EYE - Hanneles Himmelfahrt (1922)


De Deense regisseur Urban Gad was een creatieve pionier die furore maakte met zijn vele films die hij aan het begin van de 20e eeuw in Denemarken maakte, veelal met zijn muze Asta Nielsen in de hoofdrol. Samen met haar vertrok hij naar Berlijn, naar de grote filmstudios. 

In 1922 verfilmde hij het aangrijpende toneelstuk Traumdichtung van Gerhart Hauptmann. Het toneelstuk speelt zich af rond het sterfbed van het jonge meisje Hannele. Door de gesprekken rond het bed wordt de voorgeschiedenis langzaam onthuld. In de film Hanneles Himmelfahrt wordt het verhaal chronologisch verteld.
 
De moeder van Hannele is door chantage gedwongen te trouwen met een alcoholist. De ziekelijke moeder sterft en Hannele ziet zich gedwongen te gaan bedelen om te overleven. Op de vlucht voor de klappen van haar vader en de beschimpingen van de dorpsgenoten, komt ze bij de rand van een vijver. Vanuit het donkere water hoort zij haar moeder roepen ze stort zich voorover. Het meisje wordt van de verdrinkingsdood gered en naar een armenhuis gebracht, waar ze alsnog bezwijkt. In haar laatste levensuren heeft ze ijlende koortsdromen, in imposante dubbeldrukopnamen passeren de kwellingen uit haar leven nog een keer aan haar voorbij. Vervolgens wordt ze door engelen verlost van het ellendig aardse bestaan en wordt ze meegevoerd naar een hemels koninkrijk.
 
Regisseur Urban Gad heeft de hallucinaties van het stervensuur, die op toneel slechts konden worden gesuggereerd, met filmische middelen kunnen verbeelden. Met een verzorgde enscenering en doordacht spel met lichttonen zet hij eerst de tragische realiteit van harde en onrechtvaardige armoede neer, daarna volgt de gelukzalige verlossing. Een echt lijdensverhaal, in donkere, expressionistische tinten.
 
Documentatie
http://www.filmportal.de/film/hanneles-himmelfahrt_cf69da0feac14bf3be6e595268372131
 
Hanneles Himmelfahrt
D 1922, regie Peter Urban Gad, 105’
 
Vertoond op onder andere het International Film Festival Rotterdam in 1990 en in het Nederlands Filmmuseum in maart 2005.