De erfenis van distributeur Animated People


De erfenis van distributeur Animated People (1978-1993)
door Peter Bosma
(augustus 2013, circa 6.000 woorden)

In het eerste deel van dit artikel plaats ik het vijftienjarig functioneren van de distributeur Animated People in de context van de beschikbaarheid in Nederland van niet-commerciële korte animatiefilms en de wijze van vertoning hiervan in het recente verleden. Mijn focus ligt hierbij op de mogelijke verklaring van de kenmerken van de distributie en vertoning van een specifiek deelsegment van films (de onafhankelijke Nederlandse animatiefilms) in een specifieke periode (de jaren tachtig, ruim genomen) en in een specifieke sector (het niet-commerciële 16mm-filmcircuit in Nederland).
 
Mijn hoofddoel is te proberen de ‘erfenis’ van distributeur Animated People te inventariseren. Mijn onderzoeksvragen zijn:
Voordat ik met deze vragen aan de slag kan gaan is het nodig eerst te omschrijven wat filmdistributie precies inhoudt en hoe de ‘infrastructuur’ van de niet-commerciële filmvertoningen er in de periode 1978-1993 uitzag.
 
De drie ketens van filmdistributie
Filmdistributie is om te beginnen het strategisch scharnierpunt in wat bedrijfskundigen de productieketen (‘supply chain’) van de filmindustrie noemen. We hebben het hier over de logistiek van de filmbedrijfstak, waarbij distributie de verbindingsschakel is tussen de producent (filmmakers) en de consument (filmpubliek). De distributie van een film is onderdeel van een complex netwerk van filmcirculatie, waarbij sprake is van een breekbaar evenwicht van economische belangen. Dit netwerk is in kaart te brengen door handelscontracten en bijbehorende kengetallen te analyseren. Een distributeur investeert in de aankoop van de vertoningsrechten voor een bepaald gebied voor een bepaalde tijd voor een bepaalde film, met het vooruitzicht op inkomsten uit de verhuur aan filmvertoners. In de bedrijfskunde onderzoekt men ook de waardeketen (‘value chain’). Een filmdistributeur stelt zich ten doel om vanuit een artistieke visie te bemiddelen tussen het omvangrijk aanbod en de kieskeurige vraag en op deze wijze een toegevoegde waarde te genereren (en indien mogelijk hieraan te verdienen). Een nadere uitleg over de financieel-juridische structuren van de internationale filmdistributie aan het eind van de 20e eeuw bieden onder andere Cones (2002), Acland (2003), Hahn & Schierse (2004) en Croon & Bosklopper (2008, 134-162).
 
Kernpunt voor mijn case study is het gegeven dat filmdistributie in grote mate bepaalt welke films waar te zien zijn, door wie en onder welke omstandigheden. De keuze van de distributeur bepaalt in grote mate welke films in roulatie komen. Bij niet-commerciële distributie komt deze keuze voort uit de bevlogen drang tot cultuurspreiding van filmkunst, bij de commerciële distributie ligt het accent op financieel risicomanagement gebaseerd op het streven maximaal rendement te halen uit de circulatie van cultuurgoederen. Filmdistributie is in beide gevallen te beschouwen als een invloedrijke schakel in wat kunstsociologen de ‘decision chain’ noemen, de keten van beslissingen over welke film uiteindelijk gepresenteerd wordt aan het publiek. Filmdistributie is te beschouwen als een knooppunt in het netwerk van de mondiale uitwisseling van kijkervaringen, zowel in het publieke als in het persoonlijke domein.
Dit aspect van de filmcultuur is slechts zelden onderwerp van onderzoek. Een uitzondering op de regel vormt Blom (2003) die een heldere en uitvoerige kenschets geeft hoe de Nederlandse distributeur Jean Desmet functioneerde in de filmcultuur van de periode 1907-1916 en op welke wijze zijn distributiecollectie een afspiegeling vormde van deze context. Meer case studies van distributie in de periode van de vroege cinema zijn te vinden in Kessler & Verhoeff (eds. 2007).
 
Voor de beschrijving van het functioneren van een filmdistributeur in de samenleving is de term ‘cultural gate keeper’ (poortwachter) gangbaar. De term is afkomstig van kunstsociologisch onderzoek van de culturele industrie en de journalistiek (zie onder andere Shoemaker & Vos, 2009). De Australische mediawetenschapper Ramon Lobato deed onderzoek naar de impact van filmdistributie, zijn uitgangspunt is dat “conditions of distribution are crucial in determining how audiences read films” (Lobato, 2007, 116). Dit perspectief vormt de theoretische achtergrond van mijn verkenning van de historische positie die distributeur Animated People had in de Nederlandse filmcultuur.
 
Animatiefilms en de opkomst van het 16mm-filmcircuit in Nederland
Mijn eerste vraagstelling richt zich op het ontstaan van de catalogus van de Nederlandse distributeur Animated People en het functioneren van dit assortiment binnen een specifieke vertoningspraktijk in de jaren tachtig, namelijk het 16mm-filmcircuit. De wortels van dit specifieke onderdeel van de Nederlandse filmcultuur ligt in de jaren vijftig en zestig, toen verkregen scholen, buurthuizen en filmclubs in steeds grotere mate de beschikking over een 16mm-projector. Deze vertoners konden putten uit een aanzienlijk aanbod, van zowel commerciële distributeurs (onder andere Gofilex) als niet-commerciële distributeurs.
 
De 16mm-filmcatalogus van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) bijvoorbeeld bevatte naast diverse soorten opdrachtfilms van de overheid (over bijvoorbeeld het koningshuis, de landbouw, visserij) vanaf 1952 ook een aantal korte, culturele kunstzinnige films die door de overheid financieel ondersteund waren. NOOT 1 Het Nederlands Filmmuseum bracht in 1968 een geheel vernieuwde editie van hun 16mm-distributiecatalogus uit, die goed gevuld was met internationale klassiekers en avant-garde films, waaronder ook animatiefilms van vooraanstaande animatiefilmkunstenaars als Jan Lenica, John Hubley, Joy Batchelor, Norman McLaren, Yoji Kuri, Walter Ruttmann, Len Lye en de compilatiefilm Drawings that Walk and Talk (Marie Seton, 1938). Op het vlak van de verspreiding van animatiefilms in de jaren zeventig en tachtig is te wijzen op de activiteiten van drie organisaties: distributeur Fugitive Cinema Holland (waarover later meer), de stichting Technisch Film Centrum (TFC te Arnhem, die zich specialiseerde in de distributie van industriële opdrachtfilms), en het Nederlands Filminstituut (NFI in Hilversum, dat met name vertoningsrechten van korte animatiefilms uit Oost-Europa had verworven). Het landschap van de 16mm-distributie van animatiefilms in Nederland werd in deze periode ook verrijkt door het aanbod van sommige ambassades (Canada, Frankrijk, België, Verenigde Staten via International Film Services), waar animatiefilms te leen of te huur waren. En natuurlijk werd ook zonder steun van de overheid vele onafhankelijke animatiefilms gemaakt, zoals in de jaren zeventig het oeuvre van Ton van Saane bijvoorbeeld. De distributie van deze onafhankelijke animatiefilms was echter lange tijd een kwestie van particulier initiatief van de regisseur en of producent. Daarnaast bestond in Nederland door de jaren heen een levendig verenigingsleven van amateurfilmers, waaronder tal van productieve animatiefilmmakers zoals Jan van Weeszenberg, Harry Schäfer en Ed Tietjens.
 
Het ontstaan en de bloei van de distributiecollectie van Stichting Animated People (1978-1993) staat in de historische context van dit 16mm-distributienetwerk en in het bijzonder van het functioneren van de Vereniging Het Vrije Circuit (1974- 1984). Deze vereniging werd op 2 februari 1974 opgericht uit onvrede van de kartelvorming door de Nederlandse Bioscoop Bond (NBB), een belangenorganisatie van filmproducenten, distributeurs en vertoners die buitenstaanders buitensloten, want de leden deden alleen zaken met elkaar. Wie een bioscoop wilde beginnen moest eerst toestemming hebben van de omringende exploitanten. Ook wie een film wilde vertonen in een filmclub moest eerst formeel toestemming hebben van de dichtstbijzijnde bioscoopexploitant. Incidenteel werd deze toestemming gegeven, er bestond zelfs een landelijke ‘Lijst van Geen Bezwaar’. In reactie op deze afscherming werd in 1973 de vereniging Het Vrije Circuit opgericht als een soort alternatief kartel van filmvertoners, distributeurs en producenten. De vereniging publiceerde in het filmtijdschrift Skrien een beginselverklaring in de vorm van een manifest, als eerste punt stond vermeld:
Het Vrije Circuit stelt zich ten doel om de niet-commerciële konsumptie, vertoning en produktie van films te bevorderen”.Onder punt 7 werd de intentieverklaring aangevuld met: “Het circuit is niet-commercieel: wij willen niet aan dezelfde ekonomiese dwangmatigheid blootgesteld worden als de kapitalistiese systemen. Alle geledingen van het circuit zijn  dan ook afhankelijk van rijks- of gemeentelijke subsidie” (geciteerd in Heijs, 1981, 33).
In juni 1983 werd besloten dat Het Vrije Circuit zou inkrimpen tot uitsluitend een vertonersvereniging. In oktober 1983 werd de Associatie van Nederlandse Filmtheaters opgericht, aanvankelijk een informeel samenwerkingsverband tussen de grootste filmhuizen, met het doel geassocieerd lid te kunnen worden van de Nederlandse Bioscoop Bond. In 1984 werd de Vereniging Het Vrije Circuit opgeheven. Voor een kenschets van Het Vrije Circuit zie verder Boost (1974), Van Beek (1976), Dibbets (1981) en Van Laake (2005).
 
Festivalvertoningen, een vak apart. Een terugblik.
Ook in de jaren zeventig en tachtig werden animatiefilms slechts zelden vertoond in bioscopen, filmhuizen en filmclubs. De ‘reguliere’ distributie van animatiefilms werd daarom aangevuld met het genereren van zoveel mogelijk festivalvertoningen, zowel in eigen land als internationaal. Festivalvertoningen zijn van belang omdat hiermee meer bekendheid wordt gegeven aan de nieuwste productie van niet-commerciële kunstzinnige animatiefilms. Een festivalvertoning en een mogelijke festivalbekroning vergroten de naamsbekendheid en stimuleren daarmee de mogelijkheden van reguliere distributie. Voor een nadere uitleg hiervan zie Crama (1995, 69-78) en Croon & Bosklopper (2008, 179-189).
 
In deze paragraaf schets ik hoe de situatie op het festivalfront was in de jaren zeventig en tachtig, op het deelgebied van animatiefilms. In Nederland is op het vlak van festivalvertoningen van animatiefilms een eerste markering te maken bij het Festikon 1976, waar een volledige dag werd gewijd aan de (Nederlandse) animatiefilm. De invloed van Animated People liet zich drie jaar later gelden, want toen werd tijdens het Festikon 1979 dagelijks een lunchprogramma van drie kwartier vertoond, met een wisselend pakket Nederlandse animatiefilms uit de catalogus van Animated People (in totaal werden 29 animatiefilms vertoond).
 
De Vereniging Holland Animation (1973-1994) droeg ook actief bij aan de promotie en vertoning van Nederlandse animatiefilms, met als startpunt de ‘Dag van de Korte Film’ (5 oktober 1975 in het Haags Congres gebouw, georganiseerd door Nico Crama). De leden van de Vereniging verzorgde de publicatie van het tijdschrift Holland Animation Bulletin, dat verscheen van 1974 tot en met 2001. Vanaf de jaren tachtig werd dit aangevuld met de tweejaarlijkse publicatie van een reeks Engelstalige edities, de Holland Animation Bulletin International Issues.
 
In internationaal perspectief is te constateren dat binnen het circuit van internationale filmfestivals een specifieke ‘niche’ is ontstaan voor het genre van de geanimeerde auteursfilm (zie onder andere Rüling 2009). De Nederlandse vertegenwoordiging op dit podium van de internationale festivals begon in de jaren zeventig, dit gebeurde helaas aanvankelijk met een valse start: voor de eerste editie van Animafest Zagreb in 1972 waren twee Nederlandse animatiefilms geselecteerd. Het filmtransport verliep via de diplomatieke post, maar de filmblikken bleven door onachtzaamheid op de Nederlandse ambassade liggen. Gelukkig kon een jaar later op de zevende editie van het Festival International du Film d’Animation Annecy in 1973 wel een programma van twintig Nederlandse animatiefilms worden vertoond, samengesteld door Peter Brouwer (producent) en Jan Röfekamp (distributeur Fugitive Cinema Holland). Daarnaast werden vijf Nederlandse animatiefilms in het competitieprogramma getoond en zes animatiefilms buiten competitie. Op het Internationale Animatie Filmfestival van Ottawa 1976 volgde de internationale doorbraak, met 23 Nederlandse animatiefilms en 15 gasten, plus de bekroning met een tweede prijs voor Cartoon (Niek Reus, 1976). Twee jaar later werd op dit festival de volgende film van Niek Reus bekroond: Jorinde en Joringen (1978). Over de internationale festivaldistributie van Nederlandse animatiefilms zie o.a. Camping (1981), Horst & Schermer (1998, 105-107) en Peters (1997/1998).
 
De internationale festivaldistributie en verkoop van Nederlandse animatiefilms kent vele kanalen. In 1982 werd de Stichting Holland Animation opgericht, een collectief productiehuis met Nico Crama als directeur. Stichting Holland Animation was ook een invloedrijke gatekeeper op het vlak van distributie, die hoofdzakelijk gericht was op het buitenland en in nauwe samenwerking gebeurde met de afdeling filmdistributie van de RVD (Rijksvoorlichtingsdienst). NOOT 2 Vanaf 1989 werd de filmexport behartigd door de overheidsinstelling NIS Film Distribution Holland, dat later fuseerde met de RNTV en uiteindelijk NPO Sales genoemd werd. Daarnaast bestaat de stichting Holland Film Promotion, opgericht in het begin van de jaren negentig en in 2010 onderdeel geworden van EYE Film Instituut Nederland. Het Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf) vormt een vierde exportlijn in de circulatie van Nederlandse animatiefilms: vanaf de oprichting in 1993 is het NIAf actief betrokken bij het inzenden van Nederlandse animatiefilms naar internationale festivals en het faciliteren van retrospectieve programma’s van Nederlandse animatiefilmers.
 
Vanaf 1985 is in Nederland sprake van een eigen internationaal animatiefilmfestival, het Holland Animation Film Festival (HAFF), zie Bosma (2012). Het festivalprogramma bevat ook steeds een ruime selectie van Nederlandse animatiefilms, in verschillende competities en compilaties. Tijdens de eerste festivaleditie werd bijvoorbeeld een omvangrijk postuum retrospectief vertoond van Ton van Saane (overleden in 1973). Dit retrospectief van vijftien korte animatiefilms werd meteen in 1985 integraal in de catalogus van distributeur Animated People beschikbaar gesteld.
 
Animated People: 15 jaar bevlogenheid
Op 1 juni 1978 werd het distributiebedrijf Animated People opgericht door Cilia van Dijk, met als voornaamste doel de vertoning van alle beschikbare Nederlandse animatiefilms structureel mogelijk te maken en op deze manier een groter publiek te bereiken. De focus lag op distributie van de Nederlandse onafhankelijk gemaakte animatiefilms, maar de horizon werd verbreed met selectie van Nederlandse animatiefilms uit vroegere tijden, geanimeerde commercials en opdrachtfilms, eindexamenfilms, workshopfilms en buitenlandse animatiefilms. De acquisitie verliep voorspoedig. Zo droeg distributeur Fugitive Cinema Holland in 1982 de vertoningsrechten van hun pakket Nederlandse animatiefilms over aan Animated People. Na vijf jaar had Animated People een track record van in totaal bijna 1500 uitleningen van Nederlandse animatiefilms. De meest uitgeleende films in 1983 waren Sportflesh  van Gerrit van Dijk, Salut Marie van Monique Renault, Quod Libet van Gerrit van Dijk en David van Paul Driessen, met 44 tot 34 uitleningen per film (Crama 1983,19).
 
Tussen 1978 en 1993 werd de filmcollectie gestaag uitgebreid en actief gedistribueerd, zowel in het Nederlandse 16mm-circuit als in het internationale filmfestival-circuit. Na tien jaar pioniersarbeid droeg Cilia van Dijk de distributiecollectie formeel over aan de Stichting Animated People, opgericht op 10 november 1988 in Haarlem. Vanaf die tijd werden jaarverslagen opgesteld. Het eerste jaarverslag kwam wel met enige vertraging tot stand en bestreek daarom de jaren 1988-1991. Op het front van de acquisitie van films waren de berichten in dit jaarverslag positief. In 1989 beschikte Stichting Animated People over 107 films in de distributiecatalogus. Een jaar later, in 1990, was de titellijst meer dan verdubbeld met een totaal van 270 films. Deze hoge score kwam mede door de verwerving van enkele tientallen animatiefilms van het National Film Board of Canada, onder andere films van Paul Driessen en Co Hoedeman.
De distributie van al deze animatiefilms is in financieel opzicht echter nooit rendabel geweest. Animated People rekende een vaste filmhuur per film, net zoals de meeste 16mm distributeurs. Een avondvullend programma met animatiefilms was daarom relatief duur voor de vertoners, maar de inkomsten uit deze filmhuur wogen toch niet op tegen de bedrijfskosten van de distributeur. Cilia van Dijk signaleerde in een interview in 1987 de impasse:
Overigens zit ik niet te springen om de collectie uit te breiden, want het kost heel veel geld. Was het maar kostendekkend, maar zelfs dat is het niet. De filmhuizen doen zelden iets met animatie en in de bioscoop is de voorfilm helemaal afgeschaft. [...] Vroeger verhuurde ik nog wel eens aan scholen. Nu halen die de projector niet meer uit de kast, ze gebruiken liever de videorecorder.” (geciteerd in Dekker 1987,44).
 
Gebrek aan budget begon de bedrijfsvoering van distributeur Animated People op te breken. Een actieve fondsenwerving door het bestuur begon eind jaren tachtig in bescheiden mate wel zijn vruchten af te werpen in de vorm van incidentele, geoormerkte subsidies van het ministerie van WVC en van het Prins Bernhard Fonds. NOOT 3 Het bestuur van de stichting Animated People besefte echter dat een grotere omslag noodzakelijk was en deed in juni 1991 een subsidieaanvraag bij het Ministerie van WVC voor het oprichten van een nationaal instituut voor animatiefilm met als doelstelling de professionalisering van de distributie, faciliteiten voor deskundigheidsbevordering en promotie van de animatiefilm in het algemeen. De Raad voor de Kunsten adviseerde in juni 1992 positief over het ingediende beleidsplan voor een landelijk instituut voor de animatiefilm. De gevraagde 800.000 gulden jaarlijkse subsidie werd echter wel teruggebracht tot een advies van een jaarlijkse subsidie van 250.000 gulden. NOOT 4
 
Op 17 maart 1993 werd de Stichting Animated People notarieel gewijzigd in Stichting Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf) en er werd een kleine ploeg stafleden aangeworven van drie part-timers: directeur Ton Crone en medewerkers Erik van Drunen en Jos Neutgens. Aanvankelijk was gestreefd naar huisvesting in het monumentale Enschedé complex in Haarlem, als onderdeel van een nieuw op te richten creatief verzamelgebouw (met als werktitel het ‘Nederlands Foto- en Grafisch Centrum’). Deze plannen bleven echter steken in de ambtelijke molens van gemeente Haarlem. De gemeente Tilburg reageerde alerter en stelde het voormalig kantoorgebouw van de Kamer van Koophandel ter beschikking. Het  NIAf koos daarom in 1992 voor vestiging in Tilburg, mede omdat hier de Akademie voor Beeldende Vorming een animatieopleiding opstartte, met Gerrit van Dijk als een van de docenten. Het NIAf kreeg uitsluitend budget om de Animatie Ateliers op te zetten, de distributietaken werden op eigen initiatief voortgezet. Voor een reflectie op de problemen en perspectieven bij de distributie van korte artistieke auteursfilms zie onder andere de onderzoeksrapporten Van de Pas (2000) en Abrahams & Van Hoof (2001).
 
Animated People: een rijke distributiecollectie
De filmcollectie van stichting Animated People werd in de jaren negentig geleidelijk niet meer actief voor distributie gebruikt. De neergang van het 16mm-circuit in dit decennium is te wijten aan twee factoren: de opkomst van videospelers op scholen en de overstap op 35mm-projectie door de filmhuizen. Een duidelijk omslagpunt bij dit laatst genoemde verschijnsel vormt de klassiekerreeks ‘Les Films du Paradis’ die het Filmmuseum in 1995 organiseerde ter viering van het 100-jarig bestaan van de film: hierbij werden animatiefilms als voorfilm gebruikt, die allemaal in 35mm-kopiën werden vertoond. De verzameling 16mm-distributiekopieën met bijbehorende papieren bedrijfsarchief van Animated People werd in 1993 overgedragen aan het NIAf.
 
Nu is het tijd voor mijn volgende vraagstelling: Wat is de waarde van de erfenis van Animated People, als onderdeel van het Nederlands filmerfgoed? Welk toekomstperspectief heeft de erfenis van Animated People? De nalatenschap bestaat uit een bedrijfscollectie (het papieren archief met administratie en correspondentie) en een distributiecollectie (de overgeleverde distributiekopieën). De collectie 16mm films van Animated People is een corpus dat een internationaal aanbod van 172 animatiefilms en een verzameling van 207 Nederlandse animatiefilms uit de periode 1965-199 bevat. Deze distributiecollectie van stichting Animated People is een waardevolle deelverzameling, want het is een voorbeeldige artistieke selectie en als zodanig een unieke getuigenis van de veelzijdigheid van de Nederlandse animatiefilmwereld in de jaren zeventig en tachtig. Het NIAf besloot in 2011 om de distributiekopieën van Stichting Animated People over te dragen aan EYE Film Instituut Nederland. Bijkomende complicatie: dit voornemen is in 2013 nog niet volledig uitgevoerd terwijl het NIAf is opgeheven vanwege de bezuinigingen in het kader van Cultuurplan 2013-2016. Hoewel de distributiecollectie van Stichting Animated People geen originelen bevat, kunnen de kopieën nuttig zijn als referentiemateriaal bij de inventarisatie, conservering en restauratie van deze films. Dit is de afgelopen jaren al gebleken bij conserveringprojecten van EYE Film Instituut Nederland, zoals de collectie Gerrit van Dijk en het project Experimentele Film (waar ook vele animatiefilms toe behoren). De distributiecollectie van stichting Animated People functioneert binnen een specifieke conserveringspraktijk van de 21e eeuw, die gericht is op de digitalisering van het meest hoogwaardige uitgangsmateriaal, met als ultiem doel de meest optimale toegankelijkheid door middel van digitale beschikbaarheid.
 
We komen hiermee toe aan mijn laatste vraagstelling: hoe kunnen we deze erfenis optimaal presenteren? Ten eerste dienen we hierbij rekening te houden met de wisselende technische staat van de 16mm-distributiekopieën. Tijdens de distributiejaren werd de technische kwaliteit van alle kopieën regelmatig gecontroleerd, maar het is onvermijdelijk dat kopieën die vaak werden verhuurd beschadigd raakten. Van sommige titels waren meerdere kopieën voor de verhuur beschikbaar. De kernvraag is: wat is in technisch opzicht het beste uitgangsmateriaal voor de conservering en aansluitend de digitalisering?
Ten tweede vergen de juridische details aandacht. Er was sprake van verschillende soorten distributiecontracten. In het begin werd het vertoningsrecht vastgelegd voor de duur van de kopie, zoals bij beeldende kunst films gebruikelijk is. Later werden de vertoningsrechten vastgelegd voor een periode van vijf jaar. Als de kopie aangekocht was door Animated People werd 20% van de bruto recettes aan de filmmakers afgedragen, indien de kopie eigendom was gebleven van de filmmaker werd 50% van de bruto recettes afgedragen. Inmiddels zijn de distributierechten voor een aanzienlijk deel van de collectie verlopen. Nader onderzoek op dit gebied is dus noodzakelijk, want de dringende vraag is welke kopieën anno 2013 formeel als eigendom van het NIAf beschouwd kunnen worden. En hoe zit het met de geldigheid van de distributierechten? Een helder antwoord op deze vragen is onder andere relevant in het perspectief van de wens om dit filmerfgoed te ontsluiten door digitale verspreiding via dvd, streaming videokanalen (Vimeo, YouTube) en websites. Voor een eerste inventarisatie van de distributierechten van de films in de catalogus Animated People, zie Melis (2008).
 
Tevens is het noodzakelijk de erfenis van stichting Animated People een stevig fundament te geven in de vorm van een beredeneerde catalogus, gekoppeld aan een databank met gegevens over onder andere de uitleningen. De verhuurgeschiedenis werd per filmblik bijgehouden op een systeemkaart. Deze documentatie is waardevol als bron voor aanvullend onderzoek naar het traceren van de circulatie van de collectie, met als kernvraag: Welke titels werden hoe vaak waar vertoond? De beantwoording van deze vraag vergt nader onderzoek van het bedrijfsarchief van Animated People. De vertaling van de catalogus in een veelzijdige databank zou een essentiële bouwsteen kunnen vormen voor de omschrijving van het animatiefilmaanbod en -vertoning in Nederland in de periode 1978-1993. Deze omschrijving zou ook een ondersteuning geven aan de inventarisatie van de Animatiecollectie Nederland. Deze inventarisatie is een veelzijdig en tijdrovend onderzoek dat door de staf van het NIAf in nauwe samenwerking met EYE Film Instituut Nederland en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid werd uitgevoerd. Voor een tussenstand van zaken zie Peters & Bosma (2011).
 
Afronding: vooruitzichten in de 21e eeuw
De erfenis van Stichting Animated People is een case study die te plaatsen is in een bredere context van ontwikkelingen in de mondiale filmcultuur. De filmdistributie functioneerde in de 20e eeuw op een markt waar de bioscoop en filmhuis of filmclub de enig mogelijke vertoningsplaatsen van films waren. De verspreiding van films gebeurde dus in een economisch model dat gebaseerd was op schaarste: er was sprake van een beperkt aantal zalen en een beperkt aantal voorstellingen. Slechts een beperkt aantal mensen woonde dicht genoeg bij de filmzaal en slechts een nog meer beperkt aantal mensen had voldoende tijd en motivatie om op de aangegeven tijden naar de filmzaal te reizen en een toegangskaart te kopen. Dit was een drempel die de vertoning van economisch onrendabele films belemmerde.
 
De context van filmcirculatie heeft in de 21e eeuw grote wijzigingen ondergaan. Voor de korte, kunstzinnige animatiefilms was de 16mm kopie heel lang de meest gangbare beelddrager, voorzien van optisch of magnetisch geluid. De 16mm kopie is inmiddels definitief een verouderde beelddrager geworden, eerst volgde de overstap naar de videoband in vele verschijningsvormen (onder andere VHS, Umatic, Betacam, Ampex) en daarna naar de dvd en andere digitale dragers. Momenteel beleven we wereldwijd de opkomst van digitale distributie, zowel in gesloten of afgeschermde circulatie (met behulp van versleutelde satellietverbindingen of hard disks) als in de vorm van ‘open source’, via onbelemmerd toegankelijke streaming video websites, waarbij beeld en geluid permanent beschikbaar zijn in de virtuele wolk van digitale data.
 
De mogelijkheden van on-line distributie via webshops, downloads of digitale themakanalen vormen een fundament voor een nieuw economisch model, dat bekend staat onder de noemer ‘long tail theory’. Deze term is gelanceerd door de Amerikaanse mediajournalist Chris Anderson. Hij stelt dat het economisch ruilverkeer niet langer gedomineerd is door het concept van schaarste, maar door een groeiende overdaad aan aanbod. Dit nieuwe economische model biedt ongekende perspectieven voor het assortiment voor de thuisbioscoop en de exploitatie van ‘niche markets’. De circulatie van films in dit marktsegment kan steeds gemakkelijker gebeuren in de vorm van ‘informele filmdistributie’, die onafhankelijk staat van zowel de reguliere marktpartijen als van het cultuurbeleid van overheden. De Nederlandse animatiefilmproducent il Luster bijvoorbeeld biedt delen van hun portfolio op dvd te koop aan via hun eigen webshop en stelt ook een pakket films gratis ter beschikking voor viewings via hun eigen streaming video kanaal op Vimeo.com. Filmmakers volgen deze weg ook zelf, zoals met name te zien is bij de eindexamenfilms van de verschillende kunstvakopleidingen. Wat zou mooier zijn als de catalogus van stichting Animated People op dezelfde manier beschikbaar zou zijn in het openbare domein? Dit is echter niet makkelijk te realiseren, want “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”. Voor een inventarisatie van de actuele situatie rondom digitale distributie, zie onder andere Iordonova (2008), Crofts (2011), Lobato (2012) en Iordonava & Cunningham (2012). Voor reflectie op de consequenties voor filmarchivering zie Fossati & Verhoeff (2007).
 
In dit artikel hoop ik nieuwe informatie te hebben verzameld over hoe distributeur Animated People begon als particulier initiatief en in Nederland in de jaren tachtig een sleutelrol heeft vervuld bij de internationale en landelijke verspreiding van Nederlandse en internationale geanimeerde auteursfilms, met een breed aanbod van zowel nieuwkomers als gevestigde namen. Ook hoop ik de verbinding met het heden te hebben gelegd en een onderbouwing te hebben gegeven aan de conclusie dat de catalogus van Stichting Animated People een blijvend baken van kwaliteit en artistieke visie is, een unieke historische deelverzameling binnen het  Nederlandse animatie filmerfgoed die een nadere bestudering waard is.
 
Met dank aan mijn constructief-kritische en welwillende proeflezers (in alfabetische volgorde): Nico Crama, Ton Crone, Cilia van Dijk, Gerrit van Dijk (overleden in 2012), Ursula van den Heuvel en Mette Peters.
 
Noten
1. De filmcollectie van de RVD kwam per juni 1997 terecht bij het Nederlands Audiovisueel Archief (NAA), dat in 2001 een andere naam kreeg: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG). Voor de fusiegeschiedenis van het NIBG zie verder Lauwers & Hogenkamp (2006). Het aantal korte kunstzinnige animatiefilms dat met een financiële bijdrage van de overheid werd gemaakt is exact in kaart te brengen: in de periode 1952-1982 werden in totaal 32 animatiefilms financieel ondersteund door de opeenvolgende ministeries van cultuur (OK&W, CRM en WVC). In de periode 1983-1992 werden 16 animatiefilms gemaakt met bijdragen van de stichting Fonds voor de Nederlandse Film. En voor de volledigheid: in de periode 1993-2000 werden 22 animatiefilms  gemaakt met financiële bijdragen door stichting Nederlands Fonds voor de Film. De titellijsten van Nederlandse animatiefilms die ondersteund werden door overheidssubsidie zijn te vinden in Peters (2006, bijlage II).
 
2. De Stichting Holland Animation verzorgde een aantal retrospectieve overzichtprogramma’s van Nederlandse animatiefilms in Tokyo (1989), Kuala Lumpur en Jakarta (1997), Manilla (2001) en op het Festival van Valladolid te Spanje (1994 en 2001). Tijdens de Filmweek Arnhem 1983 werd door de Stichting Holland Animation een manifestatie georganiseerd die verwarrend genoeg ‘Tien Jaar Holland Animation’ werd genoemd. In samenhang hiermee was de expositie ‘Beeld voor beeld’ in het Arnhems Gemeentemuseum te zien. Naar aanleiding van deze tentoonstelling kwam een gelijknamige televisiedocumentaire tot stand: Beeld voor beeld (Nico Crama, 1985). Tevens werd van het Nederlands deel van deze expositie een internationale versie gemaakt (‘Animation in the Netherlands’), samengesteld door kunsthistoricus Kees Broos en ondersteund door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er volgde een succesvolle tournee over de hele wereld, te beginnen in Toronto en Montréal. Het Festival International du film d’animation d’Annecy werd in 1987 aangedaan. Zie verder Broos (1983), Hogenkamp (2004, 45-47) en de jaarverslagen van stichting Holland Animation.
 
3. Zo ontving Stichting Animated People in 1989 een incidentele subsidie van 10.000 gulden van het ministerie van WVC, bestemd voor het publiceren van de distributiecatalogus. Begin 1991 stelde minister d’Ancona 27.000 gulden ter beschikking voor het aanstellen van een parttime medewerker die de distributie, archivering en restauratie moest begeleiden. In 1990 ondersteunde het Prins Bernhard Fonds de Stichting Animated People met een incidentele bijdrage van 30.000 gulden, bestemd voor de aanschaf van een reinigingsmachine (f 10.000) en dekking van laboratoriumkosten (f 20.000).
 
4. In een brief gedateerd 29 juni 1992 aan het bestuur van de Stichting Animated People schreef het Ministerie WVC dat in het Kunstenplan 1993-1996 een bedrag van totaal 1.300.000 gulden werd gereserveerd voor Animated People, te verdelen over vier jaar (het eerste jaar f 250.000, daarna drie keer f 350.000).
 
Bibliografie
· A. Abrahams & P. van Hoof, Nederlandse experimentele film: op de plank of in roulatie? Een onderzoek naar de distributie van de grensverleggende film in Nederland’ (december 2001), rapport in opdracht van het Nederlands Fonds voor de film.
·  Ch. R. Acland, Screen Traffic: Movies, Multiplexes and Global Culture, Durham: Duke UP, 2003.              
·  Ch. Anderson, The Long Tail: How Endless Choice is Creating Unlimited Demand, London: Random House Business Books, 2006.
· Animation from Holland, catalogus RNTV/NIS (Radio Netherlands Television/NIS Film Distribution Holland), Hilversum, October 1999.
· H.S. Becker, Art Worlds, Berkeley/London: University of California Press, 1982 (2008: 25th anniversary edition).
· S. van Beek, ‘Op een houten stoel wordt er ook naar film gekeken’, in: Skoop, Krities Filmblad, jrg. 12, nr. 10 (december 1976), pp. 40-51.
· I. Blom, Jean Desmet and the Early Dutch Film Trade, Amsterdam: Amsterdam UP, 2003.
· Ch. Boost, ‘Filmdistributie in Nederland. De grote achterstand’, in: Skoop, Krities Filmblad, jrg. 10, nr. 8 (november 1974), pp. 2-3.
· P. Bosma, ‘Holland Animation Film Festival: Een geschiedenis’, in: Cinemagie jrg. 51, nr. 279 (zomer 2012), pp. 62-72. URL: http://www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=43
· P. Bosma, ‘De distributietak van het International Film Festival Rotterdam: Film International (1972-1984)’, in: Kroniek, Historisch Genootschap Roterodamum nr. 179 (januari 2011) pp. 5-6. URL: www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=27.
· K. Broos (ed.), Beeld voor Beeld. Nederlandse en internationale animatiefilm van bio-kraai tot computeranimatie, Den Haag: Stichting Holland Animation, 1983 (tentoonstellingcatalogus Arnhems Gemeentemuseum).
· Catalogus Stichting Animated People, z.j. z.p.
· ‘Catalogus Stichting Animated People’, bijlage bij: Holland Animation Bulletin, International Issue 1981.
· H. Camping, ‘Een korte geschiedenis van de animatiefilm in Holland/A Short History of Animation in Holland’ , in: Holland Animation Bulletin, International Issue 1981, pp. 2-11.
· J.W. Cones, The Feature Film Distribution Deal: A Critical Analysis of the Single Most Important Film Industry Agreement and How the Motion Picture Industry Operates, Carbondale/Edwardsville: Southern Illinois UP, 2002.
· N. Crama, Korte animatiefilms: adviezen voor produktie en distributie, Abcoude: Uitgeverij Uniepers, 1995.
· N. Crama, ‘Distributie van animatiefilm/On Distribution’, in: Holland Animation Bulletin International Issue, 1983, p. 15-24.
· N. Crama (ed) Dag van de Korte film, Den Haag, 1975.
· Ch. Crofts, ‘Cinema Distribution in the Age of Digital Projection’, in: Post Script 2 (Winter/Spring 2011) pp. 82-98.
· C. Croon & S. Bosklopper, De filmproducent. Handboek voor de praktijk, Amsterdam: Thoeris, 2008.
· B. Dekker Jr., ‘Cilia van Dijk over Animated People: Was het maar kostendekkend...’, in: Stripschrift, nr. 215, jrg. 21 (1987), pp. 43-44.
· K. Dibbets, ‘De ontwikkeling van het vrije filmcircuit’, in:  C. van Lakerveld & J. Smiers (eds) Matheid, hoezo? Twintig teksten over kunst en politiek ’70-’80, Nijmegen: Sjaloom. 1981.
· G.Fossati & N.Verhoeff, ‘Beyond Distribution: Some Thoughts on the Future of Archival Films, in: F. Kessler & N. Verhoeff (eds.), Networks of Entertainment: Early Film Distribution 1895-1915, Eastleigh: John Libbey Publishing, 2007, pp. 331-339.
· C. van der Grinten, ‘De animators (10): Gerben Schermer. Meer aandacht voor animatie!’, in: de Filmkrant nr. 129, december 1992, p. 22.
· A. Hahn & A. Schierse, Filmverleih. Zwischen Filmproduktion und Kinoerlebnis, Konstanz: Uvk Verlag, 2004.
· J. Heijs, ‘Het Vrije Circuit’, in: Beerekamp, Hans & Peter van Bueren & Jan Heijs (eds.) Jaarboek Film 1981, Bussum: Het Wereldvenster, 1981, pp. 28-34.
· B. Hogenkamp, Nico Crama: Filmmaker, Hilversum/Utrecht: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid/Holland Animation Film Festival/Nederlands Film Festival, 2004.
· A. ter Horst & G. Schermer (eds.) Catalogus Holland Animation Film Festival 1998, Utrecht: HAFF, 1998.
· D. Iordanova, Budding Channels of Peripheral Cinema: The Long Tail of Global Film Circulation, San Francisco: Blurb, 2008 (www.blurb.com).
· D. Iordanova & Stuart Cunningham (eds.) Digital Disruption: Cinema Moves On-line, St. Andrews: St. Andrews Film Studies, 2012.
· Jaarverslag Stichting Animated People 1988-1991.
·  C. Kapsenberg,’Animated People. Een moedig initiatief’, in: Holland Animation Bulletin, jrg. 5, nr. 5 (augustus 1978) pp. 148-149 (interview met Cilia van Dijk).
· F. Kessler & N. Verhoeff (eds.), Networks of Entertainment: Early Film Distribution 1895-1915, Eastleigh: John Libbey Publishing, 2007.
· J. Kuys, ‘Animated People wordt Stichting’, in: Holland Animation Bulletin, (december 1990), pp. 5-6.
· J. Kuys, ‘Animated People on the move. The Netherlands create unique animation film institute’, in: Holland Animation International Issue, 1993, pp. 26-27.
· L. van Laake, ‘De geboorte van het subsidiestelsel: Vertoning en distributie in de jaren zeventig’, in: Skrien jrg. 37, nr. 5 (juni/juli 2005) pp. 40-41.
· M. Lauwers & B. Hogenkamp, ‘Van emancipatie tot professionalisering: De ontwikkelingen in de audiovisuele archivering sinds 1997’, in: Jaarboek 2005, Den Haag: Stichting Archiefpublicaties (SAP) / Instituut voor Beeld en Geluid, 2006, pp. 11-22.
· R. Lobato, ‘Subcinema: Theorizing Marginal Film Distribution, in: Limina, vol 13 (2007), p. 113-120. URL: www.limina.arts.uwa.edu.au/__data/page/59120/Lobato.pdf .
· R. Lobato, Shadow Economics of Cinema: Mapping Informal Film Distribution, London: BFI/Palgrave MacMillan, 2012.
· F. B. Melis, De juridische status van de STAP-kopieën. Aanbevelingen voor het NIAf, stageverslag Universiteit Utrecht, 22 april 2008.
· D. van de Pas, Kort maar krachtig: onderzoeksverslag naar onbewuste kansen voor distributie en vertoning van de korte film, Amsterdam: Dial M for Movies, Marketing & More, 2000, in opdracht van het Nederlands Fonds voor de Film.
· M. Peters & P. Bosma, ‘The Dutch Animation Collection: a work in progress’, in: Animation Practice, Process & Production, jrg. 1, nr. 1 (2011) pp. 169-190.
· M. Peters, Animatie-erfgoed in beeld. Deel 1: Aanbevelingen ten aanzien van beleid en samenwerking, deel 2: Inventarisatie animatiecollecties. Tilburg: Nederlands Instituut voor Animatiefilm, augustus 2006.
· M. Peters, ‘Distribution of Dutch Animation Films: A Survey’, in: Holland Animation Bulletin, International Issue, 1997/1998, pp. 30-37.
· J. Röfekamp, ‘De animatiefilm in Nederland, in: A.Stroeve, F.Sleeboom, P. van der Have (eds.), Beeldje voor Beeldje, een tentoonstelling over de Nederlandse animatiefilm, Amsterdam: Stedelijk Museum, 1974 (Atelier 12, 4 oktober – 10 november 1974), pp. 4-14.
·  Ch-C. Rüling, ‘Festivals as Field-configuring Events: The Annecy International Animated Film Festival and Market’, in: D. Iordanova & R. Rhyne (eds.) Film Festival Yearbook 1: The Festival Circuit, St. Andrews: St. Andrews Film Studies, 2009, pp.49-66.
·  P.J. Shoemaker & T. P.Vos, Gatekeeping Theory, New York/London: Routledge, 2009.
· Stichting Animated People, Jaarverslag 1988-1991.
· Stichting Animated People, subsidieaanvraag Kunstenplan 1993-1997, Haarlem, 16 mei 1989.
 
Documentatie: Nederlandse 16mm-filmdistributie catalogi
·  Animation from Holland, catalogus RNTV/NIS (Radio Netherlands Television/NIS Film Distribution Holland), Hilversum, October 1999.
·  Dutch Film 69-73, Den Haag: Ministerie CRM, 1974, F. Raadman (ed).
·  Dutch Film 76-77, Den Haag: Ministerie CRM, 1978, C. Wallagh (ed).
·  Dutch Film 81-82-83, Den Haag/Rijswijk: Ministerie voor Buitenlandse Zaken/ Ministerie WVC, z.j.,P. van Lierop (ed).
·  Dutch Film 83-84, Rijswijk: Ministerie WVC, 1984, J. Roodnat (ed).
·  Dutch Film 85-86, Rijswijk: Ministerie WVC, 1986, P. van Bueren (ed).
·  Dutch Film 86-87, Rijswijk: Ministerie WVC, 1987, A. de Ronde (ed).
·  Dutch Film 87-88, Rijswijk: Ministerie WVC, 1989, P. van Lierop (ed).
·  Dutch Film 88-89, Rijswijk: Ministerie WVC, 1990, G.Waller (ed).
·  Dutch Film 89-90, Rijswijk/Amsterdam: Ministerie WVC/Holland Film Promotion, 1991, M. van Rooijen (ed).
·  Dutch Film 1991, Amsterdam: Holland Film Promotion, 1992., H. van der Meulen (ed).
·  Dutch Film 1992, Amsterdam: Holland Film Promotion, 1993, H. van der Meulen (ed).
·  Dutch Film 1994, Amsterdam: Holland Film Promotion, 1995, P. Terreehorst (ed).
·  Catalogus Stichting Animated People, z.j. z.p. (207 Nederlandse animatiefilms en 172 internationale animatiefilms, uit de periode 1961-1991, met credits en korte filmbeschrijvingen). *
·  ‘Catalogus Stichting Animated People’, bijlage bij: Holland Animation Bulletin, International Issue 1981. (119 Nederlandse films & 19 internationale films).
·  Filmcatalogus Rijksvoorlichtingsdienst, Den Haag: Rijksvoorlichtingsdienst, september 1977.
·  Film- en videocatalogus Rijksvoorlichtingsdienst Mediatheek, verhuur en verkoop, Den Haag: Rijksvoorlichtingsdienst Mediatheek, 1993.
·  NFM/IAF distributiecatalogus ’92-’96, Amsterdam: NMF/IAF, z.j., J. Haak et.al. (eds).
·  J. Heijs (ed), Film en Video Katalogus 1981, Amsterdam: Het Vrije Circuit,  z.j.
·  R. Eekhof & G. Lubbers & R.Visschedijk (eds), Film en Video Katalogus, deel 2, Amsterdam: Het Vrije Circuit, z.j.
·  R. Eekhof & G. Lubbers & R.Visschedijk (eds), Film en Video Katalogus, deel 3, Amsterdam: Het Vrije Circuit, z.j.
 
Epiloog

Peter Bosma is freelance docent, onderzoeker en publicist. Van maart 2010 tot en met december 2011 was hij als onderzoeksmedewerker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf), Tilburg.