Tagebuch einer Verlorenen (1929)


Deze zwijgende film was op 16 november 2015 te zien in Filmhuis Den Haag, begeleid door pianist Charles Janko. 

Programmeur Erik Daams plaatste de film in een context van ‘Verelendung und Revolte’ door vooraf een drietal scènes te vertonen. De eerste kanttekening kwam uit de Nederlandse geluidsfilm Komedie om Geld, waar de grimmige spot wordt gedreven met de creatie van misplaatst vertrouwen in de bankensector. Daarna volgde fragmenten uit twee andere zwijgende films van G.W. Pabst, om te beginnen Die freudlose Gasse (1925), waar een drietal vrouwen bittere armoede lijden in tijden van inflatie. Ter afronding volgde korte fragmenten uit Die Büchse der Pandora (1929), waarin Louise Brooks haar leven gedomineerd ziet door geldzucht. Aan het eind van de film leeft ze in barre armoede, maar hecht ze nog steeds geen waarde aan geld. Hierdoor roept ze geheel onbewust haar noodlot over zichzelf af, wat allemaal meesterlijk gefilmd is in een gedenkwaardige scène die zich afspeelt op een haveloos trappenhuis.
 
Daarnaast verstrekte Erik Daams in zijn hand-out de volgende aanvullende informatie over de film Tagebuch einer Verlorenen:
“De basis ligt in een gelijknamig boek van Margarete Böhme uit 1905, dat slim als ‘autobiografie’ van een ‘gevallen vrouw’ werd neergezet. Het werd een in veertien talen – ook Nederlands – vertaalde internationale bestseller. Böhme hield vol dat zij slechts de tekst had bezorgd van het manuscript dat ze gevonden zou hebben, geschreven door een overleden vrouw, maar toen zij twee jaar later weer zo’n larmoyant verhaal publiceerde was wel duidelijk dat het fictie moest zijn. Het sappige verhaal werd ettelijke keren bewerkt voor parodieën, toneelstukken en film. In de film van Pabst, die overigens nogal losjes omging met de verhaallijnen uit het boek, werd door de censuur her en der geknipt. Na twee maanden vertoning van de film in de bioscopen ontstond er alsnog een conservatieve hetze: men eiste een herkeuring. Een versie met aanvullende coupures werd aan de ‘Filmoberprüfstelle’ voorgelegd, maar kon geen genade vinden in de ogen van de wakker geworden moraalridders: de toelating voor openbare vertoningen van de film werd ingetrokken. Het vertoningsverbod werd pas omzeild toen een andere regisseur eenderde deel verwijderde. De roman waar het allemaal mee begon werd door de Nazi’s op de brandstapel gegooid. Het boek is inmiddels weer beschikbaar (o.a. online via het Gutenberg project): en de film is zorgvuldig gerestaureerd en is in de oorspronkelijke versie opnieuw te zien.”
 
Centraal in roman en film staat het onrecht dat een ongewenst zwanger geraakte jonge vrouw aangedaan wordt door zogenaamd fatsoenlijke mensen in haar omgeving. Ze moet haar kind afstaan en is niet meer welkom in de burgerlijke maatschappij en zelfs niet in haar familiekring. Het resultaat van deze hardvochtigheid is dat ze terecht komt in een onmenselijk tehuis, waar ze dwangarbeid moet doen. Ze ontvlucht deze gevangenschap, maar staat dan op straat zonder middelen van bestaan en zonder een doel in haar leven. Uiteraard komt ze dan, geheel volgens de regels van het melodrama, in de prostitutie terecht.
 
Het thema van de ‘gevallen vrouw’ die noodgedwongen haar toevlcuht neemt tot prostitutie is populair in de 19e eeuwse fictie. Denk aan de Franse roman La Dame aux Camélias (Alexandre Dumas fils, 1848), bewerkt tot de Italiaanse opera La Traviata (Giuseppe Verdi, 1853). Of aan de Amerikaanse roman The Scarlet Letter (Nathaniel Hawthorne, 1850). Ook in de Weimar cinema is dit een populair thema gebleven, zoals onder andere blijkt uit een film als Hedda’s Rache (Jaap Speyer, 1919). Een bespreking hiervan staat op mijn website: http://www.peterbosma.info/?p=blog&blog=52
 
De filmversie van Tagebuch einer Verlorenen kent een aantal abrupte wendingen in het melodramatische verhaal. Dat is geen probleem, maar het maakt dat verschillende losse onderdelen hoger te waarderen zijn dan het totaal. De bordeelscènes bijvoorbeeld behoren tot de beste delen van de film. Neem de figuur van Dr. Vitalis, indrukwekkend neergezet door de acteur Kurt Gerron.  Hij is een vaste klant, met een melancholieke uitstraling: “du bist verloren, wir sind allen verloren”. Deze uitspraak heeft achteraf gezien een lugubere voorspellende waarde gekregen. Kurt Gerron begon zijn loopbaan bij het theatergezelschap van Max Reinhardt, maar acteerde ook in enkele films. In de jaren dertig moest hij vluchten maar kwam niet verder dan Nederland, waar hij onder andere enkele films regisseerde. Tijdens de oorlog werd bij opgepakt en vermoord in een concentratiekamp. Zijn levensverhaal is verwerkt in de roman Terugkeer ongewenst (Charles Lewinsky, 2012).
 
In het bordeel loopt ook een worstverkoper rond, die zo uit een schilderij van Otto Dix lijkt weggelopen. En het Mahagony van Brecht en zijn team is ook niet ver weg. De stapel bankbiljetten is een terugkerende metafoor in Tagebuch einer Verlorenen, van rijkdom die veel begeerte opwekt en onevenredig veel onheil aanricht.
 
De film biedt een rijke dramaturgie van de representatie van verschillende typen. De hoofdpersoon maakt een transformatie door, ze start als de beschermd opgevoede dochter van een apotheker, een naief meisje. Haar personage maakt verschillende gedaantewisselingen door, zichtbaar gemaakt in kostuums en lichaamstaal. Louise Brooks schakelt tussen de uitbeelding van een onderdrukte gevangene (gehuld in een grauw uniform) naar een glamour verschijning in het bordeel (triomfantelijk in een spannende avondjurk), naar de levenslust van een danseres (gekleed in een enigzins lompe trainings outfit), naar een elegante vrouw in welgestelde kringen (vakantie aan zee, getooid met zwierige hoeden).
 
Documentatie
 
De roman
 
De film