Der muede Tod (1921)


De film is bijna 100 jaar oud, maar toch is het mogelijk een feestelijk gevoel van een spannende première te hebben bij elke vertoning met een live muzikale begeleiding, want die zal steeds anders zijn. En er zullen ook steeds mensen in de zaal zitten die de film voor het eerst gaan zien. 

De echte wereldpremière van Der müde Todvond plaats op 6 oktober 1921 in Berlin. Laten we eens in gedachten terugreizen naar dat moment. Bij de première van Der müde Todin 1921 componeerde de Italiaanse componist Giuseppe Becce een nieuwe score. Hij was sinds 1915 de huisdirigent van de Mozartsaal, te vergelijken met de positie die Max Tak had bij het Tuschinski theater in Amsterdam. Giuseppe Becce is in vergetelheid geraakt, maar was toen een grote naam. En de Mozartsaal van het Neues Schauspielhaus is sinds 1977 een discotheek, maar was destijds een luxe filmzaal met 925 stoelen. Der müde Tod werd in 1921 gelijktijdig ook uitgebracht in het eveneens luxe Union Theater op de Kurfürstendamm (850 stoelen), dat helaas sinds 2000 is gesloten.
 
Het publiek in Berlijn zal bij het thema van de plotselinge dood vooral gedacht moeten hebben aan de talloze gesneuvelde jongemannen in de Eerste Wereldoorlog. En wellicht zullen een aantal bezoekers bedacht hebben dat de film een variatie biedt op het Orpheus thema, de poging om een geliefde terug te doen keren uit de onderwereld. 
 
Regisseur Fritz Lang stond toen aan het begin van zijn carrière, maar had sinds zijn aankomst in Berlijn in 1918 binnen drie jaar al vijf films geregisseerd in samenwerking met producent Erich Pommer. De melodrama’s Halbblut (1919) en Der Herr der Liebe(1919) en de avonturenfilm in twee delen Die Spinnen(1919/1920). De bekendste vroege Fritz Lang film is voor mij Harakiri (1919), want een Nederlandse distributiekopie is bewaard gebleven in het archief van EYE Filmmuseum. Het is een  Madame Butterflyverfilming, met veel studio-opnamen en enkele grootschalige locatie opnamen opgenomen in de dierentuin van Hamburg (Tierpark Hagenbeck).  Mooie kostuums, maar wel allemaal Duitse acteurs. Lil Dagover vertolkt de hoofdrol van O-Take-San. Fritz Lang werkte kort samen met producent Joe May, met als resultaat de melodrama’s Das wandernde Bild(1920) en Vier um die Frau(1921), maar keerde daarna terug naar Erich Pommer. Een bijzondere man, met veel invloed achter de schermen. Hij zit vanaf 1907 in het filmvak en heeft een indrukwekkend track record. In de jaren 20 maakte hij al een tijdelijke oversteek naar Hollywood. In 1933 wordt zijn contract niet verlengd bij de Ufa, hij gaat werken in Frankrijk en later Amerika. Na de oorlog keert hij terug naar Duitsland om daar de filmindustrie opnieuw op te bouwen.

Fritz Lang werkte bij Der müde Todvoor het eerst samen met scenarioschrijver Thea von Harbou, die zijn echtgenote werd in 1922. Ze werkten in de jaren twintig samen aan een reeks succesvolle films, onder andere Metropolis. Het huwelijk liep uit op een scheiding, ook geografisch. Zoals waarschijnlijk bekend is Fritz Lang in 1933 gevlucht, eerst naar Frankrijk en toen naar Hollywood. Thea von Harbou bleef. Een bijzondere anecdote: in 1954 was ze eregast bij een vertoning van Der müde Todin Duitsland. Na afloop is ze zozeer onder de indruk van de film, dat ze bij de uitgang van de zaal struikelt en haar heup breekt. Ze overlijdt als gevolg daarvan op 65-jarige leeftijd. 
 
Actrice Lil Dagoveris het meest bekend van haar verschijning in Das Kabinett des Dr. Caligari(1920), waar ze een passieve rol vervult als weinig weerbaar meisje dat meegesleurd wordt door de moordenaar Cesare. In Der müde Tod vertolkt ze een meer standvastig type. Ze had in 1921 al veel acteerervaring, want ze had toen in vijf jaar meegewerkt aan 28 films!
 
Acteur Bernhard Goetzke vertolkt in de film de titelrol van De Dood. Ook hij had al veel acteerervaring (45 films), veelal in bijrollen. De Dood wordt niet uitgebeeld als de tradtionele man met lange pij en zeis, maar hij heeft toch een enorme sterke imponerende aanwezigheid. Dit bereikt hij zonder gesproken dialoog, zonder grote gebaren. De Engelse titel is Destiny. Het thema is inderdaad het onvermijdelijke noodlot van de onvoorspelbare dood. Dit wordt in de film mooi gevisualiseerd in het beeld van een zandloper schaduwbeeld van een geraamte. 
 
Ondertitel: Ein deutsches Volkslied in sechs Versen. De film is inderdaad duidelijk geïnspireerd op volksverhalen. Daar zijn meer voorbeelden van in de Duitse cinema, zoals de films van en met Paul Wegener: Der Student von Prag(1913), of Der Yoghi(1917), of Der Golem - Wie er in die Welt kam(Paul Wegener, 1920). En Fritz Lang maakte kort daarna Die Nibelungen, Siegfried(1924) en Die Nibelungen, Kriemhilds Rache(1924). We zien in dit tweeluik overigens de enscenering met gebruik van monumentale trappen terugkeren (de kathedraal van Worms) en in Der müde Todkunnen we een ruiter zien die doet denken aan Siegfried op zijn paard in het bos.
 
Der müde Toden de films die net genoemde zijn staan bekend als Duits-Expressionistische films. In de jaren twintig was Expressionisme ook een internationale marketing term, want het gaf status. Gaandeweg is Duits Expressionisme een kwaliteitslabel geworden, als aanduiding voor meesterwerken met een hoog kunstzinnig gehalte. Duits Expressionisme is een term die vaak te nonchalant gebruikt wordt, maar toch verhelderend kan zijn. 
Het beste bewijs levert Lotte H. Eisner, een filmcritica en kunsthistorica die naar Frankrijk uitweek en na de oorlog bij de Cinemathèque Francaise werkte. In 1952 publiceerde ze haar terugblik op de Duitse cinema van de jaren twintig, met als titel l’ecran démoniaque. Het boek is ook in het Engels en in het Duits vertaald: The Haunted Screen/ Die dämonische Leinwand. Deze bijzondere monografie heeft een tijdloze waarde en is nog steeds makkelijk verkrijgbaar.

Der müde Tod is een omnibusfilm. Het kaderverhaal is gesitueerd in een klein landelijk Duits stadje. De notabelen in hun stamkroeg worden neergezet als karikaturen. Het sprookjeskarakter is hiermee wel neergezet, ook door de lange tussenteksten in gotisch schrift. Daarna wordt de toeschouwer meegevoerd met drie verhaalepisodes, die alle drie lang geden in een exotisch land gesitueerd zijn. Dezelfde acteurs keren terug in elke episode, maar wel met een variatie. Want de Dood is overal en kan elke gestalte aannemen, dat wordt duidelijk gemaakt. Drie verschillende teams van ontwerpers en cameramannen hebben zich uitgeleefd in de ensceneringen:
 
Middeleeuws Bagdad in een 1001-nacht sfeer, compleet met een kalief en alle stereotypen van de islam. Derwisjen tollen rond, het is ramadan en de vrouwen dragen Sherezade-sluiers. Een duidelijk geval van over de top Oriëntalisme. Deze episode heeft de allure van een avonturenfilm, net zo eurocentrisch als Indiana Jones, met een superieure blanke indringer die verleidelijk is voor vrouwen en een geducht vechter die hele hordes mannen kan weerstaan.
 
17e eeuws Venetië in Renaissance stijl en in carnavalstijd. Het lijkt wel een toneelsetting voor een opvoering van Othello van Shakespeare, compleet met noodlottige liefdesbriefjes en veel gordijnen. De plot is wel eenvoudiger en de personages vlakker, maar de hartstocht tiert welig.
 
Het keizerlijke hof in China, neergezet in kluchtige sfeer. Een luchtige en speelse variant van Chinoiserie, ook met filmische trucs zoals een vliegend tapijt. Dit had overigens invloed op The Thief of Bagdad (Douglas Fairbanks 1924). En dus niet andersom.

De vertoning van Der müde Todvolgde in Nederland ruim drie maanden na de première en werd uitgebracht door de Duitse firma UFA onder de titel De Dood en het Meisje. Voorstellingen in januari en februari 1922 in Amsterdam (UFA-bioscoop Rembrandt Theater, op het Rembrandt Plein, begeleid door een 11-koppig orkest. De bioscoop werd in 1943 door brand verwoest, als verzetsdaad.
Stadshistoricus Theo Bakker heeft informatie op internet gezet, filmhistoricus Thomas Leeflang heeft de geschiedenis van het Rembrandt Theater beschreven in zijn boeken. Op de website Ons Amsterdam staan teksten die filmhistoricus Ivo Blom (VU) samen met zijn studenten samenstelde. Der müde Todwerd in 1922 ook vertoond in Den Haag (Asta), Rotterdam (Luxor). Later verder in het land. Deze basisinformatie is te vinden op de website cinemacontext.nl, een project van filmhistorcus Karel Dibbets (UvA) die in 2016 overleed. Zijn werk wordt gelukkig voortgezet.
 
De restauratie van Der müde Tod was in 2016 voltooid, het resultaat werd dat jaar feestelijk gepresenteerd op de Berlinale. Componist Cornelius Schwehr maakte een nieuwe orkest-score. Deze is nog niet in Nederland te horen geweest, wel op dvd beschikbaar en recent live opgevoerd in Brussel. Overigens bestaan er nog drie scores van Duitse componisten bij Der müde Tod: Peter Schirmann (1966); Wilfried Schröpfer (1983) en de Oost-Duitse componist Karl-Ernst Sasse (1996).
 
Op 31 januari 2017 werd Der müde Todgepresenteerd in Utrecht, met live improvisatie door Berry van Berkum op het Marcussen-orgel in de Nicolaikerk. Op 1 november 2017 herhaald in Groningen in de Der Aa kerk met het Schnitger-orgel.
Op 16 juni 2018 werd Der müde Tod gepresenteerd op het Holland Festival, met live improvisatie door pianist George Benjamin, ook componist in focus tijdens deze festivalweek. In een interview zei hij: “Als filmbegeleider leerde ik al vroeg met enorme verhalende tijdspannes om te gaan. Bovendien moet je met je muziek niet braaf het verhaal volgen maar juist ondermijnen” Geen geringe klus, aldus Benjamin. ”Ja, ik improviseer de score en reageer op het moment”. Hij belooft een avond vol shock and surprise.” (bron: VPRO-gids, Holland Festival bijlage mei 2018).