven door Ivor Novello & Constance Collier, onder het pseudoniem David L'Estrange. Camera; Claude McDonnell.
Met: Ivor Novello (Roddy Berwick), Robert Irvine (Tim Wakely), Sybil Rhoda (Sybil Wakeley, Tim‘s sister), Annette Benson (Mabel), Isabel Jeans (Julia), Ian Hunter (Archie), Ben Webster, Norman McKinnel, Violet Farebrother.

Gezien op:
- 2 juli 1997 in Lantaren/Venster (Rotterdam), met pianobegeleiding (in de serie ‘Silent Treasures’ van het Filmmuseum).
- 28 december 2002, in Lantaren/Venster, begeleid door het Tosti Kwintet: Martijn van de Linde (viool), Willem van Baarsen (viool), Noortje Köhne (altviool), Saartje van Camp (cello) en Martin de Ruiter (piano).
De muzikale begeleiding is samengesteld op basis van historisch materiaal uit de collectie filmbladmuziek van het Filmmuseum, het gebruikte bronmateriaal is grotendeels afkomstig van het vermaarde bioscooporkest van de Utrechtse Rembrandt-bioscoop.
Herneming van deze begeleiding vond plaats op 13 september 2009 in het Filmmuseum, met Vera van der Bie (viool), Alex Welch (altviool), Annie Tangberg (cello) en Martin de Ruiter (piano).
- 26 februari 2009 in Lantaren/Venster, met muzikale begeleiding door Yvo Verschoor (piano), in de serie ‘het Interbellum in beeld’.
 
Verder lezen
- Harding, James, Ivor Novello, Londen: W.H. Allen, 1987.
- Ryall, Ton, Alfred Hitchcock and the British Cinema. Londen/Sydney: Croon Helm, 1986.
- Yacowar, Maurice, Hitchcock‘ s British Films, Hamden: Archon Books, 1977.
- R.A. Harris & M.S. Lasky, The Complete Films of Alfred Hitchcock, 2002.
- www.screenonline.org.uk 
- www.britmovie.co.uk 

The Hitchcock Touch in EYE, zomer 2014
  • Downhill - 3 augustus en 25 augustus 2014 - begeleid door pianist Yvo Verschoor.
  • The Farmer’s Wife - 10 augustus 2014 - begeleid door pianist Wim van Tuijl.
  • Easy Virtue - 17 augustus 2014 – begeleid door pianist Wim van Tuijl.
  • The Manxman – 24 augustus 2014 – begeleid door pianist Yvo Verschoor.
  • Champagne – 31 augustus 2014 – begeleid door pianist Wim van Tuijl.
  • The Lodger – 4 september 2014 – begeleid door pianist Yvo Verschoor
  • The Pleasure Garden – 7 september 2014 – begeleid door Miró Move:  Paul Maassen (piano, composities), Ad Colen (tenorsax en sopraansax), Bert Lochs (trompet, bugel), Mark Alban Lotz (fluiten), Coen Kaldeway (basklarinet).
  • Blackmail - 14 september 2014 - begeleid door het trio Made in Amsterdam: Annie Tangberg (cello), Bonno Lange (cello) en Jörg Brinkmann (cello).
  • The Ring – 12 oktober 2014 – begeleid door Oene van Geel (altviool)%u2028Mark Tuinstra (elektrisch gitaar)%u2028Tony Overwater (contrabas)%u2028Greg Smith (drums).
 
Mark Duguid over ‘Downhill’:
“ Despite a swift and happy resolution, Downhill is one of the darkest of Hitchcock's early films. It is also probably his most persistently misogynist work, with a succession of predatory and manipulative female characters who combine to torment Novello's hapless young hero: the tuck shop girl who falsely accuses Roddy of fathering her child; the selfish and mercenary actress who marries him for his inheritance, then abandons him when she has finished spending it; the vampiric 'Madame' who exploits his penury by hiring him out to dance with her lonely, ageing clients.
At least some of the blame for this parade of monstrous women, however, should be laid at Novello's door, and it's not hard to imagine that the play reflects the experiences of a homosexual matinee idol oppressed by unwanted female attention. Intriguingly, in the absence of a female focus, the camera's fetishistic gaze falls on Novello's suffering. One early scene is particularly revealingly: Roddy, fresh from his heroic achievements on the rugby pitch, is involuntarily seen shirtless by his best friend's sister. Roddy's reaction - grabbing a towel to conceal his naked chest - speaks as much of the actor's sexually ambiguous public persona as it does of Roddy's own character.
While the direction is occasionally clumsy - the pace is uneven, while a seemingly endless shot of a descending escalator is a clumsy symbol for Roddy's downward trajectory - and Hitchcock was characteristically disparaging about the film in later interviews, Downhill is a deceptively rich and often elegant work. The Marseilles boarding house in which Roddy hits rockbottom is lit like a Vermeer painting, and the earlier sequence in which sunlight exposes the sordid inhabitants of a dancehall is impressive, if unpleasant. Most striking is the scene in which the delirious Roddy, on a boat bound for home, sees visions of his father and his past tormentors mocking him. Inspired by his memory of stage lighting, Hitchcock had the sequence tinted a sickly green to express both nausea and mental torment. Many years later, he would employ a similar trick in Vertigo (1956).”
Bron: www.screenonline.org.uk/film/id/437747/
 
Neil Young over Downhill, in Nottingham 2006
Downhill (aka When Boys Leave Home), UK 1927, 113 min. (timed). Projected from DVD, accompanists Gunther Buchwald (violin), Neil Brand (piano), Stephen Horne (piano), John Sweeney (piano), Philip Carli (organ).
STORY : Based on a hit play by Ivor Novello and Constance Collier, Hitchcock's fourth completed feature stars Novello himself as public schoolboy Roddy, son of Sir Thomas (Norman McKinnel) and Lady (Lilian Braithwaite) Berwick. Roddy seems set for a glowing future - until he takes the "fall" for a fellow-student's "indiscretion" and finds himself on a downward spiral into shame and exile.
PLUSSES : Superlative technique from the 27-year-old Hitchcock almost - but not quite - compensates for the major script problems (see below). Camerawork is consistently imaginative and ahead-of-its-time, including some startling hand-held sequences towards the end as Roddy staggers, fever-stricken, off a boat. Most breathtakingly virtuouso touch is a complex shot pulling back from Roddy adjusting his tie - we think he's dressing up for a fancy evening out, then realise he's working as a waiter, and then realise he's playing a waiter on stage. Brilliantly done. Hitchcock is clearly not especially interested in the story (who can blame him?) but uses it as an excuse to explore the medium (much use of colour-tints to indicate the 'moods' of various scenes) and generally learn the ropes. Despite being in his early thirties during filming, Novello is surprisingly convincing as an 18-year-old schoolboy in the opening sections. Strong, naturalistic performance from Hitchcock regular Ian Hunter as West End bloke-about-town Archie - Roddy's rival for the affections of prominent actress Julia (Isabel Jeans, also quite nifty).
MINUSES : Script and story! Dated, misogynistic rubbish in which all of Roddy's problems are caused or severely exacerbated by women: during his fever-dream, he imagines all of these harpies sitting around a table having a jolly good laugh at his expense. His mother remains very much in the background (it's his relationship with his stern dad which causes him most concern), and the only woman who does him a good turn is an unseen benefactress who leaves him £30,000 in her will. This occurs some way into the narrative, which means that Roddy's progress isn't entirely "downhill." Of course, he fritters away the money very quickly - or rather, he allows Julia to fritter it away on fancy clothes. Roddy is in many ways the least sympatehtic and interesting person in the whole film - Downhill is in effect the story of a louse, one whose final "redemption" and "triumph" are somewhat hard to stomach, especially as the symbol of his success is scoring a try at his school's "old boys' match." Most alienating sequence is at a dance in a gloomy Parisian hall, where Roddy finds a sympathetic female keen to help him out - only to recoil in horror when the windows are suddenly opened and she's revealed as ageing and dowdy. Hitchcock does this with typical panache, via a slow pan which ends with a close-up of the woman's face - but it's Roddy's reaction which is repellent, not his hapless interlocutor's features.
NOTES : The version shown at Nottingham (in the atmospheric surroundings - and among the somewhat uncomfortable pews - of St John's Church) was from DVD: the transfer from celluloid to digital was slightly, but conspicuously, slower than the ideal (most sources list the running time at between 74 and 80 minutes.)
Neil Young - 16th May 2006: http://www.jigsawlounge.co.uk/film/content/view/414/1/
 
Ter vergelijking: Underground (Anthony Asquith, 1928)
Restauratie werd gepresenteerd op het London Film Festival 2009.
 
“Passions run deeper than the Northern Line in Anthony Asquith's tale of love, jealousy, treachery and murder on the London Underground. Eighty years later, your average tube ride might not be quite as eventful, but anyone who has exploited the city's public transport system to romantic advantage will find much to recognise. Restored by the BFI National Archive and presented with a live performance of Neil Brand's new score by the Prima Vista Social Club, Asquith's working-class love story is one of the great British silent feature films. It's also one of the great films about the capital – a journey through the Underground (many of the scenes were filmed at Waterloo) via old London boozers and open-topped buses to a climactic chase through Lots Road power station that magnificently reveals the smoking roofscape of the coal-fuelled city. In the late 1920s Asquith, along with Hitchcock, was one of the most audacious young talents working in British film. At the age of only 26 he demonstrates an assured and spare style with some remarkably cinematic flourishes clearly inspired by contemporary German and Russian filmmakers. For many years restoration of Underground presented insurmountable difficulties. With recent developments in digital technology available to the BFI's film restoration team we have now been able to make a significant improvement to the surviving film elements.”
Bron: Robin Baker and Bryony Dixon, BFI National Archive
 
Director: Anthony Asquith; Cast: Elissa Landi, Brian Aherne, Norah Baring, Cyril McLaglen
Writer: Anthony Asquith; Distributor: BFI; Running time 84min.
Live performance by the Prima Vista Social Club featuring Neil Brand (piano), Romano Todesco (bass), Denis Biason (guitar), Günter Buchwald (violin) and Frank Bockius (drums).
The restoration of Underground was made possible by the generous support of Simon Hessel.

Meer zwijgende films van Asquith:
- Shooting Stars (1927, 73 min)
- Underground (1928, 84 min)
- A Cottage on Dartmoor (1929, 74 min)

Duitse invloed in Britse zwijgende film:
- Piccadilly (E.A.Dupont, 1929, 110 min).
- The Ghost Train (Geza Von Bolvary, 1927)