Gedigitaliseerde projectie


Gepubliceerd in: Filmmagie 643 (maart 2014) pp. 40-42.
 
Loop je vandaag een filmzaal binnen dan zal je ogenschijnlijk weinig verschil zien met de situatie van pakweg een tweetal jaar geleden. Schijn bedriegt want in quasi elke filmzaal heeft een ingrijpende verandering plaatsgevonden achter de schermen: de filmprojectie is gedigitaliseerd. Wat zijn daar de consequenties van en zijn ze echt ingrijpend? Hierbij een genuanceerde inventarisatie.

Op technologisch vlak bestaat er een verschil tussen de textuur van het analoge en het digitale projectiebeeld. Slechts een kleine kring van kenners echter besteedt aandacht aan dat onderscheid. Het grootste deel van het filmpubliek blijkt weinig verschil te merken, ze gaan zitten en genieten van de film, zoals vanouds. Geen probleem dus, zou je zeggen, dat is ten slotte het ultieme doel van de filmvertoning. Of niet? Mijn stelling is dat digitalisering mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de diversiteit van de algemene filmcultuur in je stad en voor de diversiteit van de programmering van arthousecinema’s in het bijzonder.
 
Variatie in uw cinemabiotoop
Arthouses vormen het onmisbare middensegment van uw cinemabiotoop, met aan de ene kant de commerciële megaplexen en aan de andere kant de incidentele vertoningen van filmclubs. Arthouses zijn de filmtheaters die zich specialiseren in het professioneel presenteren van kwaliteitscinema. In economische termen gesproken is de artfilm een product waarbij de exploitatie moeilijk rendabel of zelfs maar kostendekkend te maken is vanwege onzekere inkomsten gecombineerd met hoge vaste lasten (apparatuur, huisvesting en personeel). Digitalisering werkt daarbij als een stoorzender in de normale bedrijfseconomische dynamiek. Behalve de gewone routine van marktwerking is nu ook sprake van een hoge investeringsdrempel. Wie nu wil beginnen met het organiseren van professionele filmvertoningen heeft een stevig startkapitaal nodig, meer dan voorheen. Resultaat is dat bij beginnende filmclubs de filmvertoningen meestal plaatsvinden met een dvd met beamer. Dat is een tijdelijke tussenoplossing, want voor levensvatbaarheid en continuïteit is aansluiting bij het professionele netwerk essentieel. 
Ook de professionele filmtheaters die er op een of andere manier in geslaagd zijn recent de overstap naar digitale projectie te financieren, zien zich gedwongen in de toekomst te blijven investeren in dure aanpassingen van de apparatuur. De leveranciers van projectoren hebben goede jaren gehad, omdat de hele bioscoopwereld op korte termijn hun apparatuur nodig had. Hun omzetcijfers zullen binnenkort onvermijdelijk kelderen en dat probleem proberen ze te compenseren met het aanbieden van ‘innovaties’ zoals verhoging van de beeldresolutie (4K-projectie), verhoging van de projectiesnelheid (‘High Frame Rates’), vergroten van de lichtintensiteit (laserlampen) en verbetering van het geluid (‘immersive sound systems’).
Digitale projectoren zijn te beschouwen als een set van hoogwaardige computers en servers, met als vervelend kenmerk een gebrek aan standaardisatie, met name in het segment van 3D-projectie. Bij filmbestanden is op het vlak van compatibiliteit nog een lange weg te gaan. De oorzaak ligt in een wereldwijde concurrentiestrijd tussen een handvol firma’s die uiteraard elk voor zich proberen hun systeem als standaard te doen gelden. Vrije marktwerking zorgt dus in dit geval voor chaos.
 
Menukaart
Wat bedoelen we wanneer we voor meer plaats voor arthousefilms pleiten? Vanuit esthetisch perspectief is arthousecinema een moeilijk af te bakenen categorie. Ivo de Kock gaf in Filmmagie 637 (september 2013) een mooie aanzet met vijf concrete voorbeelden (van dvd-uitgaven, veelzeggend genoeg). Deze oefening leverde een reeks richtinggevende trefwoorden op. Arthousecinema is te omschrijven als onvoorspelbaar, dwars, eigenzinnig en onafhankelijk, én kenmerkt zich door eigenzinnige persoonlijkheid, subtiliteit en bezielde vertolkingen. Arthouse biedt verontrustende cinema, die wringt en prikkelt, die meer vragen stelt dan antwoorden aanreikt, die geen waarheden en opinies opdringt.
Digitalisering maakt het mogelijk dat een arthousefilm in eindeloos veel arthouses gelijktijdig in première gaat, van multiplex in de grote steden tot ‘single screen cinemas’ in de dorpen. De vakmensen spreken van een ‘saturated release’. Dat is aan de ene kant een duidelijk pluspunt, want vroeger was er in de arthousesector een wachtlijst door het beperkte aantal 35mm-kopieën dat per filmtitel slechts beschikbaar was. Aan de andere kant brengt dat met zich mee dat een handvol filmtitels nu overal te zien is, per stad vaak zelfs in meer dan een filmtheater (zoals  in 2013 het geval was bij Blue Jasmine, bijvoorbeeld). Het gevolg hiervan is dat het overige filmaanbod verdrongen wordt. Bovendien zien we dat commerciële multiplexen het topsegment van de arthousecinema meepikken (we spreken dan van ‘cross-overs’); op deze manier worden de inkomsten van de onafhankelijke arthouses afgeroomd. Een gevarieerd aanbod op de menukaart van een arthouse bestaat uit meer dan louter de landelijke uitbreng. Een onderscheidende programmering bestaat uit een mix van onder meer klassiekers, documentaires, cultfilms en zwijgende films. Dat mooie streven naar diversiteit is in het digitale tijdperk moeilijker geworden, want het filmerfgoed en filmrepertoire is nog lang niet volledig digitaal beschikbaar.
Daarnaast hebben de distributeurs onderhuids meer inspraak gekregen bij het programmeren. Distributeurs betalen namelijk mee aan de investering van de aanschaf van digitale projectoren, dat gebeurt in een financiële constructie die ‘Virtual Print Fee’ (VPF) genoemd wordt. Elke voorstelling van een premièrefilm die vervangen wordt door een incidentele filmvertoning kost hen geld en zal dus protest oproepen. Distributeurs hebben nu de positie om meer dan voorheen hun stempel op de programmering te drukken.
 
Het grootste probleem bij de programmering van incidentele voorstellingen in arthouses is de interne concurrentie. Het is onvermijdelijk dat met de programmering van grote publiektrekkers in eigen huis het meteen moeilijker is om ook publiek te vinden voor de uitzonderlijke en eigenzinnige incidentele voorstellingen en excentrieke filmaanbod. Dat is echter wel de essentie van het bestaansrecht van arthouses. De marketing voor dat aanbod moet daarom inventiever en intensiever dan doorsnee zijn. Als arthouse kun je je niet meer beperken tot het eenzijdig communiceren van de filmtitels plus aanvangstijden en dan maar hopen dat er publiek komt. De oplossing is genoegzaam bekend: Ga in gesprek met je klanten, kweek ambassadeurs, maak gebruik van welgezinde netwerkers en ‘opinion leaders’. Leg aan de rest van de wereld in alle talen de urgentie en relevantie van je programmering uit en ga zoveel mogelijk samenwerkingen aan met geestverwante organisaties binnen je bereik (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). Een ‘crowd ticketing’ initiatief zoals het Nederlandse ‘We Want Cinema’ is dan een interessant voorbeeld van een extreme vorm van interactie met je publiek en een ‘audience driven’ programmering.
 
Niche markt
Bioscoopbezoek is niet langer een massacultuur, daar heeft digitalisering van de filmvertoning evenwel geen schuld aan. De omzet van computergames bijvoorbeeld overtreft al jaren het totaal van de bioscooprecettes. De inkomsten uit de ‘theatrical release’ vormen nog maar een fractie van de totale omzet in onze sector. Film op het grote doek fungeert als een soort uithangbord voor de dvd-verkoop en voor de handel in vertoningsrechten bij de televisiezenders. Deze commercie vormt het echte fundament onder de filmindustrie. Dat is prima, want zo kunnen filmproducenten blijven investeren en kunnen filmdistributeurs hun risico’s spreiden. Het griezelige is dat deze situatie zich aan het wijzigen is. De dvd-verkoop vertoont een neergaande lijn en we hebben nog geen vervangende inkomstenbron gevonden. Het filmaanbod op het internet was tot nog toe grotendeels gratis, dat maakt het niet makkelijk om hier plotseling wel geld voor te vragen via Video on Demand (VoD). We verwachten allemaal veel van Netflix, de grote streaming-videogigant uit Amerika, nu ook in Europa  neergestreken. Het is maar de vraag of de filmmarkt zich zal herstellen, of dat Netflix en consorten vooral gunstige voorwaarden scheppen voor verspreiding van televisieseries.
 
Intellectueel eigendom
Tot slot een klein detail, waarvan de gevolgen doorgaans niet zichtbaar zijn voor het publiek, maar dat voor het personeel van filmtheaters voor stress kan zorgen, namelijk het feit dat het gebruik van de filmprojectoren bemoeilijkt wordt door een streng vergrendelen met digitale toegangscodes (in vaktermen de ‘Key Delivery Message’, ofwel KDM). Dat gebeurt ter wille van de bescherming van het intellectueel eigendom. Distributeurs willen zo voorkomen dat er illegaal een kopie van hun film wordt gemaakt. Of dat terecht is, of meer als een hopeloos achterhoedegevecht moet worden beschouwd, dat is een heel ander verhaal. Laat ik me beperken tot het signaleren van de praktische consequentie: een filmtheater krijgt digitaal toegang tot een film, voor een strikt bepaalde tijdsduur in een specifiek bepaalde zaal. Het flexibel op het allerlaatste moment nog inroosteren van filmvoorstellingen is hiermee dus vrijwel onmogelijk geworden. Dat is vooral voor filmfestivals een hinderpaal, maar ook in filmtheaters kon het vroeger vaak gebeuren dat vlak voor aanvang van de voorstellingen de verdeling over de zalen aangepast werd onder invloed van een onverwachte toeloop. De planning van de voorstellingen staat in het digitale tijdperk langer van tevoren vast, want aanpassingen zijn tijdrovend geworden omdat expliciete toestemming van de distributeurs noodzakelijk is.
 
Wordt vervolgd ...
De digitalisering van de projectie lijkt vooral voordelig uit te pakken bij de reguliere filmvertoningen, vanwege de toegenomen logistieke efficiency. Bij incidentele voorstellingen geldt een aparte afrekening, die een financiële drempel dreigt te worden. Een wereldwijd probleem is voorts het feit dat zodra je afwijkt van de gebaande wegen van de reguliere uitbreng, je geconfronteerd wordt met de geringe mate van beschikbaarheid van kopieën. In de huidige praktijk kom je dan vaak uit op een blu-Ray als beste optie. Ter relativering: ook in het tijdperk van 35mm was de beschikbaarheid van een kopie een probleem. Digitalisering heeft dat niet opgelost, alleen de randvoorwaarden zijn gewijzigd. Resultaat: naast nieuwe mogelijkheden ontstaan helaas ook nieuwe belemmeringen. Dat vergt nadere analyse, met als ultieme doel: het waarborgen van diversiteit. Het gevaar van een monocultuur waarin alleen plek is voor commerciële mainstreamfilms is dus niet denkbeeldig.
 
Achtergrondinformatie op het internet
*Het Europese programma MEDIASalles organiseert onder de naam van ‘DigiTraining Plus’ jaarlijks een educatief congres waar de laatste stand van zaken op het gebied van digitalisering van de filmvertoning wordt besproken. De congresverslagen zijn online beschikbaar, vanaf de eerste editie in 2002 tot en met de tiende editie in 2013. URL: http://www.mediasalles.it/training/training.htm
 
*Bij de editie van 2013 fungeerde ondergetekende als verslaggever en gaf een presentatie met als ronkende titel ‘The Consequences of Digital Projection for the Aesthetic Diversity of the Contents of Cinema Programs: Some Notes and Topics for Discussion’. Een weergave van deze presentatie staat op mijn website, URL: http://www.peterbosma.info/?p=english&english=18
 
*Auteur Peter Bosma is onafhankelijk onderzoeker, docent en filmprogrammeur.